Boek: A-Ssalaah – Al-Mawaaqiet (de vastgestelde tijden)

Categorie: Het Gebed

AL-MAWAAQIET

 عَنْ جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ وَهُوَ الْأَنْصَارِيُّ: “أَنَّ النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ جَاءَهُ جِبْرِيلُ فَقَالَ قُمْ فَصَلِّهْ فَصَلَّى الظُّهْرَ حِينَ زَالَتْ الشَّمْسُ ثُمَّ جَاءَهُ الْعَصْرَ فَقَالَ قُمْ فَصَلِّهْ فَصَلَّى الْعَصْرَ حِينَ صَارَ ظِلُّ كُلِّ شَيْءٍ مِثْلَهُ أَوْ قَالَ صَارَ ظِلُّهُ مِثْلَهُ ثُمَّ جَاءَهُ الْمَغْرِبَ فَقَالَ قُمْ فَصَلِّهْ فَصَلَّى حِينَ وَجَبَتْ الشَّمْسُ ثُمَّ جَاءَهُ الْعِشَاءَ فَقَالَ قُمْ فَصَلِّهْ فَصَلَّى حِينَ غَابَ الشَّفَقُ ثُمَّ جَاءَهُ الْفَجْرَ فَقَالَ قُمْ فَصَلِّهْ فَصَلَّى حِينَ بَرَقَ الْفَجْرُ أَوْ قَالَ حِينَ سَطَعَ الْفَجْرُ ثُمَّ جَاءَهُ مِنْ الْغَدِ لِلظُّهْرِ فَقَالَ قُمْ فَصَلِّهْ فَصَلَّى الظُّهْرَ حِينَ صَارَ ظِلُّ كُلِّ شَيْءٍ مِثْلَهُ ثُمَّ جَاءَهُ لِلْعَصْرِ فَقَالَ قُمْ فَصَلِّهْ فَصَلَّى الْعَصْرَ حِينَ صَارَ ظِلُّ كُلِّ شَيْءٍ مِثْلَيْهِ ثُمَّ جَاءَهُ لِلْمَغْرِبِ الْمَغْرِبَ وَقْتًا وَاحِدًا لَمْ يَزُلْ عَنْهُ ثُمَّ جَاءَ لِلْعِشَاءِ الْعِشَاءَ حِينَ ذَهَبَ نِصْفُ اللَّيْلِ أَوْ قَالَ ثُلُثُ اللَّيْلِ فَصَلَّى الْعِشَاءَ ثُمَّ جَاءَهُ لِلْفَجْرِ حِينَ أَسْفَرَ جِدًّا فَقَالَ قُمْ فَصَلِّهْ فَصَلَّى الْفَجْرَ ثُمَّ قَالَ مَا بَيْنَ هَذَيْنِ وَقْتٌ.” صحيح، رواه أحمد والنسائي والترمذي بنحوه، وهو في الإرواء برقم:250.

Djaabir ibn 3abdi-llaah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei dat Djibriel 3alayhi-ssalaam naar de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam kwam en tegen hem zei: “Sta op en bidt het.” Vervolgens bad hij a-Dhuhr toen de zon overboog[2]. Vervolgens kwam hij tot hem bij al-3asr en zei tegen hem: “Sta op en bidt het.” Hierop bad hij al-3asr toen de schaduw van alles even lang werd.[3] Vervolgens kwam hij tot hem bij al-Maghrib, en zei tegen hem: “Sta op en bidt het.” Hierop bad hij al-Maghrib toen de zon onder ging. Vervolgens kwam hij tot hem bij al-3ishaa’ en zei tegen hem: “Sta op en bidt het.” Hierop bad hij al-3ishaa’ toen de avondschemering[4] (a-shafaq) verdween. Vervolgens kwam hij tot hem bij al-Fadjr, en zei tegen hem: “Sta op en bidt het.” Hierop bad hij al-Fadjr, toen de ochtendschemering[5] duidelijk was, of hij zei: “toen al-Fadjr schitterde[6]”. Vervolgens kwam hij de volgende dag bij hem voor a-Dhuhr, en zei tegen hem: “Sta op en bidt het.” Hierop bad hij a-Dhuhr toen de schaduw van alles even lang werd. Vervolgens is hij bij al-3asr tot hem gekomen en zei: “Sta op en bidt.” Hierop bad hij al-3asr toen de schaduw van alles tweemaal zo lang werd. Vervolgens kwam hij tot hem bij al-Maghrib op dezelfde tijd. Vervolgens kwam hij tot hem bij al-3ishaa’ toen de helft van de nacht verging, of hij zei: “het derde deel van de nacht”. Hierop bad hij al-3ishaa’. Vervolgens kwam hij toen (de dageraad) zeer onthuld was, en zei tegen hem: “Sta op en bidt het.” Hierop bad hij al-Fadjr. Vervolgens zei hij: “Hetgeen er tussen deze twee tijden is, is een tijd.”[7]

Imaam a-Ttirmidhie zei: “Imaam Muhammad ibn Ismaa3iel al-Bukhaarie zei: “De meest authentieke overlevering met betrekking tot al-mawaaqiet is de hadieth van Djaabir radiya-llaahu 3anhu:  

1.      A-Dhuhr: zijn tijd is vanaf de overbuiging van de zon totdat de schaduw van alles even lang wordt.[8]
2.      Al-3asr: zijn tijd is vanaf dat de schaduw van alles even lang is tot zonsondergang.[9]
3.      Al-Maghrib: zijn tijd is vanaf zonsondergang tot aan de verdwijning van a-shafaq, wegens zijn uitspraak salla-llaahu 3alayhi wa-sallam:

 (( وَقْتُ صَلَاةِ الْمَغْرِبِ مَا لَمْ يَغِبْ الشَّفَقُ )) حسن، رواه مسلم عن عبد الله بن عمرو، وأبو داود والنسائي، وهو في الإرواء برقم: 1/268.
“De tijd van Salaatu-l-Maghrib is zolang a-shafaq niet verdwijnt.”[10]

4.      Al-3ishaa’: zijn tijd is vanaf de verdwijning van a-shafaq tot de helft van de nacht, wegens zijn uitspraak salla-llaahu 3alayhi wa-sallam:

(( وَقْتُ صَلَاةِ الْعِشَاءِ إِلَى نِصْفِ اللَّيْلِ الْأَوْسَطِ )) “De tijd van Salaatu-l-3ishaa’ is tot het midden van de nacht.” 21

5.      Al-Fadjr: zijn tijd is vanaf de opkomst van de dageraad[11] tot de opkomst van de zon, wegens zijn uitspraak salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: ((وَقْتُ صَلَاةِ الصُّبْحِ مِنْ طُلُوعِ الْفَجْرِ مَا لَمْ تَطْلُعْ الشَّمْسُ)) “De tijd van Salaatu-Ssubh is vanaf de opkomst van al-Fadjr, zolang de zon niet opkomt.”21  

 

Wat is a-ssalaatu-l-Wustaa[12]?

Allaah tabaaraka wa-ta3aalaa zegt: ﭑ  ﭒ  ﭓ  ﭔ  ﭕ  ﭖ  ﭗ   ﭘ  ﭙ  (البقرة: ٢٣٨)
“Waakt over de Salaah en (in het bijzonder) over de middelste Salaah. En staat voor Allaah in ootmoed.” (Aayah: 2/238)
.[13]

 

   عَنْ عَلِيٍّ قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَوْمَ الْأَحْزَابِ: “شَغَلُونَا عَنْ الصَّلَاةِ الْوُسْطَى صَلَاةِ الْعَصْرِ مَلَأَ اللَّهُ بُيُوتَهُمْ وَقُبُورَهُمْ نَارًا ثُمَّ صَلَّاهَا بَيْنَ الْعِشَاءَيْنِ بَيْنَ الْمَغْرِبِ وَالْعِشَاءِ.” صحيح، رواه مسلم

3alie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei op de ‘dag van al-Ahzaab’: “Zij hebben ons van a-Ssalaatu-l-Wustaa – Salaatu-l-3asr – afgeleid. Moge Allaah hun huizen en hun graven met vuur vullen. Vervolgens bad hij het tussen de 3ishaa’ayn, tussen al-Maghrib en al-3ishaa’.”[14]  

 

De aanbeveling van de vervroeging van a-Dhuhr bij de begintijd, tenzij het zeer warm is[15] 

 عَنْ جَابِرِ بْنِ سَمُرَةَ قَالَ: “كَانَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يُصَلِّي الظُّهْرَ إِذَا دَحَضَتْ الشَّمْسُ” صحيح، رواه مسلم، وهو في الإرواء برقم: 254.

