Hafsah bint 3Umar

Categorie: Sahaaba

Neem Hafsah terug want zij onderhoudt het vasten, verricht het gebed in de laatste delen van de nacht, en ze zal jouw vrouw in het Paradijs worden.

Hafsah bint 3Umar radiya-llaahu 3anha werd vijf jaar voor de profeetschap van Mohammed salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  geboren.  Ze was zes jaar ouder dan haar broer 3Abdullaah radiya-llaahu 3anhu. Hafsah radiya-llaahu 3anha staat bekend als een mooie en vrome vrouw.

Haar eerste huwelijk was met Khunays ibn Hudhaafah ibn Qays as-Sahami radiya-llaahu 3anhu die uit Quraish kwam. Hij vocht mee tijdens de veldslagen van Badr en Uhud. Tijdens de veldslag van Uhud raakte hij dodelijk gewond, en overleed kort daarna in Madinah. Op dat moment was Hafsah radiya-llaahu 3anha  achttien jaar oud.

HET HUWELIJK VAN HAFSAH MET DE PROFEET

3Umar radiya-llaahu 3anhu raakte gedeprimeerd door de droefenis van zijn dochter, aangezien zij een weduwe op zo een jonge leeftijd werd. Telkens als hij naar huis ging en zijn bedroefde dochter zag, deed zijn hart zeer. Na lang nagedacht te hebben, besloot hij om, na een periode van minimaal zes maanden, een echtgenoot voor haar te kiezen die haar zou voorzien van wat zij verloren had.
3Umar radiya-llaahu 3anhu benaderde Aboe Bakr radiya-llaahu 3anhu, de meest geliefde persoon van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam , en bood hem zijn dochter ten huwelijk aan. 3Umar radiya-llaahu 3anhu zou nooit gedacht hebben dat Aboe Bakr radiya-llaahu 3anhu zou weigeren om met een jonge, vrome vrouw te trouwen, die tevens de dochter van 3Umar ibn al-Khattaab radiya-llaahu 3anhu was. Na innemend naar 3Umar radiya-llaahu 3anhu geluisterd te hebben, reageerde Aboe Bakr radiya-llaahu 3anhu niet op 3Umar’s aanbod. 3Umar keerde terug met een gebroken hart en kon bijna niet geloven wat gebeurd was. Hij ging naar 3Uthmaan ibn 3affaan radiya-llaahu 3anhu wiens vrouw Ruqayyah radiya-llaahu 3anhu, de dochter van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam , kort geleden overleden was. 3Umar bood hem zijn dochter ten huwelijk aan, maar 3Uthmaan radiya-llaahu 3anhu bood zijn verontschuldiging aan en zei: ”Ik denk dat ik op dit moment niet zou willen trouwen.”
3Umar’s somberheid werd door 3Uthmaan’s afwijzing erger. Hij werd erg boos op zijn twee metgezellen en klaagde bij de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  over hen. Daarop lachte de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  en zei:  ”Hafsah zal iemand huwen, die beter is dan 3Uthmaan en 3Uthmaan zal iemand huwen, die beter is dan Hafsah.” ((Al-Bukhaarie))
Daarna trouwde de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  zelf met Hafsah radiya-llaahu 3anha ,en trouwde 3Uthmaan radiya-llaahu 3anhu  met Umm Kalsoem, de dochter van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam .

3Umar radiya-llaahu 3anhu was opgetogen om zo een grote eer te ontvangen die hij zich nooit had kunnen voorstellen. Hij ging vervolgens op iedereen af die hij tegenkwam om hen het goede nieuws te vertellen.
Toen hij Aboe Bakr radiya-llaahu 3anhu tegenkwam, feliciteerde Aboe Bakr hem. Het is overgeleverd dat Aboe Bakr tegen hem zei: ”Wees niet boos op mij 3Umar. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  had het eerder over Hafsah gehad, en ik zou het geheim van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  niet kunnen onthullen. Als hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  haar zou verlaten, dan zou ik met haar gaan trouwen.”

Het volk van Madiena was zeer blij met het huwelijk van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  met Hafsah radiya-llaahu 3anha. Het huwelijk werd in de maand van Sha3baan in het 3e jaar van de Hidjrah gesloten.
Hafsah sloot zich aldus aan bij de vrouwen van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam , de Moeders der Gelovigen, die toen bestonden uit Sawdaa’ en 3Aa’ishah radiya-llaahu 3anhum, en behoorde tot de familie van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam . Sawdaa’ was blij om haar te zien, maar 3Aa’ishah radiya-llaahu 3anhu was boos omdat zich Hafsah in haar leeftijdsgroep bevond, en bang was dat Hafsah de liefde van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  met haar zou delen.

