Vraag 37: Wat is het bewijs dat het (al-Iemaan) de uitspraken en de handelingen omvat?

Antwoord: Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

﴿وَلَكِنَّ اللَّهَ حَبَّبَ إِلَيْكُمُ الْأِيمَانَ وَزَيَّنَهُ فِي قُلُوبِكُمْ (الحجرات: من الآية7)

“Maar Allaah heeft jullie doen houden van het Geloof en Hij heeft het mooi gemaakt in jullie harten.” (Aayah: 49/7).

En Hij subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ook gezegd:

﴿فَآمِنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ(لأعراف: من الآية158)

“Gelooft daarom in Allaah en Zijn Boodschapper.” (Aayah: 7/158).

En dit is de betekenis van de twee getuigenissen zonder welke de dienaar de godsdienst (de Islaam) niet binnen kan treden. Ook is het (de geloofsgetuigenis) een daad van het hart, wegens het geloof (erin) en een daad van de tong wegens de uitspraak (ervan), dat niet zal baten behalve als beide (soorten daden) met elkaar overeenkomen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيُضِيعَ إِيمَانَكُمْ(البقرة: من الآية143)

“En Allaah is niet zo dat Hij jullie geloof verloren zou doen gaan.” (Aayah: 2/134).

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa bedoelt daarmee: de Salaah in de richting van het heilige Huis (Bayt al-Maqdis) voordat (de richting) van al-Qiblah[1] veranderde. Allaah heeft de gehele Salaah Iemaan (Geloof) genoemd, en het omvat de handelingen van het hart, de tong en de ledematen. Tevens heeft de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam de Djihaad en het bidden in de waardevolle nacht (Laylatu-l-qadr) en het vasten van (de maand) Ramadaan en het verrichten van het gebed in zijn nachten en het verrichten van de vijf gebeden, en andere zaken, als zaken van al-Iemaan verklaard. Ook is de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gevraagd: «“Wat is de beste daad?” Hij Allaah’s gebeden en vrede zij met hem zei: “Het geloof in Allaah en Zijn Boodschapper.”»

Uitleg: Al-Iemaan is in het Arabisch een synoniem van ‘a-ttasdieq’ (het geloven van/in). Echter houdt het daar niet op. Het betekent ook onderwerping, ootmoed, erkenning, gehoorzaming en overgave. Dit is ook de technische (Islamitische) betekenis ervan. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa vertelt over de zonen van Ya3qoeb vrede zij met hem toen zij hun broertje in de put hadden gegooid en naar hun vader kwamen. Hij zegt:

﴿وَمَا أَنْتَ بِمُؤْمِنٍ لَنَا وَلَوْ كُنَّا صَادِقِينَ (يوسف: من الآية17)

“…maar u zult ons niet geloven, ook al spreken wij de waarheid.” (Aayah: 12/17).

In dit vers gebruiken de zonen van Ya3qoeb de term Iemaan omdat het omvattender is dan a-ttasdieq. Het houdt namelijk ook in dat hun vader hun uitspraak niet erkent, niet vertrouwt en geen goed gevoel erbij heeft.

Weet o broeder -moge Allaah mij, jou en de rest van de moslims rechtleiden- dat de godsdienst waarmee Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa Zijn boodschappers heeft gezonden, en Die Hij toegeschreven heeft aan de bewoners van de hemelen en de aarde, bevolen heeft dat Hij slechts ermee aanbeden wordt, van niemand iets anders dan dat geaccepteerd wordt, niemand het verlaat behalve degene die zichzelf voor de gek houdt en niemand beter in godsdienst is behalve degene die zich eraan vastklampt: een uitspraak middels het hart en de tong, en een daad middels het hart, de tong en de ledematen is.

Deze vier aspecten omvatten de Islamitische godsdienst. Hierover is overeenstemming bij alle metgezellen en de geleerden van ahlu-ssunnah. Dat heeft imaam a-Shaafi3ie in zijn boek ‘al-Umm’ gezegd. Ook hebben shaykhu-l-Islaam ibn Taymiyyah en andere geleerden dezelfde uitspraak bevestigd.

