Vraag 26: Wat is het bewijs voor de voorwaarde liefde (al-mahabbah) vanuit het Boek (de Qur’aan) en de uitspraken van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam (a-Ssunnah)?

Antwoord: Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

﴿يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا مَنْ يَرْتَدَّ مِنْكُمْ عَنْ دِينِهِ فَسَوْفَ يَأْتِي اللَّهُ بِقَوْمٍ يُحِبُّهُمْ وَيُحِبُّونَهُ (المائدة: من الآية54)

“O jullie die geloven! Wie van jullie zijn godsdienst afvallig is: Allaah zal een volk nemen waar Hij van houdt en dat van Hem houdt.” (Aayah: 5/54).

Ook heeft de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd: «Drie zaken; als zij zich in iemand van jullie bevinden, proeft hij de smaak van het Geloof: dat hij van Allaah en Zijn Profeet meer dan van de rest houdt, en dat hij van een persoon houdt, hij houdt van hem slechts omwille van Allaah, en dat hij het haat om naar het ongeloof terug te keren, net zoals hij het haat in het vuur te worden gegooid.”»

Uitleg: De zevende voorwaarde van ‘laa ilaaha illa-llaah’ is liefde voor haar, wat daaruit voortvloeit, en van degenen houden die zich aan haar voorwaarden houden (de monotheïsten). Echter moet men ook wat daarmee in strijd is, haten en zich ervan distantiëren.

Soorten liefde

Er zijn verschillende soorten van liefde. Het is van groot belang deze te kunnen onderscheiden, zodat de moslim zijn verplichtingen zo juist mogelijk kan verrichten.

1. de natuurlijke liefde; onder deze soort valt de liefde jegens de ouders, de liefde jegens de kinderen, de liefde jegens de echtgenoot. Deze liefde wordt door de natuurlijke aanleg waarin de mens is geschapen bepaald, en kan geleid worden door de wetgeving van de Islaam.

2. de liefde van de aanbidding; onder deze liefde valt de liefde voor Allaah, en Zijn Boodschapper, Zijn geliefden, Zijn wetgeving. Tevens valt hieronder liefde omwille van Allaah. Deze liefde is bepaald in de wetgeving van de Islaam. Zodoende hoort de moslim ernaar te handelen.

De soort liefde die in deze vraag behandeld wordt, heeft betrekking tot de liefde in de aanbidding.


De voorwaarde voor acceptatie:

Men mag van niets in de aanwezigheid houden om zijn persoon, behalve van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa. Wel mag men van iemand houden omwille van Hem subhaanahu wa-ta3aalaa, zoals het houden van Zijn boodschappers, Zijn profeten, Zijn engelen, en Zijn geliefden. Onze liefde voor hen is namelijk slechts een volmaking van onze liefde voor Hem subhaanahu wa-ta3aala. Tevens mogen wij hen niet naast Allaah subhaanahu wa-ta3aala liefhebben, zoals degenen die naast Allaah afgoden nemen, die zij lief hebben met de liefde als die voor Allaah. Wanneer men wel van iemand houdt om zijn persoon, dan heeft men iemand naast Allaah subhaanahu wa-ta3aala lief en begaat men polytheïsme (Shirk). Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمِنَ النَّاسِ مَنْ يَتَّخِذُ مِنْ دُونِ اللَّهِ أَنْدَاداً يُحِبُّونَهُمْ كَحُبِّ اللَّهِ وَالَّذِينَ آمَنُوا أَشَدُّ حُبّاً لِلَّهِ وَلَوْ يَرَى الَّذِينَ ظَلَمُوا إِذْ يَرَوْنَ الْعَذَابَ أَنَّ الْقُوَّةَ لِلَّهِ جَمِيعاً وَأَنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعَذَابِ (البقرة:165)

en er zijn er onder de mensen die naast Allaah afgoden nemen, die zij liefhebben met de liefde als (die) voor Allaah, maar degenen die geloven zijn sterker in liefde voor Allaah. En als degenen die onrecht pleegden zouden weten wanneer zij de bestraffing zien, (dan zouden zij weten) dat alle macht aan Allaah behoort en dat Allaah hard is in de bestraffing.” (Aayah: 2/165).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa waarschuwt degenen die naast Hem iemand anders aanbidden door hem net zoveel als Allaah lief te hebben. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا مَنْ يَرْتَدَّ مِنْكُمْ عَنْ دِينِهِ فَسَوْفَ يَأْتِي اللَّهُ بِقَوْمٍ يُحِبُّهُمْ وَيُحِبُّونَهُ (المائدة: من الآية54)

“O jullie die geloven! Wie van jullie zijn godsdienst afvallig is: Allaah zal een volk nemen waar Hij van houdt en dat van Hem houdt.” (Aayah: 5/54).

