Vraag 17: Wat is het bewijs voor de getuigenis dat er geen god is behalve Allaah?

Antwoord: De uitspraak van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

 

﴿شَهِدَ اللَّهُ أَنَّهُ لا إِلَهَ إِلَّا هُوَ وَالْمَلائِكَةُ وَأُولُو الْعِلْمِ قَائِماً بِالْقِسْطِ لا إِلَهَ إِلَّا هُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ (آل عمران:18 (

“Allaah getuigt dat er geen god is behalve Hij en ook de engelen en de bezitters van kennis, standvastig in de gerechtigheid. Er is geen god dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.” (Aayah: 3/18).

En Zijn uitspraak:

﴿فَاعْلَمْ أَنَّهُ لا إِلَهَ إِلَّا اللَّهُ (محمد: من الآية19)

“Weet dat er geen god is dan Allaah.” (Aayah: 74/19).

 

En Zijn uitspraak:

﴿ وَمَا مِنْ إِلَهٍ إِلَّا اللَّهُ (آل عمران: من الآية62)

“En er is geen god behalve Allaah.” (Aayah: 3/62).

 

En Zijn uitspraak:

﴿مَا اتَّخَذَ اللَّهُ مِنْ وَلَدٍ وَمَا كَانَ مَعَهُ مِنْ إِلَهٍ (المؤمنون: من الآية91)

“Allaah heeft zich geen kind genomen en er is geen god naast Hem!” (Aayah: 23/91).

 

En Zijn uitspraak:

﴿قلْ لَوْ كَانَ مَعَهُ آلِهَةٌ كَمَا يَقُولُونَ إِذاً لَابْتَغَوْا إِلَى ذِي الْعَرْشِ سَبِيلاً (الاسراء:42)

“Zeg (o Muhammed): “Als er goden bij Hem geweest zouden zijn, zoals zij zeggen, dan zouden zij een weg naar de eigenaar van de Troon (Allaah) zoeken.” (Aayah: 17/42).

En andere verzen.

 

Uitleg: Het bewijs van de getuigenis is uit de twee hoofdbronnen te halen, namelijk: de Qur’aan en de Sunnah (uitspraken van de Profeet). Veel van deze bewijzen hebben we eerder opgenoemd en behandeld. In dit stuk zullen we het in-shaa’-Allaah uitgebreid uitleggen. De bewijzen uit de Sunnah zijn reeds in een vorig antwoord behandeld. Het bewijs vanuit de Qur’aan is:

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿شَهِدَ اللَّهُ أَنَّهُ لا إِلَهَ إِلَّا هُوَ وَالْمَلائِكَةُ وَأُولُو الْعِلْمِ قَائِماً بِالْقِسْطِ لا إِلَهَ إِلَّا هُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ (آل عمران:18 (

“Allaah getuigt dat er geen god is behalve Hij en ook de engelen en de bezitters van kennis, standvastig in de gerechtigheid. Er is geen god dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.” (Aayah: 3/18).

 

In dit vers getuigt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa over Zichzelf -en Hij is genoeg als getuige- dat Hij de Enige God is Die het recht heeft om aanbeden te worden, en dat elk schepsel Zijn dienaar is. Ook heeft Allaah Zijn getuigenis met de getuigenis van de engelen en de geleerden samengevoegd. Dat is een geweldige positionering voor de geleerden die zich aan dit woord houden.

Allaah de Heilige zegt ook:

﴿فَاعْلَمْ أَنَّهُ لا إِلَهَ إِلَّا اللَّهُ (محمد: من الآية19)

“Weet dat er geen god is dan Allaah.” (Aayah: 47/19).

 

Dit is ook een bewijs van de getuigenis. Allaah verplicht Zijn Boodschapper Muhammed salla-llaahu 3alayhi wa-sallam en zijn metgezellen en degenen die hen volgen, om kennis te nemen van deze getuigenis, en alles wat er mee te maken heeft. Deze kennis is namelijk nodig om te weten te komen op welke manier Hij aanbeden dient te worden.

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿ وَمَا مِنْ إِلَهٍ إِلَّا اللَّهُ (آل عمران: من الآية62)

“En er is geen god behalve Allaah.” (Aayah: 3/62).

 

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿م)مَا اتَّخَذَ اللَّهُ مِنْ وَلَدٍ وَمَا كَانَ مَعَهُ مِنْ إِلَهٍ إِذاً لَذَهَبَ كُلُّ إِلَهٍ بِمَا خَلَقَ وَلَعَلا بَعْضُهُمْ عَلَى بَعْضٍ سُبْحَانَ اللَّهِ عَمَّا يَصِفُونٍَ (المؤمنون: من الآية91)

“Allaah heeft zich geen kind genomen en er is geen god naast Hem! Dan zou iedere god weggaan met wat hij schiep en zouden zij elkaar overweldigen. Heilig is Allaah boven wat zij (Hem) toeschrijven.” (Aayah: 23/91).

 

In dit vers zegt Allaah dat Hij geen kind heeft. Ook is er geen god naast Hem. Als er meer goden waren, zou iedere god met zijn eigen schepping weggaan en zou er op deze wereld geen orde zijn. Tevens zou elke god de ander willen overtreffen. Echter is dit niet van toepassing, omdat er evenwichtigheid in deze wereld is. Om deze reden is Allaah de Enige Die het verdient aanbeden te worden. Hij is namelijk de enige schepper Die het heelal heeft geschapen. Allaah zegt in de edele Qur’aan:

 

﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ (1) اللَّهُ الصَّمَدُ (2) لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ (3) وَلَمْ يَكُنْ لَهُ كُفُواً أَحَدٌ (4)﴾ (سورة الإخلاص)

-1- Zeg: “Hij is Allaah, de Enige.-2- Allaah is de Enige van Wie al het geschapene afhankelijk is. -3- Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt. -4- En niet één is aan Hem gelijkwaardig.” (Aayah: 112/1-4).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿قلْ لَوْ كَانَ مَعَهُ آلِهَةٌ كَمَا يَقُولُونَ إِذاً لَابْتَغَوْا إِلَى ذِي الْعَرْشِ سَبِيلاً (الاسراء:42)

“Zeg (o Muhammed): “Als er goden bij Hem geweest zouden zijn, zoals zij zeggen, dan zouden zij een weg naar de eigenaar van de Troon (Allaah) zoeken.” (Aayah: 17/42).

 

Allaah zegt in dit vers: stel dat er goden naast Allaah zouden zijn die aanbeden worden, dan zouden deze goden Allaah aanbidden om toenadering bij Hem te zoeken. Aanbidt daarom Hem alleen. Het is niet nodig om iets of iemand als bemiddeling tussen jullie en Allaah te hebben.

Al deze verzen –en andere verzen uit de Qur’aan- zijn het bewijs dat er geen god is behalve Allaah.