3.1. De onreinheid

Onreinheid is letterlijk: vuilheid, smerigheid, en op religieuze gronden verwerpelijk, ongeoorloofd. De Islamitische betekenis van onreinheid is een specifieke viezigheid zoals urine. Zijn soort verbiedt de Salaah, en heeft twee soorten:

 

1. Al-Hadath, betekent letterlijk in het Arabisch: een nieuwe ongewone verwerpelijke situatie. Technisch (Islamitisch) betekent het: de uitscheiding, en of de situatie waarin men zich bevindt, waarbij hij de Salaah niet binnen mag treden zonder zich hiervoor te reinigen, en het heeft twee niveaus, te weten:

Al-Hadath al-akbar (de grote gebeurtenis) dat is wanneer men in een djanaabah situatie is, en de ghusl (de grote wassing) dient te verrichten om de Salaah binnen te mogen treden.

Al-Hadath al-asghar (de kleine gebeurtenis) dat is wanneer men uitgescheiden heeft, en slechts de wudoe’ (de kleine wassing) dient te verrichten om de Salaah binnen te mogen treden.

2. A-Nnadjaasah (onreinheid), en heeft twee soorten, te weten:

Onreinheid die op zichzelf onrein is (A-Nnadjaasah al-3ayniyyah). Oftewel, het verontreinigende middel. Deze onreinheid kan slechts verwijderd worden door het zelf door middel van water te verwijderen (vb.: menstruatiebloed, de urine van de mens, het speeksel van de hond).

Onreinheid in oordeel (A-Nnadjaasah al-Hukmiyyah: een rein voorwerp of een reine plek die door een onrein middel verontreinigd is. Deze is te reinigen door middel van water.

De drie eigenschappen van onreinheid zijn: geur, kleur en smaak. Als de geur en smaak na het wassen nog blijven, betekent het dat de onreinheid nog niet verwijderd is. Maar als de kleur na het wassen blijft, dan zal dat niet schadelijk zijn, omdat dat toegestaan is.