Vraag 49: Wat is ‘Tawhied a-Rruboebiyyah’ (het monotheïsme van Zijn Heerschappij)?

Antwoord: Het is de bevestigende erkenning dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa de Heer, heerser, Schepper, regelaar, beheerder van alles is; Degene Die voor Zich geen deelgenoot in het koninkrijk heeft en Hij vernedert Zich niet door beschermers te nemen, en niemand kan zijn oordeel afweren, en Hij heeft geen soortgelijke en geen (gelijke) tegenstander en geen concurrent in hetgeen wat Zijn heerschappij inhoudt of Zijn namen of eigenschappen inhouden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ وَجَعَلَ الظُّلُمَاتِ وَالنُّورَ (الأنعام: من الآية1)

“Alle lof zij Allaah Die de hemelen en de aarde schiep en die de duisternissen en het licht maakte. Maar vervolgens kennen degenen die ongelovig zijn aan hun Heer (deelgenoten) toe.” (Aayah:6/1).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿قُلْ مَنْ رَبُّ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ قُلِ اللَّهُ قُلْ أَفَاتَّخَذْتُمْ مِنْ دُونِهِ أَوْلِيَاءَ لا يَمْلِكُونَ لِأَنْفُسِهِمْ نَفْعاً وَلا ضَرّاً قُلْ هَلْ يَسْتَوِي الْأَعْمَى وَالْبَصِيرُ أَمْ هَلْ تَسْتَوِي الظُّلُمَاتُ وَالنُّورُ أَمْ جَعَلُوا لِلَّهِ شُرَكَاءَ خَلَقُوا كَخَلْقِهِ فَتَشَابَهَ الْخَلْقُ عَلَيْهِمْ قُلِ اللَّهُ خَالِقُ كُلِّ شَيْءٍ وَهُوَ الْوَاحِدُ الْقَهَّارُ (الرعد:16)

“Zeg: “Wie is de Heer van de hemelen en de aarde?” Zeg: “Allaah.” Zeg: “Nemen jullie dan naast Hem beschermers, terwijl zij geen macht hebben om voor zichzelf nut (te verwerven) of schade (af te wenden).” Zeg: “Zijn de blinden en de zienden gelijk, of zijn de duisternissen en het licht aan elkaar gelijk? Of kenden zij naast Allaah deelgenoten toe, die iets geschapen zouden hebben, zoals Zijn schepping?” Zodat het scheppen voor hen hetzelfde is, zeg: “Allaah is de Schepper van alles en Hij is de Éne, de Overweldiger.” (Aayah: 13/16).

 

Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

 

﴿اللَّهُ الَّذِي خَلَقَكُمْ ثُمَّ رَزَقَكُمْ ثُمَّ يُمِيتُكُمْ ثُمَّ يُحْيِيكُمْ هَلْ مِنْ شُرَكَائِكُمْ مَنْ يَفْعَلُ مِنْ ذَلِكُمْ مِنْ شَيْءٍ سُبْحَانَهُ وَتَعَالَى عَمَّا يُشْرِكُونَ (الروم:40)

“Allaah is Degene Die jullie heeft geschapen en jullie daarop voorzag. Vervolgens doet Hij jullie sterven en daarna doet Hij jullie weer leven. Is er één onder jullie deelgenoten die ook maar iets van deze daden kan verrichten? Heilig is Hij en verheven boven de deelgenoten die zij (Hem) toekennen.” (Aayah: 30/40).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿هَذَا خَلْقُ اللَّهِ فَأَرُونِي مَاذَا خَلَقَ الَّذِينَ مِنْ دُونِهِ بَلِ الظَّالِمُونَ فِي ضَلالٍ مُبِينٍ (لقمان:11)

“Dat is de schepping van Allaah. Toont Mij wat degenen buiten Allaah hebben geschapen. Echter de onrechtplegers verkeren in duidelijke dwaling.” (Aayah: 31/11).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿أَمْ خُلِقُوا مِنْ غَيْرِ شَيْءٍ أَمْ هُمُ الْخَالِقُونَ (35) أَمْ خَلَقُوا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ بَلْ لا يُوقِنُونَ (الطور:35-36)

-35- Of zijn zij uit niets geschapen, of zijn zij (zelf) de scheppers? -36- Of hebben zij de hemelen en de aarde geschapen? Zelfs zij zijn er niet van overtuigd.” (Aayah: 52/35-36).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿رَبُّ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا فَاعْبُدْهُ وَاصْطَبِرْ لِعِبَادَتِهِ هَلْ تَعْلَمُ لَهُ سَمِيّاً (مريم:65)

“(Hij is de) Heer van de hemelen en de aarde en wat ertussen is: aanbid Hem daarom, en wees geduldig in het aanbidden van Hem. Ken jij iemand die aan Hem gelijkwaardig is?” (Aayah: 19/65).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿لَيْسَ كَمِثْلِهِ شَيْءٌ وَهُوَ السَّمِيعُ الْبَصِيرُ(الشورى: من الآية11)

“Niets is aan Hem gelijk. En Hij is a-Ssamie3 (de Alhorende), al-Basier (de Alziende).” (Aayah: 42/11).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿وَقُلِ الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي لَمْ يَتَّخِذْ وَلَداً وَلَمْ يَكُنْ لَهُ شَرِيكٌ فِي الْمُلْكِ وَلَمْ يَكُنْ لَهُ وَلِيٌّ مِنَ الذُّلِّ وَكَبِّرْهُ تَكْبِيراً (الاسراء:111)

“En zeg: “Alle lof zij Allaah, Degene Die Zich geen kind neemt en Die ook voor Zich geen deelgenoot in het koninkrijk heeft en Hij vernedert Zich niet door beschermers te nemen. En verheerlijk Hem met een grote verheerlijking.” (Aayah: 17/111).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿قُلِ ادْعُوا الَّذِينَ زَعَمْتُمْ مِنْ دُونِ اللَّهِ لا يَمْلِكُونَ مِثْقَالَ ذَرَّةٍ فِي السَّمَاوَاتِ وَلا فِي الْأَرْضِ وَمَا لَهُمْ فِيهِمَا مِنْ شِرْكٍ وَمَا لَهُ مِنْهُمْ مِنْ ظَهِيرٍ(22) وَلا تَنْفَعُ الشَّفَاعَةُ عِنْدَهُ إِلَّا لِمَنْ أَذِنَ لَهُ حَتَّى إِذَا فُزِّعَ عَنْ قُلُوبِهِمْ قَالُوا مَاذَا قَالَ رَبُّكُمْ قَالُوا الْحَقَّ وَهُوَ الْعَلِيُّ الْكَبِيرُ (سـبأ:22-23)

-22- Zeg: “Roept degenen op, die jullie beweren (als goden) naast Allaah te zijn.” Zij hebben zelfs over het gewicht van een mosterdzaadje in de hemelen en op de aarde geen macht en zij hebben daarin geen aandeel. En Hij heeft onder hen geen helper. -23- En de voorspraak baat bij Hem niet, behalve aan wie Hij toestemming heeft gegeven. Totdat, wanneer de angst van hun harten is weggenomen, zij zeggen: “De waarheid.” En Hij is de Verhevene, de Grootste.” (Aayah: 34/22-23).