Vraag 16: Wat is de positie van a-Shahaadatayn (de twee geloofsgetuigenissen) in de religie?

Antwoord: De dienaar kan de religie (al-Islaam) niet binnentreden, behalve met beide. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

﴿إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ الَّذِينَ آمَنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ (الحجرات: من الآية15)

“Voorzeker, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allaah en Zijn Boodschapper geloven.” (Aayah: 49/15).

Ook heeft de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd: «Mij is bevolen om te strijden tegen de mensen, totdat zij getuigen dat er geen god is behalve Allaah en dat Muhammed Zijn dienaar en Boodschapper is…”» En vele andere ahaadieth.

 

Uitleg: De eerste zaak die een dienaar verplicht is te verrichten om de Islaam binnen te treden, is het uitspreken van de twee geloofsgetuigenissen. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft in de hadieth die we bij eerdere vragen behandeld hebben vastgelegd dat de Islaam vijf zuilen heeft. De eerste en belangrijkste zuil van de Islaam is namelijk de geloofsgetuigenis:

 

«شهادة أن لا إله إلا الله وأن محمداً رسول الله».

«Getuigen dat er geen god is behalve Allaah, en dat Muhammed Zijn Boodschapper is».

 

Deze zuil is de belangrijkste zuil in de Islaam, omdat het de basis is van de godsdienst waarmee Allaah aanbeden hoort te worden.

 

De moslimdienaar is verplicht deze getuigenis uit te spreken. Als men deze getuigenis weigert uit te spreken terwijl men wel daartoe in staat is, is men ongelovig (kaafir), of treedt men de Islaam niet binnen. Hierover is overeenstemming bij de geleerden. Het uitspreken van deze getuigenis heeft namelijk een directe verbinding met het geloof in het hart. Wanneer men het niet uitspreekt, betekent het ook dat men er niet in gelooft.

Ook zijn alle geleerden die de Sunnah volgen het erover eens dat wanneer een moslim deze getuigenis vóór de aanvang van zijn pubertijd[1] uitspreekt, hem daarna niet gevraagd moet worden deze uit te spreken.

 

Ook is deze getuigenis de godsdienst van alle boodschappers en profeten die voor onze Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zijn gegaan. Het is namelijk waar het leven om draait zoals we eerder hebben vernomen, en zoals Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa in de Qur’aan zegt:

 

﴿وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْأِنْسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ (الذريات:56)

“En Ik heb de djinns en de mens slechts geschapen om Mij te aanbidden.” (Aayah: 15/56).

 

Het is namelijk de meest geweldige zuil in de Islaam. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt namelijk: «Al-Iemaan heeft meer dan tweeënzeventig vertakkingen. De meest hoge daarvan is de uitspraak ‘laa ilaaha illa-llaah’ en de meest lage daarvan is het oprapen van het kwaad van de weg. En schaamte is één van de vertakkingen van al-Iemaan.”»[2]

 

Ook kan men slechts door deze getuigenis af te leggen de Islaam binnen treden. Het is ook het eerste waar de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zijn volk naar opriep. Hij heeft hen bevolen deze woorden ‘laa ilaaha illa-llaah’ te zeggen, maar velen van hen hebben hem verloochend en zeiden:

﴿أَجَعَلَ الْآلِهَةَ إِلَهاً وَاحِداً إِنَّ هَذَا لَشَيْءٌ عُجَابٌ (صّ:5)

“Heeft hij de goden tot één God gemaakt? Voorwaar, dit is zeker een verbazingwekkend iets.” (Aayah: 37/5).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zei toen over hen:

﴿ِنَّهُمْ كَانُوا إِذَا قِيلَ لَهُمْ لا إِلَهَ إِلَّا اللَّهُ يَسْتَكْبِرُونَ (الصافات:35)

“Voorwaar, toen er tot hen gezegd werd: “Er is geen god behalve Allaah,” toen waren zij hoogmoedig.” (Aayah: 37/35).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zei ook:

