Het zevende vraagstuk: het verhaal van de monnik Buhayrah.

Het zevende vraagstuk: het verhaal van de monnik Buhayrah.

 Aboe Moesaa al-‘Ash3arie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Aboe Taalib vertrok naar a-Shaam, de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam vergezelde hem samen met een aantal ouderen onder Quraysh. Voorwaar, toen zij (op een hoge plek) bij de monnik arriveerden, laadden zij hun bagage af. Vervolgens trad de monnik naar buiten naar hen toe, terwijl zij hiervoor reisden en hij niet naar hen toe naar buiten trad en zich niet tot hen wendde.

Terwijl zij hun bagage aflaadden, ging hij tussen hen lopen, totdat hij (bij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam) arriveerde. Voorwaar, hij nam de hand van de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam, en zei: “Dit is de meester der werelden, dit is de Boodschapper van de Heer der werelden, die Allaah als barmhartigheid voor de werelden zal sturen.” Vervolgens zeiden ouderen onder Quraysh tegen hem: “Hoe weet je dat?” Hij zei: “Voorzeker, toen jullie op de heuvel aankwamen, was er geen boom of steen, of hij wierp zich knielend neer. En voorwaar, zij werpen zich slechts voor een profeet neer. En voorzeker, ik herken hem middels de zegel der profeetschap die zich bevindt onder het sleutelbeen van zijn schouder, als een appel.”

Vervolgens keerde hij terug en bereidde voor hen eten, voorwaar, toen hij het hen bracht, was hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam de kamelen aan het hoeden. Hij (de monnik) zei: “Stuurt naar hem.(( “Stuurt naar hem”, hiermee wordt bedoeld: “Stuurt naar hem mensen om hem te halen.”))” Voorwaar, hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam kwam terwijl een wolk hem beschaduwde. Voorwaar, toen hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam tot de mensen naderde, zag hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam dat zij hem voor gingen naar de schaduw van de boom, voorwaar, toen hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam ging zitten, boog de schaduw van de boom over hem salla-llaahu 3alayhi wa-sallam. Vervolgens zei de monnik: “Aanschouwt de schaduw van de boom, het boog over hem.”

Terwijl hij met hen stond en hen smeekte dat zij niet met hem naar de Romeinen moeten gaan, omdat wanneer de Romeinen hem met zijn kenmerken herkennen, hem zullen vermoorden, wendde hij zijn gezicht en kwamen er zeven Romeinen op hen af, waarop hij hen verwelkomde, en zei: “Wat heeft jullie gebracht?” Zij zeiden: “Het (bericht) heeft ons bereikt dat de Profeet in deze maand naar buiten treedt, voorwaar, er is geen pad overgebleven, of er zijn mensen naar gestuurd, en voorzeker, omdat ons over hem bericht is, zijn wij naar jou pad gestuurd. Vervolgens zei hij: “Komt er na jullie nog iemand die beter dan jullie is?” Zij zeiden: “Voorzeker, wij zijn slechts als goeden voor jou en voor deze weg verkozen.” Hij zei: “Denken jullie dat wanneer Allaah een zaak wil bepalen, dat iemand onder de mensen dat tegen kan houden?” Zij zeiden: “Neen.” Voorwaar, zij huldigden hem in, en verbleven met hem. De monnik zei: “Ik smeek jullie bij Allaah, wie komt het meest nabij?” Zij zeiden: “Aboe Taalib.” Voorwaar, hij bleef hem smeken, totdat aboe Taalib hem liet terugkeren, en hij stuurde met hem [aboe Bakr en Bilaal], waarop de monnik hem koek en olie meegaf.”1


  1. Deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Shaybah, imaam al-Maawardie, imaam aboe Na3iem, imaam a-Ttabarie, imaam al-Bayhaqie en imaam al-Haakim en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. Slechts hetgeen tussen rechte haken staat is een fout, zoals imaam ibn al-Qayyim en imaam ibn Hadjar al-3asqalaanie hebben gezegd. []