Djaabir ibn Samurah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam bad a-Dhuhr wanneer de zon (net) overboog.”[16]  

 

De aanbeveling van de verkoeling bij extreme warmte:

 عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ أَنَّهُ قَالَ: إِنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: “إِذَا اشْتَدَّ الْحَرُّ فَأَبْرِدُوا بِالصَّلَاةِ فَإِنَّ شِدَّةَ الْحَرِّ مِنْ فَيْحِ جَهَنَّمَ.” متفق عليه، ورواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجة.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Als de warmte extreem wordt, voorwaar, verkoelt met het gebed. Voorzeker, de extreme warmte is een glimp van Djahannam.”[17] [18]

 

De aanbeveling van de vervroeging van al-3asr:

 عَنْ أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ رَضِيَ الله عَنهُ: “أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ كَانَ يُصَلِّي الْعَصْرَ وَالشَّمْسُ مُرْتَفِعَةٌ حَيَّةٌ فَيَذْهَبُ الذَّاهِبُ إِلَى الْعَوَالِي فَيَأْتِي الْعَوَالِيَ وَالشَّمْسُ مُرْتَفِعَةٌ.” متفق عليه، ورواه أبو داود والنسائي وابن ماجة.

Anas ibn Maalikradiya-llaahu 3anhu heeft verhaald: “Dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam al-3asr bad terwijl de zon verheven en stralend was. Voorwaar, wanneer iemand naar al-3awaalie vertrekt komt hij bij al-3awaalie aan terwijl de zon (nog steeds) verheven is.”[19]  

 

De zonde van degene die salaatu-l-3asr mist:

 عَنْ ابْنِ عُمَرَ رَضِيَ الله عَنهُ: “أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ الَّذِي تَفُوتُهُ صَلَاةُ الْعَصْرِ كَأَنَّمَا وُتِرَ أَهْلَهُ وَمَالَهُ.” متفق عليه، ورواه أبو داود والترمذي والنسائي.

3abdu-llaah ibn 3umar radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Degene die salaatu-l-3asr mist, is alsof hij in zijn gezin en bezitting vermindering gekregen heeft.”

 

[20]   عَنْ بُرَيدَة رَضِيَ الله عَنهُ أنَّ النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: “مَنْ تَرَكَ صَلَاةَ الْعَصْرِ فَقَدْ حَبِطَ عَمَلُهُ.” صحيح، رواه البخاري والنسائي.

Buraydah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Al wie salaatu-l-3asr verlaat, voorzeker, zijn daden worden nietig.”[21]  

 

De zonde van degene die het uitstelt tot al-isfiraar[22] (de geligheid):

 عَن أَنَس بنِ مَالِك رَضِيَ الله عَنهُ قَالَ: قَالَ سَمِعْتُ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ: “تِلْكَ صَلَاةُ الْمُنَافِقِ يَجْلِسُ يَرْقُبُ الشَّمْسَ حَتَّى إِذَا كَانَتْ بَيْنَ قَرْنَيْ الشَّيْطَانِ قَامَ فَنَقَرَهَا أَرْبَعًا لَا يَذْكُرُ اللَّهَ فِيهَا إِلَّا قَلِيلًا.” صحيح، رواه مسلم واللفظ له، وأبو داود والترمذي والنسائي.

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zeggen: “Dat is het gebed van de huichelaar. Hij zit en kijkt naar de zon, totdat het tussen de hoorns van de shaytaan is, waarop hij opstaat en het vier (raka3aat) pikt, waarbij hij Allaah niet gedenkt, behalve weinig.”[23]  

 

De aanbeveling van de versnelling van al-Maghrib en de afrading van het uitstellen ervan[24] 

 عَن عُقْبَة بنِ عَامِر رَضِيَ الله عَنهُ أَنَّ النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قال: “لَا تَزَالُ أُمَّتِي بِخَيْرٍ أَوْ قَالَ عَلَى الْفِطْرَةِ مَا لَمْ يُؤَخِّرُوا الْمَغْرِبَ إِلَى أَنْ تَشْتَبِكَ النُّجُومُ.” حسن صحيح، رواه أبو داود.

3uqbah ibn 3aamir radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Mijn gemeenschap verkeert in goedheid of naar gelang al-fitrah, zolang zij al-Maghrib niet uitstellen totdat de sterren door elkaar gaan.”[25]  

 

 عَنْ سَلَمَةَ بْنِ الْأَكْوَعِ: “أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ كَانَ يُصَلِّي الْمَغْرِبَ إِذَا غَرَبَتْ الشَّمْسُ وَتَوَارَتْ بِالْحِجَابِ.” متفق عليه، ورواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجة.

Salamah ibn al-Akwa3 radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam al-Maghrib bad als de zon onderging, en achter de bedekking schuilde.”[26]  

 

De aanbeveling van de uitstel van 3ishaa’ zolang het geen last veroorzaakt:

 عَنْ عَائِشَةَ قَالَتْ: “أَعْتَمَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ ذَاتَ لَيْلَةٍ حَتَّى ذَهَبَ عَامَّةُ اللَّيْلِ وَحَتَّى نَامَ أَهْلُ الْمَسْجِدِ ثُمَّ خَرَجَ فَصَلَّى فَقَالَ: “إِنَّهُ لَوَقْتُهَا لَوْلَا أَنْ أَشُقَّ عَلَى أُمَّتِي وَفِي حَدِيثِ عَبْدِ الرَّزَّاقِ لَوْلَا أَنَّ يَشُقَّ عَلَى أُمَّتِي.” صحيح، رواه مسلم.

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam maakte het in een nacht laat, totdat een groot deel van de nacht verging, en totdat de moskeegangers sliepen. Vervolgens trad hij naar buiten en bad hij. En vervolgens zei hij: “Voorzeker, dit is haar tijd, zou ik mijn gemeenschap (daarmee) niet belasten.”[27]  

 

De afrading van de slaap ervoor, en het gepraat erna zonder profijt[28]:

 عَنْ أَبِي بَرْزَةَ الأَسْلَمِيّ رضي الله عنه: “أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ كَانَ يَكْرَهُ النَّوْمَ قَبْلَ الْعِشَاءِ وَالْحَدِيثَ بَعْدَهَا.” متفق عليه، ورواه أبو داود والنسائي.

Aboe Barzah al-Aslamiyy radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam het slapen vóór al-3ishaa’ verafschuwde, en het praten daarna (ook).”[29]

 

   عَن أَنَس بْنُ مَالِكٍ رَضِيَ الله عَنهُ: “انْتَظَرْنَا النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ ذَاتَ لَيْلَةٍ حَتَّى كَانَ شَطْرُ اللَّيْلِ يَبْلُغُهُ فَجَاءَ فَصَلَّى لَنَا ثُمَّ خَطَبَنَا فَقَالَ: “أَلَا إِنَّ النَّاسَ قَدْ صَلَّوْا ثُمَّ رَقَدُوا وَإِنَّكُمْ لَمْ تَزَالُوا فِي صَلَاةٍ مَا انْتَظَرْتُمْ الصَّلَاةَ.” متفق عليه، ورواه النسائي.

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft op een nacht ons laten wachten totdat de helft van de nacht bereikt werd. Vervolgens kwam hij en bad hij, waarna hij voor ons preekte, en zei: “ Voorzeker, er zijn mensen die hebben gebeden en vervolgens geslapen, en voorzeker, jullie bevinden jullie in een salaah zolang jullie op a-ssalaah wachten.”[30]  

 

De aanbeveling van de vervroeging van a-Ssubh bij de eerste tijd ervan (al-ghalas)[31]:

   عَن عَائِشَةَ رَضِيَ الله عَنهَا قَالَتْ: “كُنَّ نِسَاءُ الْمُؤْمِنَاتِ يَشْهَدْنَ مَعَ رَسُولِ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ صَلَاةَ الْفَجْرِ مُتَلَفِّعَاتٍ بِمُرُوطِهِنَّ ثُمَّ يَنْقَلِبْنَ إِلَى بُيُوتِهِنَّ حِينَ يَقْضِينَ الصَّلَاةَ لَا يَعْرِفُهُنَّ أَحَدٌ مِنْ الْغَلَسِ.” متفق عليه، ورواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجة.

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “De gelovige vrouwen woonden met de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam salaatu-l-Fadjr bij, terwijl zij (in hun geheel) in hun kledij gewikkeld waren, waarop zij naar hun huizen terugkeerden, als zij a-ssalaah hadden voltooid, terwijl niemand hen kon herkennen wegens al-ghalas (duister).”[32]  

 

In welk geval heeft men de tijd (van a-ssalaah) gehaald?

 عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رَضِيَ الله عَنهُ أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: “مَنْ أَدْرَكَ مِنْ الصُّبْحِ رَكْعَةً قَبْلَ أَنْ تَطْلُعَ الشَّمْسُ فَقَدْ أَدْرَكَ الصُّبْحَ وَمَنْ أَدْرَكَ رَكْعَةً مِنْ الْعَصْرِ قَبْلَ أَنْ تَغْرُبَ الشَّمْسُ فَقَدْ أَدْرَكَ الْعَصْرَ.” متفق عليه، ورواه النسائي.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Al wie van a-Ssubh één rak3ah haalt, voordat de zon opkomt, voorwaar, hij heeft zeker a-Ssubh gehaald. En al wie één rak3ah van al-3asr heeft gehaald voordat de zon ondergaat, voorwaar, hij heeft zeker al-3asr gehaald.”[33]   Dit oordeel is niet specifiek voor a-ssubh en al-3asr, echter is dit een algemeen oordeel voor elke salaah. 

 

  عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رَضِيَ الله عَنهُ أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: “مَنْ أَدْرَكَ رَكْعَةً مِنْ الصَّلَاةِ فَقَدْ أَدْرَكَ الصَّلَاةَ.” متفق عليه، ورواه أبو داود والترمذي والنسائي.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Al wie één rak3ah van de (gehele) salaah haalt, voorwaar, hij heeft a-ssalaah gehaald.”[34]  

 

Het inhalen van de gebeden waarvan de tijd vergaan is:

 عَنْ أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ رَضِيَ الله عَنهُ قَالَ: قَالَ نَبِيُّ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: “مَنْ نَسِيَ صَلَاةً أَوْ نَامَ عَنْهَا فَكَفَّارَتُهَا أَنْ يُصَلِّيَهَا إِذَا ذَكَرَهَا.” صحيح، رواه مسلم.

Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Profeet van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Al wie een salaah vergeet of zich ervoor verslaapt, voorwaar, haar boetedoening is dat hij het bidt wanneer hij het zich herinnert.”[35]  

 

Mag degene die a-ssalaah opzettelijk verlaten heeft totdat de tijd ervan verstreken is, het inhalen?  

Imaam ibn Hazm rahimahu-llaah heeft gezegd in zijn boek “al-Muhallaa”: “Voorzeker, Allaah tabaaraka wa-ta3aalaa heeft voor elk verplicht gebed een tijd vastgesteld met twee grenzen, het breekt aan op een begrensd moment, en het vergaat op een begrensd moment. Voorwaar, er is geen verschil tussen degene die het bidt vóór haar tijd, en degene die het bidt na haar tijd, omdat beiden het buiten de tijd gebeden hebben. Zodoende is het inhalen een innovatie van een wetgeving, terwijl de wetgeving slechts aan Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa is ten monde van Zijn Boodschapper salla-llaahu 3alayhi wa-sallam. En zou het inhalen een verplichting zijn ten aanzien van degene die opzettelijk a-ssalaah verlaat totdat haar tijd is vergaan, dan zouden Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa noch Zijn Boodschapper dat over het hoofd hebben gezien noch hebben vergeten noch opzettelijk de verduidelijking ervan hebben achtergehouden. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:

  ﰖ  ﰗ      ﰘ  ﰙ (مريم: ٦٤)
“En jouw Heer is niet vergeetachtig.” (Aayah: 19/64).

En elke wetgeving waarmee de Qur’aan noch de Sunnah zijn gekomen, is vals.”[36]  

 

De tijden waarop het verboden is om a-ssalaah te verrichten:

 عن عُقْبَةَ بْنَ عَامِرٍ الْجُهَنِيَّ رَضِيَ الله عَنهُ قال: “ثَلَاثُ سَاعَاتٍ كَانَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَنْهَانَا أَنْ نُصَلِّيَ فِيهِنَّ أَوْ نَقْبِرَ فِيهِنَّ مَوْتَانَا: حِينَ تَطْلُعُ الشَّمْسُ بَازِغَةً وَحِينَ يَقُومُ قَائِمُ الظَّهِيرَةِ حَتَّى تَمِيلَ الشَّمْسُ وَحِينَ تَضَيَّفُ لِلْغُرُوبِ حَتَّى تَغْرُبَ.” صحيح، رواه مسلم وأبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجة.

3uqbah ibn 3aamir radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Drie momenten verbood de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam ons om daarop het gebed te verrichten of dat wij daarop onze doden begraven: wanneer de zon stralend opkomt totdat het zich verheft, en wanneer het middag is totdat de zon overbuigt, en wanneer de zon neigt naar ondergang, totdat het ondergaat.”[37]

En voorwaar, de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam beduidde het motief van het verbod van a-ssalaah op deze tijden middels zijn uitspraak tegen 3amr ibn 3absah radiya-llaahu 3anhu:

   عَن عَمْرُو بْنُ عَبَسَةَ السُّلَمِيُّ رَضِيَ الله عَنهُ أن النَّبِيّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ لَهُ (عن أوقات الصلاة): “صَلِّ صَلَاةَ الصُّبْحِ ثُمَّ أَقْصِرْ عَنْ الصَّلَاةِ حَتَّى تَطْلُعَ الشَّمْسُ حَتَّى تَرْتَفِعَ فَإِنَّهَا تَطْلُعُ حِينَ تَطْلُعُ بَيْنَ قَرْنَيْ شَيْطَانٍ وَحِينَئِذٍ يَسْجُدُ لَهَا الْكُفَّارُ ثُمَّ صَلِّ فَإِنَّ الصَّلَاةَ مَشْهُودَةٌ مَحْضُورَةٌ حَتَّى يَسْتَقِلَّ الظِّلُّ بِالرُّمْحِ ثُمَّ أَقْصِرْ عَنْ الصَّلَاةِ فَإِنَّ حِينَئِذٍ تُسْجَرُ جَهَنَّمُ فَإِذَا أَقْبَلَ الْفَيْءُ فَصَلِّ فَإِنَّ الصَّلَاةَ مَشْهُودَةٌ مَحْضُورَةٌ حَتَّى تُصَلِّيَ الْعَصْرَ ثُمَّ أَقْصِرْ عَنْ الصَّلَاةِ حَتَّى تَغْرُبَ الشَّمْسُ فَإِنَّهَا تَغْرُبُ بَيْنَ قَرْنَيْ شَيْطَانٍ وَحِينَئِذٍ يَسْجُدُ لَهَا الْكُفَّارُ.” صحيح، رواه مسلم.

“Bidt het gebed van a-Ssubh, en onthoudt je vervolgens van het gebed, totdat de zon opkomt, totdat het verheven wordt. Voorwaar, terwijl het opkomt, komt het op tussen twee hoorns van een shaytaan, en op dat moment knielt de kaafir voor haar neer. Vervolgens, bidt. Voorzeker, van het gebed wordt dan getuigd[38] en het wordt bijgewoond[39], totdat de schaduw met de speer wordt verenigd[40]. Onthoudt je vervolgens van het gebed, voorzeker, op dat moment wordt het hellevuur aangewakkerd. Voorwaar, als de schaduw terugkomt, bidt[41]. Voorzeker, van a-ssalaah wordt dan getuigd, en het wordt bijgewoond, totdat je salaatu-l-3asr bidt. Onthoudt je vervolgens van a-ssalaah, totdat de zon in het westen ten onder gaat. Voorzeker, het gaat ten onder bij het westen tussen de twee hoorns van een shaytaan, en op dat moment knielt de kaafir voor haar.”[42]  

Van dit verbod worden een tijd en een plaats uitgezonderd:

Wat betreft de tijd:

bij al-Istiwaa’[43] op de vrijdag, wegens zijn uitspraak salla-llaahu 3alayhi wa-sallam:

   عَنْ سَلْمَانَ الْفَارِسِيِّ رَضِيَ الله عَنهُ قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: “لَا يَغْتَسِلُ رَجُلٌ يَوْمَ الْجُمُعَةِ وَيَتَطَهَّرُ مَا اسْتَطَاعَ مِنْ طُهْرٍ وَيَدَّهِنُ مِنْ دُهْنِهِ أَوْ يَمَسُّ مِنْ طِيبِ بَيْتِهِ ثُمَّ يَخْرُجُ فَلَا يُفَرِّقُ بَيْنَ اثْنَيْنِ ثُمَّ يُصَلِّي مَا كُتِبَ لَهُ ثُمَّ يُنْصِتُ إِذَا تَكَلَّمَ الْإِمَامُ إِلَّا غُفِرَ لَهُ مَا بَيْنَهُ وَبَيْنَ الْجُمُعَةِ الْأُخْرَى.” صحيح، رواه البخاري.

