Hadieth 2: al-Islaam, al-Imaan en al-Ihsaan

Categorie: 40 Nawawie

De tweede hadieth:

Al-Islaam, al-Iemaan en al-Ihsaan

   عنعُمَرَ بْنُ الْخَطَّابِ قَالَ: بَيْنَمَا نَحْنُ عِنْدَ رَسُولِ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ ذَاتَ يَوْمٍ إِذْ طَلَعَ عَلَيْنَا رَجُلٌ شَدِيدُ بَيَاضِ الثِّيَابِ شَدِيدُ سَوَادِ الشَّعَرِ لَا يُرَى عَلَيْهِ أَثَرُ السَّفَرِ وَلَا يَعْرِفُهُ مِنَّا أَحَدٌ حَتَّى جَلَسَ إِلَى النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ فَأَسْنَدَ رُكْبَتَيْهِ إِلَى رُكْبَتَيْهِ وَوَضَعَ كَفَّيْهِ عَلَى فَخِذَيْهِ وَقَالَ يَا مُحَمَّدُ أَخْبِرْنِي عَنْ الْإِسْلَامِ فَقَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ الْإِسْلَامُ أَنْ تَشْهَدَ أَنْ لَا إِلَهَ إِلَّا اللَّهُ وَأَنَّ مُحَمَّدًا رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ وَتُقِيمَ الصَّلَاةَ وَتُؤْتِيَ الزَّكَاةَ وَتَصُومَ رَمَضَانَ وَتَحُجَّ الْبَيْتَ إِنْ اسْتَطَعْتَ إِلَيْهِ سَبِيلًا قَالَ صَدَقْتَ قَالَ فَعَجِبْنَا لَهُ يَسْأَلُهُ وَيُصَدِّقُهُ قَالَ فَأَخْبِرْنِي عَنْ الْإِيمَانِ قَالَ أَنْ تُؤْمِنَ بِاللَّهِ وَمَلَائِكَتِهِ وَكُتُبِهِ وَرُسُلِهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ وَتُؤْمِنَ بِالْقَدَرِ خَيْرِهِ وَشَرِّهِ قَالَ صَدَقْتَ قَالَ فَأَخْبِرْنِي عَنْ الْإِحْسَانِ قَالَ أَنْ تَعْبُدَ اللَّهَ كَأَنَّكَ تَرَاهُ فَإِنْ لَمْ تَكُنْ تَرَاهُ فَإِنَّهُ يَرَاكَ قَالَ فَأَخْبِرْنِي عَنْ السَّاعَةِ قَالَ مَا الْمَسْئُولُ عَنْهَا بِأَعْلَمَ مِنْ السَّائِلِ قَالَ فَأَخْبِرْنِي عَنْ أَمَارَتِهَا قَالَ أَنْ تَلِدَ الْأَمَةُ رَبَّتَهَا وَأَنْ تَرَى الْحُفَاةَ الْعُرَاةَ الْعَالَةَ رِعَاءَ الشَّاءِ يَتَطَاوَلُونَ فِي الْبُنْيَانِ قَالَ ثُمَّ انْطَلَقَ فَلَبِثْتُ مَلِيًّا ثُمَّ قَالَ لِي يَا عُمَرُ أَتَدْرِي مَنْ السَّائِلُ قُلْتُ اللَّهُ وَرَسُولُهُ أَعْلَمُ قَالَ فَإِنَّهُ جِبْرِيلُ أَتَاكُمْ يُعَلِّمُكُمْ دِينَكُمْ“ رواه مسلم. 

Transcriptie:

“3an 3umara radiya-llaahu 3anhu qaal: Baynamaa nahnu djuloesun 3inda rasoeli-llaahi salla-llaahu 3alayhi wa-sallama dhaata yawm,idhtala3a 3alaynaa radjulun shadiedu bayaadi-thiyaab, shadiedu sawaadi-sha3ar, laa yuraa 3alayhi atharu-ssafari wa-laa ya3rifuhu minnaa ahad. Hattaa djalasa ila-nnabiyyi salla-llaahu 3alayhi wa-sallam, fa’asnada rukbatayhi ilaa rukbatayh, wa-wada3a kaffayhi 3alaa fakhidhayhi wa qaal: yaa Muhammad, akhbirnie 3ani-l-Islaam. Faqaala  rasoelu-llaahi salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: Al-Islaamu an-tash-hada a-llaa ilaaha illa-llaah wa-anna Muhammada-rrasoelu-llaah, wa-tuqiema-ssalaah wa tu’tiya-zzakaah, wa-tasoema ramadaan, wa tahudja-l-bayta ini-stata3ta ilayhi sabielaa. Qaala: sadaqt, fa3adjibnaa lahu yas’aluhu wa-yusaddiquh. Qaala: fa-akhbirnie 3ani-l-Iemaan, qaala: An-tu’mina bi-llaahi wa-malaa’ikatihi wa-kutubihi wa-rusulihi wa-l-yawmi-l-‘aakhir, wa-tu’mina bi-l-qadari khayrihi wa sharrih.

