Vraag 8: Hoeveel voorwaarden heeft een aanbidding?

Antwoord: De aanbidding heeft drie voorwaarden. De eerste is de oprechte wil. Dit is een voorwaarde voor het bestaan van een aanbidding. De tweede is de zuivere intentie voor Allaah. De derde is de overeenstemming met de wetgeving van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, en alleen daarmee mag Allaah aanbeden worden. De tweede en de derde zijn de voorwaarden om de aanbidding te accepteren.

Uitleg: Om een aanbidding te kunnen verrichten, moet men aan bepaalde voorwaarden voldoen zodat deze aanbidding door Allaah geaccepteerd wordt. Men kan namelijk niet zomaar Allaah aanbidden zoals hij wil.

De oprechte wil (sidqu-l-3aziemah)

De eerste voorwaarde is een voorwaarde voor het bestaan van een aanbidding, namelijk: de oprechte wil. De intentie heeft drie niveaus, te weten:

 

  • ‘Al-Iraadah’: de wil om een handeling te verrichten.
  • ‘Al-Qasd’: de bedoeling, het doel van een actie, hetgeen men wil gaan doen of bereiken.
  • ‘Al-3azm’[1]: de beslissing om een handeling te verrichten. Daarna volgt slechts het verrichten van de daad.

De oprechte wil is de intentie om een daad te gaan verrichten, en het genomen hebben van de beslissing om deze daad te verrichten. Dus als er geen intentie is, zal er geen daad komen.

Zuivere intentie (al-Ikhlaas)

Zuivere intentie is dat men zijn intentie en bedoeling alleen maar naar Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa richt. Dit is de eerste voorwaarde waaraan men moet voldoen zodat Allaah de Verhevene de daad accepteert. Als de intentie naar iemand anders dan Allaah, of iemand naast Allaah gericht is, dan is het een vorm van Shirk (polytheïsme: het aanbidden van iemand naast Allaah).

De overeenstemming met de wetgeving van Allaah

De tweede voorwaarde waar men aan moet voldoen zodat de daad geaccepteerd wordt, is dat het ook volgens de wetgeving van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa is, en volgens de wetgeving van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam.

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Al wie een daad verricht die niet tot onze zaak[2] toebehoort, voorwaar, het wordt verworpen.”»[3]

Ook heeft zij verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «Al wie een vernieuwing aan onze zaak toevoegt wat er niet toe behoort, voorwaar, het wordt verworpen.”»[4]

 

Deze twee ahaadieth bewijzen dat als men een nieuwe soort aanbidding of een nieuwe manier van aanbidding aan de Islaam toevoegt, deze aanbidding door Allaah subhaanahu wa-ta3aala niet geaccepteerd wordt. Dit onderwerp zullen we in-shaa’-Allaah nader uitgebreid behandelen.


[1] ‘Al-3azm’ betekent: zich voornemen / een besluit nemen om een daad te verrichten.

[2] “onze zaak” betekent: de Islaam, de manier van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam.

[3] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[4]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.