De hoedanigheid van de neerzending van de edele al-Qur’aan

Het tweede vraagstuk


Ten eerste: De fasen van de neerzending

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

﴿وَقُرْآَنًا فَرَقْنَاهُ لِتَقْرَأَهُ عَلَى النَّاسِ عَلَى مُكْثٍ وَنَزَّلْنَاهُ تَنْزِيلًا (الإسراء: 106)

“En (de openbaring van) de Qur’aan hebben Wij in gedeelten verdeeld, om hem aan de mensen met tussenpozen voor te dragen en Wij hebben hem als een (achtereenvolgend) neerzending neergezonden.” (Aayah: 17/106).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ook gezegd:

﴿وَقَالَ الَّذِينَ كَفَرُوا لَوْلَا نُزِّلَ عَلَيْهِ الْقُرْآَنُ جُمْلَةً وَاحِدَةً كَذَلِكَ لِنُثَبِّتَ بِهِ فُؤَادَكَ وَرَتَّلْنَاهُ تَرْتِيلًا (الفرقان: 32)

“En degenen die ongelovig zijn, zeggen: “Was de Qur’aan maar in één keer volledig aan hem neergezonden” (Maar) zo hebben Wij daarmee jouw hart versterkt (o Muhammed), en Wij hebben hem regelmatig doen voordragen.” (Aayah: 25/32).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ook gezegd:

﴿إِنَّا أَنْزَلْنَاهُ فِي لَيْلَةِ الْقَدْرِ (القدر: 1)

“Voorzeker, Wij hebben hem (de Qur’aan) neergezonden in de waardevolle nacht (laylatu-l-qadr).” (Aayah: 97/1).

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft ook gezegd:

﴿شَهْرُ رَمَضَانَ الَّذِي أُنْزِلَ فِيهِ الْقُرْآَنُ هُدًى لِلنَّاسِ وَبَيِّنَاتٍ مِنَ الْهُدَى وَالْفُرْقَانِ (البقرة: 185)

“De maand Ramadaan is het waarin de Qur’aan is neergezonden, als leiding voor de mensheid en als duidelijke bewijzen van de leiding en de furqaan.”(Aayah: 2/185).

In deze Aayaat bevindt zich het bewijs dat de neerzending van al-Qur’aan verspreid is over verscheidene tijden en momenten, en dat hij in één keer is neergezonden in (laylatu-l-qadr) de waardevolle nacht in Ramadaan.

3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: “Al-Qur’aan is gescheiden van de gedenking1  en vervolgens geplaatst in baytu-l-3izzah in de hemel des aarde, waarop Djibriel 3alayhi-ssalaam het over de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam liet neerzenden, en herhaaldelijk reciteerde.”2 

Ook heeft imaam ibn Hadjar al-3asqalaanie gezegd: “En in een andere (overlevering) die overgeleverd is door imaam aboe Shaybah en imaam al-Haakim: “Het is geplaatst in baytu-l-3izzah in de hemel des aarde, waarop Djibriel ermee over de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam neerzond.”3 

Ook zei hij rahimahu-llaah: “En wat voorgegaan is betreffende het feit dat het in één keer vanuit a-llawhu-l-mahfoedh naar de hemel des aarde is neergezonden, en vervolgens daarna gescheiden is, is hetgeen wat authentiek en erkend is.

Ook heeft imaam ibn Djarier a-Ttabarie het gelijke overgeleverd van 3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa dat hij verhaald heeft, hij zei: “En het gelijke van hetgeen dat wij daarover zeiden, hebben de bezitters van de exegese4  gezegd.”5 

Hieruit blijkt klaarblijkelijk dat de Qur’aan allereerst vanuit a-llawhu-l-mahfoedh in één keer naar baytu-l-3izzah in de hemel des aarde is neergezonden in laylatu-l-qadr van de maand Ramadaan. Vervolgens is zijn neerzending verspreid over de periode van de profetische zending. Tevens heeft imaam a-Ssuyoetie deze mening toegeschreven aan imaam a-Sha3bie, imaam Mudjaahid, imaam a-Ssakhaawie, imaam aboe Shaamah en anderen.6  

