5.3. De duur van het vegen over de sokken

Hadieth 55

وَعَنْ صَفْوَانَ بْنِ عَسَّالٍ رضي الله عنه قَالَ: «كَانَ رَسُولُ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم يَأْمُرُنَا إِذَا كُنَّا سَفْرًا أَنْ لا نَنْزِعَ خِفَافَنَا ثَلاثَةَ أَيَّامٍ وَلَيَالِيَهُنَّ، إِلا مِنْ جَنَابَةٍ وَلَكِنْ مِنْ غَائِطٍ، وَبَوْلٍ، وَنَوْمٍ». أَخْرَجَهُ النَّسَائِيُّ، وَاَلتِّرْمِذِيُّ وَاللَّفْظُ لَهُ، وَابْنُ خُزَيْمَةَ وَصَحَّحَاه.

Safwaan ibn 3assaal radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam beval ons wanneer wij reizende waren, om onze sokken drie dagen met hun nachten niet uit te trekken, behalve vanwege een djanaabah. Maar in geval van urinering, uitscheiding en slaap (moeten ze wel aanblijven).”[1]

Oordelen:

In de hadieth is sprake van een bevel. Echter leidt dit bevel niet tot een verplichting. Er zijn namelijk andere ahaadieth die bewijzen dat het slechts mandoeb is. Deze worden nader behandeld.

De eerste hadieth bewijst dat het mandoeb is om tijdens het reizen over de sokken te vegen (als er aan de voorwaarden is voldaan).

Deze hadieth bewijst ook dat de duur van het mogen vegen over de sokken tijdens het reizen drie dagen en nachten is.

Deze hadieth bewijst dat men wel zijn sokken uit moet trekken in geval van djanaabah, om zijn voeten te wassen.

 

Hadieth 56

وَعَنْ عَلِيِّ بْنِ أَبِي طَالِبٍ رضي الله عنه قَالَ: «جَعَلَ اَلنَّبِيُّ صلى الله عليه وسلم ثَلاثَةَ أَيَّامٍ وَلَيَالِيَهُنَّ لِلْمُسَافِرِ، وَيَوْمًا وَلَيْلَةً لِلْمُقِيمِ. يَعْنِي: فِي اَلْمَسْحِ عَلَى اَلْخُفَّيْنِ». أَخْرَجَهُ مُسْلِم.

3alie ibn abie Taalib radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam stelde drie dagen met hun nachten vast voor de reiziger, en één dag en één nacht voor de verblijvende.” (Dit betreft het vegen over de sokken.)”[2]

Oordelen:

In deze hadieth stelt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam de dagen vast waarop de reiziger en de verblijvende over hun sokken mogen vegen. De reiziger mag drie dagen en nachten over zijn sokken vegen, en de verblijvende één nacht en één dag (de dag begint volgens de Arabische telling bij de nacht).

 


[1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Nnasaa’ie, imaam a-Ttirmidhie en imaam ibn Khuzaymah, en is door imaam ibn Khuzaymah, imaam al-Albaanie, en imaam a-Ttirmidhie sahieh verklaard.

[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim.