Vraag 32: Wat is het bewijs voor het vasten?

Antwoord: Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُتِبَ عَلَيْكُمُ الصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى الَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ (البقرة:183)

“O jullie die geloven, het vasten is jullie verplicht, zoals het (ook) degenen die vóór jullie waren verplicht was, hopelijk zullen jullie (Allaah) vrezen.” (Aayah: 2/183).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿ فَمَنْ شَهِدَ مِنْكُمُ الشَّهْرَ فَلْيَصُمْهُ(البقرة: من الآية185)

“Wie van jullie aanwezig is in de maand, laat die dan vasten.” (Aayah: 2/185).

 

(En nog andere) verzen.

Tevens in de overlevering van de bedoeïen: «Vertel mij wat Allaah mij verplicht heeft van het vasten. Hij Allaah’s gebeden en vrede zij met hem zei: “De maand Ramadaan, maar je kan (ook) vrijwillig (vasten).”»

 

Uitleg: (A-Ssiyaam) betekent letterlijk in het Arabisch ‘vasten’. Technisch (Islamitisch) betekent het: het onthouden van eten en drinken en geslachtsgemeenschap, omwille van Allaah vanaf (al-Fadjr) de vroege ochtend tot en met (al-Maghrib) de zonsondergang. De verplichte dagen waarop gevast moet worden zijn de dagen van de maanmaand Ramadaan. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

 

﴿يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آَمَنُوا كُتِبَ عَلَيْكُمُ الصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى الَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ (183) أَيَّامًا مَعْدُودَاتٍ فَمَنْ كَانَ مِنْكُمْ مَرِيضًا أَوْ عَلَى سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِنْ أَيَّامٍ أُخَرَ وَعَلَى الَّذِينَ يُطِيقُونَهُ فِدْيَةٌ طَعَامُ مِسْكِينٍ فَمَنْ تَطَوَّعَ خَيْرًا فَهُوَ خَيْرٌ لَهُ وَأَنْ تَصُومُوا خَيْرٌ لَكُمْ إِنْ كُنْتُمْ تَعْلَمُونَ (184) شَهْرُ رَمَضَانَ الَّذِي أُنْزِلَ فِيهِ الْقُرْآَنُ هُدًى لِلنَّاسِ وَبَيِّنَاتٍ مِنَ الْهُدَى وَالْفُرْقَانِ فَمَنْ شَهِدَ مِنْكُمُ الشَّهْرَ فَلْيَصُمْهُ وَمَنْ كَانَ مَرِيضًا أَوْ عَلَى سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِنْ أَيَّامٍ أُخَرَ يُرِيدُ اللَّهُ بِكُمُ الْيُسْرَ وَلَا يُرِيدُ بِكُمُ الْعُسْرَ وَلِتُكْمِلُوا الْعِدَّةَ وَلِتُكَبِّرُوا اللَّهَ عَلَى مَا هَدَاكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ(البقرة: 183-185)

-183- O jullie die geloven, het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor hen vóór jullie, hopelijk zullen jullie Allaah vrezen.-184- (Vast) een vastgesteld aantal dagen. Maar degene die dan van jullie ziek is, of op reis, dan een aantal dagen[1]. En op degenen die slechts met grote moeite kunnen vasten (en het dan niet doen) rust de plicht van Fidyah: het voeden van een arme. Maar degene die vrijwillig meer (dan verplicht is) geeft: dat is beter voor hem. En dat jullie vasten is beter voor jullie, als jullie dat maar weten.-185- De maand Ramadaan is het waarin de Qur’aan is neergezonden, als leiding voor de mensheid en als duidelijke bewijzen van de leiding en de Furqaan[2]. Wie van jullie de maand (Ramadaan) meemaakt, laat die dan vasten, maar wie ziek is of op reis, dan is er een aantal andere dagen (om de vasten in te halen). Allaah wil voor jullie het gemakkelijke en Hij wil niet voor jullie het ongemak. En maakt het aantal (dagen) vol en prijst Allaah’s Grootheid omdat Hij jullie leiding schonk, hopelijk zullen jullie dankbaar zijn.” (Aayah: 2/183-185).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa vertelt in dit vers dat Hij het vasten óók de vorige volkeren heeft verplicht, waaronder de Lieden van de Schrift. Allaah heeft namelijk de volkeren van Moesaa salla-llaahu 3alayhi wa-sallam ook verplicht om de maand Ramadaan te vasten. Zij mochten vanaf (Fadjr) tot en met de zonsondergang niet eten, niet drinken en geen geslachtsgemeenschap hebben. Ook mochten zij niet eten nadat zij in de nacht in slaap waren gevallen. De Christenen hebben daarna deze dagen verlengd tot dat het vijftig dagen werden. Ook hebben zij de tijd waarin zij vastten veranderd. Deze uitleg hebben de volgende geleerden gegeven: ibn 3umar, ibn 3abbaas, Mudjaahid, a-Ssiddie en a-Sha3bie.

 

Het vasten is na de emigratie van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam in drie fases verplicht. In de eerste fase moest men slechts drie dagen in een maand vasten. Vervolgens werd dat nietig verklaard, en moest men een hele maand (Ramadaan) vasten. Maar degenen die niet wilden vasten -of ze ziek waren, reizende of niet- zij moesten in plaats daarvan een arme voeden. In de derde fase werd het vasten iedereen verplicht, behalve de reizende en de zieke. Dezen moeten hun vasten na de maand Ramadaan inhalen.

 


[1] Degenen die in de Ramadaan ziek of op reis zijn, hoeven niet te vasten; het aantal niet gevaste dagen moet dan ingehaald worden na de maand Ramadaan. Degenen die vanwege ouderdom of ernstige chronische ziekte slechts met de grootste moeite kunnen vasten, hoeven niet te vasten. Voor hen geldt een zogenaamde ‘Fidyah’, d.w.z. een vervangende plicht.

[2] “Furqaan” betekent: de onderscheider tussen de waarheid en de valsheid.