Vraag 36: Wat is al-Iemaan (het Geloof)?

Antwoord: Al-Iemaan (het Geloof) is: uitspraken en handelingen. De uitspraak van het hart en (de uitspraak) van de tong en de handeling van het hart, (de handeling) van de tong en (de handeling) van de ledematen. Het vermeerdert door middel van gehoorzaamheid, en vermindert door middel van ongehoorzaamheid, en zijn bezitters verschillen erin van niveau.

Uitleg: Nadat we al-Islaam met zijn zuilen hebben behandeld komen we tot al-Iemaan met zijn zuilen. Allereerst moeten we de betekenis van de term Iemaan uitgebreid behandelen zodat we dat als basis nemen voor de uitleg van de rest van de zuilen.

Het is van cruciaal belang de betekenis en de inhoud van de term al-Iemaan op de juiste manier te interpreteren, te begrijpen en vervolgens toe te passen.

Er zijn meerdere interpretaties en betekenissen gegeven aan de term al-Iemaan, wat er toe heeft doen leiden dat er veel verderf in de wereld gezaaid is en de moslims in verschillende groeperingen zijn verdeeld.

Allereerst zullen we de onjuiste interpretatie behandelen, zodat we die van de juiste kunnen onderscheiden en vermijden. Vervolgens zullen we de juiste interpretatie behandelen met de daarbij behorende bewijzen uit de Qur’aan, de Sunnah en de uitspraken van de metgezellen van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam.

De twee meest bekende foutieve betekenissen:

De uitspraak van al-Khawaaridj[1] en al-Mu3tazilah[2]:

“الإيمان قول باللسان واعتقاد بالجنان وعمل بالأركان، والعمل شرط في الإيمان يوجد بوجوده، ويعدم بعدمه.

“Al-Iemaan is een uitspraak met de tong en een overtuiging met het hart en een daad met de ledematen. En de daad is één van de voorwaarden van al-Iemaan. (Al-Iemaan) bestaat als (de daad) bestaat, en (al-Iemaan) is er niet als (de daad) er niet is.”

Hiermee wordt bedoeld dat al-Iemaan de volgende voorwaarden bevat:

De uitspraak van de mond;

De overtuiging van het hart;

De daden van de ledematen.

Overigens worden ook de daden van de ledematen als voorwaarden gesteld aan de basis van al-Iemaan. Dat betekent dat wanneer een moslim een verplichte daad zoals de Salaah en of de Zakaah niet verricht, hij buiten de Islaam treedt. Ook betekent het dat wanneer een moslim een zonde begaat, zoals ontucht of rentenieren, hij buiten de Islaam treedt, en daarmee zijn bloed toegestan wordt gemaakt. Deze uitspraak is bedorven!

Vele uitspraken van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam bewijzen dat de daad van de ledematen geen voorwaarde van acceptatie is, maar een voorwaarde van de verplichte volmaaktheid. Zo zegt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam in één van de ahaadieth van de voorspraak[3] dat Allaah uit het hellevuur monotheïsten haalt die zelfs geen enkele goede daad omwille van Allaah hebben verricht.

«“Hij Allaah’s gebeden en vrede zij met hem zei: “Vervolgens doet Hij een greep (of twee grepen) vanuit het hellevuur (waarin) zich mensen bevinden die nimmer omwille van Allaah een goedheid hebben verricht, en die verbrand zijn totdat zij (himam) zwart zijn geworden.»[4]

Hiermee wordt duidelijk dat de daad van de ledematen geen voorwaarde is van de basis van al-Iemaan, oftewel geen voorwaarde van acceptatie is.

عن أنس بن مالك عن النبي صلى الله عليه وسلم أنه قال: “شفاعتي لأهل الكبائر من أمتي” رواه أحمد وأبي داوود

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Mijn voorspraak is voor degenen die grote zonden begaan onder mijn volk.”»[5]

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿إِنَّ اللَّهَ لا يَغْفِرُ أَنْ يُشْرَكَ بِهِ وَيَغْفِرُ مَا دُونَ ذَلِكَ لِمَنْ يَشَاءُ (النساء: من الآية48).

“Voorwaar, Allaah vergeeft niet dat aan Hem deelgenoten toegekend worden, maar Hij vergeeft daarnaast alles, aan wie Hij wil.” (Aayah: 4/47).

In dit vers zegt Allaah dat Hij in het hiernamaals alle zonden vergeeft, als Hij wil, behalve het toekennen van deelgenoten aan Hem (a-Shirk). Dit zal ook nader in deze vraag uitgelegd worden.