Zo zullen de ongelovigen hard bestraft worden wegens het liefhebben van iemand naast Allaah. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook over hen:

﴿قَالُوا وَهُمْ فِيهَا يَخْتَصِمُونَ (96) تَاللَّهِ إِنْ كُنَّا لَفِي ضَلالٍ مُبِينٍ (97) إِذْ نُسَوِّيكُمْ بِرَبِّ الْعَالَمِينَ (الشعراء: 96-98)

-96- Zij zeggen, terwijl zij met elkaar redetwisten: -97- “Bij Allaah, wij verkeerden zeker in een duidelijke dwaling. -98- Dat wij jullie (afgoden) gelijk stelden aan de Heer der Werelden.” (Aayah: 26/96-98).

 

In dit vers vertelt Allaah de Alwetende de Alhorende ons over het redetwisten dat tussen de ongelovigen in het hellevuur plaats zal vinden. Hiermee wordt één van de redenen van afdwaling duidelijk gemaakt, namelijk het houden van mensen naast Allaah, door ze te volgen in hetgeen zij toegestaan maken dat Allaah verboden heeft, en hetgeen zij verbieden dat Allaah toegestaan heeft gemaakt.

 

Zo zal iedereen in het hiernamaals voor Allaah verschijnen. De zwakken zullen dan tegen degenen die hoogmoedig waren zeggen: “Voorwaar, wij waren jullie volgelingen, kunnen jullie dan nu voor ons iets van de bestraffing van Allaah afwenden?” Maar tevergeefs, iedereen zal op die dag naar zijn eigen handelen beoordeeld worden, en de dwalenden die hun leiders gevolgd hebben zullen spijt hebben wanneer de spijt hen niet meer zal baten. Zij hebben namelijk hun leiders naast Allaah aanbeden door van ze te houden en ze te volgen in hun dwaling. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt over de Christenen:

﴿اتَّخَذُوا أَحْبَارَهُمْ وَرُهْبَانَهُمْ أَرْبَاباً مِنْ دُونِ اللَّهِ وَالْمَسِيحَ ابْنَ مَرْيَمَ وَمَا أُمِرُوا إِلَّا لِيَعْبُدُوا إِلَهاً وَاحِداً لا إِلَهَ إِلَّا هُوَ سُبْحَانَهُ عَمَّا يُشْرِكُونَ (التوبة:31)

“Zij hebben hun schriftgeleerden en hun monniken tot heren naast Allaah genomen en (ook) de Masieh, de zoon van Maryam, terwijl hun niets is bevolen dan dat zij één god aanbidden: er is geen god behalve Hij. Heilig is Hij boven de deelgenoten die zij naast Hem toekennen.” (Aayah: 9/31).

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam legt dit vers uit en zegt:

عن عدي بن حاتم قال : قال النبي صلى الله عليه وسلم: »أما إنهم لم يكونوا يعبدونهم ولكنهم كانوا إذا أحلوا لهم شيئا استحلوه وإذا حرموا عليهم شيئا حرموه [ فتلك عبادتهم ] « قال الترمذي : حديث غريب قال الشيخ الألباني : حسن

3adiyy ibn Haatim radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «Voorwaar, zij aanbaden hun niet (letterlijk), maar wanneer zij –de leiders- iets voor hun toegestaan maken, maken zij –de volgelingen- het toegestaan, en wanneer zij –de leiders- iets voor hun verbieden, maken zij –de volgelingen- het verboden. Dat is hun aanbidding.”»[1]

In deze hadieth maakt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam duidelijk dat men degenen niet mag volgen die hetgeen toegestaan maken wat Allaah subhaanahu wa-ta3aala verboden heeft en hetgeen verbieden wat Allaah subhaanahu wa-ta3aala toegestaan heeft gemaakt. Wanneer men dit wel doet, neemt men een deelgenoot naast Allaah. Allaah is namelijk de Enige Die toegestaan en verboden maakt. Zo is hetgeen wat onze Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam voor ons toegestaan en verboden maakt, door Allaah subhaanahu wa-ta3aala aan hem geopenbaard. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا يَنْطِقُ عَنِ الْهَوَى (3) إِنْ هُوَ إِلَّا وَحْيٌ يُوحَى (النجم:3-4)

-3- En Hij spreekt niet uit begeerte. -4- Het is niets anders dan een openbaring die aan hem geopenbaard is.” (Aayah: 53/3-4).

