Vraag 50: Wat is het tegenovergestelde van ‘Tawhied a-Rruboebiyyah’ (het monotheïsme van Zijn Heerschappij)?

Antwoord: Het is het geloven dat er naast Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa een beheerder is in iets betreffende de beschikking van het heelal, aangaande een voortbrenging of een vernietiging, of het doen leven of het doen sterven, of het verwerven van goedheid of het weren van kwaad, of andere zaken die onder de betekenis van de heerschappij vallen. Of het geloven dat Hij een concurrent heeft in iets van wat Zijn namen en eigenschappen inhouden, zoals: kennis van het onwaarneembare, de geweldigheid en hoogheid of iets vergelijkbaars. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

﴿مَا يَفْتَحِ اللَّهُ لِلنَّاسِ مِنْ رَحْمَةٍ فَلا مُمْسِكَ لَهَا وَمَا يُمْسِكْ فَلا مُرْسِلَ لَهُ مِنْ بَعْدِهِ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ (2) يَا أَيُّهَا النَّاسُ اذْكُرُوا نِعْمَتَ اللَّهِ عَلَيْكُمْ هَلْ مِنْ خَالِقٍ غَيْرُ اللَّهِ يَرْزُقُكُمْ مِنَ السَّمَاءِ وَالْأَرْضِ (فاطر:2-3)

-2- Wat Allaah de mensen aan Barmhartigheid schenkt kan door niemand tegengehouden worden, en wat door Hem tegengehouden wordt kan buiten Hem door niemand los gelaten worden. En Hij is de Almachtige, de Alwijze. -3- O mensen, gedenkt de gunst van Allaah voor jullie. Is er een andere schepper dan Allaah, die jullie uit de hemelen en de aarde voorzieningen schenkt? Geen god is er dan Hij. Hoe kunnen jullie dan belogen worden?” (Aayah: 35/2-3).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿وَإِنْ يَمْسَسْكَ اللَّهُ بِضُرٍّ فَلا كَاشِفَ لَهُ إِلَّا هُوَ وَإِنْ يُرِدْكَ بِخَيْرٍ فَلا رَادَّ لِفَضْلِهِ يُصِيبُ بِهِ مَنْ يَشَاءُ مِنْ عِبَادِهِ وَهُوَ الْغَفُورُ الرَّحِيمُ (يونس:107)

“En wanneer Allaah jou met een tegenslag treft, dan is er niemand die deze kan wegnemen, behalve Hij. En wanneer Hij voor jou iets goeds wenst, dan kan niemand Zijn gunst tegenhouden. Hij treft daarmee wie Hij wil van Zijn dienaren. En Hij is de Vergevensgezinde, de Meest Barmhartige.” (Aayah: 10/107).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿وَلَئِنْ سَأَلْتَهُمْ مَنْ خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ لَيَقُولُنَّ اللَّهُ قُلْ أَفَرَأَيْتُمْ مَا تَدْعُونَ مِنْ دُونِ اللَّهِ إِنْ أَرَادَنِيَ اللَّهُ بِضُرٍّ هَلْ هُنَّ كَاشِفَاتُ ضُرِّهِ أَوْ أَرَادَنِي بِرَحْمَةٍ هَلْ هُنَّ مُمْسِكَاتُ رَحْمَتِهِ قُلْ حَسْبِيَ اللَّهُ عَلَيْهِ يَتَوَكَّلُ الْمُتَوَكِّلُونَ (الزمر:38)

“En als jij hun vraagt wie de hemelen en de aarde heeft geschapen, dan zullen zij zeker zeggen: “Allaah.” Zeg: “Zien jullie dan niet wat jullie buiten Allaah aanroepen? Als Allaah voor mij rampspoed wenst, zijn zij (de afgoden) het dan die de ramp van Hem kunnen wegnemen? Of als Hij Barmhartigheid wenst, zijn zij het dan die Zijn Barmhartigheid kunnen tegenhouden? Zeg: “Allaah is mij voldoende. Op Hem vertrouwen degenen die vertrouwen hebben.” (Aayah: 39/38).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿وَعِنْدَهُ مَفَاتِحُ الْغَيْبِ لا يَعْلَمُهَا إِلَّا هُوَ(الأنعام: من الآية59)

“Hij bezit de schatten van het onwaarneembare en niemand kent die, behalve Hij.” (Aayah: 6/59).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿قُلْ لا يَعْلَمُ مَنْ فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ الْغَيْبَ إِلَّا اللَّهُ(النمل: من الآية65)

“Zeg: “Niemand kent het onwaarneembare in de hemelen en op de aarde, behalve Allaah.” (Aayah: 27/65).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt ook:

﴿وَلا يُحِيطُونَ بِشَيْءٍ مِنْ عِلْمِهِ إِلَّا بِمَا شَاءَ(البقرة: من الآية255)

“En zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten, behalve wat Hij wil.” (Aayah: 2/255).

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: «“Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd: “De glorie is Mijn lendendoek en de Hoogheid is Mijn wikkeldoek, voorwaar, al wie in één van beide met Mij wedijvert, Ik laat hem in Mijn hellevuur verblijven.”».

 

Met de steun en de wil van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa is dit voltooid.

Alle lof zij Allaah de Almachtige de Alwetende subhaanahu wa-ta3aalaa.