7.2. De smeekbede van het binnentreden van het toilet

Hadieth 79

وَعَنْهُ قَالَ: «كَانَ رَسُولُ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم إِذَا دَخَلَ اَلْخَلاءَ قَالَ: “اَللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنْ اَلْخُبُثِ وَالْخَبَائِثِ”». أَخْرَجَهُ اَلسَّبْعَة.

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft gezegd: “Wanneer de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam het toilet inging, zei hij: “Allaahumma innie a3oedhu bika mina-lkhubthi wa-lkhabaa’ith”, “O Allaah, bij U zoek ik mijn toevlucht tegen de mannelijke en de vrouwelijke satans.”[1]

Oordelen:

Ook is authentiek overgeleverd bij imaam Sa3ied ibn Mansoer dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Bismillaah (In de naam van Allaah).…”[2] Omdat deze toevoeging sahieh is, is het een vervolmaking van de hele smeekbede, en hoort deze ook gezegd te worden.

Deze hadieth bewijst dat het mandoeb is om vóór, tijdens of na het binnentreden van het toilet, deze smeekbede op te zeggen. Er is ook authentiek overgeleverd bij ibn abie Shaybah wat door Anas ibn Maalik is verhaald: “Wanneer de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam het toilet wilde binnentreden….”[3]

 


[1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Sa3ied ibn Mansoer en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[3] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bukhaarie in zijn boek ‘al-Adab al-mufra’‘, en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.