In dit vers vertelt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa dat alles wat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt en waarover hij oordeelt, hij niet uit lust en begeerte doet. Het is namelijk slechts een boodschap die door Allaah aan hem via de engel Djibriel geopenbaard is, die hij vervolgens aan de mensen moet overbrengen.

عن ‏ ‏عبد الله بن عمرو ‏ ‏قال »كنت أكتب كل شيء أسمعه من رسول الله ‏ ‏صلى الله عليه وسلم ‏ ‏أريد حفظه فنهتني ‏ ‏قريش ‏ ‏فقالوا إنك تكتب كل شيء تسمعه من رسول الله ‏ ‏صلى الله عليه وسلم ‏ ‏ورسول الله ‏ ‏صلى الله عليه وسلم ‏ ‏بشر يتكلم في الغضب والرضا فأمسكت عن الكتاب فذكرت ذلك لرسول الله ‏ ‏صلى الله عليه وسلم ‏ ‏فقال “اكتب فوالذي نفسي بيده ‏ ‏ما خرج مني إلا حق.” «

3abdu-llaah ibn 3amr radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald: «Ik schreef alles wat ik van de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam hoorde. Ik wilde het namelijk conserveren[2]. Quraysh heeft mij dat toen verboden, en zeiden: “Jij schrijft alles wat jij hoort van de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam terwijl hij maar een mens is, die praat bij boosheid en tevredenheid.” Ik stopte toen met schrijven en vermeldde dat aan de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei toen: “Schrijf! Bij Degene Die mijn ziel in Zijn hand heeft, er komt bij mij (uit mijn mond) alleen de waarheid uit.” »[3]

Deze hadieth en het vers dat daarvoor kwam, zijn beiden bewijzen van het feit dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam de enige is die wij blindelings horen te volgen. Hij is namelijk degene die de wetten van Allaah naar ons overbrengt. Deze conclusie leidt ons tot het volgen van het vers waarin dat duidelijk wordt vastgelegd. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿قُلْ إِنْ كُنْتُمْ تُحِبُّونَ اللَّهَ فَاتَّبِعُونِي يُحْبِبْكُمُ اللَّهُ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ذُنُوبَكُمْ وَاللَّهُ غَفُورٌ رَحِيمٌ (آل عمران:31)

“Zeg (o Muhammed) “Als jullie van Allaah houden, volgt mij dan: Allaah zal dan van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allaah is vergevensgezind, Meest Barmhartig.” (Aayah: 3/31).

In dit vers zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa dat het volgen van Zijn Boodschapper één van de belangrijkste kenmerken is van het houden van Hem.

De voorwaarde voor volmaaktheid:

Een ander kenmerk van het liefhebben van Allaah is, dat men hetgeen waarmee Allaah behaagd is vóór -hetgeen naar waar zijn lust en begeerte gaan- laat gaan. En dat men hetgeen dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa verboden heeft, haat en er afstand van neemt. Dat is de volmaaktheid van het Geloof. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿أَرَأَيْتَ مَنِ اتَّخَذَ إِلَهَهُ هَوَاهُ أَفَأَنْتَ تَكُونُ عَلَيْهِ وَكِيلاً (الفرقان:43)

“Heb jij degene gezien, die zijn begeerten als zijn god neemt? Zou jij een beschermer voor hem zijn?” (Aayah: 25/43).

In dit vers maakt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa duidelijk dat wanneer men zijn begeerte en lust volgt, hij zijn begeerte en lust als god naast Allaah neemt. En wanneer men zijn lust en begeerte in de basis van de Islaam voor laat, en iemand anders dan Allaah of naast Allaah lief heeft, heeft men de basis van de Islaam geschonden. Maar wanneer men in een daad die hij verricht Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa ongehoorzaam is, dan wordt zijn Geloof naar de zwaarte van zijn zonde verzwakt.