 

﴿وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ اتَّبِعُوا مَا أَنْزَلَ اللَّهُ قَالُوا بَلْ نَتَّبِعُ مَا أَلْفَيْنَا عَلَيْهِ آبَاءَنَا أَوَلَوْ كَانَ آبَاؤُهُمْ لا يَعْقِلُونَ شَيْئاً وَلا يَهْتَدُونَ (البقرة:170)

“En wanneer tot hen gezegd wordt: “Volgt wat Allaah heeft neergezonden,” dan zeggen zij: “Maar wij volgen dat (pad van afgoderij) waarop wij onze vaderen aantroffen.” En als hun vaderen niets begrepen en niet de rechte Leiding volgden?” (Aayah: 2/170).

 

Maar degenen die daarin geloofden, zijn door middel van dit woord moslims geworden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ الَّذِينَ آمَنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ(النور: من الآية62)

“Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allaah en Zijn Boodschapper geloven.” (Aayah: 24/62).

Het is ook de redding van de bestraffing in het wereldse en in het hiernamaals. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft zijn oom aboe Taalib voordat hij stierf, naar deze getuigenis opgeroepen, en hem gewaarschuwd dat als hij dit woord niet (zou zeggen), hij hem niet in het hiernamaals kan redden. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei namelijk tegen hem: «O mijn oom, zeg: “laa ilaaha illa-llaah”. Met dit woord kan ik voor jou bij Allaah voorspraak doen.”»[3] En omdat hij dit woord weigerde te zeggen, kan de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam in het hiernamaals niets voor hem betekenen.

 

Tevens is ‘laa ilaaha illa-llaah’ de sleutel tot het paradijs.

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft ook gezegd: «Elke dienaar die ‘laa ilaaha illa-llaah’ zegt en vervolgens sterft, voorwaar, hij treedt het paradijs binnen.”»[4]

 

3ubaadah ibn a-Ssaamit radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat hij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft horen zeggen: «Wie getuigt dat er geen god is behalve Allaah en dat Muhammed de Boodschapper van Allaah is, voor hem verbiedt Allaah het hellevuur.”»[5]

 

‘Laa ilaaha illa-llaah’ is ook heel zwaar in de weegschaal. 3abdu-llaah ibn 3umar radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «Voorwaar, Noeh salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei tegen zijn zoon bij zijn sterven: “Ik beveel je ‘laa ilaaha illa-llaah’ te zeggen. Voorwaar, als de zeven hemelen en de zeven aarden aan de éne zijde en ‘laa ilaaha illa-llaah’ aan de andere zijde zou zijn, dan zou ‘laa ilaaha illa-llaah’ zwaarder wegen. En als de zeven hemelen en de zeven aarden een zwevende cirkel waren, had ‘laa ilaaha illa-llaah’ hen vernietigd.”»[6]

 

3abdu-llaah ibn 3amr ibn al-3aas Moge Allaah behaagd met beide behaagd zijn heeft gezegd dat hij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft horen zeggen: «Voorwaar, Allaah zal op de Dag der Opstanding een man uit mijn volk halen en hem voor alle schepselen tonen. Vervolgens worden negen en negentig mappen van hem verspreid. Elke map is (zolang als) zo ver het oog reikt. Vervolgens zegt Allaah tegen hem: “Ontken je iets van dit? Hebben Mijn schrijvers (al-Haafidhoen) jou (daarmee) onrecht aangedaan?” Hij zegt: “Nee, O mijn Heer.” Allaah zegt: “Heb je een excuus?” Hij zegt: “Nee, O mijn Heer.” Allaah zegt: “Jawel, je hebt bij ons één hasanah tegoed, en jij zal vandaag niet onrechtvaardig behandeld worden.” Vervolgens wordt er voor hem een kaart tevoorschijn gehaald met daarop: ‘Ik getuig dat er geen god is behalve Allaah, en dat Muhammed Zijn dienaar en Boodschapper is’. Vervolgens zegt Allaah tegen hem: “Neem je gewicht mee.” De man zegt: “O mijn Heer, wat moet deze kaart tegenover al die mappen betekenen?” Allaah zegt: “Voorwaar, jou zal geen onrecht aangedaan worden.” De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam vertelde: “De mappen worden vervolgens aan de éne zijde (van de weegschaal) gelegd, en de kaart aan de andere zijde. De mappen zullen dan zweven en de kaart zal zwaar wegen, voorwaar, niets zal zwaar zijn tegenover de naam van Allaah.”»[7]