“Als een man op de vrijdag al-ghusl verricht, en zich reinigt zo ver hij daartoe in staat is, en zich insmeert of vanuit huis lichtelijk parfumeert, vervolgens naar buiten treedt en niet scheidt tussen tweeën, vervolgens hetgeen wat voor hem geschreven is bidt, en vervolgens luistert als al-imaam spreekt, wordt hem al hetgeen tussen die en de volgende djumu3ah vergeven.”[44]   Voorwaar, hierbij beveelt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam (de moslim) aan om hetgeen wat voor hem geschreven is aan salaah, te verrichten, en hij verbiedt het hem niet, behalve wanneer de imaam naar voren komt. Daarop zei een aantal onder de salaf, waaronder 3umar ibn al-Khattaab radiya-llaahu 3anhu en imaam Ahmad ibn Hanbal rahimahu-llaah heeft hem daarin gevolgd: “Het naar voren komen van de imaam belet de salaah, en zijn preek belet de spraak.” Hierbij hebben zij al-maani3 van a-ssalaah, het naar voren komen van de imaam gemaakt, en niet de middag.  

 

En wat betreft de plek:

voorwaar, het is Mekkah, moge Allaah haar eer en geweldigheid vermeerderen. Voorwaar, het is niet afgekeurd om a-ssalaah daarin te verrichten, in welke van die tijden dan ook, wegens zijn uitspraak salla-llaahu 3alayhi wa-sallam:

 عَنْ جُبَيْرِ بْنِ مُطْعِمٍ رَضِيَ الله عَنهُ قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: “يَا بَنِي عَبْدِ مَنَافٍ لَا تَمْنَعُوا أَحَدًا طَافَ بِهَذَا الْبَيْتِ وَصَلَّى أَيَّةَ سَاعَةٍ شَاءَ مِنْ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ.” صحيح، رواه الترمذي والنسائي وابن ماجة.

“O zonen van 3abd Manaaf, verbiedt niemand die rondom dit Huis gaat en bidt op welk moment van de nacht of de dag dan ook.”[45]  

 

A-Ssalaah die verboden is op deze tijden is (slechts) het algemene vrijwillige gebed, dat geen reden heeft. Het is echter toegestaan op deze tijden de gebeden waarvan de tijd verstreken is, of ze verplicht zijn of naafilah te bidden, wegens zijn uitspraak salla-llaahu 3alayhi wa-sallam:

 عَنْ أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ رَضِيَ الله عَنهُ عَنْ النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: “مَنْ نَسِيَ صَلَاةً فَلْيُصَلِّ إِذَا ذَكَرَهَا لَا كَفَّارَةَ لَهَا إِلَّا ذَلِكَ.” متفق عليه، ورواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجة.

“Al wie een salaah vergeet, voorwaar, laat hem bidden als hij het zich herinnert. Er is geen boetedoening daarvoor, behalve dat.”[46]  

 

Ook is a-ssalaah toegestaan na al-wudoe, op welke tijd dan ook, wegens de hadieth van aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu waarin hij verhaalt dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam tegen Bilaal bij salaatu-Ssubh zegt:

 عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُ أَنَّ النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ لِبِلَالٍ عِنْدَ صَلَاةِ الْفَجْرِ: “يَا بِلَالُ حَدِّثْنِي بِأَرْجَى عَمَلٍ عَمِلْتَهُ فِي الْإِسْلَامِ فَإِنِّي سَمِعْتُ دَفَّ نَعْلَيْكَ بَيْنَ يَدَيَّ فِي الْجَنَّةِ.” قَالَ: “مَا عَمِلْتُ عَمَلًا أَرْجَى عِنْدِي أَنِّي لَمْ أَتَطَهَّرْ طَهُورًا فِي سَاعَةِ لَيْلٍ أَوْ نَهَارٍ إِلَّا صَلَّيْتُ بِذَلِكَ الطُّهُورِ مَا كُتِبَ لِي أَنْ أُصَلِّيَ.” متفق عليه.

“O Bilaal, bericht mij over de meest gewillige daad die je hebt verricht in de Islaam. Voorwaar, ik hoorde de stappen van jouw schoenen bij mij in al-Djennah.” Hij zei: “Er is geen gewilligere daad bij mij dan het volgende dat ik verricht: voorzeker, er is geen reiniging die ik verricht op de tijd van een nacht of een dag, of ik bid met deze reiniging hetgeen wat Allaah voor mij geschreven heeft.” Ook is het toegestaan om tahieyatu-l-masdjid (begroeting van de moskee) te verrichten, wegens de uitspraak van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam:

 عن أَبَي قَتَادَةَ بْنَ رِبْعِيٍّ الْأنْصَارِيَّ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُ قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: “إِذَا دَخَلَ أَحَدُكُمْ الْمَسْجِدَ فَلَا يَجْلِسْ حَتَّى يُصَلِّيَ رَكْعَتَيْنِ.” متفق عليه، ورواه أبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجة.

“Als iemand onder jullie de moskee binnentreedt, voorwaar, laat hem niet zitten totdat hij twee raka3aat bidt.”[47]  

 

Het verbod op het vrijwillige gebed na de opkomst van al-Fadjr, en voor salaatu-Ssubh

  عَنْ يَسَارٍ مَوْلَى ابْنِ عُمَرَ قَالَ: رَآنِي ابْنُ عُمَرَ وَأَنَا أُصَلِّي بَعْدَ طُلُوعِ الْفَجْرِ فَقَالَ: “يَا يَسَارُ إِنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ خَرَجَ عَلَيْنَا وَنَحْنُ نُصَلِّي هَذِهِ الصَّلَاةَ فَقَالَ: “لِيُبَلِّغْ شَاهِدُكُمْ غَائِبَكُمْ لَا تُصَلُّوا بَعْدَ الْفَجْرِ إِلَّا سَجْدَتَيْنِ.” صحيح، رواه أبو داود والترمذي، وهو في صحيح الجامع، رقم: 5353.

Yasaar de slaaf van 3abdu-llaah ibn 3umar radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: “Ibn 3umar zag mij terwijl ik bad na de opkomst van al-Fadjr, en zei: “O Yasaar, voorzeker, de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam trad naar buiten terwijl wij dit gebed baden, en zei: “Laat jullie aanwezigen jullie afwezigen berichten. Bidt niet na al-Fadjr, behalve sadjdatayn (twee raka3aat).”[48]  

 

Het verbod op het vrijwillige gebed als al-iqaamah van de salaah verricht wordt:

 عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رَضِيَ الله عَنهُ أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: “إِذَا أُقِيمَتْ الصَّلَاةُ فَلَا صَلَاةَ إِلَّا الْمَكْتُوبَةُ.” صحيح، رواه مسلم وأبو داود والترمذي والنسائي وابن ماجة.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Als er voor de salaah een iqaamah verricht wordt, voorwaar, er is (dan) geen salaah, behalve het voorgeschrevene.”[49]  

 

De plekken waarop het verrichten van a-ssalaah verboden is:

 عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رَضِيَ الله عَنهُ أَنَّ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: “فُضِّلْتُ عَلَى الْأَنْبِيَاءِ بِسِتٍّ أُعْطِيتُ جَوَامِعَ الْكَلِمِ وَنُصِرْتُ بِالرُّعْبِ وَأُحِلَّتْ لِيَ الْغَنَائِمُ وَجُعِلَتْ لِيَ الْأَرْضُ طَهُورًا وَمَسْجِدًا وَأُرْسِلْتُ إِلَى الْخَلْقِ كَافَّةً وَخُتِمَ بِيَ النَّبِيُّونَ.” صحيح، رواه مسلم.

