Het achtste vraagstuk: de deelname van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam aan Al-Fudoel verdragsorganisatie.

Het achtste vraagstuk: de deelname van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam aan Al-Fudoel verdragsorganisatie.

3abdu-Rrahmaan ibn 3awf heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Ik heb a-Ttayyibien1 verdragsorganisatie met mijn ooms bijgewoond terwijl ik een kind was. Voorwaar, ik houd er niet van dat mij het rode vee2 wordt gegeven, en ik het vervolgens verwerp.”3

 

Al-Fudoel verdragsorganisatie is, zoals Muhammed ibn Ishaaq heeft gezegd: “En de stammen van Quraysh riepen elkaar op tot een verdragsorganisatie, voorwaar, zij kwamen daarvoor bijeen in het huis van 3abdu-llaah ibn Djad3aan, wegens zijn waardigheid en zijn (oudere) leeftijd.

 

In hun verdragorganisatie waren banoe Hishaam, banoe 3abdu-l-Muttalib, banoe Asad ibn 3abdi-l-3uzzaa, Zuhrah ibn Kilaab en Taym ibn Murrah.

 

Voorwaar, zij gingen met elkaar het verbond en de belofte aan, dat wanneer zij iemand van haar inwoners of andere mensen die haar binnentreden, treffen die onrecht is aangedaan, zij hem helpen en hem steunen tegen degene die hem onrecht heeft aangedaan, totdat zij zijn recht naar hem terug doen keren.

 

Voorwaar, Quraysh noemde dat al-Fudoel verdragsorganisatie.”


  1. “A-Ttayyibien”: betekent: de vromen. []
  2. “Het rode vee” is een Arabische uitdrukking. Letterlijk betekent het: het beste vee. En viguurlijk betekent het: de beste of hoogwaardige bezitting. []
  3. Deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad, imaam aboe Ya3laa, imaam al-Bukhaarie in zijn boek: ‘al-Adab al-mufrad’, imaam ibn Hibbaan, imaam al-Bayhaqie, imaam a-Ttabarie, imaam al-Bazzaar. []