Vraag 43: Wat betekent ‘al-Iemaanu bi-llaah’, het Geloof in Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa?

Antwoord: Het is het Geloof -met stelligheid diep uit het hart- in het bestaan van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa. Hij Die door niemand voorafgegaan is of door niemand opgevolgd zal worden. Hij is ‘al-Awwal’ (de Allereerste), voorwaar, niets is Hem voorafgegaan. En ‘al-Aakhir’, de Eeuwig overlevende (nadat alles zal vergaan), voorwaar, niets zal na Hem zijn. En ‘adhaahir’ (Hij Die in Grootheid alles overtreft), voorwaar, niets is boven Hem. En ‘al-Baatin’ (de Onwaarneembare), naast Hem is er niets, ‘al-Hayy’ (de Eeuwig Levende), ‘al-Qayyoem’ (de Onafhankelijke), ‘Ahad’ (de Ene), ‘Samad’ (Degene waar alle schepselen afhankelijk van zijn, de meest Volmaakte Heerser), -3- Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt -4- En niet één is aan Hem gelijkwaardig.” (Aayah: 112/3-4). Zijn ‘Tawhied’ (eenheid) kan worden beoefend door middel van ‘al-Uloehiyyah’ (het monotheïsme van Zijn Godheid), ‘a-Rruboebiyyah’ (het monotheïsme van Zijn Heerschappij) en ‘al-Asmaa’ wa-ssifaat’ (het monotheïsme van Zijn namen en eigenschappen).

Uitleg: We hebben bij eerdere vragen kunnen vernemen dat kennis de basis is van het Geloof. Zonder kennis kan men niet geloven. Vandaar dat een persoon niet in Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa kan geloven zonder kennis gemaakt te hebben met Hem, Zijn namen, Zijn eigenschappen en hetgeen Hij subhaanahu wa-ta3aalaa Zijn dienaren heeft bevolen.

Het Geloof in Allaah begint bij het kennisnemen van Zijn aanwezigheid, die aan de hand van Zijn tekenen te bewijzen is, die te aanschouwen zijn in Zijn Schepping, woorden en de wonderen die Hij een aantal onder Zijn dienaren heeft gegund. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿إِنَّ فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ لَآَيَاتٍ لِلْمُؤْمِنِينَ (3) وَفِي خَلْقِكُمْ وَمَا يَبُثُّ مِنْ دَابَّةٍ آَيَاتٌ لِقَوْمٍ يُوقِنُونَ (4) وَاخْتِلَافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ وَمَا أَنْزَلَ اللَّهُ مِنَ السَّمَاءِ مِنْ رِزْقٍ فَأَحْيَا بِهِ الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَتَصْرِيفِ الرِّيَاحِ آَيَاتٌ لِقَوْمٍ يَعْقِلُونَ (5)(الجاثية: 3-5)

-3- Voorzeker, in de hemelen en de aarde zijn zeker tekenen voor de gelovigen. -4- En in de schepping van jullie en wat er aan levende wezens (op aarde) rondloopt zijn tekenen voor een volk dat overtuigd is. -5- En (ook) in de afwisseling van de nacht en de dag, en in al wat Allaah heeft neergezonden aan voorzieningen waarmee Hij vervolgens de aarde doet leven na haar dood, en in de verandering van de winden zijn tekenen voor een volk dat begrijpt.” (Aayah: 45/3-5).

