Hadieth 6: Sallaahu-l-qalb (de rechtschapenheid van het hart)

Categorie: 40 Nawawie

De zesde hadieth:
Sallaahu-l-qalb (de rechtschapenheid van het hart)
  عَنْ النُّعْمَانِ بْنِ بَشِيرٍ رضي الله عنهما قَالَ: سَمِعْتُهُ يَقُولُ سَمِعْتُ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ: إِنَّ الْحَلَالَ بَيِّنٌ وَإِنَّ الْحَرَامَ بَيِّنٌ وَبَيْنَهُمَا مُشْتَبِهَاتٌ لَا يَعْلَمُهُنَّ كَثِيرٌ مِنْ النَّاسِ فَمَنْ اتَّقَى الشُّبُهَاتِ اسْتَبْرَأَ لِدِينِهِ وَعِرْضِهِ وَمَنْ وَقَعَ فِي الشُّبُهَاتِ وَقَعَ فِي الْحَرَامِ كَالرَّاعِي يَرْعَى حَوْلَ الْحِمَى يُوشِكُ أَنْ يَرْتَعَ فِيهِ أَلَا وَإِنَّ لِكُلِّ مَلِكٍ حِمًى أَلَا وَإِنَّ حِمَى اللَّهِ مَحَارِمُهُ أَلَا وَإِنَّ فِي الْجَسَدِ مُضْغَةً إِذَا صَلَحَتْ صَلَحَ الْجَسَدُ كُلُّهُ وَإِذَا فَسَدَتْ فَسَدَ الْجَسَدُ كُلُّهُ أَلَا وَهِيَ الْقَلْبُ. رواه البخاري ومسلم.  

Transcriptie: 

3ani-Nnu3maani-bni Bashier radiya-llaahu 3anhumaa qaal: sami3tu rasoela-llaahi salla-llaahu 3alayhi wa-sallam yaqoel: “Inna-l-halaala bayyin wa-inna-laraama bayyin, wa-baynahumaa umoerun mushtabihaat, laa ya3lamuhunna kathierun mina-nnaas. Famani-ttaqa-shubuhaat istabra’a lidienihie wa-3irdih. Wa-man waqa3a fi-shubuhaat waqa3a fi-l-haraam. Ka-rraa3ie yar3aa hawla-l-himaa yoeshiku an yaqa3a fieh. Alaa wa-inna likulli malikin himaa. Alaa wa-inna hima-llaahi mahaarimuh. Alaa wa-inna fi-l-djasadi mudghah idhaa salahat salaha-l-djasadu kulluh, wa-idhaa fasadat fasada-l-djasadu kulluh, alaa wa-hiya-l-qalb.” Rawaahu-l-Bukhaarie wa-Muslim.

Vertaling:

 A-Nnu3maan ibn Bashier radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: “Ik heb de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam horen zeggen: “Voorzeker, al-halaal (het toegestane) is duidelijk, en al-haraam (het verbodene) is duidelijk, en daartussen zijn er twijfelachtige zaken, waarover velen onder de mensen geen weet hebben. Voorwaar, al wie zich van de twijfelachtigheden weert, hij heeft (zeker) zijn godsdienst en zijn eer veilig laten stellen. En al wie in de twijfelachtigheden valt, hij valt (zeker) in al-haraam. Als de gelijkenis van de herder die (aan de grens van) een territorium (zijn kudde) laat grazen, terwijl hij er bijna in treedt. Voorzeker, voor elke koning is er een territorium. Voorzeker, het territorium van Allaah is Zijn verboden. Voorzeker, in het lichaam bevindt zich een mudghah (vleesklomp). Als het rechtschapen is, wordt het gehele lichaam rechtschapen, en als het bedorven is wordt het gehele lichaam bedorven, voorzeker, het is het hart.”  

De beoordeling van de hadieth

Deze hadieth is o.a. overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim. Ook is deze hadieth door andere geleerden overgeleverd met andere versies die in de uitleg behandeld zullen worden.