Aboe Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Ik ben boven de (alle) profeten met zes (zaken) bevoorrecht. Mij is de alomvattende bewoording gegeven, en ik ben tijdens angst geholpen, en voor mij zijn de (oorlogs)buiten toegestaan gemaakt, en voor mij is de aarde als reiniging en gebedsplaats gemaakt, en ik ben naar alle schepselen gestuurd, en met mij zijn de profeten verzegeld.”[50]  

Voorwaar, de aarde is in haar geheel een gebedsplaats, behalve hetgeen wat daarvan uitgezonderd is in de komende ahaadieth:

 عن جُنْدَب بن عبد الله البجلي رَضِيَ الله عَنهُ قَالَ: سَمِعْتُ النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَبْلَ أَنْ يَمُوتَ بِخَمْسٍ وَهُوَ يَقُولُ: “إِنِّي أَبْرَأُ إِلَى اللَّهِ أَنْ يَكُونَ لِي مِنْكُمْ خَلِيلٌ فَإِنَّ اللَّهَ تَعَالَى قَدْ اتَّخَذَنِي خَلِيلًا كَمَا اتَّخَذَ إِبْرَاهِيمَ خَلِيلًا وَلَوْ كُنْتُ مُتَّخِذًا مِنْ أُمَّتِي خَلِيلًا لَاتَّخَذْتُ أَبَا بَكْرٍ خَلِيلًا أَلَا وَإِنَّ مَنْ كَانَ قَبْلَكُمْ كَانُوا يَتَّخِذُونَ قُبُورَ أَنْبِيَائِهِمْ وَصَالِحِيهِمْ مَسَاجِدَ أَلَا فَلَا تَتَّخِذُوا الْقُبُورَ مَسَاجِدَ إِنِّي أَنْهَاكُمْ عَنْ ذَلِكَ.” صحيح، رواه مسلم.

Djundub ibn 3abdu-llaah al-Budjalie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Ik heb de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam vijf dagen voordat hij stierf, horen zeggen: “Voorwaar, en degenen die vóór jullie waren, namen de graven van hun profeten en hun vromen als gebedsplaatsen. Voorwaar, neemt de graven niet als gebedsplaatsen, voorzeker, ik verbied jullie dat.”[51] 

 

   عَنْ أَبِي سَعِيدٍ الْخُدْرِيِّ رَضِيَ الله عَنهُ قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: “الْأَرْضُ كُلُّهَا مَسْجِدٌ إِلَّا الْمَقْبَرَةَ وَالْحَمَّامَ.” صحيح، رواه أبو داود والترمذي وابن ماجة.

Aboe Sa3ied al-Khudrie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “De aarde is in haar geheel een gebedsplaats, behalve de begraafplaats en het badhuis.”[52] 

 

   عَنْ الْبَرَاءِ بْنِ عَازِبٍ رَضِيَ الله عَنهُ قَالَ: سُئِلَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ عَنْ الصَّلَاةِ فِي مَبَارِكِ الْإِبِلِ فَقَالَ: “لَا تُصَلُّوا فِي مَبَارِكِ الْإِبِلِ فَإِنَّهَا مِنْ الشَّيَاطِينِ.” وَسُئِلَ عَنْ الصَّلَاةِ فِي مَرَابِضِ الْغَنَمِ فَقَالَ: “صَلُّوا فِيهَا فَإِنَّهَا بَرَكَةٌ.” صحيح، رواه أبو داود وهو في صحيح الجامع، رقم: 7351.

Al-Baraa’ ibn 3aazib radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam werd over gevraagd over het bidden in de zitplaatsen van de kamelen. Hij zei: “Voorwaar, verricht niet het gebed erin, voorwaar, het is van de shaytaan. Ook werd hij gevraagd over het verrichten van het gebed in de staanplaatsen van de lammen. Hij zei: “Voorwaar, verricht het gebed erin, het is een zegening.”[53]



[1] Hiermee wordt bedoeld: een bepaalde hoeveelheid van een daad ten aanzien van een tijd of een plaats. Allaah tabaaraka wa-ta3aalaa heeft gezegd: ﮣ ﮤ ﮥ ﮦ ﮧ ﮨ (النساء: ١٠٣) “Voorzeker, a-Ssalaah is de gelovigen op vaste tijden voorgeschreven.” (Aayah: 4/103). Ook zegt Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa: ﮮ ﮯ ﮰ ﯓ ﯔ ﯖ ﯗ (البقرة: ١٨٩) “Zij vragen jou over de nieuwe manen. Zeg: “Zij zijn de tijdsaanduidingen voor de mensen en al-Hadj.” (Aayah: 2/189).