 

Al deze ahaadieth bewijzen dat de geloofsgetuigenis als zwaarste in de weegschaal telt, en dat het de redding uit het hellevuur in het hiernamaals zal zijn. Ook bewijzen deze ahaadieth dat de barmhartigheid van Allaah geen grenzen kent, en dat Allaah in staat is om alle zonden van de mens te vergeven als hij als monotheïst sterft, zonder dat het Hem wat uitmaakt. En zo zal het eindlot van degene die het uitspreekt en erin gelooft en ernaar streeft en werkt, het paradijs zijn.

 

‘Laa ilaaha illa-llaah’ is namelijk ook de eerste zaak waarmee de boodschappers en profeten hun oproep begonnen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿لَقَدْ أَرْسَلْنَا نُوحاً إِلَى قَوْمِهِ فَقَالَ يَا قَوْمِ اعْبُدُوا اللَّهَ مَا لَكُمْ مِنْ إِلَهٍ غَيْرُهُ إِنِّي أَخَافُ عَلَيْكُمْ عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ (الأعراف:59)

“Voorzeker, Wij zonden Noeh tot zijn volk en hij zei: “O mijn volk, aanbidt Allaah, er is voor jullie geen god behalve Hij: voorwaar, ik vrees voor jullie de bestraffing van een geweldige Dag.” (Aayah: 7/59).

﴿وَإِلَى عَادٍ أَخَاهُمْ هُوداً قَالَ يَا قَوْمِ اعْبُدُوا اللَّهَ مَا لَكُمْ مِنْ إِلَهٍ غَيْرُهُ أَفَلا تَتَّقُونَ (الأعراف:65)

“En tot 3aad (zonden Wij) hun broeder Hoed. Hij zei: “O mijn volk, aanbidt Allaah, er is voor jullie geen god dan Hij, zullen jullie dan niet Allaah vrezen?” (Aayah: 7/65).

﴿وَإِلَى ثَمُودَ أَخَاهُمْ صَالِحاً قَالَ يَا قَوْمِ اعْبُدُوا اللَّهَ مَا لَكُمْ مِنْ إِلَهٍ غَيْرُهُ (الأعراف:73)

“En tot Thamoed (zonden Wij) hun broeder Saalih. Hij zei: “O mijn volk, aanbidt Allaah, er is voor jullie geen god behalve Hij.” (Aayah: 7/73).

﴿وَلَقَدْ بَعَثْنَا فِي كُلِّ أُمَّةٍ رَسُولاً أَنِ اعْبُدُوا اللَّهَ وَاجْتَنِبُوا الطَّاغُوتَ فَمِنْهُمْ مَنْ هَدَى اللَّهُ وَمِنْهُمْ مَنْ حَقَّتْ عَلَيْهِ الضَّلالَةُ فَسِيرُوا فِي الْأَرْضِ فَانْظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُكَذِّبِينَ (النحل:36)

“En voorzeker, Wij hebben aan iedere gemeenschap een Boodschapper onder hen gezonden (die zei:) “Aanbidt Allaah en houdt afstand van Taaghoet.” En er zijn er onder hen die Allaah leidde en er zijn er die Hij tot de dwaling veroordeelde. Reist dus op de aarde rond en zie hoe het einde was van de loochenaars.” (Aayah: 16/36).