عن أبي محمد عبد الله بن عمرو بن العاص رضي الله عنهما ، قال : قال رسول الله صلي الله عليه وسلم :1. رواه الخطيب والديلمي والنووي في الأربعين وضعفه ابن رجب والألباني.

3abdu-llaah ibn 3amr ibn al-3aas Moge Allaah met beide behaagd heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «Voorwaar, geen van jullie zal gelovig worden, totdat jullie lust overeenkomt met hetgeen waarmee ik gekomen ben.”»[4]

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt in deze hadieth dat het Geloof van de dienaar niet volmaakt wordt totdat zijn lust en liefde gericht worden naar hetgeen waar hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam mee gekomen is. Tevens moet men houden van hetgeen hij verplicht heeft, en hetgeen hij verboden heeft haten.

Tevens zal Allaah degene die alleen zijn begeerte en lust volgt, straffen met de zware bestraffing, namelijk de vervloeking. Hij zal dan het goede niet meer van het slechte kunnen onderscheiden, en Allaah zal het slechte voor hem mooier maken.

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿أَفَرَأَيْتَ مَنِ اتَّخَذَ إِلَهَهُ هَوَاهُ وَأَضَلَّهُ اللَّهُ عَلَى عِلْمٍ وَخَتَمَ عَلَى سَمْعِهِ وَقَلْبِهِ وَجَعَلَ عَلَى بَصَرِهِ غِشَاوَةً فَمَنْ يَهْدِيهِ مِنْ بَعْدِ اللَّهِ أَفَلا تَذَكَّرُونَ (الجاثـية:23)

“Heb jij degene gezien die zijn begeerten tot god heeft genomen, en die door Allaah tot dwaling wordt gebracht op grond van kennis, en op wiens ogen Hij een bedekking heeft aangebracht? Wie kan hem nog leiding geven nadat Allaah (hem heeft doen dwalen)? Laten jullie je dan niet vermanen?” (Aayah: 45/23).

Zo mag men niets en niemand meer dan Allaah liefhebben, en vóór Allaah en Zijn wetgeving laten. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿قُلْ إِنْ كَانَ آبَاؤُكُمْ وَأَبْنَاؤُكُمْ وَإِخْوَانُكُمْ وَأَزْوَاجُكُمْ وَعَشِيرَتُكُمْ وَأَمْوَالٌ اقْتَرَفْتُمُوهَا وَتِجَارَةٌ تَخْشَوْنَ كَسَادَهَا وَمَسَاكِنُ تَرْضَوْنَهَا أَحَبَّ إِلَيْكُمْ مِنَ اللَّهِ وَرَسُولِهِ وَجِهَادٍ فِي سَبِيلِهِ فَتَرَبَّصُوا حَتَّى يَأْتِيَ اللَّهُ بِأَمْرِهِ وَاللَّهُ لا يَهْدِي الْقَوْمَ الْفَاسِقِينَ (التوبة:24)

“Zeg: “Als jullie vaders en jullie zonen en jullie broeders en jullie echtgenotes en jullie familie en de bezittingen die jullie verworven hebben en de handel waarvan jullie verlies vrezen en de huizen die jullie behagen, jullie dierbaarder zijn dan Allaah en Zijn Boodschapper en het strijden op Zijn weg, wacht dan tot Allaah met Zijn beschikking komt. En Allaah leidt het zwaar zondige volk niet.” (Aayah: 9/24).

Een ander kenmerk van houden van Allaah is geduld bij de beproeving. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿الم (1) أَحَسِبَ النَّاسُ أَنْ يُتْرَكُوا أَنْ يَقُولُوا آمَنَّا وَهُمْ لا يُفْتَنُونَ (2) وَلَقَدْ فَتَنَّا الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ فَلَيَعْلَمَنَّ اللَّهُ الَّذِينَ صَدَقُوا وَلَيَعْلَمَنَّ الْكَاذِبِينَ (العنكبوت:3)

