7.6. De smeekbede van het uittreden van het toilet

Hadieth 91

وَعَنْهَا; «أَنَّ اَلنَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم كَانَ إِذَا خَرَجَ مِنْ اَلْغَائِطِ قَالَ: “غُفْرَانَكَ”». أَخْرَجَهُ اَلْخَمْسَةُ. وَصَحَّحَهُ أَبُو حَاتِمٍ، وَالْحَاكِم.

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald: “Wanneer de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam uit het toilet trad, zei hij: “Ghufraanak”, (ik vraag) Uw vergeving.”[1]

 

Oordelen:

Deze hadieth bewijst dat het mandoeb is om de smeekbede die in deze hadieth genoemd is, bij het verlaten van het toilet te verrichten.

Sommige geleerden zeggen dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam om vergiffenis vraagt omdat hij gedurende het toiletbezoek Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa niet kon gedenken, en hij dat als tekortkoming beschouwt.

Alle andere smeekbedes die overgeleverd zijn betreffende het uittreden van het toilet zijn da3ief verklaard.

 


[1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad, imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Maadjah, en imaam al-Haakim en is sahieh verklaard door imaam aboe Haatim en imaam al-Albaanie.