 

Ook is het het eerste waar onze Boodschapper en Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam naar opriep. Tevens heeft hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zijn metgezellen opgedragen om ook als eerste daar naartoe op te roepen.

 

عن معاذقال: لما بعثي رسول الله إلى اليمن قال: »إنك تأتي قوما من أهل الكتاب فليكن أول ما تدعوهم إليه شهادة أن لا إله إلا الله فإن هم أطاعوك لذلك فأعلمهم أن الله قد افترض عليهم خمس صلوات في كل يوم وليلة… « متفق عليه

Mu3aadh ibn Djabal radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald: Toen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam mij naar al-Yaman stuurde, zei hij: «“Je zult de Lieden van de Schrift tegenkomen. Laat dan het eerste waar je naartoe oproept zijn: de getuigenis dat er geen god is behalve Allaah. Als zij jou daarin gehoorzamen, laat hen dan weten dat Allaah hun vijf gebeden in de dag en de nacht heeft verplicht… ”»[8]

Zo wordt elke oproeper verplicht allereerst naar het monotheïsme op te roepen. Dat is namelijk de basis van alle zaken.

 

‘Laa ilaaha illa-llaah’ heeft ook verschillende benamingen, namelijk:

Kalimatu-ttawhied, het woord van het monotheïsme;

Kalimatu-l-ikhlaas, het woord van de zuivere intentie; de Islaam is namelijk gebouwd op de zuivere intentie.

A-Ssiraatu-l-mustaqiem, de rechte weg; Allaah zegt namelijk over de gelovigen:

﴿اهْدِنَا الصِّرَاطَ الْمُسْتَقِيمَ (الفاتحة:6)

“Leid ons naar het rechte pad” (Aayah:1/6).

 

A-Nnawwaas ibn Sam3aan radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «Allaah heeft genoemd, namelijk: een rechte pad en aan zijn beide kanten twee muren waarin open deuren zijn. Bij elke deur is er een hangende afscheiding. En aan de deur van het rechte pad staat een oproeper die zegt: “O mensen, betreedt allen het rechte pad en verbuigt jullie niet”, en een oproeper die van boven het rechte pad oproept, en als de mens één van deze deuren wil openen zegt hij: “Kijk uit! Niet openen! Voorwaar, als je het opent zul je het betreden.” Voorwaar, a-Ssiraat (het rechte pad) is de Islaam, en de twee muren zijn de grenzen van Allaah, en de open deuren zijn de zaken die Allaah heeft verboden, en de oproeper aan het begin van het rechte pad is het Boek van Allaah (de Qur’aan) en de oproeper van boven het rechte pad is Allaah’s vermaner in het hart van elke moslim.”»[9]

 

Al-3urwatu-l-Wuthqaa, hetgeen dat de godsdienst bijeen houdt; Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿ فَمَنْ يَكْفُرْ بِالطَّاغُوتِ وَيُؤْمِنْ بِاللَّهِ فَقَدِ اسْتَمْسَكَ بِالْعُرْوَةِ الْوُثْقَى لا انْفِصَامَ لَهَا وَاللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ(البقرة: من الآية256(

“En hij die de Taaghoet[10] verwerpt en in Allaah gelooft: hij heeft zeker het stevige houvast gegrepen, dat niet breken kan. En Allaah is Alhorend, Alwetend.” (Aayah: 2/256).

 

Al-Kalimatu-ttayyibah, het goede woord; Allaah de Heilige zegt:

 

﴿أَلَمْ تَرَ كَيْفَ ضَرَبَ اللَّهُ مَثَلاً كَلِمَةً طَيِّبَةً كَشَجَرَةٍ طَيِّبَةٍ أَصْلُهَا ثَابِتٌ وَفَرْعُهَا فِي السَّمَاءِ ٌ (ابراهيم:24)

“Zie jij niet hoe Allaah een vergelijking maakt met een goede uitspraak, die als een goede boom is, waarvan de wortel stevig staat en de takken naar de hemel reiken?” (Aayah: 14/24).