Qaala: sadaqt. Qaala: fa-akhbirnie 3ani-l-Ihsaan. Qaala: an-ta3buda-llaaha ka’annaka taraah fa’illam takun taraahu fa’innahu yaraak. Qaala: fa-akhbirnie 3ani-ssaa3ah. Qaala: ma-l-mas’oelu 3anhaa bi-a3lama mina-ssaa’il. Qaala: fa-akhbirnie 3an amaaraatihaa. Qaala: an-talida-l-amatu rabbatahaa wa-‘an tara-l-hufaata-l-3uraata-l-3aalata ri3aa’a-shaa’i yatataawaloena fi-l-bunyaan. Thumma-ntalaqa falabith-tu maliyyaa thumma qaala: yaa 3umar, atadrie mani-ssaa’il? Qultu: Allaahu wa rasoeluhu a3lam. Qaala: fa-‘innahu Djibrielu ataakum yu3allimukum dienakum. Rawaahu Muslim.

Vertaling: 

3umar ibnu-l-Khattaab radiya-llaahu 3anhumaa heeft gezegd: “Terwijl wij op een dag bij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zaten, kwam er een man tevoorschijn die zeer wit gekleed was en zeer zwart haar had, hij vertoonde geen tekenen van een reiziger en niemand onder ons herkende hem, tot hij tegenover de Profeet ging zitten. Hij zette zijn beide knieën tegen zijn knieën salla-llaahu 3alayhi wa-sallam, en legde zijn beide handen op zijn dijen en zei: “O Muhammed, vertel mij over al-Islaam.” De Boodschapper van Allaah antwoordde: “Al-Islaam is dat je getuigt dat er geen god is behalve Allaah, en dat Muhammed de Boodschapper van Allaah is, en dat je de Salaah verricht en de Zakaah geeft en (de maand) Ramadaan vast en al-Hadj (de bedevaart) verricht als je daartoe in staat bent.” Hij zei: “Je hebt gelijk.” Het verbaasde ons dat hij hem vroeg en vervolgens gelijk gaf. Hij zei: “Vertel mij over al-Iemaan.” De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamzei: “(Het is) dat je gelooft in Allaah en Zijn engelen en Zijn boeken en Zijn boodschappers en de Laatste Dag en dat je in de goede en de slechte Qadar (voorbestemming) gelooft.” Hij zei: “Je hebt gelijk. Vertel me dan wat al-Ihsaan is.” De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Dat je Allaah aanbidt alsof je Hem ziet, en als je Hem niet kan zien, dat je weet dat Hij je ziet.” Hij zei: “Vertel me dan over het Uur.” De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Degene die gevraagd wordt heeft daarover niet meer kennis dan degene die het vraagt.” Hij zei: “Vertel me dan over haar tekenen.” De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Dat de slavin haar heer baart en dat je de blootvoeters en de blote behoeftigen en de schaapherders ziet racen voor hogere gebouwen.” Vervolgens vertrok hij en bleef ik een tijd zitten. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamzei toen tegen mij: “O 3umar, weet jij wie de vragensteller is?” Ik zei: “Allaah en Zijn Boodschapper weten het beter.” De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Het was Djibriel, hij kwam jullie jullie godsdienst leren.” 

De beoordeling van de hadieth:

Deze hadieth met deze uitspraak is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim. Tevens is deze hadieth door aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu verhaald en hebben imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim deze van hem overgeleverd en sahieh verklaard.

Imaam al-Qurtubie rahimahu-llaah heeft gezegd: “Deze hadieth kan de moeder van de Sunnah genoemd worden vanwege hetgeen wat het inhoudt aan de alomvattende kennis van de Sunnah. Tevens omvat deze hadieth alle soorten innerlijke en uiterlijke aanbiddingen, en wordt de volgorde ervan gehanteerd in de uitleg van al-3aqiedah.”

Uitleg:

“Terwijl wij op een dag bij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zaten,”
Hiermee wordt geduid dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam veelvuldig met zijn metgezellen in een zitting zat om de zaken van de Islaam te bespreken. Het woord ‘terwijl’, duidt op een plotselinge gebeurtenis.