[2] Hiermee wordt bedoeld dat de positie van de zon net over het middelpunt tussen het oosten en het westen, richting het westen overbuigt. Dit wordt waargenomen wanneer men een stok in de grond prikt, en de schaduw ervan net richting het oosten begint te wijzen. In Nederland is dat richting het noordoosten wegens de ligging van Nederland ten opzichte van de evenaar.
[3] Dit is het moment waarop een stok die in de grond is geprikt, een schaduw van dezelfde lengte heeft in de richting van het oosten.
[4] Avondschemering is het licht dat nog na zonsondergang wordt waargenomen door breking van de lichtstralen, en roodoranje van kleur is.
[5] Ochtendschemering of dageraad is het licht dat ’s morgens tussen het donker van de nacht en het licht van de dag schittert.
[6] Hiermee wordt bedoeld wanneer de ochtendschemering zich verspreid vanaf de horizon over de hemel.
[7] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad, imaam a-Nnasaa’ie en imaam a-Ttirmidhie. (Al-Irwaa’ nr.: 250).
[8] Ssalaatu-Dhuhr is als eerste Salaah aangehaald, omdat het de eerste Salaah van de dag is. Zodoende wordt bij alle ahaadieth die over de tijden van de Salaah gaan daarmee begonnen. Tevens is Allaah tabaaraka wa-ta3aalaa daarmee begonnen. Hij subhaanahu wa-ta3aalaa zegt: ﭭ ﭮ ﭯ ﭰ ﭱ ﭲ ﭳ ﭴ ﭵ ﭷ ﭸ ﭹ ﭺ ﭻ ﭼ (الإسراء: ٧٨) “Onderhoudt de Salaah vanaf de overbuiging van de zon tot de donkerte van de nacht en al-Fadjr-gebed. Voorzeker, van al-Fadjr-gebed wordt getuigd.” (Aayah: 17/78). Duloeku-shams (in het Arabisch) betekent: de overbuiging van de zon. Dit is de mening van o.a.: ibn 3umar, imaam Mudjaahid, imaam al-Hasan en andere taabi3ien, en imaam a-Ttabarie. Ook heeft imaam a-Ttabarie overgeleverd van Djaabir ibn 3abdu-llaah die verhaald heeft, hij zei: “Ik nodigde de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam en wie hij wilde onder zijn metgezellen bij mij uit, vervolgens traden zij uit toen de zon overboog, en de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam trad uit, en zei: “Treedt naar buiten o aboe Bakr. Dit is wanneer de zon ‘duloek’ verricht.”
[9] Het bewijs hiervoor wordt later in dit boek behandeld, onder het kopje: “wanneer heeft men de tijd gehaald?”
[10] Hasan, deze hadieth is overgeleverd door imaam Muslim, imaam aboe Daawoed, en imaam a-Nnasaa’ie. (Al-Irwaa’, nr.: 1/268).
[11] Djaabir ibn 3abdu-llaah heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Er zijn twee (soorten) Fadjr. Een Fadjr die ‘de staart van de wolf’ wordt genoemd, en dat is de leugenachtige (Fadjr). Hij gaat in de lengte en niet in de breedte. En de andere Fadjr gaat in de breedte en gaat niet in de lengte.” Overgeleverd door imaam al-Haakim, imaam al-Bayhaqie en imaam a-Ddaylamie, en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. De staart van de wolf is donker van kleur. De eerste (leugenachtige) fadjr is in de vorm van een smal licht dat in de lengte de hemel bereikt, waarna donkerte volgt. De tweede (ware) Fadjr is in de vorm van licht dat zich verspreidt in de breedte, vanaf de horizon tot de hemel. Tevens is dit hetgeen wat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa met de volgende Aayah bedoelt: ﭳ ﭴ ﭵ ﭶ ﭷ ﭸ ﭹ ﭺ ﭻ ﭼ ﭽ ﭾ (البقرة: ١٨٧) “En eet en drinkt tot de witte draad van de zwarte draad van al-Fadjr te onderscheiden is.” (Aayah:2/187). Ook zegt de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam in een andere versie die Djaabir ibn 3abdu-llaah heeft verhaald: “Al-Fadjr bestaat uit twee (soorten). Voorwaar, wat betreft al-Fadjr die zoals de staart van de wolf is, voorwaar, die laat de Salaah niet toe, en doet het eten niet verbieden. Maar wat betreft al-Fadjr die in de breedte gaat, voorwaar, die laat de Salaah toe en doet het eten verbieden.” (Sahieh al-Djaami3, hadiethnr.: 4278).
[12] “Wustaa” komt van ‘wasat‘ en betekent letterlijk in het Arabisch: het midden. Ook betekent dit woord: het beste, of hetgeen dat de hoogste positie heeft, ofwel rechtvaardige. De laatste betekenis is onttrokken uit het feit dat gematigdheid twee slechte uiteinden heeft. Zodoende heeft Allaah de gemeenschap van Zijn Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam als wasat beschreven: ﭪ ﭫ ﭬ ﭭ ﭮ ﭯ ﭰ ﭱ ﭲ ﭳ ﭴ ﭵ (البقرة: ١٤٣) “En zo maakten Wij jullie als een gematigd volk, opdat jullie getuigen zullen zijn voor de mensen en opdat de Boodschapper een getuige zal zijn voor jullie.” (Aayah: 2/142).
[13] Vele geleerden verschillen van mening m.b.t. de uitleg van ‘a-Ssalaatu-l-Wustaa’. Imaam a-Shawkaanie heeft zeventien meningen in zijn boek: ‘Naylu-l-Awtaar’ opgesomt waarvan slechts twee vooraanstaand zijn, te weten: dat het salaatu-Ssubh is, en dat het Salaatu-l-3asr is. Echter is de laatste de juiste volgens de volgende Ahaadieth: عَنْ أَبِي يُونُسَ مَوْلَى عَائِشَةَ أَنَّهُ قَالَ أَمَرَتْنِي عَائِشَةُ أَنْ أَكْتُبَ لَهَا مُصْحَفًا وَقَالَتْ إِذَا بَلَغْتَ هَذِهِ الْآيَةَ فَآذِنِّي: { حَافِظُوا عَلَى الصَّلَوَاتِ وَالصَّلَاةِ الْوُسْطَى }. فَلَمَّا بَلَغْتُهَا آذَنْتُهَا فَأَمْلَتْ عَلَيَّ: { حَافِظُوا عَلَى الصَّلَوَاتِ وَالصَّلَاةِ الْوُسْطَى } وَصَلَاةِ الْعَصْرِ { وَقُومُوا لِلَّهِ قَانِتِينَ }. قَالَتْ عَائِشَةُ: “سَمِعْتُهَا مِنْ رَسُولِ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ.” رواه مسلم. Aboe Yoenus – de slaaf van 3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa – heeft verhaald, hij zei: “3aa’ishah beval mij om voor haar een mushaf te schrijven, en zei tegen mij: “Als je bij deze Aayah komt, voorwaar, zeg het mij. Voorwaar, toen ik bij deze Aayah kwam, zei ik het haar, waarop zij mij citeerde: “Waakt over de Salaah en (in het bijzonder) over de middelste Salaah en salaatu-l-3asr. En staat voor Allaah in ootmoed.” 3aa’ishah zei: “ik hoorde het van de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam.” Overgeleverd en Sahieh verklaard door imaam Muslim. Ook heeft imaam a-Ttabarie van Saalim ibn 3abdu-llaah en Naafi3 over Hafsah radiya-llaahu 3anhaa hetzelfde verhaald. Echter is het dikbedrukte in deze Aayah later nietig gemaakt: عَنْ شَقِيقِ بْنِ عُقْبَةَ عَنْ الْبَرَاءِ بْنِ عَازِبٍ قَالَ: “نَزَلَتْ هَذِهِ الْآيَةُ: { حَافِظُوا عَلَى الصَّلَوَاتِ وَصَلَاةِ الْعَصْرِ} فَقَرَأْنَاهَا مَا شَاءَ اللَّهُ ثُمَّ نَسَخَهَا اللَّهُ فَنَزَلَتْ {حَافِظُوا عَلَى الصَّلَوَاتِ وَالصَّلَاةِ الْوُسْطَى }” فَقَالَ رَجُلٌ كَانَ جَالِسًا عِنْدَ شَقِيقٍ لَهُ: “هِيَ إِذَنْ صَلَاةُ الْعَصْرِ” فَقَالَ الْبَرَاءُ: “قَدْ أَخْبَرْتُكَ كَيْفَ نَزَلَتْ وَكَيْفَ نَسَخَهَا اللَّهُ وَاللَّهُ أَعْلَمُ.” رواه مسلم. Shaqieq ibn 3uqbah heeft verhaald van al-Baraa’ ibn 3aazib radiya-llaahu 3anhu die verhaald heeft, hij zei: “Deze Aayah is neergezonden: “Waakt over de Salaah en (in het bijzonder) over salaatu-l-3asr. Voorwaar, wij reciteerden het zolang Allaah wilde, vervolgens heeft Allaah het opgeheven, waarop de volgende Aayah is neergezonden: “Waakt over de Salaah en (in het bijzonder) over de middelste Salaah.” Vervolgens zei een man die bij Shaqieq zat tegen hem: “het is dus salaatu-l-3asr!?” Hierop zei al-Baraa’: “ik heb je bericht hoe het neergezonden is en hoe Allaah het opgeheven heeft, en Allaah weet het het beste.” Overgeleverd en Sahieh verklaard door imaam Muslim.
[14] Sahieh, Deze hadieth is overgeleverd en Sahieh verklaard door imaam Muslim.
[15] قَالَ جَابِرٌ: “كَانَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يُصَلِّي بِالْهَاجِرَةِ.” رَوَاه البُخًارِي مُعَلَّقاً. Djaabir ibn 3abdu-llaah radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam bad op de tijd die vermeden werd (al-Haadjirah).” Overgeleverd en Sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie.
[16] Sahieh, Deze hadieth is overgeleverd en Sahieh verklaard door imaam Muslim. (al-Irwaa’ hadiethnr.: 254).
[17] Muttafaqun 3alayh, ook is deze hadieth overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie, imaam a-Nnasaa’ie en imaam ibn Maadjah.
