7.1. De ethieken van het binnentreden van het toilet

Hadieth 78

عَنْ أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ رضي الله عنه قَالَ: «كَانَ رَسُولُ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم إِذَا دَخَلَ اَلْخَلاءَ وَضَعَ خَاتَمَهُ». أَخْرَجَهُ اَلْأَرْبَعَةُ، وَهُوَ مَعْلُول.

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Wanneer de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam het toilet intrad, legde hij zijn ring neer.”[1]

 

Bewijsstukken:

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam droeg een ring waarin gegraveerd stond: Muhammad is de Boodschapper van Allaah. En als hij het toilet intrad, legde hij hem neer.”[2]

 

Uitleg:

“Al-Khalaa’”; dit woord staat in de Arabische versie van deze hadieth, en betekent: een lege/afgelegen plek.

Oordelen:

Deze hadieth bewijst dat het doen van de behoefte slechts toegestaan is op een lege plek waar niemand anders zich bevindt. Zo zijn er ook andere ahaadieth die dit bewijzen en in deze deur aan de orde zullen komen, waaronder de hadieth van al-Mughierah ibn Shu3bah waarin hij verhaalde: “Hij vertrok totdat hij (iedereen) had vermeden.” En in een andere hadieth die door aboe Daawoed is overgeleverd: “Als hij wilde urineren, vertrok hij totdat niemand meer hem zag.”

Deze hadieth bewijst dat het afgeraden is om heilige teksten die Allaah’s woorden en/of namen bevatten, mee te nemen tijdens een toiletbezoek; dat ter verering van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa.


[1] Da3ief, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam an-Nasaai’ie, imaam at-Tirmidhie en imaam ibn Maadjah en is da3ief verklaard door imaam al-Albaanie.

[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bayhaqie en imaam al-Haakim, en is sahieh verklaard door beide imaams.