De uitspraak van al-Murdji’ah[6]:

Al-Murdji’ah is onderverdeeld in verschillende groeperingen. Elk van die groeperingen heeft ook een aparte interpretatie aan al-Iemaan gegeven, te weten:

Al-Djahmiyyah[7]:

“الإيمان هو المعرفة بالله، والكفر الجهل به”

“Al-Iemaan is het kennen van Allaah, en ongeloof is onwetendheid betreffende Allaah.”

Hiermee wordt bedoeld dat men de Islaam binnentreedt als men slechts Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa kent, wat betekent dat iedereen die Allaah kent en weet dat Hij bestaat, ook gelovig is. Zo zijn zelfs de shaytaan en Fir3awn en andere grote dwalenden gelovig bij hen. Zij hebben namelijk Allaah gekend, en ze weten dat zij Hem moeten aanbidden, en erkennen dat ook, maar wegens hoogmoed doen zij dat niet. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt over Fir3awn:

﴿قَالَ لَقَدْ عَلِمْتَ مَا أَنْزَلَ هَؤُلاءِ إِلَّا رَبُّ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ بَصَائِرَ وَإِنِّي لَأَظُنُّكَ يَا فِرْعَوْنُ مَثْبُوراً (الاسراء:102)

“Hij (Moesaa) zei: “Voorzeker, jij weet dat niemand anders die (tekenen) heeft neergezonden dan de Heer van de hemelen en de aarde, als een duidelijk bewijs. En voorwaar, ik veronderstel dat jij, o Fir3awn, ten onder gaat.” (Aayah: 17/102).

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿وَجَحَدُوا بِهَا وَاسْتَيْقَنَتْهَا أَنْفُسُهُمْ ظُلْماً وَعُلُوّاً (النمل: من الآية14)

“En zij ontkenden ze, hoewel zij in zichzelf ervan overtuigd waren, uit onrechtvaardigheid en hoogmoed.” (Aayah: 27/14).

De bedorvenheid van deze uitspraak is overduidelijk.

Al-Karraamiyyah[8]:

“الإيمان هو الإقرار باللسان فحسب.”

“Al-Iemaan is slechts de erkenning middels de tong.”

Hiermee wordt bedoeld dat wanneer een persoon het monotheïsme slechts met zijn tong erkent, hij gelovig is geworden. Zo zijn de hypocrieten die Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa in de Qur’aan als ongelovigen heeft verklaard, volgens deze interpretatie gelovigen. De bedorvenheid van deze uitspraak is ook overduidelijk. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt namelijk:

﴿إِذَا جَاءَكَ الْمُنَافِقُونَ قَالُوا نَشْهَدُ إِنَّكَ لَرَسُولُ اللَّهِ وَاللَّهُ يَعْلَمُ إِنَّكَ لَرَسُولُهُ وَاللَّهُ يَشْهَدُ إِنَّ الْمُنَافِقِينَ لَكَاذِبُونَ (1) اتَّخَذُوا أَيْمَانَهُمْ جُنَّةً فَصَدُّوا عَن سَبِيلِ اللهِ إِنَّهُمْ سَآءَ مَا كَانُوا يَعْمَلُونَ (2) ذَلِكَ بِأَنَّهُمْ ءَامَنُوا ثُمَّ كَفَرُوا فَطُبِعَ عَلَى قُلُوبِهِمْ فَهُمْ لاَ يَفْقَهُونَ (المنافقون:1-3)

-1- Wanneer de huichelaars tot jou komen, dan zeggen zij: “Wij getuigen dat jij zeker de Boodschapper van Allaah bent.” En Allaah weet dat jij zeker Zijn Boodschapper bent en Allaah getuigt dat de huichelaars zeker leugenaars zijn. -2- Zij hebben hun eden tot een schild gemaakt en zij houden af van de weg van Allaah. Voorwaar, slecht is het wat zij plachten te doen.-3- Dat is omdat zij geloofden en daarna ongelovig werden, waarna hun harten verzegeld werden, zodat zij niet begrijpen.” (Aayah: 63/1-3).

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿ إِنَّ الْمُنَافِقِينَ فِي الدَّرْكِ الْأَسْفَلِ مِنَ النَّارِ وَلَنْ تَجِدَ لَهُمْ نَصِيرا (النساء:145)

“Voorzeker, de huichelaars zullen in de laagste verdieping van het hellevuur zijn: jij zult nooit een helper voor hen vinden.” (Aayah: 4/145).

Al-Ashaa3irah[9]:

“الإيمان هو تصديق القلب

“Al-Iemaan is slechts het geloven middels het hart.”