Het boek van Imaam al-Bukhaari leert ons dat Hafsah radiya-llaahu 3anha een beetje driftig was en soms zelfs de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam   tegensprak. Het is overgeleverd dat eens op een dag 3Umar ibn al-Khattaab radiya-llaahu 3anhu, nadat hij hierachter kwam, naar haar toe ging en haar vroeg: ”Ik heb gehoord dat jij tegen de Edele Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam   praat alsof  je met hem op gelijke voet staat. Klopt dit?” Hafsah radiya-llaahu 3anhu antwoordde hierop en zei: ”Natuurlijk doe ik dat!”  3Umar zei daarna: ”Mijn dochter, ik waarschuw jou van Allaah’s straf. Concurreer niet met 3Aa’ishah die trots op haar schoonheid is dankzij de liefde van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam voor haar.”

Hafsah aarzelde nooit om de Edele Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  een vraag te stellen over een bepaald onderwerp of kwestie. Een keer zei de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  : ”De metgezellen van Bafr en Hudaibiyyah zullen de Hel niet ingaan.” Hierna zei Hafsah snel: ”O Profeet! Allaah zegt dat iedereen de Hel voorbij zal gaan.” De Profeet antwoordde en zei: ”Ja, maar Allaah zegt ook in Soerat Maryam:

”Dan zullen Wij hen redden die (Allaah) vreesden, en Wij laten de onrechtplegers er in achter, knielend.”
Maryam 72

3Umar radiya-llaahu 3anhu wist zeer goed dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  van al zijn vrouwen het meest van 3Aa’ishah hield, en vaak probeerde hij zijn dochter bewust te maken van dit feit. Het is overgeleverd dat hij een keer tegen zijn dochter zei: ”Jij bent niet als 3Aaishah, en jouw vader is niet net als haar vader.”

Toen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  eens zijn vrouwen verliet omdat zij te veeleisend werden, adviseerde 3Umar radiya-llaahu 3anhu zijn dochter om voorzichtig te zijn en zei hij tegen haar: ”Laat je niet misleiden door degene die gemotiveerd is door haar schoonheid en liefde van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  voor haar (verwijzend naar 3Aa’ishah radiya-llaahu 3anha).”

Toen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  met zijn andere vrouwen trouwde, realiseerde 3Aa’ishah zich dat haar tegenstandelijke houding jegens Hafsah tevergeefs was, waardoor zij met Hafsah radiya-llaahu 3anha bevriend raakte.

Van alle vrouwen van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam , was 3Aa’ishah radiya-llaahu 3anha het meest intiem met Hafsah radiya-llaahu 3anha. Het staat in de Qur’aan vermeld dat 3A2ishah en Hafsah elkaar steunden tijdens huiselijke intriges. Het is overgeleverd dat 3Aa’isha het volgende heeft verhaald: “Allaah’s Boodschapper salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  dronk gebruikelijk honing in het huis van Zaynab bint Djahsh en verbleef aldaar met haar . Dus Hafsah en ik besloten in het geheim dat als de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  een van ons tegen het lijf zou lopen, we zouden zeggen: ‘ Het lijkt erop dat jij  Maghafir (een viesruikende bloem) gegeten hebt, omdat ik dat op jou ruik.’ Dit hebben wij gedaan en daarop was zijn reactie: ‘Nee, maar ik dronk honing in het huis van Zaynab bint Djahsh, en ik zal het nooit meer drinken. Ik heb hiervoor een eed afgelegd, en jullie mogen dit aan niemand vertellen.”1

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  heeft altijd sterke geuren gehaat, vooral die uit de mond kwamen. Om de tevredenheid van Hafsah te verkrijgen, verklaarde hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  honing voor zichzelf verboden. Toen openbaarde Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa  de volgende verzen:

”O Profeet, waarom verbied jij iets wat Allaah jou heeft toegestaan? Om het welbehagen van jouw vrouwen te  verkrijgen? En Allaah is Vergevensgezind en Meest Barmhartig. Allaah heeft jullie waarlijk verplicht om jullie eden toegestaan te maken. En Allaah is jullie meester. En Hij is de Alwetende, de Alwijze.”

