8.11. De ghusl gezamenlijk verrichten

Hadieth 113

وَعَنْهَا قَالَتْ: «كُنْتُ أَغْتَسِلُ أَنَا وَرَسُولُ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم مِنْ إِنَاءٍ وَاحِدٍ، تَخْتَلِفُ أَيْدِينَا فِيهِ مِنَ اَلْجَنَابَةِ». مُتَّفَقٌ عَلَيْه زَادَ اِبْنُ حِبَّانَ: «وَتَلْتَقِي أَيْدِيْنَا».

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam en ik verrichtten (samen) de ghusl uit één gerei. Onze handen kruisten elkaar terwijl wij djunub waren.”[1] Ook heeft imaam ibn Hibbaan toegevoegd: “Onze handen raakten elkaar aan.”[2]

Oordelen:

Deze hadieth bewijst dat de man en zijn vrouw tegelijkertijd uit hetzelfde gerei de wassing mogen verrichten. Dit is beter dan dat men de ghusl verricht met het overblijfsel van de ander (zie hiervoor hadieth 6).

Deze hadieth bewijst ook dat de man en zijn vrouw elkaar mogen aanraken terwijl ze djunub zijn, en dat dit de wassing niet ongeldig maakt.

 

Hadieth 114

وَعَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رضي الله عنه قَالَ: قَالَ رَسُولُ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم «إِنَّ تَحْتَ كُلِّ شَعْرَةٍ جَنَابَةً، فَاغْسِلُوا اَلشَّعْرَ، وَأَنْقُوا اَلْبَشَرَ». رَوَاهُ أَبُو دَاوُدَ، وَاَلتِّرْمِذِيُّ وَضَعَّفَاه.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Onder elke haar bevindt zich een djanaabah, voorwaar, wast het haar en verschoont de huid.”[3]

 

Bewijsstukken:

3alie ibn abie Taalib Moge Allaah barmhartig met hem zijn heeft van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam verhaald: “Al wie nalaat een plek op zijn haar te wassen wegens de djanaabah, Allaah zal zus en zo met hem doen in het hellevuur.” 3alie Moge Allaah behaagd met hem zijn zei: “Vanaf dat moment werd mijn haar mijn vijand.”[4]

 

Oordelen:

Deze twee ahaadieth zijn da3ief verklaard door de geleerden. Wel is het zo dat tijdens de wassing het water het gehele lichaam moet bereiken. Ook is in vorige ahaadieth duidelijk gemaakt dat het waadjib is tijdens de wassing met de hand tot aan de wortels van het haar te gaan (zie hiervoor hadieth 109).


[1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[2] Sahieh, deze toevoeging is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam ibn Hibbaan.

[3] Da3ief, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie en imaam Ahmad en is da3ief verklaard door al deze imaams en imaam al-Albaanie.

[4] Da3ief, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed en imaam Ahmad en is da3ief verklaard door imaam al-Albaanie.