Hiermee wordt bedoeld dat wanneer men slechts met zijn hart gelooft in hetgeen waarmee de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gekomen is, hij een volmaakte gelovige is. Deze interpretatie is bedorven om de volgende redenen:

Allaah de Heilige en Verhevene heeft namelijk de daden van de ledematen ook als Iemaan genoemd. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

﴿إِنَّمَا يُؤْمِنُ بِآياتِنَا الَّذِينَ إِذَا ذُكِّرُوا بِهَا خَرُّوا سُجَّداً وَسَبَّحُوا بِحَمْدِ رَبِّهِمْ وَهُمْ لا يَسْتَكْبِرُونَ(السجدة:15)

“Voorzeker, gelovig aan Onze verzen zijn slechts degenen die, wanneer zij ermee vermaand worden, zich neerbuigen, en die de glorie van hun Heer prijzen met Zijn lofprijzing. En zij zijn niet hoogmoedig.” (Aayah: 32/15).

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿قَدْ أَفْلَحَ الْمُؤْمِنُونَ (1) الَّذِينَ هُمْ فِي صَلاتِهِمْ خَاشِعُونَ (2) وَالَّذِينَ هُمْ عَنِ اللَّغْوِ مُعْرِضُونَ (3) وَالَّذِينَ هُمْ لِلزَّكَاةِ فَاعِلُونَ (4) وَالَّذِينَ هُمْ لِفُرُوجِهِمْ حَافِظُونَ (5) إِلَّا عَلَى أَزْوَاجِهِمْ أَوْ مَا مَلَكَتْ أَيْمَانُهُمْ فَإِنَّهُمْ غَيْرُ مَلُومِينَ (6) فَمَنِ ابْتَغَى وَرَاءَ ذَلِكَ فَأُولَئِكَ هُمُ الْعَادُونَ (7) وَالَّذِينَ هُمْ لِأَمَانَاتِهِمْ وَعَهْدِهِمْ رَاعُونَ (8) وَالَّذِينَ هُمْ عَلَى صَلَوَاتِهِمْ يُحَافِظُونَ (9) أُولَئِكَ هُمُ الْوَارِثُونَ (10) الَّذِينَ يَرِثُونَ الْفِرْدَوْسَ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ(المؤمنون:1-11)

-1- Waarlijk, de gelovigen slagen. -2- Degenen die nederig zijn in hun Salaah. -3- En degenen die nutteloos gepraat vermijden. -4- En degenen die de Zakaah geven. -5- En degenen die hun kuisheid bewaken. -6- Behalve tegenover hun echtgenotes of hun slavinnen, dan worden zij niet verweten. -7- Maar wie meer dan dat wensen: zij zijn degenen die de overtreders zijn. -8- En degenen die goed zorgen voor wat hen is toevertrouwd en voor hun beloften. -9- En degenen die de Salaah onderhouden. -10- Zij zijn degenen die de erfgenamen zijn.” (Aayah: 23/1-10).

 

In de twee voorafgaande verzen hebben we duidelijk kunnen zien dat ook de daden van de ledematen onder al-Iemaan vallen. Meer over deze kwestie zullen we in-shaa’-Allaah later bij deze vraag behandelen.

 

Ook betekent deze interpretatie dat wanneer men de geloofsgetuigenis niet uitspreekt maar er wel in gelooft en gelooft dat hetgeen waarmee de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gekomen is waar is, hij gelovig is, zoals zijn oom aboe Taalib, de Joden en de Christenen. Onder de geleerden van ahlu-ssunnah daarentegen is er geen geschil over het ongeloof van aboe Taalib, de Joden en de Christenen, en dat zij het hellevuur binnen zullen treden en er eeuwig in verblijven.

Hetgeen al deze dwalende groeperingen met elkaar gemeen hebben is dat al-Iemaan bij hen slechts één niveau heeft. Als een onderdeel ervan zich bij iemand bevindt, is zijn Iemaan vervolmaakt, en als een onderdeel ervan ontbreekt, vergaat het helemaal. Dat betekent dat de mens of een volmaakte gelovige is of niet gelovig is. De bedorvenheid van deze uitspraak zal in-shaa’-Allaah nader uitgelegd worden.

Als we van de foutieve interpretaties kennis hebben genomen is het van zeer cruciaal belang om de juiste interpretatie te kennen en te weten waar het op duidt.

De juiste betekenis:

“الإيمان: قول باللسان واعتقاد بالجنان وعمل بالأركان يزيد بطاعة الرحمن وينقص بطاعة الشيطان”

“Al-Iemaan is de uitspraak van de mond en een overtuiging middels het hart en een daad middels de ledematen. Het vermeerdert middels gehoorzaamheid aan de Barmhartige en vermindert middels gehoorzaamheid aan de shaytaan.”