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿إِنَّ اللَّهَ فَالِقُ الْحَبِّ وَالنَّوَى يُخْرِجُ الْحَيَّ مِنَ الْمَيِّتِ وَمُخْرِجُ الْمَيِّتِ مِنَ الْحَيِّ ذَلِكُمُ اللَّهُ فَأَنَّى تُؤْفَكُونَ (95) فَالِقُ الْإِصْبَاحِ وَجَعَلَ اللَّيْلَ سَكَنًا وَالشَّمْسَ وَالْقَمَرَ حُسْبَانًا ذَلِكَ تَقْدِيرُ الْعَزِيزِ الْعَلِيمِ (96) وَهُوَ الَّذِي جَعَلَ لَكُمُ النُّجُومَ لِتَهْتَدُوا بِهَا فِي ظُلُمَاتِ الْبَرِّ وَالْبَحْرِ قَدْ فَصَّلْنَا الْآَيَاتِ لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ (97) وَهُوَ الَّذِي أَنْشَأَكُمْ مِنْ نَفْسٍ وَاحِدَةٍ فَمُسْتَقَرٌّ وَمُسْتَوْدَعٌ قَدْ فَصَّلْنَا الْآَيَاتِ لِقَوْمٍ يَفْقَهُونَ (98) وَهُوَ الَّذِي أَنْزَلَ مِنَ السَّمَاءِ مَاءً فَأَخْرَجْنَا بِهِ نَبَاتَ كُلِّ شَيْءٍ فَأَخْرَجْنَا مِنْهُ خَضِرًا نُخْرِجُ مِنْهُ حَبًّا مُتَرَاكِبًا وَمِنَ النَّخْلِ مِنْ طَلْعِهَا قِنْوَانٌ دَانِيَةٌ وَجَنَّاتٍ مِنْ أَعْنَابٍ وَالزَّيْتُونَ وَالرُّمَّانَ مُشْتَبِهًا وَغَيْرَ مُتَشَابِهٍ انْظُرُوا إِلَى ثَمَرِهِ إِذَا أَثْمَرَ وَيَنْعِهِ إِنَّ فِي ذَلِكُمْ لَآَيَاتٍ لِقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ (99) وَجَعَلُوا لِلَّهِ شُرَكَاءَ الْجِنَّ وَخَلَقَهُمْ وَخَرَقُوا لَهُ بَنِينَ وَبَنَاتٍ بِغَيْرِ عِلْمٍ سُبْحَانَهُ وَتَعَالَى عَمَّا يَصِفُونَ (100) بَدِيعُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ أَنَّى يَكُونُ لَهُ وَلَدٌ وَلَمْ تَكُنْ لَهُ صَاحِبَةٌ وَخَلَقَ كُلَّ شَيْءٍ وَهُوَ بِكُلِّ شَيْءٍ عَلِيمٌ (101) ذَلِكُمُ اللَّهُ رَبُّكُمْ لَا إِلَهَ إِلَّا هُوَ خَالِقُ كُلِّ شَيْءٍ فَاعْبُدُوهُ وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ وَكِيلٌ (102) لَا تُدْرِكُهُ الْأَبْصَارُ وَهُوَ يُدْرِكُ الْأَبْصَارَ وَهُوَ اللَّطِيفُ الْخَبِيرُ (103) قَدْ جَاءَكُمْ بَصَائِرُ مِنْ رَبِّكُمْ فَمَنْ أَبْصَرَ فَلِنَفْسِهِ وَمَنْ عَمِيَ فَعَلَيْهَا وَمَا أَنَا عَلَيْكُمْ بِحَفِيظٍ (104) وَكَذَلِكَ نُصَرِّفُ الْآَيَاتِ وَلِيَقُولُوا دَرَسْتَ وَلِنُبَيِّنَهُ لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ (105)اتَّبِعْ مَا أُوحِيَ إِلَيْكَ مِنْ رَبِّكَ لَا إِلَهَ إِلَّا هُوَ وَأَعْرِضْ عَنِ الْمُشْرِكِينَ (106)وَلَوْ شَاءَ اللَّهُ مَا أَشْرَكُوا وَمَا جَعَلْنَاكَ عَلَيْهِمْ حَفِيظًا وَمَا أَنْتَ عَلَيْهِمْ بِوَكِيلٍ(107)(الأنعام: 95-107) “-95- Voorwaar, het is Allaah Die de graankorrel en de dadelpit doet ontkiemen, Hij doet het levende uit het dode voortkomen en Hij doet het dode uit het levende voortkomen. Het is waarlijk Allaah: waarom laten jullie je afleiden (van de Waarheid)?-96- (Hij) doet de dag aanbreken en Hij maakte de nacht tot een rusttijd en de zon en de maan voor het berekenen (van de tijd): dat is de vaststelling van de Almachtige, de Alwetende. -97- En Hij is Degene Die de sterren voor jullie maakte, opdat jullie door de duisternissen van de aarde en de zee geleid worden. Waarlijk, Wij hebben de tekenen uitgelegd aan een volk dat weet. -98- En Hij is Degene Die jullie deed voortkomen uit één enkele ziel, en daarna is er een vaste verblijfplaats en een bewaarplaats. Waarlijk, Wij hebben de tekenen uitgelegd aan een volk dat begrijpt. -99- Hij is Degene Die water uit de hemel doet neerdalen en Wij laten daarmee allerlei soorten gewas voortkomen, waaruit Wij groenten laten voortkomen (en) waaruit Wij dikgepakt graan laten voortkomen en uit de dadelpalmen, uit de kolf ervan, laaghangende dadeltrossen; en tuinen met druivenstruiken en olijfbomen en granaatappelbomen, gelijksoortig en niet gelijksoortig. Beziet hun vruchten wanneer zij vrucht dragen en (beziet) hun rijping. Voorwaar, daarin zijn Tekenen voor een volk dat gelooft. -100- En zij maakten de Djinns tot deelgenoten van Allaah, hoewel Hij hen schiep en zij hebben bij Hem zonder kennis zonen en dochters verzonnen. Heilig is Hij en Verheven is Hij boven wat zij beschrijven. -101- Schepper van de hemelen en de aarde: hoe kan Hij een zoon hebben indien hij geen metgezellin heeft? En Hij schiep alle dingen en Hij is Alwetend omtrent alles. -102- Dat is Allaah, jullie Heer! Er is geen god dan Hij, Schepper van alles: aanbidt Hem dus. En Hij is over alle zaken Toezichthouder. -103- Geen blik kan Hem bereiken, maar Hij bereikt de blik (van iedereen); en Hij is de Zachtmoedige, de Alwetende. -104- Waarlijk, tot jullie zijn zichtbare bewijzen gekomen van jullie Heer. Wie goed ziet: er is (een voordeel) voor hemzelf; en wie blind is: er is (een nadeel) voor hem, en ik (Muhammed) ben geen bewaker over jullie. -105- En zo leggen Wij de Tekenen uit, opdat zij zeggen: “Jij hebt (dit van iemand) geleerd.” En opdat Wij het verduidelijken aan een volk dat weet. -106- Volg (O Muhammed) hetgeen jou van jouw Heer geopenbaard wordt: er is geen god dan Hij. En wend je af van de veelgodenaanbidders. -107- En indien Allaah gewild had, hadden zij (Allaah) geen deelgenoten toegekend, en Wij hebben jou (O Muhammed) niet als bewaker over hen aangesteld en jij bent geen voogd over hen.” (Aayah: 6/95-107).

