6.2. Al- istihaadah (nabloeding)

Hadieth 62

وَعَنْ عَائِشَةَ رَضِيَ اَللَّهُ عَنْهَا قَالَتْ: «جَاءَتْ فَاطِمَةُ بِنْتُ أَبِي حُبَيْشٍ إِلَى اَلنَّبِيِّ صلى الله عليه وسلم فَقَالَتْ: يَا رَسُولَ اَللَّهِ! إِنِّي اِمْرَأَةٌ أُسْتَحَاضُ فَلا أَطْهُرُ، أَفَأَدَعُ اَلصَّلاةَ؟ قَالَ: “لا. إِنَّمَا ذَلِكَ عِرْقٌ، وَلَيْسَ بِحَيْضٍ، فَإِذَا أَقْبَلَتْ حَيْضَتُكِ فَدَعِي اَلصَّلاةَ، وَإِذَا أَدْبَرَتْ فَاغْسِلِي عَنْكِ اَلدَّمَ، ثُمَّ صَلِّي». مُتَّفَقٌ عَلَيْه وَلِلْبُخَارِيِّ: «ثُمَّ تَوَضَّئِي لِكُلِّ صَلاةٍ».

 

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “Faatimah dochter van abie Hubaysh radiya-llaahu 3anhaa kwam naar de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam en zei: “O Boodschapper van Allaah, ik ben een vrouw die istihaadah (nabloeding) krijgt waardoor ik niet rein word. Moet ik de Salaah verlaten?” Hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Nee, voorzeker, dat is slechts een ader. Het is geen menstruatie. Voorwaar, wanneer jouw menstruatie begint, verlaat dan de Salaah, en wanneer het eindigt, was dan het bloed van je af en verricht vervolgens de Salaah.”[1] En in een uitspraak bij imaam al-Bukhaarie: “Verricht vervolgens de wudoe’ voor elke Salaah.”

 

Uitleg:

“(al-istihaadah) nabloeding”: dit wijst op de nabloeding die buiten de periode van de menstruatie kan optreden, en uit het geslachtsorgaan van de vrouw komt.

“ader”: dit is de ader waar het bloed van vrijkomt na de menstruatie, en wordt in het Arabisch ‘al-3aazil’ genoemd.

 

Oordelen:

Het stoppen van het bloed van de menstruatie is een bewijs voor reinheid. Deze vrouw weet dat wanneer een vrouw menstrueert, zij niet mag bidden. Zij dacht dat het niet stoppen van het bloed ook betekende dat de menstruatie voortduurde.

Deze hadieth bewijst dat de menstruerende vrouwen niet mogen bidden, dat bewijst de uitspraak van Faatimah: “…waardoor ik niet rein word. Moet ik de Salaah verlaten?”

Deze hadieth is een bewijs dat al-istihaadah (nabloeding) plaats kan vinden, en een ander oordeel heeft dan menstruatie; en dat is dat de vrouw in die situatie bij elk gebed de wassing moet verrichten, en dat het mandoeb is om om de twee gebeden de ghusl te verrichten.[2]

Deze hadieth bewijst dat alles wat de afscheidingsorganen verlaat, een bederver is van de wudoe’.

Wanneer een vrouw een nabloeding heeft, verkeert ze niet in een onreine toestand. Dat bewijst de uitspraak van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam : “…wanneer het eindigt, was dan het bloed van je af en verricht vervolgens het gebed.” Over dit oordeel wordt ook nader in komende ahaadieth uitleg gegeven.

Het bloed van de nabloeding wordt van menstruatiebloed onderscheiden door middel van de kleur en geur. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zegt namelijk in dezelfde hadieth: “Voorzeker, het menstruatiebloed is zwart en wordt herkend, als dat het is moet je je van de Salaah onthouden, en als het het andere (soort bloed) is, verricht dan de wassing en bidt.”[3] Dit oordeel wordt ook nader uitgelegd.[4]

Meer over de oordelen van de menstruatie en nabloeding worden inchallaah in deur 10: de menstruatie behandeld.


[1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[2] Zie deur 10: de menstruatie.

[3] Hasan-sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Nnasaa’ie, imaam ibn Hibbaan en imaam al-Haakim en is hasan-sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. (Hasan-sahieh) is een hoger niveau in oordeel dan hasan).

[4] Zie hadieth 127.