“kwam er een man tevoorschijn”
Hiermee wordt bedoeld “in een gedaante van een man”; het was een bedoeïen.

die zeer wit gekleed was en zeer zwart haar had, hij vertoonde geen tekenen van een reiziger en niemand onder ons herkende hem,”
Met ‘zeer wit gekleed’ wordt bedoeld dat zijn kleren onvervuild waren, en ‘zeer zwart haar’ dat zijn haren onbestoft waren. Dit waren de kenmerken van een reiziger die door de woestijn rond trok. Naast het feit dat hij geen reiziger was, kenden de inwoners van al-Madienah hem niet, wat duidde op een vreemde situatie wat onder de mensen onmogelijk was.

“tot hij tegenover de Profeet ging zitten. Hij zette zijn beide knieën tegen zijn knieën salla-llaahu 3alayhi wa-sallam, en legde zijn beide handen op zijn dijen”
‘Tot’ duidt op het feit dat Djibriel 3alayhi-ssalaam geleidelijk naar de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam liep.De houding waarin Djibriel 3alayhi-ssalaam vervolgens ging zitten getuigt van respect jegens de leraar.  

 

“en zei: “O Muhammed, vertel mij over al-Islaam.”
Dit is de wijze waarop de bedoeïenen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam aanspraken. Deze manier van het aanspreken van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam is door Allaah subhaanahu wa-ta3aala verboden, nadat een aantal metgezellen hem daarmee aanriepen. Allaah subhaanahu wa-ta3aala zegt:

  ﴿لا تَجْعَلُوا دُعَاءَ الرَّسُولِ بَيْنَكُمْ كَدُعَاءِ بَعْضِكُمْ بَعْضاً(النور: من الآية63)
“En laat de aanroep van de Boodschapper onder jullie niet zijn zoals de aanroep van jullie onderling.”(Aayah: 24/63).

“De Boodschapper van Allaah antwoordde: “Al-Islaam is dat je getuigt dat er geen god is behalve Allaah, en dat Muhammed de Boodschapper van Allaah is, en dat je het gebed verricht en de Zakaah geeft en (de maand) Ramadaan vast en al-Hadj (de bedevaart) verricht als je daartoe in staat bent.”
Hiermee duidt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam de vijf zuilen van de Islaam, die bestaan uit de uiterlijke daden. Deze vijf zuilen zijn elders uitgebreid uitgelegd.1

 

“Hij zei: Je hebt gelijk. Het verbaasde ons dat hij hem vroeg en vervolgens gelijk gaf.
De metgezellen verbaasden zich wegens het feit dat deze man de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam vroeg en vervolgens gelijk gaf, terwijl de kennis van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam slechts bij hem vandaan kwam, en niet over deze vragensteller bekend was dat hij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam ontmoet had of over hem gehoord had.  

 

Hij zei: “Vertel mij over al-Iemaan.
Al-Iemaan is in het Arabisch een synoniem van ‘a-ttasdieq’ (het geloven van). Echter houdt het daar niet op. Het betekent ook onderwerping, ootmoed, erkenning, gehoorzaming en overgave. Dit is ook de technisch (Islamitische) betekenis ervan. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa vertelt over de zonen van Ya3qoeb vrede zij met hem toen zij hun broertje in de put hadden gegooid en naar hun vader kwamen. Hij zegt:

   ﴿وَمَا أَنْتَ بِمُؤْمِنٍ لَنَا وَلَوْ كُنَّا صَادِقِينَ(يوسف: من الآية17)
“…maar u zult niet in ons geloven, ook al spreken wij de waarheid.” (Aayah: 12/17).

In deze Aayah gebruiken de zonen van Ya3qoeb de term Iemaan omdat het omvattender is dan a-ttasdieq. Het houdt namelijk ook in dat hun vader hun uitspraak niet erkent, niet vertrouwt en geen goed gevoel erbij heeft.

Weet o broeder -moge Allaah mij, jou en de rest van de moslims rechtleiden- dat de godsdienst waarmee Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa Zijn boodschappers heeft gezonden, en Die Hij toegeschreven heeft aan de bewoners van de hemelen en de aarde, bevolen heeft dat Hij slechts ermee aanbeden wordt, van niemand iets anders dan dat geaccepteerd wordt, niemand het verlaat behalve degene die zichzelf voor de gek houdt en niemand beter in godsdienst is behalve degene die zich eraan vastklampt: een uitspraak middels het hart en de tong, en een daad middels het hart, de tong en de ledematen is.2

 