De uitleg en bewijzen van de vier aspecten van al-Iemaan:

Het eerste aspect: de uitspraak van het hart:

De uitspraak van het hart is het geloven erin/ervan en de zekerheid ervan, of wel a-ttasdieq. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt hierover:

﴿وَالَّذِي جَاءَ بِالصِّدْقِ وَصَدَّقَ بِهِ أُولَئِكَ هُمُ الْمُتَّقُونَ (الزمر:33)

“En degene die met de waarheid is gekomen, en deze bevestigt: hij is degene die tot de Muttaqoen behoort.” (Aayah: 39/33).

 

3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa zegt: “Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa vertelt in dit vers over Zijn Boodschapper die met de waarheid is gekomen, en over de gelovigen die in de waarheid met hun harten hebben geloofd, dat zij degenen zijn die zich van het polytheïsme hebben geweerd.”[2]

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ الَّذِينَ آمَنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ ثُمَّ لَمْ يَرْتَابُوا (الحجرات: من الآية15)

“Voorzeker, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allaah en Zijn Boodschapper geloven en die vervolgens niet twijfelen.” (Aayah: 49/15).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿قُولُوا آمَنَّا بِاللَّهِ وَمَا أُنْزِلَ إِلَيْنَا وَمَا أُنْزِلَ إِلَى إِبْرَاهِيمَ وَإِسْمَاعِيلَ وَإِسْحَاقَ وَيَعْقُوبَ وَالْأَسْبَاطِ وَمَا أُوتِيَ مُوسَى وَعِيسَى وَمَا أُوتِيَ النَّبِيُّونَ مِنْ رَبِّهِمْ لا نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِنْهُمْ وَنَحْنُ لَهُ مُسْلِمُونَ (البقرة:136)

“Zegt: “Wij geloven in Allaah en wat er aan ons is neergezonden en wat er is neergezonden aan Ibraahiem en Ismaa3iel en Ishaaq en Ya3qoeb en de kinderen van Ya3qoeb en wat er is gegeven van hun Heer aan de profeten, wij maken geen enkel onderscheid tussen hen en wij onderwerpen ons aan Hem.” (Aayah: 2/136).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa beveelt in dit vers de gelovigen al hetgeen wat van de boodschappers en de profeten is gekomen te geloven en niet te verloochenen.

Zo verwijt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa de ongelovige huichelaars die slechts met hun tongen getuigen terwijl ze met hun harten verloochenen. Allaah verklaart hun getuigenis nietig. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt hierover:

﴿يَقُولُونَ بِأَفْوَاهِهِمْ مَا لَيْسَ فِي قُلُوبِهِمْ (آل عمران: من الآية167)

“Zij zeiden met hun lippen wat niet in hun harten was.” (Aayah: 3/167).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِذَا جَاءَكَ الْمُنَافِقُونَ قَالُوا نَشْهَدُ إِنَّكَ لَرَسُولُ اللَّهِ وَاللَّهُ يَعْلَمُ إِنَّكَ لَرَسُولُهُ وَاللَّهُ يَشْهَدُ إِنَّ الْمُنَافِقِينَ لَكَاذِبُونَ (المنافقون:1)

“Wanneer de huichelaars tot jou komen, dan zeggen zij: “Wij getuigen dat jij zeker de Boodschapper van Allaah bent.” En Allaah weet dat jij zeker Zijn Boodschapper bent en Allaah getuigt dat de huichelaars zeker leugenaars zijn.” (Aayah: 63/1).

Vandaar dat de uitspraak van het hart één van de basisaspecten van het Geloof is. Wanneer dit aspect vergaat, vergaat de gehele Iemaan.[3] Hierover volgt nader uitleg in-shaa’-Allaah.

Het tweede aspect: de uitspraak van de tong:

De uitspraak van de tong is de uitspraak van het woord van getuigenis ‘laa ilaaha illa-llaah, Muhammadun rasoelu-llaah’, en de erkenning van haar essenties. De uitspraak van de geloofsgetuigenis hoort ook bij de basisaspecten van al-Iemaan.[4] Wanneer men dit niet uitspreekt terwijl men wel daartoe in staat is, treedt men de Islaam niet binnen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿قُولُوا آمَنَّا بِاللَّهِ (البقرة: من الآية136)

“Zegt: “Wij geloven in Allaah.” (Aayah: 2/136).

