10.3. De omgang met de menstruerende vrouw

Categorie: De Menstruatie

Hadieth 131

وَعَنْ أَنَسٍ رضي الله عنه «أَنَّ اَلْيَهُودَ كَانُوا إِذَا حَاضَتْ اَلْمَرْأَةُ لَمْ يُؤَاكِلُوهَا، فَقَالَ اَلنَّبِيُّ صلى الله عليه وسلم “اِصْنَعُوا كُلَّ شَيْءٍ إِلا اَلنِّكَاحَ”». رَوَاهُ مُسْلِم.

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Wanneer onder de joden een vrouw menstrueerde, aten zij niet met haar. De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Doe alles, behalve ‘a-nnikaah’ (de gemeenschap).”[1]

De voltooiing van de hadieth:

De volledige hadieth is: Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Wanneer onder de joden een vrouw menstrueerde, aten zij niet met haar en verbleven ze niet met haar in dezelfde kamer. De metgezellen vroegen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam daarover. Vervolgens zond Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa het volgende vers:

﴿وَيَسْأَلونَكَ عَنِ الْمَحِيضِ قُلْ هُوَ أَذىً فَاعْتَزِلُوا النِّسَاءَ فِي الْمَحِيضِ وَلا تَقْرَبُوهُنَّ حَتَّى يَطْهُرْنَ فَإِذَا تَطَهَّرْنَ فَأْتُوهُنَّ مِنْ حَيْثُ أَمَرَكُمُ اللَّهُ إِنَّ اللَّهَ يُحِبُّ التَّوَّابِينَ وَيُحِبُّ الْمُتَطَهِّرِينَ «البقرة:222».

“En zij vragen jou over de hayd (menstruatie). Zeg: “Dat is een onreinheid, vermijdt daarom de vrouwen gedurende de ongesteldheid. En nadert hen niet totdat zij rein zijn. Wanneer zij zich dan gereinigd hebben, dan mogen jullie tot hen komen, vanwaar Allaah jullie bevolen heeft. Voorzeker, Allaah heeft de berouwvollen lief en Hij heeft hen lief die zich reinigen.” (Vers: 2/222).

Vervolgens zei de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: “Doe alles, behalve ‘a-nnikaah’ (de gemeenschap).” Toen de joden dit hoorden, zeiden zei: “Deze man wil met ons in al onze zaken verschillen.” Vervolgens kwamen Usayd ibn Hudayr en 3abbaad ibn Bishr naar de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam en zeiden: “O Boodschapper van Allaah, de joden zeggen zus en zo. Zouden wij met hen (onze vrouwen) gemeenschap mogen hebben?” Vervolgens veranderde het gezicht van de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam (van kleur), totdat wij dachten dat hij boos op hen geworden was. Toen zij naar buiten gingen, werd de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam melk als cadeau gegeven. Vervolgens liet de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam hen bij zich roepen en gaf hij hen (daarvan) te drinken, waarop zij wisten dat hij niet boos op hen was.”[2]

Bewijsstukken:

En in een uitspraak bij o.a. imaam ibn Maadjah: “Doe alles behalve al-djimaa3 (de gemeenschap).”[3]

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “Wanneer ik (het vlees van) een bot afkloof, terwijl ik menstrueerde, en ik het aan hem gaf, legde hij zijn mond op de plek waar ik mijn mond op had gelegd. En wanneer ik dronk, en ik de beker aan hem gaf, legde hij zijn mond op de plek waar ik gedronken had.”[4]

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “Voorwaar, de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam legde (weleens) zijn hoofd op mijn schoot en reciteerde de Qur’aan, terwijl ik menstrueerde.”[5]

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “Voorwaar, ik kamde het hoofd van de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam, terwijl ik menstrueerde.”[6]

Uitleg:

‘A-nnikaah’ heeft verschillende betekenissen in het Arabisch, te weten: geslachtsgemeenschap, het huwelijk of de huwelijksakte. In dit verband betekent het geslachtsgemeenschap.

“En nadert hen niet totdat zij rein zijn”, Mudjaahid en 3ikrimah radiya-llaahu 3anhumaa zeggen: “rein zijn” is de stopping van het menstruatiebloed.[7]

Wanneer zij zich dan gereinigd hebben”, ibn 3abbaas, Mudjaahid, 3ikrimah en al-Hasan al-Basrie radiya-llaahu 3anhum zeggen: “zich gereinigd hebben” betekent: wanneer zij de ghusl verrichten.[8]

“Dan mogen jullie tot hen komen”, hiermee bedoelt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa: ‘dan mogen jullie gemeenschap met hen hebben’.