“De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamzei: (Het is) dat je gelooft in Allaah
Het is het Geloof -met stelligheid diep uit het hart- in het bestaan van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa. En dat Hij de Enige is Die het recht heeft om aanbeden te worden. Hij Die door niemand voorafgegaan is of door niemand opgevolgd zal worden. Hij is ‘al-Awwal’ (de Allereerste), voorwaar, niets is hem voorafgegaan. En ‘al-Aakhir’, de Eeuwig overlevende (nadat alles zal vergaan), voorwaar, niets zal na hem zijn. En ‘adhaahir’ (Hij Die in Grootheid alles overtreft), voorwaar, niets is boven Hem. En ‘al-Baatin’ (de Onwaarneembare), naast Hem is er niets, ‘al-Hayy’ (de Eeuwig Levende), ‘al-Qayyoem’ (de Onafhankelijke), ‘Ahad’ (de Ene), ‘Samad’ (Degene waar alle schepselen afhankelijk van zijn, de meest Volmaakte Heerser),

-3- Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt -4- En niet één is aan Hem gelijkwaardig. (Aayah: 112/3-4).

Zijn ‘Tawhied’ (eenheid) kan worden beoefend door middel van ‘al-Uloehiyyah’ (de eenheid van Zijn Godheid), ‘a-Rruboebiyyah’ (de eenheid van Zijn Heerschappij) en ‘al-Asmaa’ wa-ssifaat’ (de eenheid van Zijn namen en eigenschappen).  

 

en Zijn engelen
Onder het geloof in de engelen vallen de volgende zaken:

         Het zijn de schepselen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa en niet Zijn kinderen;

         Ze zijn uit ‘noer’ geschapen;

         Zij zijn voor de mensen onwaarneembaar, behalve wanneer Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa anders bepaalt, vandaar dat zij tot al-Ghaybiyyaat (kennis van het ongeziene) behoren. Vandaar dat wij niet over hen en hun wereld mogen speculeren, echter horen wij slechts uit kennis van de Qur’aan en de Sunnah erover te praten.

         Ze hebben geen goddelijke eigenschappen, maar zijn dienaren van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa;

         Ze worden niet beproefd zoals de djinns en mensen, maar gehoorzamen al hetgeen Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa hen opdraagt;

         Elke soort onder hen heeft zijn eigen taken, een aantal voorbeelden daarvan:

o       Djibriel 3alayhi-ssalaam de leider van de engelen en degene die opgedragen is om de openbaring naar de boodschappers en de profeten te zenden;

o       ‘Malaku-l-mawt’: de engel des doods. Hem is opgedragen om de zielen uit de lichamen van de mensen te ontnemen;

o       Israa’fiel is opgedragen om op de bazuin te blazen;

o       Maalik; hij is de waker over het hellevuur;

o       ‘Al-Haafidhoen’: de schrijvers die de uitspraken en de daden van de mensen noteren;

o       De engelen die op de aarde de zittingen van gedenking van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa opzoeken en bijwonen;

o       De beschermers; de engelen die aangesteld zijn als beschermers voor de mensen;

o       De engelen die de bliksem en de donder veroorzaken;

o       De engelen die de winden beheren;

o       De acht engelen die de troon van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa optillen;

o       De negentien engelen die waken over het hellevuur.

 

“en Zijn boeken”

Onder het geloof in Zijn boeken vallen de volgende zaken:

         Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft boeken naar Zijn boodschappers gezonden. Enkele van deze boeken zijn:

o       de panelen van Ibraahiem;

o       a-Zzaboer: het boek van Daawoed 3alayhi-ssalaam;

o       a-Ttawraah: het boek van Moesaa 3alayhi-ssalaam;

o       al-Indjiel: het boek van 3iesaa 3alayhi-ssalaam;

o       al-Qur’aan: het boek van Muhammed salla-llaahu 3alayhi wa-sallam.

         Alle boeken die Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa naar beneden heeft gezonden zijn voor een groot deel veranderd door de mensen, behalve de Qur’aan. Deze zal nooit veranderd worden;

         Hetgeen in de boeken staat van de Lieden van de Schrift; wanneer het niet in strijd is met de Qur’aan, horen wij het niet te geloven noch te verloochenen en mogen wij overleveren, dit volgens de uitspraak van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: “Als de zonen van Israa’iel jullie vertellen, voorwaar, gelooft hen niet en verloochent hen niet.”3 En in een andere uitspraak zegt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: “Overlevert van de zonen van Israa’iel, zonder enige last.”4;

         Hetgeen wat niet is veranderd aan deze boeken is het woord van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa en niet Zijn schepping.

 

“en Zijn boodschappers

Onder het geloven in de Boodschappers vallen de volgende aspecten:

         Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft boodschappers en profeten naar de mensen en de djinns gestuurd om hen naar het monotheïsme te leiden;

         Deze boodschappers en profeten hebben geen goddelijke eigenschappen, maar zijn slechts dienaren van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa;

         Er is geen verschil tussen alle boodschappers;

         Allaah heeft een aantal onder Zijn boodschappers verkozen boven andere boodschappers en hen specifieke posities gegeven;

         Alle boodschappers hebben hun boodschap volledig overgebracht;

         De verzegeling der profeten en boodschappers is de Boodschapper en Profeet Muhammed salla-llaahu 3alayhi wa-sallam. Met de komst van zijn boodschap zijn alle vorige boodschappen nietig verklaard.  

