Het eerste vraagstuk: de aanvang van al-wahy

Het eerste vraagstuk: de aanvang van al-wahy

 

Op veertigjarige leeftijd werd er naar onze Profeet Muhammed salla-llaahu 3alayhi wa-sallam geopenbaard. De openbaring daalde over hem neer in de grot Hiraa’, met de eeuwige hemelse boodschap.

3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: “Er is over de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam neergezonden terwijl hij veertig was. En hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam was dertien jaar in Mekkah, en tien in al-Medienah. Voorwaar, hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam stierf op zijn drieënzestigste.”1

3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam tegen Khadiedjah radiya-llaahu 3anhaa heeft gezegd: “Voorzeker, ik zie een licht en ik hoor een geluid, en voorzeker, ik vrees dat zich in mij gekte bevindt.” Zij zei: “Allaah zou dat niet met je doen, o zoon van 3abdu-llaah.” Vervolgens ging zij naar Waraqah ibn Nawfal en vertelde hem dat. Vervolgens zei hij: “Als hij de waarheid spreekt, voorwaar, dan is deze a-nnaamoes2 gelijk aan die van Moesaa. Voorwaar, als hij gestuurd wordt terwijl ik leef, dan zal ik voor hem berispen, hem steunen en in hem geloven.”3

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “Het eerste waarmee de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam is begonnen aan openbaring is de ware droom in zijn slaap. Elke droom die hij zag, kwam tot hem als de splijting van de ochtendschemering4, vervolgens werd voor hem eenzaamheid5 geliefd gemaakt, en zonderde hij zich af in de grot Hiraa’, waarin hij in een aantal nachten aanbiddingen verrichtte (waarmee hij zich van de zonden weerde) voordat hij naar zijn gezin terug ging, en hij bevoorraadde zich (middels voedsel) daarvoor. Vervolgens ging hij terug naar Khadiedjah en bevoorraadde zich voor hetzelfde, totdat de waarheid tot hem kwam terwijl hij in de grot Hiraa’ was.”

 

Voorwaar, de engel kwam tot hem en zei: “Lees.” Hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Ik ben geen lezer.” Hij zei: “Vervolgens nam hij mij, en perste hij mij omhelzend totdat het zwaar voor me werd. Vervolgens liet hij mij los, en zei: “Lees.” Ik zei: “Ik ben geen lezer.” Vervolgens nam hij mij, en perste hij mij omhelzend voor de tweede maal, totdat het zwaar voor me werd. Vervolgens liet hij mij los, en zei: “Lees.” Ik zei: “Ik ben geen lezer.” Vervolgens nam hij mij, en perste hij mij omhelzend voor de derde maal. Vervolgens liet hij mij los, en zei:

﴿اقْرَأْ بِاسْمِ رَبِّكَ الَّذِي خَلَقَ (1) خَلَقَ الْإِنْسَانَ مِنْ عَلَقٍ (2) اقْرَأْ وَرَبُّكَ الْأَكْرَمُ (3)(العلق: 1-3)

-1- Lees! in de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen.  -2- Hij heeft de mens geschapen van een 3alaq6. -3- Lees! En jouw Heer is de Meest Edele.” (Aayah: 96/1-3).

 

Vervolgens keerde de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam daarmee terug, terwijl zijn hart beefde, en trad bij Khadiedjah bint Khuwaylid radiya-llaahu 3anhaa binnen, en zei: “Omhult7 mij, omhult mij”, en zei omhulde hem totdat de vrees bij hem verdween. Vervolgens zei hij tegen Khadiedjah nadat hij haar het verhaal vertelde: “Ik vreesde voor mezelf.”

 

Vervolgens zei Khadiedjah radiya-llaahu 3anhaa: “Welnee, bij Allaah, Allaah zou jou nimmer bedriegen. Voorzeker, je verbindt de familiebanden en draagt het zware8 en verschaft de bezitloze9 en helpt bij goede gebeurtenissen.” Vervolgens vertrok Khadiedjah met hem totdat zij hem bracht bij Waraqah ibn Nawfal ibn Asad ibn 3abdu-l-3uzzaa, de zoon van de oom10 van Khadiedjah. Het was iemand die in Djaahiliyyah(tijd) een christen is geworden, en het Arabische schrift schreef, en al-Indjiel in het Arabisch schreef voor zover Allaah Subhaanahu Wa-Ta3aalaa het wilde. En hij was een oude man die blind werd. Khadiedjah radiya-llaahu 3anhaa zei tegen hem: “O zoon van mijn oom, luister naar de zoon van jou broeder.” Vervolgens zei Waraqah tegen hem: “O zoon van mijn broeder, wat zie je?” Vervolgens berichtte de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam hem over hetgeen hij zag. Vervolgens zei Waraqah tegen hem: “Dit is a-nnaamoes die Allaah neer zond naar Moesaa. Was ik maar nog in leven wanneer jou volk jou zal verdrijven.” Vervolgens zei de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: “Zullen zij mij uitdrijven?” Hij zei: “Ja, er is nimmer een man gekomen met het gelijke waarmee jij gekomen bent, of hij wordt als vijand genomen. En als jou dag mij treft, dan zal ik je geweldige steun betuigen.” Vervolgens is kort daarna Waraqah gestorven, en bedaarde al-wahy11.”


  1. Deze hadieth is o.a. overgeleverd door imaam al-Bukhaarie, imaam Muslim en imaam Ahmad. []
  2. ‘A-Nnaamoes’ is de benaming van degene die met de openbaring neergezonden wordt, en dat is Djibriel 3alayhi-ssalaam. []
  3. Deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad en imaam a-Ttabaraanie. []
  4. Hiermee wordt bedoeld: het licht van de ochtend. Dit wordt gebruikt als synoniem voor iets dat overduidelijk is. []
  5. Hiermee wordt bedoeld dat hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam alleen in een ruimte was en zich slechts bezighield met de aanbidding van Allaah Subhaanahu Wa-Ta3aalaa. []
  6. ‘3alaq’ betekent letterlijk in het Arabisch ‘een larve’; hiermee bedoelt Allaah Subhaanahu Wa-Ta3aalaa een bloedklonter. Dat is de tweede fase waarin het embryo zich bevindt tijdens zijn vorming. []
  7. Hiermee bedoelt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: omhult mij in een mantel of kleding. []
  8. “Je draagt het zware” hiermee bedoelt Khadiedjah dat hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam de behoeftige, de wees en de zwakke voorziet. []
  9. “Je verschaft de bezitloze” deze zin wordt ook op een andere manier vertaald, namelijk: “Je verschaft het onverkrijgbare.” Beide betekenissen kloppen. []
  10. De oom van haar vaders kant. []
  11. Hiermee wordt bedoeld dat al-wahy voor een periode opgehouden was. []