Vraag 34: Wat is de beoordeling van degene die één van deze (zuilen) ontkent of bevestigt, terwijl hij het nalaat omdat hij hoogmoedig is?

Antwoord: Hij moet gedood worden vanwege zijn ongeloof, net als anderen onder de verloochenaars en de hoogmoedigen, zoals Iblies[1] en Fir3awn.

Uitleg: Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft de mens met een brein geschapen. Ook heeft hij hem geschapen met de natuurlijke aanleg om het monotheïsme te accepteren. Vervolgens heeft Allaah boodschappers neergezonden en met hen boeken waarmee zij deze mens zijn doel in het leven duidelijk maken, hem verheugen op goede tijdingen als hij deze weg volgt en hem waarschuwen voor de bestraffing van Allaah als hij deze weg niet volgt.

Kortom Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft deze mens alles gegund waarmee hij het juiste pad in dit leven kan kiezen, zodat hij in het hiernamaals geen excuus zal hebben dat hij nergens van af wist.

Vandaar dat Allaah de Liefdevolle en Vergevensgezinde geen persoon straft voordat de boodschap hem bereikt en deze boodschap hem duidelijk is. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا كُنَّا مُعَذِّبِينَ حَتَّى نَبْعَثَ رَسُولًا(الإسراء: 15)

“En Wij bestraffen niet vóórdat Wij een boodschapper hebben gestuurd.” (Aayah: 17/15).

Desondanks zijn er mensen die de boodschap van Allaah bereikt heeft, maar het toch verloochenen, ontkennen en of door hoogmoed deze boodschap niet volgen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt over de oproep van Noeh salla-llaahu 3alayhi wa-sallam:

﴿قَالَ رَبِّ إِنِّي دَعَوْتُ قَوْمِي لَيْلًا وَنَهَارًا (5) فَلَمْ يَزِدْهُمْ دُعَائِي إِلَّا فِرَارًا (6) وَإِنِّي كُلَّمَا دَعَوْتُهُمْ لِتَغْفِرَ لَهُمْ جَعَلُوا أَصَابِعَهُمْ فِي آَذَانِهِمْ وَاسْتَغْشَوْا ثِيَابَهُمْ وَأَصَرُّوا وَاسْتَكْبَرُوا اسْتِكْبَارًا (نوح: 5-7)

-5- Hij (Noeh) zei: “Mijn Heer, ik heb mijn volk dag en nacht opgeroepen.-6- Maar mijn oproep deed hun vluchten (van de waarheid) slechts toenemen. -7- En voorwaar, telkens wanneer ik hen opriep opdat U hun zou vergeven, stopten zij hun vingers in hun oren en bedekten zij (hun gezichten) met hun kleding en bleven zij uiterst hoogmoedig.” (Aayah: 71/5-7).

Kennis over de boodschap van Allaah bestaat uit drie niveaus met betrekking tot de mensen, te weten:

1. noodzakelijke kennis;

2. verplichte kennis;

3. aanbevolen kennis.

De noodzakelijke kennis:

Noodzakelijke kennis is de kennis die elke moslimdienaar hoort te weten wanneer hij de Islaam binnen treedt. Deze kennis is nodig om de godsdienst te praktiseren. Zodoende zijn alle geleerden van de Islaam het over de aspecten van deze kennis eens. Zonder deze kennis kan men de Islaam niet praktiseren. Deze kennis houdt de volgende zaken in:

Kennis over het monotheïsme (a-Ttawhied) en wat daarmee in strijd is, namelijk polytheïsme (a-Shirk). Deze kennis is belangrijk om kennis te maken met de Schepper, kennis te nemen van het doel van de schepping en afstand te nemen van hetgeen wat daarmee in strijd is. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿فَاعْلَمْ أَنَّهُ لا إِلَهَ إِلَّا اللَّهُ (محمد: من الآية19)

“Weet dat er geen god is dan Allaah.” (Aayah: 74/19).

Kennis over de basis van de godsdienst, b.v.:

· de vijf zuilen van de Islaam;

· de zes zuilen van de Iemaan.

Kennis over de meest verwerpelijke zaken die door de Islaam zijn verboden, b.v.:

· het moorden;

· ontucht plegen;

· het afleggen van een valse getuigenis;

· rentenieren;

· het drinken van alcohol, en andere zaken die bij elke moslim bekend horen te zijn.

De verplichte kennis:

De verplichte kennis is de kennis die elke moslimdienaar hoort te vergaren zodat hij weet op welke wijze hij Allaah moet aanbidden. Hieronder valt o.a.:

de manier van het verrichten van de Salaah en de rest van de zuilen van de Islaam. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam maakt de verplichting hiervan duidelijk in de volgende hadieth:

عن أنس بن مالك قال قال: »رسول الله صلى الله عليه وسلم: طلب العلم فريضة على كل مسلم« رواه مسلم وابن ماجة.

Anas ibn Maalik Moge Allaah behaagd met hem zijn heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «Het vergaren van kennis is een verplichting voor elke moslim.”»[2]

De aanbevolen kennis:

De aanbevolen kennis is de kennis die niet elke moslim is gevraagd te vergaren. Als sommige onder de moslims deze kennis vergaren, hoeven de anderen het niet te doen. Dat is kennis van de details van de Islamitische wetgeving. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا كَانَ الْمُؤْمِنُونَ لِيَنفِرُواْ كَآفّةً فَلَوْلاَ نَفَرَ مِن كُلّ فِرْقَةٍ مّنْهُمْ طَآئِفَةٌ لّيَتَفَقّهُواْ فِي الدّينِ وَلِيُنذِرُواْ قَوْمَهُمْ إِذَا رَجَعُوَاْ إِلَيْهِمْ لَعَلّهُمْ يَحْذَرُونَ(التوبة: 122)

“En het past de gelovigen niet dat zij allen (ten strijde) uitrukken. Waarom rukt niet van elke groep een aantal uit, opdat zij (de achtergeblevenen) begrip verkrijgen over de godsdienst, opdat zij hun volk zullen waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren. Hopelijk zullen zij zichzelf behoeden.” (Aayah: 9/122).

De ontkenning van één van de aspecten van de noodzakelijke kennis:

We hebben eerder vastgesteld dat elke moslim de noodzakelijke kennis moet weten en erin moet geloven. Zo zijn alle geleerden het erover eens dat wanneer een moslim één van de aspecten die onder deze soort valt ontkent, nadat het hem duidelijk was geworden dat het bij de Islaam hoort, hij een kufr heeft begaan en buiten de Islaam treedt.

Maar wanneer het hem niet duidelijk is geworden, omdat hij een nieuwe moslim is -en daarom niet veel weet over de Islaam-, of hij sommige verzen verkeerd interpreteert, dan is hij nog geen ongelovige (kaafir). Wanneer het hem vervolgens duidelijk wordt gemaakt en hij deze aspecten alsnog ontkent, kan slechts een hooggeleerde hem kaafir verklaren. Hierover is namelijk overeenstemming bij de geleerden van a-Ssunnah. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿فَلَمَّا جَاءَتْهُمْ آيَاتُنَا مُبْصِرَةً قَالُوا هَذَا سِحْرٌ مُبِين (13) وَجَحَدُوا بِهَا وَاسْتَيْقَنَتْهَا أَنْفُسُهُمْ ظُلْماً وَعُلُوّاً فَانْظُرْ كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُفْسِدِينَ (النمل:14)

-13- Toen Onze duidelijke tekenen tot hen kwamen, zeiden zij: “Dit is duidelijk tovenarij. -14- En zij ontkenden ze, hoewel zij zelf ervan overtuigd waren, uit onrechtvaardigheid en hoogmoed. Zie dan hoe het einde van de verderfzaaiers was.” (Aayah: 27/13-14).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa vertelt in dit vers over degenen die Zijn tekenen – de tekenen waarmee Allaah’s profeet Moesaa salla-llaahu 3alayhi wa-sallam is gekomen – verloochenen, en daarmee ook Zijn boodschap verloochenen, terwijl zij in zichzelf weten dat hetgeen waarmee Zijn boodschapper is gekomen de waarheid is. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ze toen hard bestraft, en er wacht hun een hardere bestraffing in het hiernamaals.

De erkenning van één van de aspecten van de noodzakelijke kennis, en vervolgens het nalaten wegens hoogmoed:

Ook degene die de aspecten van de noodzakelijke kennis wel erkent, maar wegens hoogmoed één van deze aspecten nalaat, begaat een kufr, en treedt daarmee de Islaam uit. Dit is dezelfde reden waarvoor Iblies (de vader der satans) vervloekt werd. Hij wist wat hem voorgeschreven was en erkende dat, maar wegens hoogmoed weigerde hij Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa te aanbidden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt hierover:

﴿ وَلَقَدْ خَلَقْنَاكُمْ ثُمَّ صَوَّرْنَاكُمْ ثُمَّ قُلْنَا لِلْمَلائِكَةِ اسْجُدُوا لِآدَمَ فَسَجَدُوا إِلَّا إِبْلِيسَ لَمْ يَكُنْ مِنَ السَّاجِدِينَ (11) قَالَ مَا مَنَعَكَ أَلَّا تَسْجُدَ إِذْ أَمَرْتُكَ قَالَ أَنَا خَيْرٌ مِنْهُ خَلَقْتَنِي مِنْ نَارٍ وَخَلَقْتَهُ مِنْ طِينٍ (12) قَالَ فَاهْبِطْ مِنْهَا فَمَا يَكُونُ لَكَ أَنْ تَتَكَبَّرَ فِيهَا فَاخْرُجْ إِنَّكَ مِنَ الصَّاغِرِينَ (الأعراف:11-13)

-11- En voorzeker, Wij hebben jullie geschapen, vervolgens hebben Wij jullie vormgegeven en daarna zeiden Wij tot de engelen: “Knielt jullie neer voor Aadam,” toen knielden zij, behalve Iblies, hij behoorde niet tot de knielenden. -12- Hij (Allaah) vroeg: “Wat belemmerde jou je neer te knielen, toen Ik jou beval?” Hij zei: “Ik ben beter dan hem (Aadam); U hebt mij uit vuur geschapen terwijl U hem uit aarde hebt geschapen.”-13- Hij (Allaah) zei: “Daal af uit het (paradijs), want het past jou niet dat jij je er hoogmoedig in gedraagt, vertrek daarom. Voorwaar, jij behoort tot de vernederenden.” (Aayah: 7/11-13).

Ook heeft Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa gezegd:

﴿وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلائِكَةِ اسْجُدُوا لِآدَمَ فَسَجَدُوا إِلَّا إِبْلِيسَ أَبَى وَاسْتَكْبَرَ وَكَانَ مِنَ الْكَافِرِينَ (البقرة:34)

“En toen Wij tegen de engelen zeiden: “Knielt jullie neer voor Aadam,” toen knielden zij, behalve Iblies. Hij weigerde en was hoogmoedig en hij werd één van de ongelovigen.” (Aayah: 2/34).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft de vervloekte Iblies als ongelovige verklaard en hem wegens zijn hoogmoed buiten het paradijs geworpen, hoewel hij weet en erkent dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zijn Heer is en dat hij Hem moet gehoorzamen.

Zo zullen degenen die uit hoogmoed ongehoorzaam zijn aan Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa hard bestraft worden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿إِنَّ الَّذِينَ كَذَّبُوا بِآياتِنَا وَاسْتَكْبَرُوا عَنْهَا لا تُفَتَّحُ لَهُمْ أَبْوَابُ السَّمَاءِ وَلا يَدْخُلُونَ الْجَنَّةَ حَتَّى يَلِجَ الْجَمَلُ فِي سَمِّ الْخِيَاطِ وَكَذَلِكَ نَجْزِي الْمُجْرِمِينَ (الأعراف:40)

“Voorwaar, degenen die Onze verzen loochenen en die zich er hooghartig van afwenden: de poorten van de hemel zullen voor hen niet worden geopend, en zij zullen het paradijs niet binnengaan, totdat de kameel door het oog van de naald gaat. En zo vergelden Wij de misdadigers.” (Aayah: 7/40).

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿فَأَمَّا الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ فَيُوَفِّيهِمْ أُجُورَهُمْ وَيَزِيدُهُمْ مِنْ فَضْلِهِ وَأَمَّا الَّذِينَ اسْتَنْكَفُوا وَاسْتَكْبَرُوا فَيُعَذِّبُهُمْ عَذَاباً أَلِيماً وَلا يَجِدُونَ لَهُمْ مِنْ دُونِ اللَّهِ وَلِيّاً وَلا نَصِيراً (النساء:173)

“Maar wat betreft degenen die geloven en goede daden verrichten: Hij zal hun beloningen geven en meer van Zijn gunst geven. Maar degenen die hoogmoedig en arrogant zijn zal Hij dan straffen met een pijnlijke bestraffing en zij zullen zich buiten Allaah geen beschermer en geen helper vinden.” (Aayah: 4/173).

Maar…er zijn twee situaties waarin zo’n persoon zich in het wereldse kan bevinden, te weten:

In een Islamitische staat waar er met de Qur’aan en de Sunnah geregeerd wordt:

In zo een situatie zal de rechter die onder deze staat valt en volgens de Islamitische wetten regeert, hem duidelijk moeten maken dat hij verkeerd (bezig) is. Wanneer het hem dan duidelijk wordt en hij alsnog weigert te gehoorzamen, wordt hij ten dode veroordeeld wegens zijn ongeloof. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿فَإِنْ تَابُوا وَأَقَامُوا الصَّلاةَ وَآتَوُا الزَّكَاةَ فَإِخْوَانُكُمْ فِي الدِّينِ (التوبة: من الآية11)

“Wanneer zij dan berouw tonen, en de Salaah onderhouden en de Zakaah geven, dan zijn zij jullie broeders in de godsdienst.” (Aayah: 9/11).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa maakt in dit vers duidelijk dat als de mensen het gebed niet verrichten en of de Zakaah niet geven -nadat de verplichting ervan hen duidelijk is geworden-, zij niet als broeders in de godsdienst beschouwd mogen worden.

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿فَإِنْ تَابُوا وَأَقَامُوا الصَّلاةَ وَآتَوُا الزَّكَاةَ فَخَلُّوا سَبِيلَهُمْ (التوبة: من الآية5)

“Als zij dan berouw tonen, en de Salaah onderhouden en de Zakaah geven, laat hen dan vrij.” (Aayah: 9/5).

 

In dit vers maakt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa duidelijk dat als de ongelovigen het geloof binnentreden en vervolgens de Salaah verrichten en de Zakaah geven, zij gelovig zijn en niet meer bestreden mogen worden.

 

وعن بريدة قال قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: »العهد الذي بيننا وبينهم الصلاة فمن تركها فقد كفر« . رواه أحمد والترمذي والنسائي وابن ماجه وصححه الألباني.

Buraydah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Voorwaar, de scheiding tussen ons (de gelovigen) en hen (de ongelovigen) is de Salaah. Voorwaar, wie het verlaat heeft een Kufr (ongeloof) begaan.”»[3]

In deze hadieth maakt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam duidelijk dat wanneer men het gebed niet verricht, hij een kufr heeft begaan.

Wanneer men de Salaah verricht en de Zakaah wel geeft, mag men niet gedood worden. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam maakt dat in de volgende hadieth duidelijk.

 

عن أبي هريرة رضي الله عنه أن النبي صلى الله عليه وسلم قال: أمرت أن أقاتل الناس حتى يشهدوا أن لا إله إلا الله وأني رسول الله ويقيموا الصلاة ويؤتوا الزكاة«. رواه الترمذي وابن ماجة والنسائي وصححه الألباني.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Mij is bevolen om te strijden tegen de mensen, totdat zij getuigen dat er geen god is behalve Allaah en dat ik de Boodschapper van Allaah ben, en zij de Salaah verrichten en de Zakaah geven.”»[4]

Uit de bewijzen die we net aangehaald hebben, en andere bewijzen, hebben de geleerden begrepen dat wanneer men de Salaah niet verricht en of de Zakaah niet geeft wegens ontkenning van de verplichting ervan, of wegens hoogmoed, nadat het hem duidelijk is gemaakt, men buiten de Islaam treedt en wordt gedood.

Het onderwerp ‘ongeloof’ en de verdelingen en niveaus ervan zullen in-shaa’-Allaah nader in het boek behandeld worden.[5]

In een niet-Islamitische staat:

Maar indien degene die de Salaah, de Zakaah en of één van de aspecten van de noodzakelijke kennis ontkent en of uit hoogmoed weigert te verrichten, zich niet in een Islamitische staat bevindt waar de Islaam als wet gehanteerd wordt, kan en mag deze persoon niet gedood worden. De enige handelingen die zijn naasten, de imaam[6] of een geleerde mogen verrichten, zijn slechts het adviseren en het ertoe oproepen.

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam geeft ons een definitie van het omgaan met zo’n situatie.

عن أبي سعيد الخدري قال : سمعت رسول الله r يقول» :من رأى منكم منكرا فليغيره بيده فإن لم يستطع فبلسانه فإن لم يستطع فبقلبه وذلك أضعف الإيمان» صحيح أخرجه مسلم وأبو داود والنسائي والترمذي وابن ماجة وأحمد

Aboe Sa3ied radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Al wie onder jullie een verwerpelijke (zaak) ziet, laat hem het middels zijn hand veranderen. Voorwaar, als hij daartoe niet in staat is, laat hem het dan middels zijn tong veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, laat hem het dan middels zijn hart doen, en dat is het zwakste niveau van het Geloof.”». En in een andere overlevering zegt de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem: «“En na dat is er geen mosterdzaadje Geloof.”»[7]

Ook zegt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam:

عن تميم الداري قال قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: «إن الدين النصيحة إن الدين النصيحة إن الدين النصيحة قالوا لمن يا رسول الله قال لله وكتابه ورسوله وأئمة المؤمنين وعامتهم أو أئمة المسلمين وعامتهم» رواه مسلم والترمذي.

Tamiem a-Ddaarie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «“Voorwaar, de godsdienst is het adviseren (dat zei hij drie keer). Zij vroegen: “Voor wie o Boodschapper van Allaah?” Hij zei: “Voor Allaah en Zijn Boek en Zijn boodschappers en de leiders van de gelovigen en de algemene gelovigen.”»[8]



[1] “Iblies” is de naam van de vader der satans.

[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim en imaam ibn Maadjah.

[3] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad, imaam a-Ttirmidhie, imaam a-Nnasaa’ie en imaam ibn Maadjah en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[4] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttirmidhie, imaam a-Nnasaa’ie en imaam ibn Maadjah en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. De oorspronkelijke hadieth bevindt zich in de verzameling van imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[5] Zie vragen 161-168.

[6] “De imaam” betekent in dit geval: het hoofd of de leider van de Islamitische staat.

[7]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Muslim, imaam aboe Daawoed, imaam a-Nnasaa’ie, imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Maadjah en imaam Ahmad, en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[8]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttirmidhie en is sahieh verklaard door imaam Muslim.