Vraag 18: Wat betekent de getuigenis dat er geen god is behalve Allaah ?

Antwoord: Het betekent: het ontkennen dat iets naast Allaah het recht heeft op aanbidding, en het erkennen (van de aanbidding) voor Allaah alleen Die geen deelgenoot heeft in Zijn aanbidding, zoals Hij geen deelgenoot heeft in Zijn Heerschappij. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿ذَلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ هُوَ الْحَقُّ وَأَنَّ مَا يَدْعُونَ مِنْ دُونِهِ هُوَ الْبَاطِلُ وَأَنَّ اللَّهَ هُوَ الْعَلِيُّ الْكَبِيرُ (الحج:62)

“Dat is omdat Allaah de Waarheid is en omdat wat zij naast Hem aanroepen vals is en omdat Allaah de Verhevene, de Grootste is.” (Aayah: 22/62).

 

Uitleg: Wanneer men de juiste betekenis van ‘laa ilaaha illa-llaah’ begrijpt, begrijpt men de gehele Islaam, namelijk het zuivere monotheïsme. Ook begrijpt men het doel van zijn bestaan.

De betekenis:

 

De betekenis van ‘laa ilaaha illa-llaah’ is: Niets in de aanwezigheid wordt terecht aanbeden behalve Allaah.

Uitleg van de betekenis:

Niets: dit is een ontkenning van elk voorwerp en of persoon.

In de aanwezigheid: dit wijst erop dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa wel degelijk aanwezig is, en niet zoals sommigen zeggen: Hij bevindt zich niet in de wereld en niet buiten de wereld.

Wordt terecht aanbeden: dit wijst erop dat er wel degelijk iets anders dan Allaah aanbeden wordt. Dit wijst erop dat niet alleen Allaah aanbeden wordt, zoals sommigen zeggen: “Allaah is de Enige Die aanbeden wordt.” Dit zou betekenen dat alles Allaah is en Allaah alles is. Dit is een verloochening van het monotheïsme.

Behalve Allaah: dit is een erkenning/bevestiging dat Allaah de Enige is Die terecht aanbeden wordt.

 

 

De definitie: het ontkennen en het erkennen:

Deze definitie is een algemene geloofsleer definitie. Het houdt namelijk in: het ontkennen dat iets of iemand het verdient om aanbeden te worden, en het erkennen dat Allaah de Enige is Die het verdient om aanbeden te worden.

Hiermee distantieer je je van elke soort van aanbidding van elk schepsel, zoals sterren, planeten, stenen, bomen, engelen, profeten, Allaah’s geliefden, en andere dingen die aanbeden worden. Echter erken je dat Allaah de Enige is Die aanbeden hoort te worden, en alleen met de aanbidding die Hij voorgeschreven heeft.

 

De pilaren van ‘laa ilaaha illa-llaah’:

Tevens zijn deze twee aspecten (het ontkennen en het erkennen) de twee pilaren van ‘laa ilaaha illa-llaah’. Deze twee pilaren zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Allaah de Heilige zegt:

 

﴿لا إِكْرَاهَ فِي الدِّينِ قَدْ تَبَيَّنَ الرُّشْدُ مِنَ الْغَيِّ فَمَنْ يَكْفُرْ بِالطَّاغُوتِ وَيُؤْمِنْ بِاللَّهِ فَقَدِ اسْتَمْسَكَ بِالْعُرْوَةِ الْوُثْقَى لا انْفِصَامَ لَهَا وَاللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ (البقرة:256)

”Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling, en hij die de Taaghoet[1] verwerpt en in Allaah gelooft: hij heeft zeker het stevigste houvast gegrepen, dat niet breken kan. En Allaah is Alhorend, Alwetend.” (Aayah: 2/256).

 

In dit vers maakt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa duidelijk dat men de Islaam slechts binnentreedt wanneer men zich distantieert van alles wat naast Hem aanbeden wordt, en de aanbidding alleen tot Hem richt. Dat betekent dat wanneer men in zijn aanbidding zich naar iemand of iets naast Allaah richt, hij de eerste pilaar vernietigt, en daarmee ook zijn geloof (het monotheïsme).

Zo wordt het duidelijk dan men in al zijn aanbiddingen, zich alleen moet richten tot de Één en de Énige van Wie al het geschapene afhankelijk is, Hij die niet verwekt is en niet verwekt, Allaah de Hooggeprezene. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt namelijk:

 

﴿ذَلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ هُوَ الْحَقُّ وَأَنَّ مَا يَدْعُونَ مِنْ دُونِهِ هُوَ الْبَاطِلُ وَأَنَّ اللَّهَ هُوَ الْعَلِيُّ الْكَبِيرُ (الحج:62)

“Dat is omdat Allaah de Waarheid is en omdat wat zij naast Hem aanroepen vals is en omdat Allaah de Verhevene, de Grootste is.” (Aayah: 22/62).

 

Allaah zegt in dit vers dat Hij de Enige is Die het recht heeft om aanbeden te worden, en dat alles wat naast Hem aangeroepen wordt nietig en vals is. De aanroep (a-Ddu3aa’) is namelijk de aanbidding zoals de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd.