”En (gedenkt) toen de Boodschapper in het geheim een gebeurtenis aan een van zijn vrouwen toevertrouwde. En toen zij dit vertelde en Allaah dit aan hem openbaar maakte, maakte hij er een gedeelte van bekend en liet een er gedeelte van onbesproken. Toen hij het haar vertelde, zei zij: ”Wie heeft jou dit verteld?” Hij zei: ”De Kenner, de Alwetende, heeft mij op de hoogte gebracht.” Als jullie beiden (Hafsah en 3Aa’ishah) Allaah berouw tonen (is dat beter voor jullie), dan neigen jullie harten waarlijk (naar het goede). Maar als jullie elkaar bijstaan tegen hem (de Boodschapper), dan is Allaah waarlijk jouw Helper, en Djibriel en de rechtschapen gelovigen en daarnaast de Engelen zullen helpers zijn.” Attahriem, 1-4

De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  scheidde van Hafsah toen zij hem ongehoorzaam was,  zijn geheim onthulde over zijn ede en vertrouwen schond. Het is overgeleverd door al-Haakiem dat Djibriel tegen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  zei: ”Neem Hafsah terug want zij onderhoudt het vasten, verricht het gebed in de laatste delen van de nacht, en ze zal jouw vrouw in het Paradijs worden.”

Hafsah besefte de ernst van wat ze haar edele man had aangedaan door zijn geheim te onthullen. Alhoewel, de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam had haar vergeven en zo kon ze weer in rust leven.

Hafsah bleek zeer gehecht aan haar vader te zijn die haar gebruikelijk om advies vroeg met betrekking tot vrouwenzaken. Een keer hoorde 3Umar radiya-llaahu 3anhu een vrouw een gedicht over haar man die op Djihaad was gegaan, reciteren. Dit stoorde 3Umar waardoor hij Hafsah vroeg hoe lang een vrouw zonder haar man kon blijven. Hafsah antwoordde dat het voor zes maanden zou kunnen, en hierop gaf 3Umar het bevel aan al zijn commandanten om elke strijder na elke zes maanden te vervangen.

Toen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  overleed en Aboe Bakr radiya-llaahu 3anhu hem opvolgde, was het Hafsah die de eerste kopie van de Edele Qur’aan mocht bewaren. Ze bleef Allaah oprecht aanbidden door te vasten, te bidden en de kopie van de Islamitische  grondwet, het onvergankelijke wonder en de bron van wetgeving en geloof, oftwel de Qur’aan, te onderhouden. Toen het tweede kopie van de Qur’aan werd samengesteld tijdens het kalifaat van 3Uthmaan radiya-llaahu 3anhu, werd zij gevraagd om haar kopie hiervoor te laten gebruiken waarbij zij de voorwaarde stelde dat het kopie uiteindelijk weer aan haar teruggegeven zou worden.
Wat de wetenschap en vroomheid betreffen, heeft Hafsah een hoge positie bereikt. Ze heeft 60 Ahadeeth van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  overgeleverd, waarvan vier sahih zijn verklaard, zes in het boek van Imaam Muslim staan, en de rest in andere traditionele boeken.
Toen haar vader, de kalief van de moslims, zijn dood zag aankomen, nadat hij door Aboe Lu’lu’ah gestoken werd in de maand van Dhul Hidjah 23 NH, werd zij de beheerder over haar zijn nalatenschap.

HET OVERLIJDEN VAN HAFSAH BINT 3UMAR   

Voor haar dood, maakte zij haar uiterste wilsbeschikking ten overstaan van 3abdullaah ibn 3Umar radiya-llaahu 3anhu, waarin werd verzocht dat al haar eigendommen in Gabhah aan liefdadigheid gedoneerd moest worden.
Hafsah had acht jaar met de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam  in Madienah geleefd, maar had geen kinderen van hem  gekregen. Na zijn dood leefde zij nog vierendertig jaar door.

Hafsah kon met vreugde de overwinningen en uitbreidingen van de Islaam meemaken, die onder de leiding van haar vader gevoerd werden. En met bedroefdheid maakte ze de kwellingen mee waarmee de moslimse gemeenschap geconfronteerd werd na de dood van 3Uthmaan radiya-llaahu 3anhu. Ze overleed op een drieënzestigjarige leeftijd tijdens de heerschappij van Mu3aawiyyah ibn Aboe Sufyaan radiya-llaahu 3anhu, in het jaar 47 NH.

 

Bronnen:
http://www.islamweb.net/ver2/archive/article.php?lang=E&id=134222
http://www.islamweb.net/ver2/archive/article.php?lang=E&id=134223

  1. Al-Bukhaarie []