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿ وَفِي أَنْفُسِكُمْ أَفَلَا تُبْصِرُونَ(الذاريات: 21)

“En ook in julliezelf, zien jullie dat niet?” (Aayah: 51/21).

Nadat men kennis over het bestaan van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa behaald heeft, rest hem slechts vanuit zijn hart in Hem te geloven en Hem te gehoorzamen. Het Geloof in Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa houdt in dat men het volgende gelooft:

“Hij Die door niemand voorafgegaan is of door niemand opgevolgd zal worden.” Hiermee verwijst de shaykh naar de volgende hadieth:

عَنْ عِمْرَانَ بْنِ حُصَيْنٍ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُمَا قَالَ: دَخَلْتُ عَلَى النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ وَعَقَلْتُ نَاقَتِي بِالْبَابِ فَأَتَاهُ نَاسٌ مِنْ بَنِي تَمِيمٍ فَقَالَ: “اقْبَلُوا الْبُشْرَى يَا بَنِي تَمِيمٍ.” قَالُوا: “قَدْ بَشَّرْتَنَا فَأَعْطِنَا مَرَّتَيْنِ. ثُمَّ دَخَلَ عَلَيْهِ نَاسٌ مِنْ أَهْلِ الْيَمَنِ فَقَالَ: “اقْبَلُوا الْبُشْرَى يَا أَهْلَ الْيَمَنِ إِذْ لَمْ يَقْبَلْهَا بَنُو تَمِيمٍ.” قَالُوا: “قَدْ قَبِلْنَا يَا رَسُولَ اللَّهِ قَالُوا جِئْنَاكَ نَسْأَلُكَ عَنْ هَذَا الْأَمْرِ.” قَالَ: “كَانَ اللَّهُ وَلَمْ يَكُنْ شَيْءٌ غَيْرُهُ وَكَانَ عَرْشُهُ عَلَى الْمَاءِ وَكَتَبَ فِي الذِّكْرِ كُلَّ شَيْءٍ وَخَلَقَ السَّمَوَاتِ وَالْأَرْضَ.” فَنَادَى مُنَادٍ ذَهَبَتْ نَاقَتُكَ يَا ابْنَ الْحُصَيْنِ فَانْطَلَقْتُ فَإِذَا هِيَ يَقْطَعُ دُونَهَا السَّرَابُ فَوَاللَّهِ لَوَدِدْتُ أَنِّي كُنْتُ تَرَكْتُهَا.” رواه البخاري والبيهقي في شعب الإيمان وابن حبان والطحاوي.

3umraan ibn Husayn radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: «“Ik trad bij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam binnen en bond mijn kameel bij de deur vast. Vervolgens kwamen bij hem mensen van banie Tamiem, waarop hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Aanvaardt de verheuging, o banie Tamiem.” Zij zeiden: “Voorzeker, je hebt ons verheugd, voorwaar, schenk ons tweemaal.” Vervolgens traden bij hem mensen van de inwoners van al-Yaman binnen, waarop hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Aanvaardt de verheuging o inwoners van al-Yaman, want banoe Tamiem hebben het niet aanvaard.” Zij zeiden: “Voorzeker, wij hebben het aanvaard, o Boodschapper van Allaah. Wij zijn naar je gekomen om je te vragen over deze zaak.” Hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Allaah was er, en niets was er vóór Hem. En Zijn troon was op het water. En Hij heeft alles in a-dhikr[1] geschreven, en de hemelen en de aarde geschapen.” Toen riep er iemand: “Jou kameel is weg, o ibn Husayn.” Vervolgens vertrok ik, maar vernam dat de luchtspiegeling tussen mij en hem kwam. Voorwaar, bij Allaah, ik wou dat ik hem had gelaten.”»[2]