 

en de Laatste Dag

Onder het geloven in de Laatste Dag vallen de volgende aspecten:

         Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft de Dag der Opstanding geschapen zodat elke ziel haar recht terug krijgt, en zodat de mensen naargelang hun daden berecht worden;

         Het geloof in het hiernamaals betekent ook het geloof in de wederopstanding;

         Het geloven dat de daden gewogen worden;

         Het geloven in het hellevuur en het paradijs;

         Het geloven in ‘a-Ssiraatu-l-mustaqiem’;

         In het hiernamaals is het leven eeuwig;

         Het hiernamaals heeft verschillende namen, waaronder:

o       ‘Yawmu-l-Qiyaamah’ de Dag der Opstanding;

o       ‘Yawmu-l-Hashr’ de Dag der Verzameling;

o       ‘Al-Haaqqah’ de verwezenlijking;

o       ‘Al-Ghaashiyah’;

o       ‘Yawmu-ddien’ de Dag der Godsdienst;

o        ‘Al-yawmu-l-Haqq’ de Ware Dag;

o       ‘Al-yawmu-l-Aakhir’ de Laatste Dag. De mens heeft vier verblijfplaatsen, namelijk:

§       De buik van zijn moeder;

§       Dit wereldse leven;

§       Het leven van ‘al-Barzakh’;

§       De Laatste Dag, ofwel het hiernamaals. Hierna is er geen ander verblijf.

o       En nog anderen.

 

en dat je in de goede en de slechte Qadar (voorbestemming) gelooft.

Deze hadieth is overgeleverd als bewijs van het feit dat het geloven in de voorbeschikking van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa één van de zuilen van het geloof is. En dat wanneer iemand niet in de voorbeschikking van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa gelooft, hij geen moslim is, zoals 3abdu-llaah ibn 3umar radiya-llaahu 3anhumaa dat geoordeeld heeft.

  عَنْ يَحْيَى بْنِ يَعْمَرَ قَالَ: ”كَانَ أَوَّلَ مَنْ قَالَ فِي الْقَدَرِ بِالْبَصْرَةِ مَعْبَدٌ الْجُهَنِيُّ فَانْطَلَقْتُ أَنَا وَحُمَيْدُ بْنُ عَبْدِ الرَّحْمَنِ الْحِمْيَرِيُّ حَاجَّيْنِ أَوْ مُعْتَمِرَيْنِ فَقُلْنَا لَوْ لَقِينَا أَحَدًا مِنْ أَصْحَابِ رَسُولِ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ فَسَأَلْنَاهُ عَمَّا يَقُولُ هَؤُلَاءِ فِي الْقَدَرِ فَوُفِّقَ لَنَا عَبْدُ اللَّهِ بْنُ عُمَرَ بْنِ الْخَطَّابِ دَاخِلًا الْمَسْجِدَ فَاكْتَنَفْتُهُ أَنَا وَصَاحِبِي أَحَدُنَا عَنْ يَمِينِهِ وَالْآخَرُ عَنْ شِمَالِهِ فَظَنَنْتُ أَنَّ صَاحِبِي سَيَكِلُ الْكَلَامَ إِلَيَّ فَقُلْتُ أَبَا عَبْدِ الرَّحْمَنِ إِنَّهُ قَدْ ظَهَرَ قِبَلَنَا نَاسٌ يَقْرَءُونَ الْقُرْآنَ وَيَتَقَفَّرُونَ الْعِلْمَ وَذَكَرَ مِنْ شَأْنِهِمْ وَأَنَّهُمْ يَزْعُمُونَ أَنْ لَا قَدَرَ وَأَنَّ الْأَمْرَ أُنُفٌ قَالَ فَإِذَا لَقِيتَ أُولَئِكَ فَأَخْبِرْهُمْ أَنِّي بَرِيءٌ مِنْهُمْ وَأَنَّهُمْ بُرَآءُ مِنِّي وَالَّذِي يَحْلِفُ بِهِ عَبْدُ اللَّهِ بْنُ عُمَرَ لَوْ أَنَّ لِأَحَدِهِمْ مِثْلَ أُحُدٍ ذَهَبًا فَأَنْفَقَهُ مَا قَبِلَ اللَّهُ مِنْهُ حَتَّى يُؤْمِنَ بِالْقَدَرِ