 

عن النعمان بن بشير قال قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: « إن الدعاء هو العبادة ثم قرأ ( وقال ربكم ادعوني أستجب لكم» * ( صحيح ) الاحكام 194 ، الروض 888 ، المشكاة 2330 ، صحيح أبي داود 1329

A-Nnu3maan ibn Bashier Moge Allaah behaagd met hem zijn heeft gezegd dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «Voorzeker, de smeekbede is de aanbidding, en hij las: “En jullie Heer zei: “Voorwaar, roept Mij aan, Ik zal jullie verhoren.”»[2]

Allaah de Hooggeprezene zegt ook:

﴿وَلَئِنْ سَأَلْتَهُمْ مَنْ خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ لَيَقُولُنَّ اللَّهُ قُلْ أَفَرَأَيْتُمْ مَا تَدْعُونَ مِنْ دُونِ اللَّهِ إِنْ أَرَادَنِيَ اللَّهُ بِضُرٍّ هَلْ هُنَّ كَاشِفَاتُ ضُرِّهِ أَوْ أَرَادَنِي بِرَحْمَةٍ هَلْ هُنَّ مُمْسِكَاتُ رَحْمَتِهِ قُلْ حَسْبِيَ اللَّهُ عَلَيْهِ يَتَوَكَّلُ الْمُتَوَكِّلُونَ(الزمر:38)

“En als jij hun vraagt wie de hemelen en de aarde heeft geschapen, dan zullen zij zeker zeggen: “Allaah.” Zeg: “Zien jullie dan niet wat jullie buiten Allaah aanroepen? Als Allaah voor mij rampspoed wil, zijn zij (de afgoden) het dan die de ramp van Hem kunnen wegnemen? Of als Hij barmhartigheid wil, zijn zij het dan die Zijn barmhartigheid kunnen tegenhouden? Zeg: “Allaah is mij voldoende. Op Hem vertrouwen degenen die vertrouwen hebben.” (Aayah: 39/38).

In dit vers vertelt Allaah dat de veelgodenaanbidders erkennen dat Allaah Degene is Die de hemelen en de aarde heeft geschapen, en dat wanneer Allaah het kwade of het goede voor iemand wil, niemand van degenen die zij aanbidden dat tegen kan houden. Vandaar dat hun aanbidding zinloos is. Hiermee wordt duidelijk dat de dienaar zich in al zijn aanbiddingen tot Één god moet wenden, namelijk de Heer Die dit heelal heeft geschapen, Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa.

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa verklaart de Christenen ongelovigen omdat ze naast Hem ook andere goden hebben aanbeden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt namelijk:

﴿لَقَدْ كَفَرَ الَّذِينَ قَالُوا إِنَّ اللَّهَ ثَالِثُ ثَلاثَةٍ وَمَا مِنْ إِلَهٍ إِلَّا إِلَهٌ وَاحِدٌ وَإِنْ لَمْ يَنْتَهُوا عَمَّا يَقُولُونَ لَيَمَسَّنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا مِنْهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ(المائدة:73)

“Voorzeker zij zijn ongelovig die zeggen: “Voorwaar, Allaah is één derde van drie (goden).” Want er is geen god behalve Één God (Allaah). En indien zij niet ophouden met wat zij zeggen: dan treft zeker een pijnlijke bestraffing degenen van hen die ongelovig zijn.” (Aayah: 5/73).

In dit vers verklaart Allaah de Heilige de bewering van de Christenen –dat 3iesa salla-llaahu 3alayhi wa-sallam en zijn moeder, goden naast Allaah zijn- nietig. Daarentegen verklaart Allaah dat Hij de Enige God is Die aanbeden hoort te worden.

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِنَّ هَذَا لَهُوَ الْقَصَصُ الْحَقُّ وَمَا مِنْ إِلَهٍ إِلَّا اللَّهُ وَإِنَّ اللَّهَ لَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ(آل عمران:62)

“Voorwaar, dit is de ware geschiedenis, en er is geen god dan Allaah en voorwaar, Allaah is het Die de Almachtige, de Alwijze is.” (Aayah: 3/62).

Allaah de Heilige heeft Zijn dienaar en Boodschapper Muhammed salla-llaahu 3alayhi wa-sallam verplicht om de mensen duidelijk te maken dat hij dan wel alle andere boodschappers en profeten geen goden zijn, en de aanbidding niet tot hen gericht mag worden, maar naar de Enige God Allaah de Heilige. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿قُلْ إِنَّمَا أَنَا مُنْذِرٌ وَمَا مِنْ إِلَهٍ إِلَّا اللَّهُ الْوَاحِدُ الْقَهَّارُ(صّ:65)

“Zeg: “Ik ben slechts een waarschuwer, en er is geen god behalve Allaah, de Ene, de Overweldiger.” (Aayah: 38/65).

 



[1]Taaghoet” betekent letterlijk: degene die overschrijdt. Islamitisch betekent het: alles wat naast Allaah Geprezen en Verheven zij Hij aanbeden wordt.

[2]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Nnasaa’ie, imaam a-Ttirmidhie, imaam al-Haakim en is sahieh verklaard door imaam ibn Maadjah en imaam al-Albaanie.