 

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

 

﴿كُلُّ مَنْ عَلَيْهَا فَانٍ (26) وَيَبْقَى وَجْهُ رَبِّكَ ذُو الْجَلَالِ وَالْإِكْرَامِ (27) (الرحمن:26-27)

-26- Alles wat erop (de aarde) is zal vergaan. -27­- En het gezicht van jouw Heer is blijvend, de Bezitter van Majesteit en Eer.” (Aayah: 55/26-27).

 

Uit het voorgaande leren we ook dat wanneer wij over Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa of Zijn eigenschappen spreken, wij slechts volgens de wijze van verwoording mogen spreken, die Hij subhaanahu wa-ta3aalaa en Zijn Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam ons hebben geleerd.

 

Hij is ‘al-Awwal’ (de Allereerste), voorwaar, niets is Hem voorafgegaan. En ‘al-Aakhir’, de Eeuwig overlevende (nadat alles zal vergaan), voorwaar, niets zal na Hem zijn. En ‘adhaahir’ (Hij Die in Grootheid alles overtreft), voorwaar, niets is boven Hem. En ‘al-Baatin’ (de Onwaarneembare), naast Hem is er niets”

Hiermee verwijst de shaykh naar de hadieth waarin de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam een smeekbede verricht, waarin hij deze eigenschappen aan Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa toekent en uitlegt.

عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ عَنْ النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ أَنَّهُ كَانَ يَقُولُ إِذَا أَوَى إِلَى فِرَاشِهِ: “اللَّهُمَّ رَبَّ السَّمَوَاتِ وَرَبَّ الْأَرْضِ وَرَبَّ كُلِّ شَيْءٍ فَالِقَ الْحَبِّ وَالنَّوَى مُنَزِّلَ التَّوْرَاةِ وَالْإِنْجِيلِ وَالْقُرْآنِ أَعُوذُ بِكَ مِنْ شَرِّ كُلِّ ذِي شَرٍّ أَنْتَ آخِذٌ بِنَاصِيَتِهِ أَنْتَ الْأَوَّلُ فَلَيْسَ قَبْلَكَ شَيْءٌ وَأَنْتَ الْآخِرُ فَلَيْسَ بَعْدَكَ شَيْءٌ وَأَنْتَ الظَّاهِرُ فَلَيْسَ فَوْقَكَ شَيْءٌ وَأَنْتَ الْبَاطِنُ فَلَيْسَ دُونَكَ شَيْءٌ )زَادَ وَهْبٌ فِي حَدِيثِهِ( اقْضِ عَنِّي الدَّيْنَ وَأَغْنِنِي مِنْ الْفَقْرِ”

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald: wanneer de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam naar zijn slaapplaats gaat zegt hij: «“O Allaah, de Heer van de hemelen en de Heer van de aarde en de Heer van alles. De ontkiemer van de (graan)korrel en de pit, neerzender van de Tawraah en de Indjiel en de Qur’aan. Ik zoek toevlucht bij U van al het slechte van al wat slechtheid bevat, en die U bij zijn voorhoofdslok ontneemt. U bent al-Awwal, voorwaar, niets is U voorafgegaan. En U bent al-Aakhir, voorwaar, niets zal na U blijven. En U bent a-Dhaahir, voorwaar niets is boven U. En U bent al-Baatin, voorwaar, niets is naast U. Voldoe voor mij de schuld, en verrijk me tegen armoede.”»[3]

Kennis betreffende de betekenis van de namen en eigenschappen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, is van essentieel belang bij het kennen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa.

Al-Awwal betekent letterlijk in het Arabisch: de eerste. (Technisch) Islamitisch is het: één van de namen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, en betekent het: de Eerste Die er eeuwig[4] is. Ook betekent het dat alles en iedereen buiten Hem subhaanahu wa-ta3aalaa, ontstaan is, en er is nadat het er niet was. En dat Hij subhaanahu wa-ta3aalaa onafhankelijk is van het geheel, maar dat het geheel van Hem afhankelijk is. Tevens houdt het in dat Hij subhaanahu wa-ta3aalaa verheven[5] is boven alles.

Al-Aakhir betekent letterlijk in het Arabisch: de laatste, de latere of resterende. (Technisch) Islamitisch is het: één van de namen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, en betekent het: de Eeuwig Laatste waarna niemand zal blijven. De gehele schepping zal vergaan behalve Hij subhaanahu wa-ta3aalaa. Tevens betekent het dat alle schepselen zich tot Hem subhaanahu wa-ta3aalaa terugkeren en wenden.

