Het vijfde vraagstuk: 3utbah biedt aan de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam (hoge) functies, geld en vrouwen aan

Het vijfde vraagstuk: 3utbah biedt aan de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam (hoge) functies, geld en vrouwen aan

Djaabir ibn 3abdu-llaah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Op een dag kwam Quraysh bijeen wegens de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam, en zei: “Ziet wie onder jullie de meeste kennis heeft van tovenarij en waarzeggerij en laat hem naar deze man gaan, die onze groep en onze zaak uiteen heeft gedreven, en onze godsdienst heeft veroordeeld, en laat hem met hem praten, en zien wat hij hem antwoordt.” (Vervolgens) zeiden zij: “Wij weten niemand behalve 3utbah ibn Rabie3ah”, waarna zij (tegen hem) zeiden: “Jij wordt het, o aboe-l-Walied.”

 

Vervolgens kwam hij tot hem, en zei: “O Muhammed, ben jij beter of 3abdu-llaah?” waarop de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zweeg. Vervolgens zei hij: “Ben jij beter of 3abdu-l-Muttalib?” waarop de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam (nogmaals) zweeg. Vervolgens zei hij: “Voorwaar, als jij beweert dat deze (mensen) beter dan jou zijn, voorzeker, zij hebben de goden aanbeden die jij heb veroordeeld, en als jij beweert dat jij beter dan hen bent, voorwaar, praat dan, zodat wij jou uitspraak horen. Bij Allaah, wij hebben geen geliefkoosd kind gezien dat een slechter omen voor zijn volk is, dan jij. Je hebt onze groep en onze zaak uiteengedreven, onze godsdienst veroordeeld, en ons onder de Arabieren verschut, totdat zich onder hen verspreidde dat zich in Quraysh een tovenaar bevindt, en dat zich in Quraysh een waarzegger bevindt. Er hoeft slechts het gelijke van een schreeuw van een zwangere vrouw te zijn, waarop wij voor elkaar opstaan met de zwaarden om elkaar te doden.

 

O man, als het slechts is dat jij behoeftig bent, dan verzamelen wij voor jou van ons bezit, zodat jij de rijkste man onder Quraysh wordt, en als jij wilt huwen, voorwaar, kies vrouwen onder Quraysh en we huwen jou tien.”

 

Vervolgens zei de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: “Ben je klaar?” Hij zei: “Ja.” Vervolgens zei de Boodschapper van Allaah:

 

﴿حم (1) تَنْزِيلٌ مِنَ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ (2) كِتَابٌ فُصِّلَتْ آَيَاتُهُ قُرْآَنًا عَرَبِيًّا لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ (3) بَشِيرًا وَنَذِيرًا فَأَعْرَضَ أَكْثَرُهُمْ فَهُمْ لَا يَسْمَعُونَ (4) وَقَالُوا قُلُوبُنَا فِي أَكِنَّةٍ مِمَّا تَدْعُونَا إِلَيْهِ وَفِي آَذَانِنَا وَقْرٌ وَمِنْ بَيْنِنَا وَبَيْنِكَ حِجَابٌ فَاعْمَلْ إِنَّنَا عَامِلُونَ (5) قُلْ إِنَّمَا أَنَا بَشَرٌ مِثْلُكُمْ يُوحَى إِلَيَّ أَنَّمَا إِلَهُكُمْ إِلَهٌ وَاحِدٌ فَاسْتَقِيمُوا إِلَيْهِ وَاسْتَغْفِرُوهُ وَوَيْلٌ لِلْمُشْرِكِينَ (6) الَّذِينَ لَا يُؤْتُونَ الزَّكَاةَ وَهُمْ بِالْآَخِرَةِ هُمْ كَافِرُونَ (7) إِنَّ الَّذِينَ آَمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ لَهُمْ أَجْرٌ غَيْرُ مَمْنُونٍ (8) قُلْ أَئِنَّكُمْ لَتَكْفُرُونَ بِالَّذِي خَلَقَ الْأَرْضَ فِي يَوْمَيْنِ وَتَجْعَلُونَ لَهُ أَنْدَادًا ذَلِكَ رَبُّ الْعَالَمِينَ (9) وَجَعَلَ فِيهَا رَوَاسِيَ مِنْ فَوْقِهَا وَبَارَكَ فِيهَا وَقَدَّرَ فِيهَا أَقْوَاتَهَا فِي أَرْبَعَةِ أَيَّامٍ سَوَاءً لِلسَّائِلِينَ (10) ثُمَّ اسْتَوَى إِلَى السَّمَاءِ وَهِيَ دُخَانٌ فَقَالَ لَهَا وَلِلْأَرْضِ اِئْتِيَا طَوْعًا أَوْ كَرْهًا قَالَتَا أَتَيْنَا طَائِعِينَ (11) فَقَضَاهُنَّ سَبْعَ سَمَوَاتٍ فِي يَوْمَيْنِ وَأَوْحَى فِي كُلِّ سَمَاءٍ أَمْرَهَا وَزَيَّنَّا السَّمَاءَ الدُّنْيَا بِمَصَابِيحَ وَحِفْظًا ذَلِكَ تَقْدِيرُ الْعَزِيزِ الْعَلِيمِ (12) فَإِنْ أَعْرَضُوا فَقُلْ أَنْذَرْتُكُمْ صَاعِقَةً مِثْلَ صَاعِقَةِ عَادٍ وَثَمُودَ (13)﴾ (فصلت: 1-13)