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿وَإِذَا يُتْلَى عَلَيْهِمْ قَالُوا آمَنَّا بِهِ إِنَّهُ الْحَقُّ (القصص: من الآية53)

“En wanneer hij (de Qur’aan) aan hen voorgedragen wordt, zeggen zij: “Wij geloven erin. Voorwaar, het is de waarheid.” (Aayah: 28/53).

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿ وَقُلْ آمَنْتُ بِمَا أَنْزَلَ اللَّهُ مِنْ كِتَابٍ (الشورى: من الآية15)

“en zeg: “Ik geloof in wat Allaah van het Boek heeft neergezonden.” (Aayah: 43/15).

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِنَّ الَّذِينَ قَالُوا رَبُّنَا اللَّهُ ثُمَّ اسْتَقَامُوا فَلا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلا هُمْ يَحْزَنُونَ (الاحقاف:13)

“Voorzeker, degenen die zeggen: “Onze Heer is Allaah,” en die vervolgens standvastig zijn: er zal geen vrees over hen komen en zij zullen niet treuren.”

(Aayah: 46/13).

وعن سفيان بن عبد الله الثقفي قال: »قلت يا رسول الله قل لي في الإسلام قولا لا أسأل عنه أحدا بعدك وفي رواية غيرك قال قل آمنت بالله ثم استقم « . رواه مسلم

Sufyaan ibn 3abdullaah a-Thaqafi heeft verhaald, hij zei: «“Ik zei: “O Boodschapper van Allaah, zeg mij een uitspraak in de Islaam waarna ik niemand anders dan jij daarover hoef te vragen.” Hij Allaah’ s gebeden en vrede zij met hem zei: “Zeg: “Ik geloof in Allaah”, en wees vervolgens standvastig.”»[5]

Het derde aspect: de daad van het hart:

De daad van het hart houdt de volgende zaken in: de intentie, de liefde voor Allaah[6], de zuivere intentie gericht naar Allaah[7], het volgen[8], het naderen tot Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, het vertrouwen op Allaah, overgave aan Hem[9], en alles wat hiermee te maken heeft aan daden die zich in het hart bevinden. Tevens zijn al deze daden ook basisaspecten van al-Iemaan. Elk aspect is reeds bij voorafgaande vragen apart uitgelegd. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿) وَلَكِنَّ اللَّهَ حَبَّبَ إِلَيْكُمُ الْأِيمَانَ وَزَيَّنَهُ فِي قُلُوبِكُمْ وَكَرَّهَ إِلَيْكُمُ الْكُفْرَ وَالْفُسُوقَ وَالْعِصْيَانَ أُولَئِكَ هُمُ الرَّاشِدُونَ (الحجرات: من الآية7)

“Maar Allaah heeft jullie doen houden van het geloof en Hij heeft het mooi gemaakt in jullie harten en Hij heeft jullie een afkeer doen hebben van ongeloof, zware zonden en opstandigheid. Zij zijn degenen die het rechte pad volgen.” (Aayah: 49/7).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa vertelt in dit vers over de metgezellen die vanuit hun harten in Allaah en Zijn Boodschapper hebben geloofd.

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿اللَّهُ نَزَّلَ أَحْسَنَ الْحَدِيثِ كِتَاباً مُتَشَابِهاً مَثَانِيَ تَقْشَعِرُّ مِنْهُ جُلُودُ الَّذِينَ يَخْشَوْنَ رَبَّهُمْ ثُمَّ تَلِينُ جُلُودُهُمْ وَقُلُوبُهُمْ إِلَى ذِكْرِ اللَّهِ ذَلِكَ هُدَى اللَّهِ يَهْدِي بِهِ مَنْ يَشَاءُ وَمَنْ يُضْلِلِ اللَّهُ فَمَا لَهُ مِنْ هَادٍ (الزمر:23)

“Allaah heeft het beste woord neergezonden in een Boek, op elkaar lijkende, herhalende (gedeelten). De huid van degenen die hun Heer vrezen, huivert erdoor, daarna worden hun huid en hun harten zacht door het gedenken van Allaah. Dat is de leiding van Allaah, Hij leidt daarmee wie Hij wil. En wie door Allaah tot dwaling gebracht wordt, voor hem is er geen leider.” (Aayah: 39/23).

