Vraag 2 : Wat is de zaak waarvoor Allaah de schepselen heeft geschapen?

Antwoord:    Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

 

 

(وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا لاعِبِينَ (38) مَا خَلَقْنَاهُمَا إِلَّا بِالْحَقِّ وَلَكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لا يَعْلَمُونَ﴾ (الدخان:38-39)

“-38- En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat ertussen hen is niet als een spel geschapen. -39- Wij hebben beide niet anders dan in waarheid geschapen, maar de meeste van hen weten het niet.” (Aayah: 44/38-39).

En Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zei:

(وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاءَ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا بَاطِلاً ذَلِكَ ظَنُّ الَّذِينَ كَفَرُوا﴾ (صّ: من الآية27)

“En Wij hebben de hemel en de aarde en wat daartussen is niet voor niets geschapen. Dat is het vermoeden van degenen die ongelovig zijn.” (Aayah: 38/27).

En Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

(وَخَلَقَ اللَّهُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ بِالْحَقِّ وَلِتُجْزَى كُلُّ نَفْسٍ بِمَا كَسَبَتْ وَهُمْ لا يُظْلَمُونَ﴾ (الجاثـية:22)

“En Allaah heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Zodat elke ziel wordt vergolden voor wat zij heeft verricht. En zij worden niet onrechtvaardig behandeld.” (Aayah: 45/22).

 

 

En Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

(وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْأِنْسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ﴾ (الذريات:56)

“En Ik heb de djinns en de mensen slechts geschapen om Mij te aanbidden.” (Aayah: 51/56).

 

Uitleg:  Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ons opgeroepen om Zijn schepping te bekijken en na te denken over hetgeen waarvoor Hij dit wijde heelal met alles wat zich daarin bevindt, uit het niets heeft voortgebracht. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ وَالْفُلْكِ الَّتِي تَجْرِي فِي الْبَحْرِ بِمَا يَنْفَعُ النَّاسَ وَمَا أَنْزَلَ اللَّهُ مِنَ السَّمَاءِ مِنْ مَاءٍ فَأَحْيَا بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَبَثَّ فِيهَا مِنْ كُلِّ دَابَّةٍ وَتَصْرِيفِ الرِّيَاحِ وَالسَّحَابِ الْمُسَخَّرِ بَيْنَ السَّمَاءِ وَالْأَرْضِ لَآياتٍ لِقَوْمٍ يَعْقِلُونَ ﴾ (البقرة:164)

“Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en de afwisseling van de nacht en de dag en de schepen die over de zee varen met wat de mensen voordeel geeft, en het water dat Allaah uit de hemel neerzendt, waarmee Hij de aarde tot leven brengt na haar dood, en dat Hij daarop allerlei dieren verspreidde, en de besturing van de winden en de wolken die tussen de hemel en de aarde dienstbaar zijn gemaakt, zijn zeker tekenen voor een volk dat verstandig is.” (Aayah: 2/164).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

 

﴿وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا لاعِبِينَ (38) مَا خَلَقْنَاهُمَا إِلَّا بِالْحَقِّ وَلَكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لا يَعْلَمُونَ﴾ (الدخان:38-39)

“-38- En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat ertussen hen is niet als een spel geschapen. -39- Wij hebben beide niet anders dan in waarheid geschapen, maar de meeste van hen weten het niet.” (Aayah: 44/38+39).

Zo zullen slechts degenen die een zuiver verstand hebben, weten dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa dit alles niet voor niets geschapen heeft. Er moet namelijk een geweldig doel zijn waarvoor dit gehele heelal geschapen is. Tevens zullen slechts degenen die Allaah gekend hebben, weten waarvoor zij geschapen zijn. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

 

﴿إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاخْتِلافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ لَآياتٍ لِأُولِي الْأَلْبَابِ (190) الَّذِينَ يَذْكُرُونَ اللَّهَ قِيَاماً وَقُعُوداً وَعَلَى جُنُوبِهِمْ وَيَتَفَكَّرُونَ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ رَبَّنَا مَا خَلَقْتَ هَذَا بَاطِلاً سُبْحَانَكَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ﴾ (آل عمران:190-191)

“-190- Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in het afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker tekenen voor bezitters van begrip. -191- Degenen die Allaah gedenken terwijl zij staan en zitten en op hun zij liggen en nadenken over de schepping van de hemelen en de aarde, (zeggend:) “Onze Heer, U heeft dit (alles) niet voor niets geschapen, glorie zij U, bescherm ons dus tegen de bestraffing van het hellevuur.” (Aayah: 3/190-191).