Yahyaa ibn Ya3mara heeft verhaald, hij zei: “De eerste die zich over al-Qadar uitgesproken heeft is Ma3bad al-Djuhanie. Voorwaar, ik vertrok met Humayd ibn 3abdu-Rrahmaan al-Himyarie op al-Hadj of al-3umrah. We zeiden: “Als we iemand onder de metgezellen van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam treffen, dan vragen wij hem over hetgeen deze mensen zeggen over ‘al-Qadar’. Voorwaar, wij werden geleid naar 3abdu-llaah ibn 3umar ibn al-Khattaab, terwijl hij de moskee binnentrad. Voorwaar, ik en mijn vriend omsingelden hem, de ene aan zijn rechter en de andere aan zijn linkerzijde. Ik verwachtte dat mijn vriend het woord aan mij zou overlaten, en zei: “O aboe 3abdu-Rrahmaan, er zijn na ons mensen verschenen die de Qur’aan reciteren en (door de woestijnen) reizen om kennis te volgen, [en hij prees hun toestand] en zij beweren dat er geen voorbeschikking is, en dat de zaken nieuw zijn5. Hij zei: “Voorwaar, als je diegenen treft, vertel hen dan dat ik afstand van hen neem, en dat zij niet tot mij behoren. Bij Degene waar 3abdu-llaah ibn 3umar op zweert, als iemand onder hen de hoeveelheid van ‘Uhud’ aan goud bezit, en hij het vervolgens als aalmoes uitgeeft, zal Allaah dat niet van hem accepteren totdat hij in ‘al-Qadar’ (de voorbeschikking) gelooft.”

‘Al-Qadar’ is de voorbeschikking die Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft bepaald. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

  ﴿إِنَّا كُلَّ شَيْءٍ خَلَقْنَاهُ بِقَدَرٍ(القمر: 49)
“Voorzeker, Wij hebben alles met een voorbeschikking geschapen.” (Aayah: 71/49).

         Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft vijftigduizend jaar voor het scheppen van de hemelen en de aarde alles in ‘a-llawhu-l-mahfoedh’ (het welbewaarde paneel) geschreven en voorbeschikt.

         Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ook de daden van de mens voorbeschikt middels Zijn kennis erover.

         De mens heeft een eigen wil die onderworpen is aan de wil van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa.

         Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa is Alwetend over alle zaken.

         Alles wat in dit heelal plaatsvindt, is met de wil van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa.

         Allaah subhaanahu wa-ta3aala  heeft het goede en het slechte voorbeschikt.

         Alles wat Allaah bepaald heeft zal gebeuren, wat Hij niet bepaald heeft zal niet gebeuren.

  وعن ابن عباس قال: كنت خلف رسول الله صلى الله عليه وسلم يوما فقال: “يا غلام احفظ الله يحفظك احفظ الله تجده تجاهك وإذا سألت فاسأل الله وإذا استعنت فاستعن بالله واعلم أن الأمة لو اجتمعت على أن ينفعوك بشيء لم ينفعوك إلا بشيء قد كتبه الله لك ولو اجتمعوا على أن يضروك بشيء لم يضروك إلا بشيء قد كتبه الله عليك رفعت الأقلام وجفت الصحف” رواه أحمد والترمذي.

3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: “Op een dag was ik achter de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam, waarop hij zei: “O kind, waak over Allaah, dan zal Hij over jou waken. Waak over Allaah dan zul je Hem vóór je vinden. Voorwaar, als je vraagt, vraag dan Allaah, en als je om hulp vraagt, vraag dan Allaah om hulp. En weet, dat als de wereld bijeen zou komen om jou iets te baten, dan zullen zij jou niet baten, behalve met een zaak die Allaah reeds voor jouw geschreven heeft. En als zij bijeen zijn om jou iets van kwaad te berokkenen, dan zullen zij jou niets van kwaad berokkenen, behalve iets wat Allaah reeds voor je geschreven heeft. De pennen zijn opgeheven en de panelen zijn gedroogd.”6

De voorbeschikkingen bestaan uit vier niveaus, te weten:
         De voorbeschikking in de eeuwige kennis van Allaah subhaanahu wa-ta3aala. Allaah subhaanahu wa-ta3aala is eeuwig Alwetend over alles wat gebeurt, is gebeurd en zal gebeuren, en als iets niet gebeurt hoe het zou zijn als het zou gebeuren. Allaah subhaanahu wa-ta3aala zegt:

 ﴿وَهُوَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ(البقرة: من الآية29)
“En Hij is Alwetend over alle zaken.” (Aayah: 2/29).