Het voorgaande is niet in strijd met het feit dat het hellevuur en het paradijs eeuwig zullen blijven. We horen verschil te maken tussen hetgeen wat eeuwig is wegens de eeuwigheid van Allaah, en hetgeen wat eeuwig is middels de vereeuwiging van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa. Dat is namelijk het verschil tussen de eeuwigheid van Allaah en Zijn Goddelijke eigenschappen, en de eeuwigheid van een aantal onder Zijn scheppingen, waaronder het hellevuur en het paradijs en het eeuwige leven van de mensen daarin.[6]

A-Dhaahir betekent letterlijk in het Arabisch: het uiterlijk -het antoniem van innerlijk-. Ook vallen de volgende betekenissen eronder: verhevenheid, hoogheid, het overwinnen, het overtreffen, duidelijkheid en zichtbaarheid. (Technisch) Islamitisch is het: één van de namen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, en betekent het: de Enige Hoge, Verhevene in Zijn wezen en Zijn Eigenschappen, de Overweldiger, de Overtreffer. De meest hoge in waardigheid, waar niemand gelijk aan is. De Verduidelijker (Degene Die al Zijn tekenen en bewijzen aan Zijn schepselen verduidelijkt heeft). Degene Die de kennis van alles omvat heeft. Degene Die de Geweldige volmaakte eigenschappen bezit.

Al-Baatin betekent letterlijk in het Arabisch: innerlijk -het antoniem van uiterlijk-. Ook vallen de volgende betekenissen eronder: de vertakkingen van een stam en de verborgen basis van een zaak. (Technisch) Islamitisch betekent het: Degene Die uit het zicht van de mensen verborgen is. Degene Die in het wereldse niet te zien is, wegens een wijsheid die Hij subhaanahu wa-ta3aalaa gewild heeft.[7] Deze wijsheid is o.a. de beproeving van Zijn dienaren. En Degene Die zowel in het wereldse als in het hiernamaals niet te bevatten is. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿لا تُدْرِكُهُ الأَبْصَارُ وَهُوَ يُدْرِك الأَبْصَارَ وَهُوَ اللطِيفُ الْخَبِيرُ (الأنعام:103)

“Geen blik kan Hem bereiken, maar Hij bereikt de blik (van iedereen); en Hij is de Zachtmoedige, de Alwetende.” (Aayah: 6/103).

Ook vallen de volgende betekenissen eronder: dat Hij subhaanahu wa-ta3aalaa alwetend is over het verborgene, de geheimen en details van alle zaken. Niets is aan Hem gelijk in de gehele beschrijving.

Imaam ibn al-Qayyim heeft gezegd: “Deze vier namen vormen de alomvattendheid van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa in tijd en plaats. Tijd: al-Awwal en al-Aakhir [Hij subhaanahu wa-ta3aalaa is eerder dan al het eerste, en eeuwig blijvend na het laatste]; plaats: a-Dhaahir en al-Baatin [Hij subhaanahu wa-ta3aalaa is boven al het hoge en zichtbare, en meer verborgen dan en Alwetend over het verborgene].”[8]

“’al-Hayy’ (de Eeuwig Levende), ‘al-Qayyoem’ (de Onafhankelijke)”

Al-Hayy betekent letterlijk in het Arabisch: de levende, het antoniem van de dode. Ook vallen de volgende betekenissen eronder: elk wezen dat spreken kan, groene levendige plant en een vertakking van een Arabische stam. (Technisch) Islamitisch is het: één van de namen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, en betekent het: de eeuwig levende Alblijvende, Die door sluimer noch slaap getroffen kan worden. Degene Die doet leven en doet sterven. Deze naam omvat alle eigenschappen van het wezen, zoals Alwetendheid, kunde, kracht, de wil, de geweldigheid, de hoogheid en andere hoge en heilige eigenschappen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa.

Al-Qayyoem betekent letterlijk in het Arabisch: zelfstandig, onafhankelijk, Degene Die de zaken van de schepselen regelt. Elke aanwezigheid is er middels Zijn wil. De aanwezigheid van iets en de voortzetting ervan is ondenkbaar zonder Zijn doen. (Technisch) Islamitisch is het: één van de namen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, en bevat het twee betekenissen, te weten:

Degene Die zelfstandig en onafhankelijk is, en de meest volmaakte eigenschappen bezit, en daarin eeuwig is zonder verandering.

Degene waarvan alle schepselen afhankelijk zijn, wegens Zijn schepping en voortzetting ervan.

Deze naam en de hiervoor beschreven naam vullen elkaar in betekenis aan, waardoor de top van de volmaaktheid aan Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa toegekend wordt.