Imaam ibn Hadjar al-3asqalaanie heeft gezegd: “De geleerden hebben deze hadieth verheerlijkt, en het is één van de vier ahaadieth waar de gehele Islamitische jurisprudentie om draait. Onder deze geleerden vallen imaam ibn al-3arabie en imaam al-Qurtubie.”1

 

Biografie van A-Nnu3maan ibn Bashier radiya-llaahu 3anhumaa2

A-Nnu3maan ibn Bashier radiya-llaahu 3anhumaa ibn Sa3d ibn Tha3labah al-Ansaarie3, is één van de metgezellen van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam. Hij is een nakomeling van banie Ka3b ibn al-Haarith ibn al-Khazradj4. Zijn moeder is 3amrah bint Rawaahah, de zus van 3abdu-llaah ibn Rawaahah. Hij is geboren in de maand rabie3 al-Aakhir5 , in jaar 2 al-Hidjrah. Hij heeft een aantal ahaadieth van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam overgeleverd. Hij was leider van al-Koefah6 onder Mu3aawiyah7, en daarna de leider van Hums ((“Hums” is een stad in a-Shaam, ten noorden van de geweldige hoofdstad des aarde Damascus.)). In de tijd van al-Yazied8 bleef hij de leider van Hums, tot aan de dood van al-Yazied. Daarna werd hij één van de aanhangers van 3abdu-llaah ibn a-Zzubayr9. Vervolgens werd hij daardoor vermoord in het jaar 64 Hidjrah.

Het was een gulle metgezel en een dichter radiya-llaahu 3anhumaa.

 

Uitleg:

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam benadrukt dat de zaken van de Islaam uit drie categorieën bestaan, te weten: al-halaal, al-haraam en twijfelachtigheden.  

Voorzeker, al-halaal (het toegestane) is duidelijk”

de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam benadrukt dat er binnen de Islaam zaken zijn die overduidelijk halaal10 zijn, en waar elke moslim weet van hoort te hebben. Hieronder valt de gehele goedheid, zoals het eten van goed en gezond voedsel, etc. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

   ﴿الْيَوْمَ أُحِلَّ لَكُمُ الطَّيِّبَاتُ وَطَعَامُ الَّذِينَ أُوتُوا الْكِتَابَ حِلٌّ لَكُمْ(المائدة: 5)
“Op deze dag is al het goede voor jullie toegestaan gemaakt, en het voedsel van de lieden van de Schrift is jullie toegestaan.” (Vers: 5/5).

Deze zaken zijn niet slechts bekend bij een aantal mensen, maar bij alle moslims. De duidelijkheid hiervan komt voort uit het feit dat deze zaken tot de noodzakelijke kennis behoren, die elke moslim hoort te weten.

en al-haraam (het verbodene) is duidelijk

de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam benadrukt ook dat er in de Islaam zaken zijn die overduidelijk haraam11  zijn, waar elke moslim weet van hoort te hebben. Hieronder vallen de gehele slechtheid en onrechtvaardigheid die Allaah subhaanahu wa-ta3aala verboden heeft, zoals het drinken van bedwelmende drank, ontucht, kadavervlees, etc. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 ﴿يَأْمُرُهُمْ بِالْمَعْرُوفِ وَيَنْهَاهُمْ عَنِ الْمُنْكَرِ وَيُحِلُّ لَهُمُ الطَّيِّبَاتِ وَيُحَرِّمُ عَلَيْهِمُ الْخَبَائِثَ(الأعراف: 157)
“Hij beveelt hun het behoorlijke en hij verbiedt hun het verwerpelijke, en hij staat hun het goede toe en hij verbied hun het slechte.” (Vers: 7/157).

De duidelijkheid hiervan komt ook voort uit het feit dat dit tot de noodzakelijke kennis behoort, die elke moslim hoort te weten.

 

en daartussen zijn er twijfelachtige zaken

tussen de duidelijke halaal en de duidelijke haraam zijn er zaken die twijfelachtig zijn, en waarvan het niet duidelijk is of ze halaal of haraam zijn.

Imaam ibn Daqieq al-3ied heeft gezegd: “De geleerden hebben de twijfelachtigheden in drie categorieën gedeeld, te weten:

1.      Hetgeen waarvan men weet dat het haraam is, en vervolgens eraan twijfelt of het halaal is geworden of niet. Een voorbeeld hiervan is de hadieth van 3adie ibn Haatim radiya-llaahu 3anhu waarin hij tegen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “O Boodschapper van Allaah, voorzeker, ik stuur mijn (jacht)hond en verricht de tasmiyah over hem, vervolgens vind ik hem met een andere hond aan de prooi?” Hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Eet niet, voorzeker je hebt slechts over jouw hond de tasmiyah verricht, maar je hebt niet over een andere de tasmiyah verricht.”12

In deze hadieth heeft de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam hem die prooi verboden, wegens het feit dat hij geen zekerheid had of er over de andere hond de tasmiyah door iemand anders verricht is of niet.