 

Ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa zei: «De goede uitspraak is getuigen dat er geen god is behalve Allaah.»[11]

Kalimatu-ttaqwaa, het woord van de behoeding; Allaah de Heilige zegt:

﴿إِذْ جَعَلَ الَّذِينَ كَفَرُوا فِي قُلُوبِهِمُ الْحَمِيَّةَ حَمِيَّةَ الْجَاهِلِيَّةِ فَأَنْزَلَ اللَّهُ سَكِينَتَهُ عَلَى رَسُولِهِ وَعَلَى الْمُؤْمِنِينَ وَأَلْزَمَهُمْ كَلِمَةَ التَّقْوَى وَكَانُوا أَحَقَّ بِهَا وَأَهْلَهَا وَكَانَ اللَّهُ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيماً (الفتح:26)

“(Gedenkt) toen degenen die niet geloofden trots in hun harten brachten, de trots van al-Djaahiliyyah[12], toen liet Allaah de vrede neerdalen over Zijn Boodschapper en de gelovigen, en Hij verplichtte hen zich te houden aan het woord van taqwaa. En zij hadden er meer recht op en zij waren er geschikt voor. En Allaah is Alwetend over alle zaken.” (Aayah: 48/26).

Mudjaahid zei: «Het woord van de taqwaa is het woord van de zuivere intentie». En 3ataa’ ibn abie Rabaah heeft gezegd: «Het is: laa ilaaha illa-llaah wahdahoe laa sharieka lah lahu-l-mulku wa-lahu-l-hamdu wa-huwa 3alaa kulli shay’in qadier.»[13]

 

Alqawlu-thaabit, de standvastige uitspraak; Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿يُثَبِّتُ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا بِالْقَوْلِ الثَّابِتِ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَفِي الْآخِرَةِ (ابراهيم: من الآية27)

“Allaah versterkt (het Geloof van) degenen die geloven met de standvastige uitspraak tijdens het wereldse leven en in het Hiernamaals.” (Aayah: 14/27).

 

Al-Baraa’ ibn 3aazib radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «Als de moslim in zijn graf gevraagd wordt, getuigt hij dat er geen god is behalve Allaah en dat Muhammed de Boodschapper van Allaah is, dat is ‘de standvastige uitspraak’.”»[14]

 

Zo zien we dat dit woord alomvattend in goedheid is, naar het goede leidt en is waar het leven om draait.

 

Ook is het een redding in het wereldse om niet bestreden te worden. Als men dit woord zegt, treedt men de Islaam binnen en mag men niet bestreden worden. Ook mag zijn bezit hem niet ontnomen worden. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «Mij is bevolen om te strijden tegen de mensen totdat zij getuigen dat er geen god is behalve Allaah, en dat Muhammed Zijn dienaar en Boodschapper is…”»[15]

 

O dienaar van Allaah, wees daarin standvastig en houd je aan dat woord, en distantieer je van alles wat daarmee in strijd is, beginnend bij a-Shirk en eindigend bij de kleinste ongehoorzaamheid. Allaah zal je dan in je wereldse leiden en rust en vrede geven, en in het hiernamaals van het hellevuur redden om jou het paradijs te gunnen.

 



[1] Het begin van de pubertijd is het begin van de periode waarin de mens met een gezond verstand, bij Allaah verantwoordelijk wordt gesteld voor zijn daden.

[2]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[3]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[4]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[5]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim.

[6]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Ahmad.

[7]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam ibn Maadjah en imaam a-Ttirmidhie en is door Imaam al-Albaanie sahieh verklaard.

[8]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[9]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Ahmad.

[10]Taaghoet” is alles wat naast Allaah de Heilige aanbeden wordt.

[11]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttabarie.

[12] “Al-Djaahiliyyah” is de tijd waarin de mensen verkeerden voordat ze moslim waren (de tijd van onwetendheid).

[13]Sahieh, beide overleveringen zijn overgeleverd door imaam a-Ttabarie.

[14]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[15]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.