1.5. De reinheid van de kat

Categorie: De wateren

Hadieth 9

وَعَنْ أَبِي قَتَادَةَ رضي الله عنه أَنَّ رَسُولَ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم قَالَ -فِي اَلْهِرَّةِ-: «إِنَّهَا لَيْسَتْ بِنَجَسٍ، إِنَّمَا هِيَ مِنْ اَلطَّوَّافِينَ عَلَيْكُمْ». أَخْرَجَهُ اَلْأَرْبَعَةُ، وَصَحَّحَهُ اَلتِّرْمِذِيُّ. وَابْنُ خُزَيْمَةَ.

Aboe Qataadah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd betreffende de kat: “Voorzeker, het is geen onrein (dier), het is slechts één van jullie omringenden.”[1]

De voltooiing van de hadieth:

“Kabshah de dochter van Ka3b de zoon van Maalik radiya-llaahu 3anhumaa – toen zij de vrouw was van aboe Qataadah- heeft verhaald: “Toen aboe Qataadah bij haar binnentrad, heeft zij voor hem een schaal water gegoten, zodat hij daar de wassing uit kon verrichten. Vervolgens kwam er een kat om daaruit te drinken, hij schoof de schaal naar de kat, zodat zij daaruit kon drinken. Vervolgens zei Kabshah: “hij zag mij naar hem kijken en zei: “Ben jij verbaasd o dochter van mijn broeder?” Ik zei: “ja.” Hij zei: “de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamzei: “voorwaar, het is geen onrein dier, het is namelijk één van jullie omringenden.”

Uitleg:

-Omringenden: de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamheeft de kat vergeleken met de slaven en slavinnen die hun heren omringen: die door hen gevoed en opgevoed worden.

Oordelen:

-Deze hadieth bewijst dat de kat en zijn speeksel niet onrein zijn. Zodoende kan een kat meedrinken en mee-eten zonder dat het onreinheden veroorzaakt.

 


[1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door de imaams: a-Nnasaa’ie, aboe Daawoed en ibn Maadjah, en is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam a-Ttirmidhie en imaam ibn Khuzaymah.