-1- Haa miem. -2- (Dit is) een neerzending van de Erbarmer, de Meest Barmhartige. -3-Een Boek waarvan de verzen duidelijk uitgelegd zijn, als een Arabische Qur’aan, voor een volk dat weet. -4- Als een verkondiger van verheugende tijdingen en een waarschuwer, maar de meesten van hen hebben zich (ervan) afgewend, zij luisteren niet. -5- En zij zeiden: “Onze harten zijn verhuld voor dat waar jij (o Muhammed) ons toe oproept, en in onze oren is doofheid en tussen ons en jou is een afscheiding. Werk dan (op jouw manier), voorwaar, wij werken (op onze manier).” -6- Zeg: “Ik ben slechts een mens zoals jullie, aan mij is geopenbaard dat jullie God slechts een God is, richt jullie daarom standvastig tot Hem, en smeekt Hem om vergeving, en wee de veelgodenaanbidders.”-7- (Zij zijn) degenen die de Zakaah niet geven en die niet in het hiernamaals geloven. -8- Voorwaar, degenen die geloven en die goede werken verrichten, voor hen is er een beloning zonder onderbreking. -9- Zeg (o Muhammed): “Jullie geloven zeker niet in Hem, Die de aarde in twee dagen (perioden) heeft geschapen? En kennen jullie Hem deelgenoten toe? Dat is de Heer van de werelden!” -10- En Hij maakte bergen op haar en Hij zegende haar en Hij bepaalde de maat (van alle voorzieningen) in vier volledige dagen (perioden), voor de vragenden.” -11- Daarna wende Hij zich tot de hemel die een nevel was en Hij zei tot haar en tot de aarde: “Komt tot ons, gewillig of ongewillig.” Zij (de hemelen en de aarde) zeiden: “Wij zijn gewillig gekomen.” -12- En Hij vervolmaakte hen, de zeven hemelen, in twee dagen (perioden) en Hij openbaarde in alle hemelen hun beschikking. En Wij versierden de nabije hemel met sterren, als een bescherming (tegen de shaytaan). Dat is de ordening van de Almachtige, de Alwetende. -13- Wanneer zij zich dan afwenden, zeg dan: “Ik heb jullie gewaarschuwd voor een bliksemslag, zoals de bliksemslag van 3aad en Thamoed”. (Aayah: 41/1-13).

 

Vervolgens zei 3utbah: “Stop daar! Heb je niets anders dan dat?” Hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Nee.”

Vervolgens keerde hij naar Quraysh terug, waarop zij zeiden: “Wat heb je te berichten?” Hij zei: “Ik heb niets achterwege gelaten van hetgeen waarvan ik zie dat jullie met hem erover zouden praten, of ik heb erover met hem gepraat.” Zij zeiden: “Heeft hij jou geantwoord?” Hij zei: “Ja, (echter) bij Degene Die het als een gebouw heeft opgezet, ik heb niets begrepen van wat hij zei, behalve dat hij zei: “Ik heb jullie gewaarschuwd voor een bliksemslag, zoals de bliksemslag van 3aad en Thamoed”. Zij zeiden: “Wee jou, hij praatte met jou in het Arabisch, en jij weet niet wat hij zei?” Hij zei: “Nee, bij Allaah, ik heb niets begrepen van wat hij zei, behalve de opnoeming van de bliksemslag.”1


  1. Deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Ya3laa, imaam ibn Hishaam, imaam al-Bayhaqie, imaam aboe Na3iem, imaam ibn aboe Shaybah en imaam al-Haakim. []