Het haten van een zonde valt ook onder de daden van het hart.

عن أبي سعيد الخدري قال : سمعت رسول الله r يقول» :من رأى منكم منكرا فليغيره بيده فإن لم يستطع فبلسانه فإن لم يستطع فبقلبه وذلك أضعف الإيمان» صحيح أخرجه مسلم وأبو داود والنسائي والترمذي وابن ماجة وأحمد وفي رواية: »وليس وراء ذلك من الإيمان حبة خردل من إيمان «.

Aboe Sa3ied al-Khudrie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Al wie onder jullie een verwerpelijke (zaak) ziet, laat hem het middels zijn hand veranderen. Voorwaar, als hij daartoe niet in staat is, laat hem het dan middels zijn tong veranderen. Als hij daartoe niet in staat is, laat hem het dan middels zijn hart doen, en dat is het zwakste niveau van het Geloof.”» En in een andere overlevering zegt de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem: “En na dat is er geen mosterdzaadje van Geloof.”»[10]

Deze hadieth is een duidelijk bewijs dat het haten van een zonde een basisaspect van al-Iemaan is, omdat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt dat diegene die de zonde niet haat, in dat geval geen Iemaan meer in zijn hart bezit. Tot dit oordeel is shaykh al-Albaanie gekomen.

Definitie: De daden van het hart, de uitspraken van het hart en de uitspraak van de tong zijn de drie basisaspecten van al-Iemaan, die onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn.

Dat betekent dat wanneer één van deze aspecten bij iemand vervalt, zijn Islaam niet meer geldig is. Zo zal men geen baat hebben bij het geloven in hetgeen wat bij Allaah vandaan komt, wanneer men geen liefde en ontzag of zuivere intentie heeft, en iemand anders naast Allaah aanbidt. Dit betreft alle drie de aspecten.

Het vierde aspect: de daden van de tong en de ledematen:

De daden van de tong zijn de daden die de volmaking van al-Iemaan vormen, zoals het reciteren van de Qur’aan, het verrichten van smeekbedes, het gedenken van Allaah, de vergiffenis enzovoort. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَاتْلُ مَا أُوحِيَ إِلَيْكَ مِنْ كِتَابِ رَبِّكَ لا مُبَدِّلَ لِكَلِمَاتِهِ وَلَنْ تَجِدَ مِنْ دُونِهِ مُلْتَحَداً (الكهف:27)

“En reciteer wat aan jou geopenbaard is van het Boek van jouw Heer. Niemand kan Zijn woorden veranderen, en jij zult naast Hem nooit een schuilplaats vinden.”

(Aayah: 18/27).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اذْكُرُوا اللَّهَ ذِكْراً كَثِيراً (الأحزاب:41)

“O jullie die geloven, gedenkt Allaah veelvuldig!” (Aayah: 33/41).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿ وَاسْتَغْفِرُوا اللَّهَ إِنَّ اللَّهَ غَفُورٌ رَحِيمٌ (البقرة: من الآية199)

“en zoekt vergeving bij Allaah. Voorzeker, Allaah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.” (Aayah: 2/199).

 

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿الَّذِينَ يَذْكُرُونَ اللَّهَ قِيَاماً وَقُعُوداً وَعَلَى جُنُوبِهِمْ (آل عمران: من الآية191)

“Degenen die Allaah gedenken terwijl zij staan en zitten en op hun zij liggen.”

(Aayah: 3/191).