[18] De volgende ahaadieth verduidelijken de bedoeling van deze hadieth: وَعَنْ أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ قَالَ: “كَانَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ إذَا كَانَ الْحَرُّ أَبْرَدَ بِالصَّلَاةِ وَإِذَا كَانَ الْبَرْدُ عَجَّلَ.” رَوَاهُ النَّسَائِيّ وَلِلْبُخَارِيِّ نَحْوُهُ Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Als het heet was verkoelde de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam middels het a-Ssalaah, en als het koud was vervroegde hij (a-Ssalaah).” Overgeleverd door imaam al-Bukhaarie en imaam a-Nnasaa’ie. عَنْ أَبِي ذَرٍّ الْغِفَارِيِّ قَالَ: “كُنَّا مَعَ النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ فِي سَفَرٍ فَأَرَادَ الْمُؤَذِّنُ أَنْ يُؤَذِّنَ لِلظُّهْرِ فَقَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ أَبْرِدْ ثُمَّ أَرَادَ أَنْ يُؤَذِّنَ فَقَالَ لَهُ: “أَبْرِدْ” حَتَّى رَأَيْنَا فَيْءَ التُّلُولِ فَقَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: “إِنَّ شِدَّةَ الْحَرِّ مِنْ فَيْحِ جَهَنَّمَ فَإِذَا اشْتَدَّ الْحَرُّ فَأَبْرِدُوا بِالصَّلَاةِ.” متفق عليه. Aboe Dharr al-Ghifaarie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “we waren op reis met de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam. Voorwaar de mu’adhin wilde de adhaan voor de Dhuhr verrichten, waarop de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Verkoel!” vervolgens wilde hij de adhaan verrichten, waarop hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Verkoel!”, totdat we de schaduw van de heuvels zagen, zei de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam: “Als de warmte extreem wordt, voorwaar, verkoelt met het gebed. Voorzeker, de extreme warmte is een glimp van Djahannam.”Muttafaqun 3alayh. عَنْ أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ قَالَ: “كُنَّا إِذَا صَلَّيْنَا خَلْفَ رَسُولِ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ بِالظَّهَائِرِ فَسَجَدْنَا عَلَى ثِيَابِنَا اتِّقَاءَ الْحَرِّ.” رواه البخاري. Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Wanneer achter de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam in de middagen baden, dan knielden wij neer op onze kledij, om ons te weren van de warmte.”overgeleverd door imaam al-Bukhaarie.
[19] Muttafaqun 3alayh, ook is deze hadieth overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Nnasaa’ie en imaam ibn Maadjah.
[20] Muttafaqun 3alayh, deze hadieth is ook overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie en imaam a-Nnasaa’ie.
[21] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie en overgeleverd door imaam a-Nnasaa’ie.
[22] Dit is het moment waarop de zon bijna onder gaat, en de zon een geel rode kleur krijgt.
[23] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim. Ook is het overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie en imaam a-Nnasaa’ie.
[24] Behalve wanneer het eten opgediend is, wegen de volgend ahaadieth: عَنْ أَنَسٍ أَنَّ النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ : ” إذَا قُدِّمَ الْعَشَاءُ فَابْدَءُوا بِهِ قَبْلَ صَلَاةِ الْمَغْرِبِ ، وَلَا تَعْجَلُوا عَنْ عَشَائِكُمْ .” مُتَّفَقٌ عَلَيْهَِ. Anas ibn Maalik radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Als het avondeten wordt geserveerd, voorwaar, begint ermee alvorens de Salaah van al-Maghrib, en versnelt niet in jullie avondeten.” Muttafaqun 3alayh. وَعَنْ عَائِشَةَ عَنْ النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ : ” إذَا أُقِيمَتْ الصَّلَاةُ وَحَضَرَ الْعَشَاءُ فَابْدَءُوا بِالْعَشَاءِ .” مُتَّفَقٌ عَلَيْهَِ.
3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Als al-iqaamah van a-ssalaah verricht wordt en het avondeten aanwezig is, voorwaar, begint dan met het avondeten.” Muttafaqun 3alayh. وَعَنْ ابْنِ عُمَرَ قَالَ : قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ : “إذَا وُضِعَ عَشَاءُ أَحَدِكُمْ وَأُقِيمَتْ الصَّلَاةُ فَابْدَءُوا بِالْعَشَاءِ وَلَا تَعْجَلْ حَتَّى تَفْرُغَ مِنْهُ. ” مُتَّفَقٌ عَلَيْهَِ.
3abdu-llaah ibn 3umar radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Als het avondeten van iemand onder jullie opgediend is en al-iqaamah van a-ssalaah wordt verricht, voorwaar, begint dan met het avondeten en versnelt niet om het te beëindigen.” Muttafaqun 3alayh. وَلِلْبُخَارِيِّ وَأَبِي دَاوُد عن نافع: ” وَكَانَ ابْنُ عُمَرَ يُوضَعُ لَهُ الطَّعَامُ ، وَتُقَامُ الصَّلَاةُ فَلَا يَأْتِيهَا حَتَّى يَفْرُغَ ، وَإِنَّهُ يَسْمَعُ قِرَاءَةَ الْإِمَامِ .” Naafi3 – de slaaf van ibn 3umar radiya-llaahu 3anhum – heeft verhaald, hij zei: “Als er voor ibn 3umar eten werd opgediend en al-iqaamah van a-ssalaah verricht werd, ging hij er niet naar, totdat hij het (eten) voltooide. Dat terwijl hij de recitatie van al-imaam hoorde.” Overgeleverd door imaam al-Bukhaarie en imaam aboe Daawoed. Echter is deze zaak niet gespecificeerd voor Salaatu-l-Maghrib wegens o.a. ook de volgende hadieth: عَنْ عَائِشَةَ عَنْ النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: ” لَا صَلَاةَ بِحَضْرَةِ الطَّعَامِ وَلَا هُوَ يُدَافِعُهُ الْأَخْبَثَانِ.” رواه مسلم و أحمد وأبو داود.
3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Geen Salaah in de aanwezigheid van het voedsel, en ook niet wanneer de twee onreinheden hem bedwingen.” Overgeleverd door imaam Muslim, imaam Ahmad en imaam aboe Daawoed.
[25] Hasan, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed.
[26] Muttafaqun 3alayh, deze hadieth is ook overgeleverd door imaam a-Ttirmidhie, imaam aboe Daawoed en imaam ibn Maadjah.
[27] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim (dit is een beknopte versie van de gehele hadieth).
[28] De volgende ahaadieth beduiden de soorten van profijten, zonder deze te beperken. عَن ابْنِ مَسْعُودٍ قَالَ: “جَدَبَ لَنَا رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ السَّمَرَ بَعْدَ الْعِشَاءِ.” رَوَاهُ ابْنُ مَاجَهْ، وصححه الألباني.
3abdu-llaah ibn Mas3oed radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah berispte ons wegens het opblijven om te praten na al-3ishaa’.” Overgeleverd door imaam ibn Maadjah en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. عن عَائِشَةَ قالت: قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: ” لَا سَمَرَ إلَّا لِثَلَاثَةٍ: مُصَلٍّ أَوْ مُسَافِرٍ أَوْ عَرُوسٍ.” رَوَاهُ الْحَافِظُ ضِيَاءُ الدِّينِ الْمَقْدِسِيَّ فِي الْأَحْكَامِ وابن أبي حاتم في ” الجرح و التعديل ” وحسنه الألباني في الصحيحة، رقم: (2435)
3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam heeft gezegd: “Geen samar behalve voor drie: de bidder, een reiziger en een bruid.” Overgeleverd door imaam Diyaa’u-ddien al-Maqdisie en imaam ibn abie Haatim, en hasan verklaard door imaam al-Albaanie, zie: a-ssilsilah a-ssahiehah nr.: 2435. وَعَنْ عُمَرَ قَالَ : “كَانَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَسْمُرُ عِنْدَ أَبِي بَكْرٍ اللَّيْلَةَ كَذَلِكَ فِي الْأَمْرِ مِنْ أَمْرِ الْمُسْلِمِينَ وَأَنَا مَعَهُ.” رَوَاهُ أَحْمَدُ وَالتِّرْمِذِيُّ وابن خزيمة في صحيحه وابن حبان والبيهقي، وصححه الألباني في الصحيحة رقم: (2781).
3umar ibn al-Khattaab radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam bleef bij aboe Bakr in de nacht op om te praten over de zaken van de moslims, en ik was met hem.” Overgeleverd door imaam Ahmad, imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Khuzaymah, imaam ibn Hibbaan en imaam al-Bayhaqie, en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie, zie: a-ssilsilah a-ssahiehah nr.: 2781. وَعَنْ ابْنِ عَبَّاسٍ قَالَ : “رَقَدْتُ فِي بَيْتِ مَيْمُونَةَ لَيْلَةً كَانَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ عِنْدَهَا لِأَنْظُرَ كَيْفَ صَلَاةُ رَسُولِ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ بِاللَّيْلِ قَالَ : فَتَحَدَّثَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ مَعَ أَهْلِهِ سَاعَةً ثُمَّ رَقَدَ ،” رَوَاهُ مُسْلِمٌ.
3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: “Ik sliep een nacht in het huis van Maymoenah terwijl de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam bij haar was, zodat ik de hoedanigheid van het nachtgebed van de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam kon zien. Voorwaar, de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam sprak een tijd met zijn vrouw en ging vervolgens slapen.” Overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim.
[29] Muttafaqun 3alayh, deze hadieth is ook overgeleverd door imaam aboe Daawoed en imaam a-Nnasaa’ie.
