1.3. De grote wassing verrichten door middel van het overblijfsel van de vrouw en andersom

Categorie: De wateren

Hadieth 6

وَعَنْ رَجُلٍ صَحِبَ اَلنَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم قَالَ: «نَهَى رَسُولُ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم “أَنْ تَغْتَسِلَ اَلْمَرْأَةُ بِفَضْلِ اَلرَّجُلِ، أَوْ اَلرَّجُلُ بِفَضْلِ اَلْمَرْأَةِ، وَلْيَغْتَرِفَا جَمِيعًا».أَخْرَجَهُ أَبُو دَاوُدَ. وَالنَّسَائِيُّ، وَإِسْنَادُهُ صَحِيحٌ.

Een man die de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam vergezeld heeft, heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallamheeft verboden dat de vrouw de grote wassing verricht uit het overblijfsel van de man, of dat de man uit het overblijfsel van de vrouw (de grote wassing) verricht. Echter mogen zij tegelijkertijd scheppen.”[1]

Uitleg:

-Het overblijfsel: het water dat in de emmer overblijft nadat men de grote wassing heeft verricht.

-Tegelijkertijd scheppen: het tegelijkertijd uit een emmer water scheppen om daarmee de grote wassing te verrichten.

Oordelen:

-De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamheeft in deze hadieth verboden dat men uit het overblijfsel van de ander de grote wassing verricht, overigens is dit niet het oordeel van deze handeling. Om tot een oordeel van deze handeling te komen, horen wij de ahaadieth die hierna komen, erbij te betrekken.

-De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamzegt in deze hadieth dat de man en zijn vrouw tegelijkertijd uit één gerei mogen scheppen om de grote wassing te verrichten (zie hiervoor ook hadieth 113).

Hadieth 7

وَعَنْ اِبْنِ عَبَّاسٍ رَضِيَ اَللَّهُ عَنْهُمَا; «أَنَّ اَلنَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم كَانَ يَغْتَسِلُ بِفَضْلِ مَيْمُونَةَ رَضِيَ اَللَّهُ عَنْهَا». أَخْرَجَهُ مُسْلِمٌ وَلأصْحَابِ “اَلسُّنَنِ”: «اِغْتَسَلَ بَعْضُ أَزْوَاجِ اَلنَّبِيِّ صلى الله عليه وسلم فِي جَفْنَةٍ، فَجَاءَ لِيَغْتَسِلَ مِنْهَا، فَقَالَتْ لَهُ:

إِنِّي كُنْتُ جُنُبًا، فَقَالَ: “إِنَّ اَلْمَاءَ لا يُجْنِبُ”». وَصَحَّحَهُ اَلتِّرْمِذِيُّ، وَابْنُ خُزَيْمَةَ.

3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald dat: “de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamde grote wassing verrichtte met het overblijfsel van Maymoenah radiya-llaahu 3anhaa”.[2] Degenen van a-Ssunan[3] hebben overgeleverd: “Eén van de vrouwen van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamverrichtte de grote wassing uit een schaal. Vervolgens wilde de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamde grote wassing daaruit verrichten. Zij zei toen: “Ik was djunub”. Hij zei: “Voorzeker, het water wordt niet onrein.”[4]

Oordelen:

De geleerden hebben deze hadieth en de hadieth daarvóór en andere ahaadieth met elkaar verzoend, en zijn tot de volgende oordelen gekomen:

-De grote wassing verrichten uit het overblijfsel van een ander die de grote wassing heeft verricht is makroeh.

-Het water dat in de emmer overblijft nadat de grote wassing eruit verricht is, blijft rein en reinigend.

 


[1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed en imaam a-Nnasaa’ie en is door beiden sahieh verklaard.

[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim.

[3] “Degenen van a-Ssunan”, hiermee worden bedoeld: de imaams aboe Daawoed, a-Ttirmidhie, a-Nnasaa’ie en ibn Maadjah.

[4] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam a-Ttirmidhie en imaam ibn Khuzaymah.