De daden van de ledematen, zijn ook daden die de volmaking van de Iemaan vormen, zoals het buigen, neerknielen, het verrichten van de bedevaart, strijden op de weg van Allaah, het verplichten van het goede, het verbieden van het slechte en alles wat omwille van Allaah wordt verricht aan aanbiddingen en algemene daden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا ارْكَعُوا وَاسْجُدُوا وَاعْبُدُوا رَبَّكُمْ وَافْعَلُوا الْخَيْرَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ (الحج:77)

“O jullie die geloven: buigt en knielt en aanbidt jullie Heer en doet het goede. Hopelijk zullen jullie welslagen.” (Aayah: 22/77).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿وَالَّذِينَ صَبَرُوا ابْتِغَاءَ وَجْهِ رَبِّهِمْ وَأَقَامُوا الصَّلاةَ وَأَنْفَقُوا مِمَّا رَزَقْنَاهُمْ سِرّاً وَعَلانِيَةً وَيَدْرَأُونَ بِالْحَسَنَةِ السَّيِّئَةَ أُولَئِكَ لَهُمْ عُقْبَى الدَّارِ (الرعد:22)

“En degenen die geduldig zijn bij het zoeken naar het welbehagen van hun Heer, en die de Salaah onderhouden en die bijdragen geven van waar Wij hun mee voorzagen, in het verborgene en openlijk. En die middels het goede het kwade opheffen. Zij zijn degenen voor wie er de goede eindbestemming is.” (Aayah: 13/22).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿إِنَّ اللَّهَ اشْتَرَى مِنَ الْمُؤْمِنِينَ أَنْفُسَهُمْ وَأَمْوَالَهُمْ بِأَنَّ لَهُمُ الْجَنَّةَ يُقَاتِلُونَ فِي سَبِيلِ اللَّهِ فَيَقْتُلُونَ وَيُقْتَلُونَ وَعْداً عَلَيْهِ حَقّاً فِي التَّوْرَاةِ وَالْأِنْجِيلِ وَالْقُرْآنِ وَمَنْ أَوْفَى بِعَهْدِهِ مِنَ اللَّهِ فَاسْتَبْشِرُوا بِبَيْعِكُمُ الَّذِي بَايَعْتُمْ بِهِ وَذَلِكَ هُوَ الْفَوْزُ الْعَظِيمُ (111) التَّائِبُونَ الْعَابِدُونَ الْحَامِدُونَ السَّائِحُونَ الرَّاكِعُونَ السَّاجِدُونَ الْآمِرُونَ بِالْمَعْرُوفِ وَالنَّاهُونَ عَنِ الْمُنْكَرِ وَالْحَافِظُونَ لِحُدُودِ اللَّهِ وَبَشِّرِ الْمُؤْمِنِينَ (التوبة:112)

-111- Voorzeker, Allaah heeft van de gelovigen hun levens en bezittingen gekocht omdat er voor hen het paradijs is. Zij strijden op de weg van Allaah, zodat zij doden en gedood worden, als een belofte waar Hij zich aan heeft verbonden, een waarheid (die staat vermeld) in de Tawraah, en in de Indjiel en in de Qur’aan. En wie is in zijn belofte meer trouw dan Allaah? Verheugt jullie daarom over jullie koop die jullie met Hem hebben gesloten. En dat is de geweldige overwinning.-112- (Zij zijn) de berouwvollen, de dienenden, de prijzenden, de rondtrekkenden, de buigenden, de knielenden, de oproepers tot het behoorlijke en de weerhouders van het verwerpelijke, en de wakers over de bepalingen van Allaah. En verkondig een verheugende tijding aan de gelovigen.” (Aayah: 9/111-112).

Zo heeft Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa al deze uiterlijke daden al-Iemaan genoemd. Dit is een duidelijk bewijs dat uiterlijke daden ook onder de term al-Iemaan vallen. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa noemt zelfs de Salaah als synoniem van al-Iemaan. Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيُضِيعَ إِيمَانَكُمْ(البقرة: من الآية143)

“En Allaah is niet zo dat Hij jullie Geloof verloren zou doen gaan.” (Aayah: 2/134).

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa bedoelt daarmee: jullie Salaah in de richting van het heilige Huis (Bayt al-Maqdis) voordat (de richting) van al-Qiblah veranderde.