-1- Alif Laam Miem.-2- Dachten de mensen dat zij met rust gelaten worden, als zij zeggen: “Wij geloven,” en dat zij niet op de proef gesteld worden?-3- En voorzeker, Wij hebben degenen vóór hen op de proef gesteld. Allaah kent zeker degenen die de oprecht spreken en Hij kent zeker de leugenaars.” (Aayah: 29/ 1-3).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt in dit vers: het kan niet zo zijn dat de mensen zomaar kunnen zeggen dat ze gelovig zijn, zonder dat ze op de proef gesteld worden. Zij zullen namelijk op de proef gesteld worden, zodat ze kunnen merken wie onder hen de werkelijke gelovige is. De werkelijke gelovige heeft geduld wanneer hij omwille van Allaah op de proef gesteld wordt, maar degene die Allaah niet lief heeft, zal geen geduld hebben. Hij zal zich bij de eerste tegenslag naar ongeloof terugkeren. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمِنَ النَّاسِ مَنْ يَقُولُ آمَنَّا بِاللَّهِ فَإِذَا أُوذِيَ فِي اللَّهِ جَعَلَ فِتْنَةَ النَّاسِ كَعَذَابِ اللَّهِ(العنكبوت: من الآية10)

“En er zijn er onder de mensen die zeggen: “Wij geloven in Allaah,” en als zij dan door (te geloven in) Allaah gekweld worden, beschouwen zij de beproeving van de mensen als een bestraffing van Allaah.” (Aayah: 29/10).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿وَمِنَ النَّاسِ مَنْ يَعْبُدُ اللَّهَ عَلَى حَرْفٍ فَإِنْ أَصَابَهُ خَيْرٌ اطْمَأَنَّ بِهِ وَإِنْ أَصَابَتْهُ فِتْنَةٌ انْقَلَبَ عَلَى وَجْهِهِ خَسِرَ الدُّنْيَا وَالْآخِرَةَ ذَلِكَ هُوَ الْخُسْرَانُ الْمُبِينُ (الحج:11)

“En er zijn er onder de mensen die Allaah op de rand aanbidden: als hem iets goeds overkomt is hij daar tevreden mee, maar als hem een beproeving ten deel valt, wendt hij zijn gezicht weer af: hij verliest de wereld en het hiernamaals. Dat is het duidelijke verlies.” (Aayah: 22/11).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa vertelt in dit vers dat degene die niet geduldig zal zijn in de beproeving die hij ondergaat, en vervolgens zijn godsdienst de Islaam daar de schuld van geeft, buiten de Islaam treedt. Tevens zal hij alles in het wereldse verliezen, omdat hij de beproeving heeft ondergaan –armoede, ziekte, handicap, of de dood van een geliefde- en geen geduld had. Vervolgens zal hij ook het hiernamaals verliezen, omdat hij Allaah verloochend heeft.

عن عبد الله بن المغفل يقول» أتى رجل النبي صلى الله عليه وسلم فقال والله يا رسول الله إني أحبك فقال له رسول الله صلى الله عليه وسلم: “إن البلايا أسرع إلى من يحبني من السيل إلى منتهاه«”. قال الشيخ الألباني: ( حسن )

3abdu-llaah ibn Mughaffal radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald: «Er kwam een man naar de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam en zei: “O Boodschapper van Allaah, ik hou van jou!” De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei tegen hem: “Voorzeker, de beproevingen komen sneller tot degene die van me houdt, dan de vloed (stromend) naar zijn eindplaats.”»[5]

Zo zien we dat degene die zegt van Allaah te houden, zijn uitspraak op de proef wordt gesteld om te weten te komen of zijn uitspraak daadwerkelijk met eerlijkheid uit zijn hart komt.

Tevens moet de moslimdienaar omdat hij van Allaah houdt, ook omwille van Hem houden en omwille van Hem haten, en omwille van Hem vrienden nemen en omwille van Hem vijanden nemen.



[1] Hasan, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad, imaam a-Ttabarie en imaam a-Ttirmidhie en is hasan verklaard door imaam al-Albaanie.

[2] “Conserveren” betekent: in stand houden, bewaren.

[3]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad en imaam aboe Daawoed en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[4] Da3ief, deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Khatieb, imaam a-Ddaylamie en imaam a-Nnawawie en is door imaam ibn Radjab en imaam al-Albaanie da3ief verklaard. Slechts de keten van de hadieth is da3ief verklaard. De betekenis van de hadieth is wel juist omdat het overeenkomt met vele bewijzen uit de Qur’aan en de Sunnah.

[5] Hasan, deze hadieth is overgeleverd door imaam ibn Hibbaan en is hasan verklaard door imaam al-Albaanie.


  1. لا يؤمن أحدكم حتي يكون هواه تبعا لما جئت به []