Maar degenen die Allaah niet gekend hebben en Hem verloochenen, zullen denken dat dit gehele heelal voor niks is geschapen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا خَلَقْنَا السَّمَاءَ وَالْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَا بَاطِلاً ذَلِكَ ظَنُّ الَّذِينَ كَفَرُوا﴾ (صّ: من الآية27)

“En Wij hebben de hemel en de aarde en wat daartussen is niet voor niets geschapen. Dat is het vermoeden van degenen die ongelovig zijn.”(Aayah: 38/27).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft dit geweldige heelal geschapen om een hoofdreden, namelijk: slechts om Hem alleen te aanbidden. Hij is namelijk de Enige Die de gehele schepping heeft geschapen, vandaar dat alleen Hij het verdient om aanbeden te worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْأِنْسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ﴾ (الذريات:56)

“En Ik heb de djinns en de mensen slechts geschapen om Mij te aanbidden.”(Aayah: 51/56).

Tevens is de mens geschapen om de goeden van de slechten onder hen te kunnen onderscheiden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿الَّذِي خَلَقَ الْمَوْتَ وَالْحَيَاةَ لِيَبْلُو َكُمْ أَيُّكُمْ أَحْسَنُ عَمَلاً وَهُوَ الْعَزِيزُ الْغَفُورُ﴾ (الملك:2)

“Degene Die de dood en het leven heeft geschapen om jullie te beproeven, (en te tonen) wie van jullie de beste daden verricht. En Hij is de Almachtige, de Vergevensgezinde.” (Aayah: 67/2).

Zo zullen de mensen ook volgens dit doel beoordeeld worden wanneer zij in het hiernamaals terechtgesteld zullen worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَخَلَقَ اللَّهُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ بِالْحَقِّ وَلِتُجْزَى كُلُّ نَفْسٍ بِمَا كَسَبَتْ وَهُمْ لا يُظْلَمُونَ﴾ (الجاثـية:22)

“En Allaah heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Zodat elke ziel wordt vergolden voor wat zij heeft verricht. En zij worden niet onrechtvaardig behandeld.” (Aayah: 45/22).

Vandaar dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa al Zijn dienaren oproept om slechts Hem te aanbidden, zodat zij in hun wereldse en hiernamaals zullen slagen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿يَا أَيُّهَا النَّاسُ اعْبُدُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ وَالَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ (21) الَّذِي جَعَلَ لَكُمُ الْأَرْضَ فِرَاشاً وَالسَّمَاءَ بِنَاءً وَأَنْزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَخْرَجَ بِهِ مِنَ الثَّمَرَاتِ رِزْقاً لَكُمْ فَلا تَجْعَلُوا لِلَّهِ أَنْدَاداً وَأَنْتُمْ تَعْلَمُونَ﴾ (البقرة:22)

“-21- O mensen, aanbidt jullie Heer, Degene Die jullie en degenen vóór jullie heeft geschapen. Hopelijk zullen jullie (Allaah) vrezen.  . Degene Die de aarde voor jullie heeft gemaakt tot een tapijt en de hemel tot een gewelf en Hij zendt water uit de hemel neer, waarmee Hij vervolgens vruchten voortbrengt als voorziening voor jullie. Kent daarom geen deelgenoten toe aan Allaah, terwijl jullie (het) weten.”

En omdat de mens slechts voor dit doel is geschapen, dient de mens zich in al zijn handelingen tot dit doel te wenden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿قُلْ إِنَّ صَلاتِي وَنُسُكِي وَمَحْيَايَ وَمَمَاتِي لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ﴾ (الأنعام:162)

“Zeg (o Muhammed): “Voorzeker, mijn gebed en mijn slachting en mijn leven en mijn sterven, zijn opgedragen aan Allaah de Heer der werelden.” (Aayah: 6/62).

Zo mag de mens niets en niemand naast Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa aanbidden.

عن أنس بن مالك رضي الله عنه عن النبي صلى الله عليه وسلم قال : » يقال للرجل من أهل النار يوم القيامة : أرأيت لو كان لك ما على الأرض من شيء أكنت مفتديا به ؟ قال : فيقول : نعم قال : فيقول : قد أردت منك أهون من ذلك قد أخذت عليك في ظهر آدم أن لا تشرك بي شيئا فأبيت إلا أن تشرك بي شيئا«. متفق عليه

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Er wordt tegen een man van de bewoners van de hel gezegd: “Indien je al hetgeen zich op aarde bevindt bezit, zou je het dan opgeven (om uit de hel te treden)?” Hij zegt: “Ja!” (Allaah) zegt: “Ik heb jou om een lichtere zaak gevraagd. Jij hebt Me in de rug van Aadam beloofd, dat je niets als deelgenoot aan Mij zal toekennen, maar toch heb je een deelgenoot aan Mij toegekend.”»[1]