         De voorbeschikking in ‘a-Llawhu-l-mahfoudh’ het welbewaarde paneel. Deze voorbeschikking heeft Allaah subhaanahu wa-ta3aala vastgesteld naargelang Zijn kennis. Tevens zal deze voorbeschikking niet veranderd worden.

         De voorbeschikking in de baarmoeder. Deze wordt door de desbetreffende engel op het voorhoofd van het embryo geschreven, naargelang hetgeen in ‘a-Llawhu-l-mahfoudh’ staat.

         Het bewerkstelligen van de voorbeschikking. Elke voorbeschikking heeft zijn tijd en plaats waarin het door de desbetreffende engelen bewerkstelligd zal worden. Deze engelen krijgen elk jaar op Laylatu-l-Qadr kennis vanuit ‘a-Llawhu-l-mahfoudh’ betreffende de voorbeschikking van het komende jaar. Allaah subhaanahu wa-ta3aala zegt:

﴿حم (1) وَالْكِتَابِ الْمُبِينِ (2) إِنَّا أَنْزَلْنَاهُ فِي لَيْلَةٍ مُبَارَكَةٍ إِنَّا كُنَّا مُنْذِرِينَ (3) فِيهَا يُفْرَقُ كُلُّ أَمْرٍ حَكِيمٍ (4) أَمْرًا مِنْ عِنْدِنَا إِنَّا كُنَّا مُرْسِلِينَ (5)(الدخان: 1-5)-1-
Haa Miem. -2-
Bij het verduidelijkende Boek. -3- Voorzeker, Wij hebben hem in de gezegende nacht neergezonden. Voorzeker, Wij zijn Waarschuwers. -4- Daarin worden alle wijze zaken uiteengezet. -5- Als een bevel van Ons: voorzeker, Wij zonden.”(Aayah: 44/1-5).

Al-Qadar bestaat ook uit twee soorten, te weten:
         al-Qadar waarin de mens geen keuze heeft en ermee gedwongen wordt. Hieronder valt de gehele schepping van Allaah subhaanahu wa-ta3aala. Het feit dat iemand lang, kort, zwart of blank is, wie zijn ouders zijn, enz. Allaah subhaanahu wa-ta3aala  zegt hierover:

 ﴿وَرَبُّكَ يَخْلُقُ مَا يَشَاءُ وَيَخْتَارُ مَا كَانَ لَهُمُ الْخِيَرَةُ سُبْحَانَ اللَّهِ وَتَعَالَى عَمَّا يُشْرِكُونَ(االقصص:68)
“En jouw Heer schept wat Hij wil en Hij verkiest (wie Hij wil). Zij hebben geen keuze (daarin). Geprezen is Allaah en Verheven boven wat zij aan deelgenoten (aan Hem) toekennen.” (Aayah: 28/ 68).

         al-Qadar waarin aan de mens de keuze gesteld wordt, die ondergeschikt is aan de wil van Allaah subhaanahu wa-ta3aala, en waarover de mens beoordeeld wordt. Hieronder vallen de innerlijke en uiterlijke uitspraken en de daden van de mens.

 

“Vertel me dan wat al-Ihsaan is. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: Dat je Allaah aanbidt alsof je Hem ziet, en als je Hem niet kan zien, dat je weet dat Hij je ziet.

‘Al-Ihsaan’ betekent letterlijk in het Arabisch: perfectie, technisch (Islamitisch) betekent het de perfectionering van de aanbidding, en heeft twee niveaus, te weten:

         de meest volmaakte Ihsaan, wanneer de dienaar Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa aanbidt alsof hij Hem ziet;

         de minder volmaakte Ihsaan, wanneer de dienaar Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa aanbidt uit liefde en ontzag voor Hem subhaanahu wa-ta3aalaa, en vluchtend vanuit Zijn toorn naar Zijn Barmhartigheid.

 

Hij zei: Vertel me dan over het Uur.
‘Het Uur’ is een benaming van de Dag der Opstanding. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft deze benaming gegeven omdat deze dag een door Hem bepaald moment heeft waarop het zal plaatsvinden.

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: Degene die gevraagd wordt heeft daarover niet meer kennis dan degene die het vraagt.
De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam maakt hiermee duidelijk dat niemand onder de schepselen over de kennis beschikt van het moment waarop deze dag zal plaatsvinden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

  ﴿إِلَيْهِ يُرَدُّ عِلْمُ السَّاعَةِ(فصلت: 47).
“Tot Hem wordt de kennis over het Uur teruggebracht” (Aayah: 41/47).  