2.      Als een zaak halaal is en vervolgens men twijfelt of het haraam is geworden of niet, zoals het voorbeeld van een gehuwde man die ineens twijfelt of hij jegens zijn vrouw de scheiding heeft geuit of niet, of wanneer iemand een geldige wudoe’ heeft, en ineens twijfelt of hij zijn wudoe’ verbroken heeft of niet. Het oordeel hierover is dat de zaak gebaseerd moet worden op de oorspronkelijke zekere situatie. Een voorbeeld hiervan is de hadieth van aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu, waarin hij heeft verhaald dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallamgezegd heeft: “Voorwaar, als iemand onder jullie iets in zijn buik ondervindt wat hem laat twijfelen, of er iets uit hem getreden is of niet, voorwaar, laat hem niet uit de moskee treden totdat hij een geluid hoort of een geur ruikt.”13

3.      Dat men in een zaak twijfelt, en niet weet of het haraam of halaal is. Het beste in een dergelijke situatie is dat men van deze zaak afstand neemt, zoals de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gehandeld in de hadieth die Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu verhaald heeft, waarin de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam een dadel in zijn huis gevonden heeft, en vervolgens zei: “Als ik niet vreesde dat het een aalmoes zou zijn, zou ik het gegeten hebben.”14” ((Einde van het citaat van imaam ibn Daqieq al-3ied, in samenvatting.))

 

waarover velen onder de mensen geen weet hebben.

De twijfelachtigheden zijn zaken waarover velen onder de mensen niet weten of ze halaal of haraam zijn, zoals dat wordt verduidelijkt in een andere versie, die imaam a-Ttirmidhie heeft overgeleverd: “…en daartussen zijn er twijfelachtige zaken, waarvan niet veel onder de mensen weten of het onder de halaal zaken of de haraam zaken valt.”15

Deze uitspraak van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam bewijst dat er mensen (geleerden) zijn die wel kennis hebben van de twijfelachtigheden, die bij anderen voorkomen. De twijfelachtigheden kunnen bij zowel algemene mensen, als bij geleerden voorkomen, wegens gebrek aan kennis, ten aanzien van de desbetreffende zaak. Onder de twijfelachtigheden vallen ook zaken waarover de geleerden geschil hebben, en waarbij voor anderen geen duidelijke bewijzen zijn, welke mening de juiste is.

Deze uitspraak bewijst ook dat deze twijfelachtigheden zekerheden worden, wanneer deze behandeld worden door een geleerde die over het desbetreffende onderwerp kennis heeft. Allaah Subhaanahu Wa-Ta3aalaa zegt:

   ﴿وَلَوْ رَدُّوهُ إِلَى الرَّسُولِ وَإِلَى أُولِي الْأَمْرِ مِنْهُمْ لَعَلِمَهُ الَّذِينَ يَسْتَنْبِطُونَهُ مِنْهُمْ(النساء: 83)
“En indien zij het aan de Boodschapper voorgelegd hadden, en aan degenen onder hen die met gezag bekleed zijn, dan zouden degenen onder hen die onderzoeksbekwaam zijn er kennis van kunnen nemen.” (Vers: 4/83).

Ook vallen onder de twijfelachtigheden de zaken die makroeh16 zijn verklaard.

 

Voorwaar, al wie zich van de twijfelachtigheden weert, hij heeft (zeker) zijn godsdienst en zijn eer veilig laten stellen.

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam bedoelt hiermee dat degene die afstand neemt van zaken die twijfelachtig zijn en waarover hij geen duidelijke kennis heeft, zijn godsdienst veiliggesteld heeft, om niet in een zonde te vallen, en zijn eer, om niet verdacht te worden door anderen. De zonden zijn tussen hem en Allaah, en de eer is tussen hem en de mensen. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt ter uitleg in een andere versie:

((فَمَنْ تَرَكَ مَا شُبِّهَ عَلَيْهِ مِنْ الْإِثْمِ كَانَ لِمَا اسْتَبَانَ أَتْرَكَ)) هذا اللفظ للبخاري والنسائي.