Oordelen:

De eerste hadieth bewijst dat de Islaam ook als barmhartigheid en vergemakkelijking is neergezonden ten opzichte van de vorige wetgevingen.

Alle ahaadieth en de Aayah bewijzen dat de vrouw tijdens haar menstruatie niet geheel onrein is, maar slechts het menstruatiebloed en haar geslachtsorgaan en hetgeen dat getroffen is door menstruatiebloed.

Deze ahaadieth bewijzen ook dat wanneer de vrouw menstrueert, haar man alles met haar mag doen –aanraken, eten, drinken, slapen, op haar schoot de Qur’aan reciteren enz.- behalve de gemeenschap.

De hadieth van Anas radiya-llaahu 3anhu bewijst dat de moslim zoveel mogelijk van de joden, de christenen en de ongelovigen in het algemeen moet verschillen. Echter wanneer een zaak binnen de Islaam voorgeschreven is, mag men dit voorschrift niet verlaten omdat de joden of de christenen dat ook doen.

De Aayah bewijst ook dat de man gedurende de menstruatieperiode van zijn vrouw, geen gemeenschap met haar mag hebben, ook al wast zij zich. Ook mag de man geen gemeenschap hebben met zijn vrouw wanneer haar menstruatie stopt, totdat zij de ghusl verricht, of als zij niet over water beschikt, de Tayammum verricht. Tot dit oordeel zijn vele geleerden gekomen, o.a.: al-Hasan al-Basrie, imaam a-Shaafi3ie, imaam Maalik, imaam Ahmad, imaam a-Ttabarie, imaam ibn Taymiyyah en imaam ibn Kathier. Andere geleerden, zoals imaam al-Awzaa3ie, imaam ibn Hazm en imaam al-Albaanie zijn tot het oordeel gekomen dat het voldoende is voor de vrouw wanneer haar menstruatie stopt, dat zij haar geslachtsorgaan reinigt om gemeenschap te mogen hebben. En Allaah weet het het beste.

Deze ahaadieth steunen ook het oordeel dat het voor de vrouw tijdens haar menstruatieperiode toegestaan is de Qur’aan vast te pakken en te reciteren.[9]

Hadieth 132

وَعَنْ عَائِشَةَ رَضِيَ اَللَّهُ عَنْهَا قَالَتْ: «كَانَ رَسُولُ اَللَّهِ صلى الله عليه وسلم يَأْمُرُنِي فَأَتَّزِرُ، فَيُبَاشِرُنِي وَأَنَا حَائِضٌ». مُتَّفَقٌ عَلَيْه.

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam beval mij om een izaar aan te doen. Hij raakte mij dan (op mijn huid) terwijl ik menstrueerde.”[10]

Uitleg:

‘Izaar’ is een kleed dat om het midden van het lichaam geslagen wordt, en dat het lichaam vanaf de navel tot aan de knie bedekt.

Oordelen:

Deze hadieth is een duidelijk bewijs dat de man zijn vrouw tijdens haar menstruatieperiode op haar huid mag aanraken, behalve de plek van de menstruatie. Zo mag de man met zijn vrouw tijdens haar menstruatieperiode gezamenlijk in één bed slapen en van haar genieten, met de beperking die eerder is genoemd.



[1] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim.

[2] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door de imaams: Muslim, Aboe Daawoed, a-Ttirmidhie, a-Nnasaa’ie, ibn Maadjah en Ahmad, en is sahieh verklaard door imaam Muslim en imaam al-Albaanie.

[3] Sahieh, deze hadieth is sahieh verklaard door o.a. imaam al-Albaanie (door wie overgeleverd?).

[4] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door de imaams: Muslim, Aboe Daawoed, a-Nnasaa’ie, ibn Maadjah en Ahmad, en is sahieh verklaard door imaam Muslim en imaam al-Albaanie.

[5] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door o.a. imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim. Deze uitspraak is van imaam ibn Maadjah.

[6] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door o.a. imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[7] Overgeleverd door imaam a-Ttabarie.

[8] Overgeleverd door imaam a-Ttabarie.

[9] Voor meer uitleg zie hadieth 112

[10] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door o.a. imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.