“’Ahad’ (de Ene)”

Ahad betekent letterlijk in het Arabisch: éénheid, en is een benaming die de gehele telling tenietdoet, in tegenstelling tot ‘één’ wat het begin van een telling is. (Technisch) Islamitisch is het: één van de namen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, en betekent de individualist in zijn wezen en eigenschappen, Degene Die niet op anderen lijkt, en Die geen gelijke in waarde en positie heeft. Zoals Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿ وَلَمْ يَكُنْ لَهُ كُفُواً أَحَد (الإخلاص:4)
“En niet één is aan Hem gelijk[9].” (Aayah: 112/4).

“’Samad’ (Degene waar alle schepselen afhankelijk van zijn, de meest Volmaakte Heerser)”

Samad is één van de benamingen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa en betekent: de Heer Die gehoorzaamd wordt en waarzonder geen zaak beslist wordt. Ook vallen de volgende betekenissen eronder: Degene Die voedt en Zichzelf niet voedt, en Degene bij Wie de heersing eindigt, de Alblijvende Opperheer. 3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhu heeft gezegd: “Het is de Heer Die volmaakt is in Zijn heersing, en de Edele Die volmaakt is in Zijn edelheid, en de Geweldige Die volmaakt is in Zijn geweldigheid, en de Zachtmoedige Die volmaakt is in Zijn zachtmoedigheid, en de Alwetende Die volmaak is in Zijn kennis, en de Alwijze Die volmaakt is in Zijn wijsheid. En Hij is Degene waarbij alle soorten van edelheid en heersing volmaakt zijn, het is Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa. Deze beschrijving mag slechts toegekend worden aan Hem subhaanahu wa-ta3aalaa. Niets is aan Hem gelijkwaardig, en niets is aan Hem gelijk subhaanahu wa-ta3aalaa, de Ene, de Overweldiger.”[10]

-3- Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt -4- En niet één is aan Hem gelijkwaardig.” (Aayah: 112/3-4).”

De shaykh verwijst hier nogmaals naar de beschrijving waarmee Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa Zichzelf in al-Qur’aan al-kariem heeft beschreven, en waarin Hij subhaanahu wa-ta3aalaa ontkent dat Hij verwekt, wat betekent dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa geen zoon noch dochter heeft, zoals de ongelovigen -waaronder de Lieden van de Schrift- beweren dat o.a. 3uzayr en of 3iesaa de zonen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zijn, Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa is Verheven boven dat. En dat de engelen Zijn dochters zijn. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿ فَاسْتَفْتِهِمْ أَلِرَبِّكَ الْبَنَاتُ وَلَهُمُ الْبَنُونَ (149) أَمْ خَلَقْنَا الْمَلَائِكَةَ إِنَاثًا وَهُمْ شَاهِدُونَ (150) أَلَا إِنَّهُمْ مِنْ إِفْكِهِمْ لَيَقُولُونَ (151) وَلَدَ اللَّهُ وَإِنَّهُمْ لَكَاذِبُونَ (152) (الصافات:149-152)

“-149- Vraag hen (de ongelovigen), of voor jouw Heer de dochters zijn en voor hen de zonen. -150- Hebben Wij de engelen als vrouwen geschapen en waren zij getuigen? -151- Weet dat zij wegens hun verzonnen leugens zeker zullen zeggen: -152- “Allaah heeft kinderen verwekt.” Voorwaar, zij zijn zeker leugenaars.”

(Aayah: 37/149-152).

Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa:

﴿ وَقَالَتِ الْيَهُودُ عُزَيْرٌ ابْنُ اللَّهِ وَقَالَتِ النَّصَارَى الْمَسِيحُ ابْنُ اللَّهِ ذَلِكَ قَوْلُهُمْ بِأَفْوَاهِهِمْ يُضَاهِئُونَ قَوْلَ الَّذِينَ كَفَرُوا مِنْ قَبْلُ قَاتَلَهُمُ اللَّهُ أَنَّى يُؤْفَكُونَ (التوبة:30)

“-30- En de Joden zeggen: “3uzayr is de zoon van Allaah,” en de christenen zeggen: “De Masieh (3iesaa) is de zoon van Allaah.” Dat zijn hun woorden uit hun monden. Zij doen soortgelijke uitspraken als degenen die voorheen ongelovig waren. Moge Allaah hen vervloeken. Hoe kunnen zij zo afwijken?” (Aayah: 9/30).

عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُ عَنْ النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: قَالَ اللَّهُ: “كَذَّبَنِي ابْنُ آدَمَ وَلَمْ يَكُنْ لَهُ ذَلِكَ وَشَتَمَنِي وَلَمْ يَكُنْ لَهُ ذَلِكَ فَأَمَّا تَكْذِيبُهُ إِيَّايَ فَقَوْلُهُ لَنْ يُعِيدَنِي كَمَا بَدَأَنِي وَلَيْسَ أَوَّلُ الْخَلْقِ بِأَهْوَنَ عَلَيَّ مِنْ إِعَادَتِهِ وَأَمَّا شَتْمُهُ إِيَّايَ فَقَوْلُهُ اتَّخَذَ اللَّهُ وَلَدًا وَأَنَا الْأَحَدُ الصَّمَدُ لَمْ أَلِدْ وَلَمْ أُولَدْ وَلَمْ يَكُنْ لِي كُفْئًا أَحَدٌ.” رواه البخاري وأحمد والنسائي.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Allaah heeft gezegd: “De zoon van Aadam heeft Mij verloochend, terwijl dat niet aan hem is[11], ook heeft hij Mij uitgescholden, terwijl dat niet aan hem is. Voorwaar, wat betreft zijn verloochening van Mij, is zijn uitspraak: “Hij zal me niet doen terugkeren, zoals Hij mij begonnen is[12].” Voorwaar, het begin van de schepping is voor Mij niet makkelijker dan de wederkeer ervan. En wat betreft zijn schelden jegens Mij, is zijn uitspraak: “Allaah heeft een zoon.” En voorwaar, Ik ben al-Ahad, a-Ssamad, Degene Die niet verwekt, en niet verwekt is, en niet één is aan Mij gelijk.”» [13]

“Zijn ‘Tawhied’ (eenheid) kan worden beoefend door middel van…”

Voordat we kennis nemen van de manier waarop we de Tawhied kunnen beoefenen, is het van groot belang om kennis te nemen van de betekenis ervan.

Tawhied betekent letterlijk in het Arabisch: het verwezenlijken van de eenheid, ofwel het monotheïsme. Deze kan slechts verwezenlijkt worden middels het betrachten van twee onlosmakelijk aan elkaar verbonden pilaren, te weten: a-nnafy (de ontkenning), en al-ithbaat (de erkenning).

Wanneer men slechts a-nnafy betracht, leidt dit tot miskenning (ta3tiel), en wanneer men slechts al-ithbaat betracht, weerhoudt het niet van deelgenootschap. De beduiding hiervan bevindt zich in het verschil tussen de volgende voorbeeldzinnen:

Er is geen staande in het huis; a-nnafy dat tot miskenning (ta3tiel) leidt.

Khalid is staande in het huis; al-ithbaat dat geen deelgenootschap weerhoudt.

Er is geen staande in het huis behalve Khalid; a-nnafy en al-ithbaat dat tot a-Ttawhied leidt.

Voorbeelden van de verwezenlijking van a-nnafy en al-Ithbaat:

“Voorzeker, jullie God is slechts Allaah.” (middels de beperking);

“Er is geen god, behalve Allaah.” (middels buitensluiting);

“Allaah is jullie Enige God.” (middels specificering).

Technisch Islamitisch betekent het: het individualiseren van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa middels hetgeen waarmee Hij gespecificeerd is betreffende kennis en geloofsleer. Dit betekent dat al hetgeen wat slechts aan Hem subhaanahu wa-ta3aalaa toekomt, niet jegens een ander uitgericht wordt, hetzij in Zijn namen en of eigenschappen, daden of de aanbidding.[14]

“’al-Uloehiyyah’ (het monotheïsme van Zijn Godheid), ‘a-Rruboebiyyah’ (het monotheïsme van Zijn Heerschappij) en ‘al-Asmaa’ wa-ssifaat’ (het monotheïsme van zijn namen en eigenschappen).”

Voorafgaand aan de beduiding van de verdeling van a-Ttawhied, en om dat helder te belichten en inzichtelijk te maken, is het van groot belang, om de verdeling van de spraak (in het algemeen) te beduiden.

Alle spraak, zowel die van de mens als die van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa is in tweeën te verdelen, te weten: khabar (bericht, tijding) en inshaa’ (verzoek, bevel).

Al-khabar (het bericht) is hetgeen wat geloofd of verloochend kan worden, en niet nietig verklaard kan worden. En kan drie tijdaanduidingen bevatten, te weten: het verleden, het heden en de toekomst. Een voorbeeld hiervan is: “Khalid is verongelukt.”, of: “Khalid verongelukt.”, of: “Khalid zal verongelukken.”

Al-khabar van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa en de authentiek overgeleverde khabar van Zijn Boodschapper salla-llaahu 3alayhi wa-sallam mogen niet verloochend worden.

Al-Inshaa’ is een verzoek en of een bevel, en kan niet geloofd of verloochend worden, maar kan wel of niet verricht worden, en kan nietig verklaard worden. Hieronder vallen de volgende zaken: het bevel, de bede, een gebod, een verbod.