“Voorwaar, al wie hetgeen verlaat wat voor hem op een zonde lijkt, hij zal voor hetgeen wat duidelijk is afstandelijker wezen.”17

Hiermee maakt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam duidelijk, dat degene die zich verre houdt van de zaken waarover hij geen weet heeft, hij zich veiliggesteld heeft om in een zonde te vallen, zou dat een zonde zijn geweest; diegene zal ook makkelijker afstand kunnen houden van de zonde.

 

En al wie in de twijfelachtigheden valt, hij valt (zeker) in al-haraam.

Hieronder vallen twee betekenissen, te weten:

         Degene die geen taqwaa jegens Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft, en zich aan de twijfelachtigheden waagt, zal daardoor naar het verbodene geleid worden. De veronachtzaming van de twijfelachtigheden leidt ertoe dat diegene zich waagt aan het verbodene. Sommige geleerden zeggen: “De kleine zonden leiden tot de grote zonden, en de grote zonden leiden tot ongeloof.”

         Degene die veelvuldig in de twijfelachtigheden valt, zijn hart zal duister zijn, en het licht der kennis zal vergaan, en hij zal in het verbodene belanden terwijl hij daar niet bewust van is. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt in een andere versie:

((وَمَنْ اجْتَرَأَ عَلَى مَا يَشُكُّ فِيهِ مِنْ الْإِثْمِ أَوْشَكَ أَنْ يُوَاقِعَ مَا اسْتَبَانَ))هذا اللفظ للبخاري والنسائي.

“En al wie zich waagt aan hetgeen waarover hij twijfelt of het een zonde is, hij zal bijna in de duidelijke (zonde) vallen.”

Als de gelijkenis van de herder die (aan de grens van) een territorium (zijn kudde) laat grazen, terwijl hij er bijna in treedt.

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt in een andere versie: “Laat ik jullie een voorbeeld geven.” Met dit voorbeeld wil de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam de betekenis van zijn uitspraak dichterbij het begrip van de mensen brengen. Dit is een leermethode die hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam veel aanhaalde, en dat ook één van de Qur’aanmethodes is.

Hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallamgeeft het voorbeeld van een herder die aan de grens van een territorium zijn kudde laat grazen waardoor hij het risico neemt dat zijn kudde in het territorium gaat grazen. Als hij dat ver van de grens zou doen, dan zou hij dat risico niet lopen, en zouden hij en zijn kudde een ander in zijn territorium geen onrecht aandoen. Dat is de vergelijking met degene die zaken verricht die aan de grens van het verbodene zijn, zoals de twijfelachtigheden, en daarmee het risico neemt om in verboden zaken te belanden.

Sommige geleerden zeggen: “De makroeh zaken zijn als een drempel tussen de dienaar en al-haraam. Voorwaar, al wie veelvuldig de makroeh verricht, wordt geleid tot al-haraam. En al-halaal is een drempel tussen hem en de makroeh, voorwaar, al wie veelvuldig de halaal verricht, wordt geleid tot de makroeh.” Deze uitspraak wordt gesteund door de hadieth die ook a-Nnu3maan ibn Bashier overgeleverd heeft, waarin de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt: “Laat tussen jullie en al-haraam een scheiding van al-halaal zijn.”18

Ook zegt imaam Ahmad: “Ik hoorde Sufyaan ibn 3uyaynah zeggen: “De dienaar treft de ware Iemaan niet, totdat hij tussen zichzelf en al-haraam een scheiding van al-halaal maakt, en totdat hij de (kleine) zonde verlaat en hetgeen wat er op lijkt.”19

 

Voorzeker, voor elke koning is er een territorium.

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam geeft aan dat elke machtige heerser een beschermd domein heeft, waar anderen niet in mogen treden. Rondom dit domein is er een grens getrokken. Wanneer men te dicht bij de grens gaat staan, loopt men het risico de grenzen van dat beschermde domein te overtreden. Vandaar dat men uit respect voor de bezitter van dat domein, en uit angst hem niet te doen toornen, niet dicht bij de grenzen van dat domein moet komen.

 

Voorzeker, het territorium van Allaah is Zijn verboden.