 

Hij zei: Vertel me dan over haar tekenen. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: Dat de slavin haar heer baart en dat je de blootvoeters en de blote behoeftigen en de schaapherders ziet racen voor hogere gebouwen.
De Laatste Dag heeft vele tekenen die de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam in verschillende uitspraken heeft geduid. Deze tekenen hebben twee niveaus, te weten grote en kleine tekenen. Enkele onder deze tekenen zijn:

         De komst van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam;

         De veelvuldige rampen op aarde;

         De veelvuldige moorden en oorlogen;

         Dat het vertrouwelijke wordt geschonden;

         Dat de verantwoordelijkheid aan de lagen onder de mensen en degenen die niet daarvoor bestemd zijn wordt gegeven;

         De komst van al-Mahdie;

         De komst van al-Masieh a-Ddadjaal;

         De neerdaling van 3iesaa 3alayhi-ssalaam;

         De komst van Ya’djoedj en Ma’djoedj;

         Het vergaan van de kennis van de Islaam, totdat de mensen slechts het woord ‘Allaah’ herinneren;

         De opkomst van de zon vanuit het westen;

         De dood van alle overgebleven moslims door een wind die hen treft;

         Het bombardement van de sterren en de planeten, en de verscheuring van de hemel.  

Vervolgens vertrok hij en bleef ik een tijd zitten. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamzei toen tegen mij: “O 3umar, weet jij wie de vragensteller is?” Ik zei: “Allaah en Zijn Boodschapper weten het beter.” De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Het was Djibriel,”
Volgens de versie van imaam aboe Daawoed heeft de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zijn metgezellen gevraagd om de man terug te roepen. Vervolgens gingen zij hem zoeken, maar vonden hem niet, waarop hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei dat het Djibriel 3alayhi-ssalaam was.

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft volgens de versie die imaam aboe Daawoed heeft overgeleverd, deze vraag drie dagen na deze gebeurtenis aan 3umar radiya-llaahu 3anhu gesteld.

“hij kwam jullie jullie godsdienst leren.”
De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam noemt deze vragen over al-Islaam, al-Iemaan en al-Ihsaan de godsdienst, omdat het de fundamenten zijn van de Islamitische godsdienst.

 

De te plukken vruchten:

  1. Het was een gewoonte van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam dat hij met zijn metgezellen zat en hen de Islaam onderrichtte. Dit duidt op de nobele, geweldige en nederige gedragsnormen van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam.
  2. De engelen kunnen zich vertonen in de gedaante van mensen, zoals Djibriel 3alayhi-ssalaam.
  3. De slimheid en oplettendheid van de metgezellen radiya-llaahu 3anhum.
  4. De houding van de leerling tegenover de leraar tijdens de onderrichting moet respect uitdragen, zoals de houding van Djibriel 3alayhi-ssalaam tegenover de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam.
  5. De vragensteller kan tegelijkertijd ook de onderrichter zijn van de aanwezigen, zoals Djibriel 3alayhi-ssalaam. Dit wijst op het feit dat het aanbevolen is om de aanwezigen ergens op te wijzen door het stellen van een vraag aan de leraar, waar de mensen belang bij hebben. Tevens getuigt dit gedrag van respect jegens de leraar.
  6. De vragensteller hoort over zaken te vragen die Islamitisch van belang zijn, en vragen die Islamitisch niet van belang zijn, voor zowel hem als de rest van de gemeenschap, niet te stellen.
  7. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft de getuigenis van het monotheïsme en de getuigenis dat hij de Boodschapper van Allaah is, in één zuil geplaatst. Dit duidt op het feit dat deze twee aspecten onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. Ook dienen deze twee aspecten als voorwaarde voor de acceptatie van de aanbidding.
  8. Uit deze hadieth blijken de zuilen van al-Islaam, al-Iemaan en al-Ihsaan.
  9. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam maakt in deze hadieth verschil tussen al-Islaam, al-Iemaan en al-Ihsaan. Overigens kunnen deze termen hetzelfde inhouden, als één van deze in één context wordt genoemd.

Deze hadieth laat de volmaakte wijze van onderrichting van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam aan zijn metgezellen blijken. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam stelt de metgezellen een vraag waarop hij weet dat ze geen antwoord hebben, en antwoordt vervolgens zelf op die vraag. Dit wegens het feit dat hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam hun concentratie en bewustwording wil vergroten. .


  1. Zie het boek: ‘Uitleg van de 200 vragen en antwoorden’, vragen 17 t/m 35. []
  2. Zie het boek: ‘Uitleg van de 200 vragen en antwoorden’, vragen 36 t/m 43. []
  3. Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. []
  4. Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. Deze hadieth is verhaald door aboe Hurayrah. []
  5. “De zaken nieuw zijn” betekent dat Allaah geen kennis heeft over de zaken die gebeuren, maar daar kennis van neemt nadat ze gebeurd zijn. []
  6. Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttirmidhie en imaam Ahmad en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. []