Ook wordt het als volgt geïnterpreteerd:

Al-Iemaan (het Geloof) is: uitspraken en handelingen. De uitspraak van het hart en (de uitspraak) van de tong en de handeling van het hart, (de handeling) van de tong en (de handeling) van de ledematen. Het vermeerdert door middel van gehoorzaamheid en vermindert door middel van ongehoorzaamheid, en zijn bezitters verschillen erin van niveau.

Hiermee wordt bedoeld dat al-Iemaan de volgende aspecten bevat:

Uitspraak;

· Uitspraak van het hart;

Dit bevat het geloven en het erkennen van.

· Uitspraak van de tong.

Dit bevat de uitspraak van de geloofsgetuigenis.

Handelingen

· Handelingen van het hart;

Dit bevat de intentie en de zuiverheid ervan, liefde en het volgen.

· Handelingen middels de tong;

Dit bevat alle gedenkingen van de tong.

· Handelingen van de ledematen.

Dit bevat alle uiterlijke handelingen, zoals de Salaah, de Zakaah, etc.

De bewijsvoering, uitleg en beduiding volgen bij de komende vraag in-shaa’-Allaah.



[1] “Al-Khawaaridj” is de benaming van de eerste dwalende groepering binnen de Islaam. Hun belangrijkste uitspraak is dat wanneer een moslim een grote zonde pleegt, hij buiten de cirkel van de Islaam treedt. Door deze bedorven uitspraak hebben zij vele metgezellen van de Profeet bestreden en gedood. Enkele kenmerken van hen zijn:

Het overdrijven in de aanbiddingen;

Het bloed van de moslims toegestaan maken;

Het bestrijden van de leider van de moslims.

[2] “Al-Mu3tazilah” is de benaming van een dwalende groepering die na al-Khawaaridj is ontstaan, en het brein als de bron van kennis hanteert. Enkele kenmerken van hen zijn:

het verwerpen en ontkennen van de eigenschappen van Allaah de Heilige en Verhevene;

het verklaren van ongeloof aan een moslim die grote zonden begaat. In feite verklaren zij diegene als faasiq (libertijn), die uiteindelijk in het hellevuur verblijft;

hun uitspraak: de Quraan is geschapen, en is niet het woord van Allaah.

[3] “de ahaadieth van de voorspraak”: dat zijn de ahaadieth waarin de Profeet Allaah’ s gebeden en vrede zij met hem vertelt over hetgeen in het hiernamaals aan voorspraak plaats zal vinden. Door de voorspraak van de boodschappers en de profeten, martelaars, geliefden van Allaah en andere rechtschapenen, zullen sommige moslims vergeven worden en anderen uit het hellevuur gehaald worden. Voor meer uitleg: zie vragen 134-135.

[4] Voor de rest van de hadieth en de beoordeling ervan zie vraag 35.

[5] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad en imaam aboe Daawoed en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[6] “Al-Murdji’ah” is de benaming van een dwalende groepering binnen de Islaam. Enkele uitspraken waarmee men deze groepering kan herkennnen worden in de tekst behandeld.

[7] “Al-Djahmiyyah” is de benaming van een dwalende groepering die genoemd is naar de oprichter ervan, Djahm ibn Safwaan. Enkele van de belangrijkste uitspraken van deze groepering zijn:

De mens is in zijn daden gedwongen en heeft geen enkele keus;

De mens hoort Allaah de Heilige en Verhevene te kennen voordat hem een boodschap treft;

Allaah de Heilige en Verhevene heeft geen eigenschappen –Verheven is Hij boven dit- en Hij is de gehele aanwezigheid.

Al-Iemaan is slechts het kennen van Allaah de Heilige en Verhevene.

[8] “Al-Karraamiyyah” is een dwalende groepering die van al-Murdji’ah is vertakt. Hun belangrijkste uitspraken zijn:

Allaah de Heilige en Verhevene kon niet praten voordat Hij praatte en kon niet scheppen voordat Hij schiep;

De eigenschappen van Allaah lijken op de eigenschappen van de mens;

Al-Iemaan is slechts de uitspraak met de tong.

[9] “Al-Ashaa3irah” is een dwalende groepering binnen de Islaam. Enkele belangrijke kenmerken zijn:

Filosofie gaat voor hetgeen wat overgeleverd is als het met elkaar botst;

Het verwerpen van alle eigenschappen van Allaah de Heilige en Verhevene behalve zeven ervan;

Al-Iemaan is slechts het geloven in het hart;

De Qur’aan is geschapen en is niet het woord van Allaah;

De daden van de mens zijn in werkelijkheid de daden van Allaah. Overigens is de mens gedwongen zijn daden te verrichten en heeft geen eigen wil.