In een andere versie van deze hadieth zegt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: “Voorzeker, het territorium van Allaah op Zijn aarde is Zijn verboden.”20Hiermee maakt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam duidelijk dat het beschermde domein van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, de zaken zijn die Hij verboden heeft verklaard. Zo is de grens van deze verboden zaken, de twijfelachtige zaken. Vandaar dat men zich verre hoort te houden van deze twijfelachtigheden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

  ﴿تِلْكَ حُدُودُ اللَّهِ فَلَا تَقْرَبُوهَا كَذَلِكَ يُبَيِّنُ اللَّهُ آَيَاتِهِ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَّقُونَ(البقرة: 187)
“Dat zijn de grenzen van Allaah, voorwaar, nadert deze niet.” (Aayah: 2/187).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa maakt in deze Aayah duidelijk dat Hij voor Zijn dienaren grenzen van al-halaal en al-haraam heeft getrokken. Zo horen zij niet al-haraam te naderen, en al-halaal te overschrijden. Vandaar dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa in de volgende Aayah zegt:

  ﴿تِلْكَ حُدُودُ اللَّهِ فَلَا تَعْتَدُوهَا وَمَنْ يَتَعَدَّ حُدُودَ اللَّهِ فَأُولَئِكَ هُمُ الظَّالِمُونَ(البقرة: 229)
“dat zijn de grenzen van Allaah, voorwaar, overtreedt die niet. En al wie de grenzen van Allaah overtreedt, voorwaar, zij zijn de onrechtplegers.” (Aayah: 2/229).

Voorzeker, in het lichaam bevindt zich een mudghah (vleesklomp). Als het rechtschapen is, wordt het gehele lichaam rechtschapen, en als het bedorven is wordt het gehele lichaam bedorven. Voorzeker, het is het hart.

Dit bewijst dat de rechtschapenheid van de ledematen van de dienaar, zijn distantie van de verboden en zijn wering van de twijfelachtigheden, naargelang de rechtschapenheid van het hart is.

Degene die een gezond hart bezit, waarin zich de liefde voor Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa bevindt en de liefde voor hetgeen Hij lief heeft, en de ontzag voor Hem, en de angst om in hetgeen Hij haat te vallen, zijn ledematen zullen dan rechtschapen zijn. Daaruit vloeit voort dat diegene zich onthoudt van de verboden en zich distantieert van de twijfelachtigheden om niet in de verboden te vallen. Maar als het hart bedorven is en de begeerte de overhand heeft, al is het in strijd met hetgeen wat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa voorschrijft, zullen de rest van de ledematen bederven, en zal men in de verboden vallen naargelang het verlangen van de begeerte. Dat is de link tussen het eerste en het tweede gedeelte van de hadieth. Vandaar dat er gezegd wordt: “Het hart is de koning van de ledematen.”

Slechts het gezonde hart zal zijn eigenaar profijt geven. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

  ﴿يَوْمَ لَا يَنْفَعُ مَالٌ وَلَا بَنُونَ(88)إِلَّا مَنْ أَتَى اللَّهَ بِقَلْبٍ سَلِيمٍ(89)(الشعراء: 88-89) -88-
“Op de dag waarop rijkdom en zonen niet zullen baten. -89- Slechts hij (zal gebaat zijn), die naar Allaah komt met een gezond hart.”
(Aayah: 26/88-89)

   عن أنس رضي الله عنه قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم:21  رواه أحمد وابن أبي الدنيا. Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Het Geloof van een dienaar zal niet rechtlijnig zijn totdat zijn hart rechtlijnig wordt, en zijn hart wordt niet rechtlijnig totdat zijn tong rechtlijnig wordt.”22

 

De te plukken vruchten:

  1. Er bevinden zich duidelijke halaal zaken en duidelijke haraam zaken in de Islamitische jurisprudentie, en daartussen bevinden zich twijfelachtigheden waarover een aantal mensen weet hebben.
  2. Wanneer een persoon een twijfelachtigheid treft, moet hij het ontwijken, totdat hij daarover de duidelijke kennis heeft behaald.
  3. Wanneer iemand veelvuldig twijfelachtige zaken verricht, wordt het voor hem makkelijker om in de verboden te vallen.
  4. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam drijft de mensen om afstand te houden van de twijfelachtige zaken en waarschuwt ze om daarin te vallen.
  5. De bestraffing van iemand die veelvuldig in de twijfelachtige zaken valt, is dat hij de verboden zal veronachtzamen.
  6. De rechtschapenheid van een mens begint in het hart. Wanneer iemand bij zichzelf of bij de ander verbetering wil aanbrengen, hoort men eerst met het hart te communiceren en dat te vermanen.
  7. De bedorvenheid van de uiterlijke daden duidt op de bedorvenheid van het hart, en vice versa.
  8. Eén van de kenmerken van een zwak hart is, dat men bezwijkt voor de twijfelachtigheden.
  9. Eén van de vertakkingen van al-Iemaan en kenmerken van de vervolmaking ervan is, de distantie van de twijfelachtigheden.
  10. Deze hadieth bewijst dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam een geweldige leraar is, die de zaken goed en volledig op een goddelijke Qur’aanische methode uit kan leggen.

  1. Zie het boek: “Fath al-Baarie” van imaam ibn Hadjar. []
  2. Zijn vader was ook een metgezel. Zo waren zijn oom en zijn moeder ook metgezellen. []
  3. “Al-Ansaarie” is de benaming van de inwoners van al-Madienah. Het komt van al-ansaar. Zo werden de inwoners van al-Madienah na de emigratie van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam genoemd wegens hun hulp bij zijn emigratie salla-llaahu 3alayhi wa-sallam. []
  4. “Al-Khazradj” is de naam van een stam die een helft van de inwoners van al-Madienah vormt. De andere helft was de stam “al-Aws”, zij hadden meer dan veertig jaar lang een oorlog met elkaar, maar na de komst van de Islaam werden zij broeders en huldigden zij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam in. []
  5. “Rabie3 al-Aakhir” is de 4de maand van de Islamitische jaartelling. []
  6. “Al-Koefah” is een Irakese stad nabij al-Basrah. []
  7. “Mu3aawiyah radiya-llaahu 3anhu” is een metgezel van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamdie de macht heeft genomen in de tijd van 3alie radiya-llaahu 3anhu. Hij was één van de leiders van de gelovigen in zijn tijd. []
  8. “Al-Yazied” is de zoon en troonopvolger van Mu3aawiyah radiya-llaahu 3anhu. []
  9. “3abdu-llaah ibn a-Zzubayr radiya-llaahu 3anhu” is een metgezel. Hij was in de tijd van Mu3aawiyah, al-Yazied en Marwaan ibn al-Hakam door vele moslims in een aantal steden, waaronder Mekkah en al-Medienah, ook ingehuldigd als khaliefah. []
  10. “Al-halaal” is: hetgeen waarover Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa en Zijn Boodschapper salla-llaahu 3alayhi wa-sallam geen uitspraak hebben gedaan, en of duidelijk hebben toegelaten. Wanneer men het verricht en of verlaat, begaat men geen zonde, en wordt niet beloond, tenzij men bij het verrichten ervan zijn intentie naar Allaah richt. []
  11. “Al-haraam” is hetgeen Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa en Zijn Boodschapper salla-llaahu 3alayhi wa-sallambevolen hebben te verlaten en/of verboden hebben. Door het verrichten van al-haraam, begaat men een zonde en loopt men het risico te worden bestraft. En door het verlaten ervan omwille van Allaah wordt men ervoor beloond. []
  12. Deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim. []
  13. Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim. []
  14. Deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim. []
  15. Sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. []
  16. “Makroeh” is hetgeen Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa en Zijn Boodschapper salla-llaahu 3alayhi wa-sallamhebben afgekeurd. Door het verrichten van al-Makroeh begaat men geen zonde. En door het verlaten ervan, omwille van Allaah, wordt men beloond. []
  17. Deze versie is door imaam al-Bukhaarie en imaam a-Nnasaa’ie overgeleverd. []
  18. Deze hadieth is overgeleverd door imaam ibn Hibbaan en imaam a-Ttabarie en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. []
  19. Overgeleverd door imaam aboe Na3iem in zijn boek: “Hulyatu-l-awliyaa”. []
  20. Dit is een uitspraak die door imaam al-Bukhaarie is overgeleverd. []
  21. لا يستقيم إيمان عبد حتى يستقيم قلبه ولا يستقيم قلبه حتى يستقيم لسانه. []
  22. Hasan, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad en imaam ibn aboe a-Ddunyaa, en is hasan verklaard door imaam al-Albaanie. []