Dit deel kan o.a. herkend worden aan de gebiedende vorm die in de spraak aanwezig is, zoals: “Aanbidt jullie heer, en ken niets als deelgenoot aan Hem toe.”

Wanneer het voorgaande duidelijk is, weten we dat a-Ttawhied waarmee de boodschappers en de profeten zijn gestuurd, en die in de Qur’aan beschreven is, en die wij slechts jegens Allaah horen uit te richten, uit twee delen bestaat, waarover de geleerden van ahlu-ssunnah het eens zijn, en die zij middels deductie[15] hebben vastgelegd, te weten:

Tawhiedu-l-ithbaat wa-l-ma3rifah. (het monotheïsme van erkenning en kennis);

dit deel van Tawhied omvat de erkenning van de namen en eigenschappen der volmaaktheid van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, en die niet te antropomorfiseren[16]. Dit deel is in tweeën onder te verdelen, te weten:

Tawhiedu-l-Asmaa’ wa-ssifaat (het monotheïsme van Zijn namen en eigenschappen);

Tawhiedu-Rruboebiyyah (het monotheïsme van Zijn Heerschappij).

Tawhiedu-l-qasd wa-ttalab. (het monotheïsme van de beoging en het verzoek).

Dit deel van Tawhied omvat alle aanbiddingen die slechts gericht zijn naar Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa, de Enige Die geen deelgenoot heeft, waaronder: al-Ikhlaas, liefde, ontzag en de smeekbede die slechts naar Hem gericht zijn. Onder dit deel valt het derde deel van a-Ttawhied; Tawhiedu-l-uloehiyyah (het monotheïsme van Zijn godheid).

Zodoende bestaat al-Qur’aan slechts uit deze twee hoofdverdelingen van a-Ttawhied. Deze zullen elk apart worden uitgelegd. Een voorbeeld hiervan is de eerste Soerah (in volgorde van de Qur’aan), waarin Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ (1) الْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ (2) الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ (3) مَالِكِ يَوْمِ الدِّينِ (4) إِيَّاكَ نَعْبُدُ وَإِيَّاكَ نَسْتَعِينُ (5)(الفاتحة: 1-5)

-1- In de naam van Allaah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. -2- Alle lof zij Allaah, de Heer der werelden. -3- De Erbarmer, de Meest Barmhartige. -4- De Heerser op de Dag des Oordeels. -5- U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.” (Aayah: 1/1-5).

De drie bovengenoemde delen van a-Ttawhied zullen in-shaa’-Allaah in de komende vragen in detail, en met de bewijzen ervan behandeld worden.



[1] “A-dhikr” betekent letterlijk in het Arabisch: de gedenking. In deze hadieth wordt a-Llawhu-l-mahfoedh ermee bedoeld.

[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bukhaarie, imaam al-Bayhaqie, imaam ibn Hibbaan en imaam a-Ttahaawie, en is sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie.

[3] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Maadjah en imaam Muslim, en is o.a. sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[4] “Eeuwig” betekent: begin noch einde hebbend, buiten de tijd bestaand. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft namelijk de tijd geschapen.

[5] Letterlijk en figuurlijk.

[6] Het onderwerp: de eeuwigheid van het hellevuur en het paradijs, zal in-shaa’-Allaah bij vraag 132 uitgebreid behandeld worden.

[7] Het onderwerp: de gelovigen zullen Allaah in het paradijs zien, zal in-shaa’-Allaah bij vraag 133 uitgebreid behandeld worden.

[8] Citaat van imaam ibn al-Qayyim (met enige bewerking) uit zijn boek: “Tariequ-l-Hidjratayn”.

[9] In zowel positie, waarde, wezen als eigenschappen.

[10] Overgeleverd door imaam a-Ttabarie.

[11] “terwijl dat niet aan hem is”, hiermee wordt bedoeld: terwijl dat voor hem niet toegestaan is.

[12] “zoals Hij mij begonnen is”, hiermee wordt bedoeld: zoals Hij mij aan het begin geschapen heeft.

[13] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bukhaarie, imaam Ahmad en imaam a-Nnasaa’ie, en is sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie.

[14] De taalkundige en technische betekenis van a-Ttawhied, is in zijn geheel (met enige bewerking) van een audiobestand overgenomen, waarin shaykh ibn 3uthaymien rahimahu-llaah het boek: “al-Djaami3 a-Ssahieh” van imaam al-Bukhaarie uitlegt.

[15] “Deductie” betekent: het deduceren; redenering waarbij men uitgaande van het meer algemene, besluit tot het bijzondere.

[16] “Antropomorfiseren” betekent: het toeschrijven van menselijke gelijkenis in de beschrijving.