7.9. De houding tijdens het uitscheiden

Hadieth 96

وَعَنْ سُرَاقَةَ بْنِ مَالِكٍ رضي الله عنه قَالَ: «عَلَّمْنَا رَسُولُ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم فِي اَلْخَلاءِ: ” أَنَّ نَقْعُدَ عَلَى اَلْيُسْرَى، وَنَنْصِبَ اَلْيُمْنَى”». رَوَاهُ اَلْبَيْهَقِيُّ بِسَنَدٍ ضَعِيف.

Suraaqah ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam leerde ons om in het toilet: op ons linker(been) te zitten en de rechter(knie) omhoog te houden.”[1]

 

Bewijsstukken:

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “Al wie jullie vertelt dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam staand urineerde, voorwaar, gelooft hem niet. Hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam urineerde slechts zittend.”[2]

Hudhayfah ibn al-Yamaan radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam kwam bij een vuilnisbelt van een stam uit. Ik draaide me om. [Hij wees naar me] en liet me naar hem komen, totdat ik bij zijn voeten stond. Hij urineerde staand, en vroeg vervolgens om water. Vervolgens verrichtte hij de wudoe’ en veegde hij over zijn sokken.”[3] En in een uitspraak bij imaam a-Ttabaraanie: “O Hudhayfah, bedek mij.”[4]

Oordelen:

De geleerden hebben de hadieth van 3aa’ishah en die van Hudhayfah met elkaar verzoend en zijn tot de volgende oordelen gekomen:

Het is voor de man mandoeb om zittend te urineren.

Het is voor de man makroeh om staand te urineren.

Het is toegestaan om iemand als bedekking te laten staan, wanneer men anders door de langslopende mensen gezien wordt. Zo heeft de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam dit ook gedaan.

Dit ondersteunt de definitie dat men in elke situatie het slechte met het minder slechte moet weren, en het betere boven het goede moet kiezen.


[1] Da3ief, deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bayhaqie met een zwakke keten en is da3ief verklaard door imaam al-Albaanie.

[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Maadjah, imaam Ahmad en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie.

[3] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door de imaams al-Bukhaarie, Muslim, aboe Daawoed, a-Ttirmidhie, a-Nnasaa’ie, ibn Maadjah, a-Ttabaraanie, Ahmad, en is sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim. Deze uitspraak is van imaam Ahmad.

[4] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttabaraanie en sahieh verklaard door imaam ibn Hadjar al-3asqalaanie.