[30] Muttafaqun 3alayh, deze hadieth is ook overgeleverd door imaam a-Nnasaa’ie.
[31] عَنْ رَافِعِ بْنِ خَدِيجٍ قَالَ : قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ : ” أَسْفِرُوا بِالْفَجْرِ فَإِنَّهُ أَعْظَمُ لِلْأَجْرِ .” رَوَاهُ الْخَمْسَةُ ، وصَححه الألباني. Raafi3 ibn Khadiedj radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zei: “Onthult bij al-Fadjr, voorzeker, dat vergroot de beloning.” Deze hadieth is o.a. overgeleverd door imaam a-Ttirmidhie en imaam Ahmad en is sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. Met “onthult” wordt bedoeld: verricht het in de tijd van onthulling van het licht, wanneer het licht voor zonsopkomst zich verspreidt. Na de verzoening van deze hadieth met de komende ahaadieth zijn o.a. imaam a-Ttahaawie, imaam ibn al-Qayyim en imaam al-Albaanie tot de mening gekomen dat de aanvang van salaatu-Ssubh hoort te zijn wanneer het duister is, nadat al-Fadjr is aangebroken, en het einde ervan hoort te zijn wanneer het licht zich verspreid heeft. عن أَبَي مَسْعُودٍ الْأَنْصَارِيَّ قالُ: سَمِعْتُ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ: “نَزَلَ جِبْرِيلُ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ فَأَخْبَرَنِي بِوَقْتِ الصَّلَاةِ فَصَلَّيْتُ مَعَهُ ثُمَّ صَلَّيْتُ مَعَهُ ثُمَّ صَلَّيْتُ مَعَهُ ثُمَّ صَلَّيْتُ مَعَهُ ثُمَّ صَلَّيْتُ مَعَهُ يَحْسُبُ بِأَصَابِعِهِ خَمْسَ صَلَوَاتٍ فَرَأَيْتُ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ صَلَّى الظُّهْرَ حِينَ تَزُولُ الشَّمْسُ وَرُبَّمَا أَخَّرَهَا حِينَ يَشْتَدُّ الْحَرُّ وَرَأَيْتُهُ يُصَلِّي الْعَصْرَ وَالشَّمْسُ مُرْتَفِعَةٌ بَيْضَاءُ قَبْلَ أَنْ تَدْخُلَهَا الصُّفْرَةُ فَيَنْصَرِفُ الرَّجُلُ مِنْ الصَّلَاةِ فَيَأْتِي ذَا الْحُلَيْفَةِ قَبْلَ غُرُوبِ الشَّمْسِ وَيُصَلِّي الْمَغْرِبَ حِينَ تَسْقُطُ الشَّمْسُ وَيُصَلِّي الْعِشَاءَ حِينَ يَسْوَدُّ الْأُفُقُ وَرُبَّمَا أَخَّرَهَا حَتَّى يَجْتَمِعَ النَّاسُ وَصَلَّى الصُّبْحَ مَرَّةً بِغَلَسٍ ثُمَّ صَلَّى مَرَّةً أُخْرَى فَأَسْفَرَ بِهَا ثُمَّ كَانَتْ صَلَاتُهُ بَعْدَ ذَلِكَ التَّغْلِيسَ حَتَّى مَاتَ وَلَمْ يَعُدْ إِلَى أَنْ يُسْفِرَ.” رواه أبو داود والدارقطني والحاكم والبيهقي، وحسنه الألباني في الإرواء رقم: 249. Aboe Mas3oed al-Ansaarie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam zeggen: “Djibriel 3alayhi-ssalaam is neergezonden en berichtte mij over de tijd van a-ssalaah. Voorwaar, ik bad met hem. Vervolgens bad ik met hem. Vervolgens bad ik met hem. Vervolgens bad ik met hem. Vervolgens bad ik met hem.” Hij telde met zijn vingers vijf gebeden. Voorwaar, ik zag de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam a-Dhuhr bidden bij de overbuiging van de zon, en soms stelde hij het uit als er extreme warmte was. En ik zag hem al-3asr bidden terwijl de zon wit en verheven was, vóórdat de geligheid erin drong. Voorwaar, men verliet het gebed en kwam bij Dhul Hulayfah aan, vóór zonsondergang, en hij bad al-Maghrib als de zon onderging, en hij bad al-3ishaa wanneer de horizon zwart werd, en soms stelde hij het uit totdat de mensen zich verzamelden. En hij bad a-Ssubh een keer bij duister, vervolgens bad hij het een andere keer bij de onthulling. Vervolgens was zijn gebed daarna in duister, totdat hij stierf, en hij verrichtte het niet nogmaals bij de onthulling. Deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ddaaraqutnie, imaam al-Haakim en imaam al-Bayhaqie, en is hasan verklaard door imaam al-Albaanie, zie al-Irwaa’ nr.: 249. عَنْ سَيَّارِ بْنِ سَلَامَةَ قَالَ: “دَخَلْتُ أَنَا وَأَبِي عَلَى أَبِي بَرْزَةَ الْأَسْلَمِيِّ فَقَالَ لَهُ أَبِي: “كَيْفَ كَانَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يُصَلِّي الْمَكْتُوبَةَ؟” فَقَالَ: “كَانَ يُصَلِّي الْهَجِيرَ الَّتِي تَدْعُونَهَا الْأُولَى حِينَ تَدْحَضُ الشَّمْسُ وَيُصَلِّي الْعَصْرَ ثُمَّ يَرْجِعُ أَحَدُنَا إِلَى رَحْلِهِ فِي أَقْصَى الْمَدِينَةِ وَالشَّمْسُ حَيَّةٌ وَنَسِيتُ مَا قَالَ فِي الْمَغْرِبِ وَكَانَ يَسْتَحِبُّ أَنْ يُؤَخِّرَ الْعِشَاءَ الَّتِي تَدْعُونَهَا الْعَتَمَةَ وَكَانَ يَكْرَهُ النَّوْمَ قَبْلَهَا وَالْحَدِيثَ بَعْدَهَا وَكَانَ يَنْفَتِلُ مِنْ صَلَاةِ الْغَدَاةِ حِينَ يَعْرِفُ الرَّجُلُ جَلِيسَهُ وَيَقْرَأُ بِالسِّتِّينَ إِلَى الْمِائَةِ.” متفق عليه. وفي رواية لمسلم: “وَكَانَ يُصَلِّي الصُّبْحَ فَيَنْصَرِفُ الرَّجُلُ فَيَنْظُرُ إِلَى وَجْهِ جَلِيسِهِ الَّذِي يَعْرِفُ فَيَعْرِفُهُ.” Sayyaar ibn Salaamah heeft verhaald, hij zei: “Ik trad met mijn vader bij aboe Barzah al-Aslamie radiya-llaahu 3anhu binnen, waarop mijn vader hem zei: “Hoe bad de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam het voorgeschreven gebed?” Hij radiya-llaahu 3anhu zei: “Hij verrichtte al-Hadjierah, die jullie vandaag al-Oelaa (de eerste) noemen, wanneer de zon begon te dalen, en verrichtte al-3asr waarna iemand onder ons naar zijn bagage ging aan de rand van al-Medienah, terwijl de zon levendig was.” En ik vergat wat hij zei bij al-Maghrib. “En hij hield ervan om al-3ishaa’, die jullie al-3atamah noemen, uit te stellen, en hij verafschuwde het slapen daar vóór, en het praten daarna, en hij draaide zich om van het gebed van al-Ghadaat, wanneer de man de zittende naast hem herkende, en hij las met zestig (Aayaat) tot de honderd.” Muttafaqun 3alayh. En in een versie van imaam Muslim: “En hij salla-llaahu 3alayhi wa-sallam bad a-Ssubh, voorwaar, wanneer de man er uit kwam, en naar de zittende naast hem keek die hij kende, herkende hij hem.”
[32] Muttafaqun 3alayh, deze hadieth is ook overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Nnasaa’ie, imaam a-Ttirmidhie en imaam ibn Maadjah.
[33] Muttafaqun 3alayh, ook is een soortgelijke hadieth overgeleverd door imaam a-Nnasaa’ie.
[34] Muttafaqun 3alayh, deze hadieth is ook overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie en imaam a-Nnasaa’ie.
[35] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Muslim (dit is een beknopte versie ervan).
[36] Al-Muhallaa, 2/235.
[37] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim. Ook is het overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie, imaam a-Nnasaa’ie en imaam ibn Maadjah.
[38] “getuigd”: hiermee wordt bedoeld dat het bijgewoond wordt door de engelen.
[39] “bijgewoond”: hiermee wordt bedoeld dat het bijgewoond wordt door de aan Allaah gehoorzame mensen.
[40] Toen de Arabieren de middag wilden vaststellen, staken zij hun speren in de grond, en keken naar de schaduw ervan. Als er geen schaduw was (dit gebeurt slechts enkele dagen in het jaar), of de schaduw richting het noorden wees (omdat Mekkah zich iets ten noorden van de evenaar bevindt), was het middag.
[41] In deze toestand wijst de schaduw richting het oosten, omdat de zon richting het westen is gaan dalen.
[42] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim.
[43] Al-Istiwaa’ betekent letterlijk: evenaar. Dit is het moment waarop de zon vanuit aards perspectief het hoogste en middelste punt bereikt in de hemel. Dit is tevens het moment waarop een voorwerp geen schaduw meer heeft, en in Nederland de schaduw precies richting het noorden wijst.
[44] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie.
[45] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam ibn Maadjah, imaam a-Ttirmidhie en imaam a-Nnasaa’ie.
[46] Muttafaqun 3alayh, deze hadieth is ook overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Nnasaa’ie, imaam a-Ttirmidhie en imaam ibn Maadjah.
[47] Muttafaqun 3alayh, deze hadieth is ook overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam a-Ttirmidhie, imaam ibn Maadjah en imaam a-Nnasaa’ie.
[48] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed. ( Sahieh al-Djaami3, hadiethnr.: 5353).
[49] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam Muslim, imaam a-Ttirmidhie, imaam aboe Daawoed, imaam a-Nnasaa’ie en imaam ibn Maadjah.
[50] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim.
[51] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam Muslim. (al-Irwaa’ hadiethnr.: 286).
[52] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed, imaam ibn Maadjah en imaam a-Ttirmidhie.
[53] Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed. (Sahiehu-l-djaami3, hadiethnr.: 7351).