عن بن عباس رضي الله عنه قال: »لما توجه النبي صلى الله عليه وسلم إلى الكعبة قالوا يا رسول الله فكيف الذين ماتوا وهم يصلون إلى بيت المقدس فأنزل الله تعالى وما كان الله ليضيع إيمانكم« رواه أبو داود وصححه الألباني.

3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: «Toen de Profeet Allaah’s gebeden en vrede zij met hem zich (in zijn gebed) naar de Ka3bah richtte, zeiden (de metgezellen): “En wat betreffende degenen die gestorven zijn terwijl ze zich in hun Salaah naar Bayt al-Maqdis richtten?” Allaah heeft toen neergezonden: “En Allaah is niet zo dat Hij jullie Geloof verloren zou doen gaan.”»[11]

Allaah heeft de gehele Salaah Iemaan (Geloof) genoemd. Het omvat namelijk de handelingen van het hart, de tong en de ledematen.

عن أبي هريرة قال: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم »الإيمان بضع وسبعون شعبة فأفضلها قول لا إله إلا الله وأدناها إماطة الأذى عن الطريق والحياة شعبة من الإيمان «متفق عليه.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: «Al-Iemaan heeft meer dan tweeënzeventig vertakkingen. De meest hoge daarvan is de uitspraak ‘laa ilaaha illa-llaah’ en de meest lage daarvan is het oprapen van het kwaad van de weg. En schaamte is één van de vertakkingen van al-Iemaan.”»[12]

Deze hadieth is ook een bewijs dat uiterlijke daden, zoals zelfs het oprapen van het kwaad van de weg, onder de term al-Iemaan vallen. Deze hadieth bewijst ook dat al-Iemaan verschillende niveaus heeft. Dit zal in-shaa’-Allaah nader uitgelegd worden.

 

Zo vallen het goede gedrag en de ethiek van de moslim ook onder al-Iemaan.

 

عن أبي هريرة قال قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: »أكمل المؤمنين إيمانا أحسنهم خلقا«. رواه أحمد وأبو داود وابن حبان والحاكم وصححه الألباني.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: «De gelovige die het meest volmaakte Geloof bezit, is degene die het meest perfecte gedrag (vertoont).”»[13]

Definitie: De verplichte daden van de ledematen zijn de verplichte volmaking van al-Iemaan, en de aanbevolen daden van de ledematen zijn de aanbevolen volmaking van al-Iemaan.

Dat betekent dat wanneer men één van deze verplichte daden, of alle verplichte daden uit luiheid en nalatigheid verlaat, terwijl men deze niet verloochent en wel erkent, men daardoor niet buiten de Islaam treedt.

De daden van de ledematen behoren niet tot de voorwaarde van acceptatie van de Islaam, maar behoren tot de voorwaarde van de verplichte volmaaktheid van de Islaam. De ahaadieth van de voorspraak bewijzen dit.[14] Overigens is er wel een geschil bij de geleerden van ahlu-ssunnah over de nalating van de Salaah. Dit geschil is uitgebreid behandeld bij vraag 35.



[1] “Al-Qiblah” is de richting waarnaar de moslim zich richt tijdens zijn gebed. In het begin van de Islaam is dat Bayt al-Maqdis geweest, maar na de emigratie van de Profeet Allaah’ s gebeden en vrede zij met hem naar Medinah, is de richting naar al-Ka3bah veranderd.

[2] Deze uitleg is overgeleverd door imaam al-Qurtubie en imaam a-Ttabarie en is door de geleerden sahieh verklaard (Tafsier ibn Kathier).

[3] Zie hiervoor ook vraag 25.

[4] Voor meer uitleg: zie vraag 16.

[5] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[6] Voor meer uitleg: zie vragen 5 en 27.

[7] Voor meer uitleg: zie vragen 10 en 24.

[8] Voor meer uitleg: zie vraag 22.

[9] Voor meer uitleg: zie vraag 15.

[10]Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Muslim, imaam aboe Daawoed, imaam a-Nnasaa’ie, imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Maadjah en imaam Ahmad, en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[11] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[12] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[13] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad, imaam aboe Daawoed, imaam ibn Hibbaan en imaam al-Haakim en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[14] Dit onderwerp is bij vragen 34 en 35 uitgebreid behandeld.