Het tweede vraagstuk: al-Walied ibn al-Mughierah en zijn uitspraak over de Qur’aan

Het tweede vraagstuk: al-Walied ibn al-Mughierah en zijn uitspraak over de Qur’aan

 

3ikrimah heeft overgeleverd van 3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa dat hij verhaald heeft, hij zei: “dat al-Walied ibn al-Mughierah naar de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam ging. Vervolgens reciteerde hij voor hem al-Qur’aan, waarop hij ootmoedig ervoor werd. Vervolgens bereikte dat aboe Djahl, waarop hij naar hem ging, en zei: “O oom, voorzeker, jou volk wil voor jou geld bijeen verzamelen”. Hierop zei hij: “Waarvoor?” Hij zei: “Om het jou te geven. Voorzeker, je ging naar Muhammed zodat hetgeen hij heeft aan jou getoond werd.” Hij zei: “Quraysh weet dat ik onder haar het meeste geld bezit.” Aboe Djahl zei: “Voorwaar, doe dan een uitspraak over hem, waardoor jouw volk weet dat je hem verafschuwt.”

Hij zei: “En wat moet ik zeggen? Voorwaar, bij Allaah, er is geen man onder jullie die meer kennis van poëzie heeft dan mij. Ook heeft niemand meer kennis van de dichtkunst en zijn leren, noch van de poëzie van al-djinn dan mij. En bij Allaah, niets van hetgeen hij zegt lijkt op iets van dat. En bij Allaah, zijn uitspraak die hij doet is heerlijk en is omringd met schoonheid, en zijn bovenkant is bevrucht, en zijn onderkant is overvloedig, en voorzeker, het is verheven, en wordt niet te boven gegaan, en voorzeker, het domineert hetgeen er onder zit.” Hij (aboe Djahl) zei: “Jouw volk zal niet tevreden met je zijn totdat je er een uitspraak tegen doet.”

Hij zei: “Geef me tijd om na te denken.” Voorwaar, nadat hij nagedacht had zei hij: “Voorzeker, het is slechts overgedragen tovenarij die hij van iemand anders overgedragen heeft.” Hierop werden de volgende verzen neergezonden: -11- Laat hem aan Mij over, die Ik alleenstaand geschapen heb. -12- En Ik heb hem vele bezittingen ter beschikking gesteld. -13- En kinderen voortdurend aan zijn zijde.(Aayah: 74/11-13).1

 

﴿ذَرْنِي وَمَنْ خَلَقْتُ وَحِيدًا (11) وَجَعَلْتُ لَهُ مَالًا مَمْدُودًا (12) وَبَنِينَ شُهُودًا (13) وَمَهَّدْتُ لَهُ تَمْهِيدًا (14) ثُمَّ يَطْمَعُ أَنْ أَزِيدَ (15) كَلَّا إِنَّهُ كَانَ لِآَيَاتِنَا عَنِيدًا (16) سَأُرْهِقُهُ صَعُودًا (17) إِنَّهُ فَكَّرَ وَقَدَّرَ (18) فَقُتِلَ كَيْفَ قَدَّرَ (19) ثُمَّ قُتِلَ كَيْفَ قَدَّرَ (20) ثُمَّ نَظَرَ (21) ثُمَّ عَبَسَ وَبَسَرَ (22) ثُمَّ أَدْبَرَ وَاسْتَكْبَرَ (23) فَقَالَ إِنْ هَذَا إِلَّا سِحْرٌ يُؤْثَرُ (24) إِنْ هَذَا إِلَّا قَوْلُ الْبَشَرِ (25) سَأُصْلِيهِ سَقَرَ (26) وَمَا أَدْرَاكَ مَا سَقَرُ (27) لَا تُبْقِي وَلَا تَذَرُ (28) لَوَّاحَةٌ لِلْبَشَرِ (29) عَلَيْهَا تِسْعَةَ عَشَرَ (30)﴾

(المدثر: 11-30)

-11- Laat hem aan Mij over, die Ik alleenstaand geschapen heb. -12- En Ik heb hem vele bezittingen ter beschikking gesteld. -13- En kinderen voortdurend aan zijn zijde. -14- En Ik verschafte hem gemak in ruime mate. -15- En vervolgens verlangt hij dat Ik (voor hem) vermeerder. -16- Nee! Hij is opstandig tegen Onze verzen. -17- Ik zal hem beladen met een zware bestraffing. -18- Voorwaar, hij dacht na en nam een besluit. -19- Verdoemd is hij daarom. Hoe vreemd was zijn besluit! -20- Nogmaals, verdoemd is hij! Hoe vreemd was zijn besluit! -21- Toen dacht hij weer na. -22- Daarna fronste hij en keek somber. -23- Vervolgens keerde hij zijn rug toe en was hoogmoedig. -24- En hij zei: “Deze (Qur’aan) is slechts overgedragen tovenarij. -25- Dit is slechts het woord van een mens.” -26- Ik zal hem doen branden in Saqar (de hel). -27- En wat doet jou weten wat Saqar is?-28- Zij (de hel) laat niet achter en zij laat niet met rust. -29- Zij verschroeit (de huid) van de mens. -30- Over haar waken negentien (engelen).” (Aayah: 74/11-30).


  1. Deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Haakim en imaam al-Bayhaqie. []