Ten tweede: De betekenis van de neerzending van al-Qur’aan

Er zijn verschillende uitspraken gedaan betreffende de betekenis van de neerzending, dit wegens de verscheiden overtuigingen van de zeggers ervan, te weten:

dat de engel (Djibriel) het spiritueel heeft overgenomen van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa en vervolgens ermee naar de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam is neergezonden;

dat Allaah Zijn woord Djibriel 3alayhi-ssalaam in de hemel heeft ingegeven en vervolgens Djibriel 3alayhi-ssalaam deze op aarde heeft overgedragen;

dat de engel het onthoudt vanuit a-llawhu-l-lmahfoedh, en ermee naar beneden komt, waarop hij het aan de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam overbrengt;

dat Djibriel slechts met de betekenis ervan is neergezonden, en niet met de letterlijke woorden ervan.

De juiste mening is dat Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa met al-Qur’aan heeft gesproken, waarop Djibriel 3alayhi-ssalaam ermee naar de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam is neergezonden, en voor hem heeft gereciteerd. Zodoende is hetgeen wat neergezonden is, in zijn letters en betekenissen, de Qur’aan.

3abdu-llaah ibn Mas3oed radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “Als Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa met de openbaring spreekt, horen de inwoners van de hemel des aarde een gerinkel, zoals het slepen van de ketting over (de berg) a-Ssafaa, waarop zij allen bewusteloos geraken. Vervolgens blijven zij in die staat, totdat Djibriel tot hen komt. Wanneer Djibriel tot hen komt, ontwaken hun harten, waarop zij zeggen: “O Djibriel, wat heeft jouw Heer gezegd?”, waarop hij zegt: “De waarheid.” Vervolgens zeggen zij: “De waarheid, de waarheid.”7 

Ook heeft imaam al-Bukhaarie het gelijke overgeleverd: “Wanneer Allaah een zaak heeft bepaald…”8 

Ook heeft de uitlegger van het boek “al-3aqiedah a-ttahaawieyyah” gezegd: “En het is over Zijn Boodschapper als een Wahy neergezonden, dat betekent: het is naar hem salla-llaahu 3alayhi wa-sallam neergezonden ten monde van de engel. De engel Djibriel heeft het van Allaah gehoord. Zo heeft de Boodschapper Muhammed salla-llaahu 3alayhi wa-sallam het tevens van de engel gehoord, waarop hij het voor de mensen heeft gereciteerd.”

Ten derde: de uiteenzetting van de neerzending van al-Qur’aan

In de uiteenzetting van de neerzending van al-Qur’aan bevinden zich een aantal wijsheden en profijten, te weten:

1. De stabilisering van het hart van de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam en degenen van de gelovigen die met hem waren. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

﴿وَقَالَ الَّذِينَ كَفَرُوا لَوْلَا نُزِّلَ عَلَيْهِ الْقُرْآَنُ جُمْلَةً وَاحِدَةً كَذَلِكَ لِنُثَبِّتَ بِهِ فُؤَادَكَ وَرَتَّلْنَاهُ تَرْتِيلًا (الفرقان: 32)

“En degenen die ongelovig zijn, zeggen: “Was de Qur’aan maar in één keer volledig aan hem neergezonden” (Maar) zo hebben Wij daarmee jouw hart versterkt (o Muhammed), en Wij hebben hem regelmatig doen voordragen.” (Aayah: 25/32).

Er bestaat geen twijfel dat de uiteenzetting van de neerzending de aanhouding van en de vernieuwing van al-Wahy over de jaren heen met zich meebrengt. Dit leidt tot zekerheid en doet zekerheid aanhoudend vernieuwen, terwijl de moeilijkheden, zoals verloochening, tegenstrijd en bediscussiëring hem overstelpten. Hetgeen wat de Boodschapper van Allaah salla-llaahu 3alayhi wa-sallam aan droevigheid ondervond in de tijd dat al-Wahy bedaarde, bevestigt dit;

2. De beantwoording van de vragen, zoals in het verhaal van al-Mulaa3anah (de vervloeking)9

, en de oplossingen van de problemen, zoals in het verhaal van al-Ifk (de valse beschuldiging)10

. Dit zou niet kunnen wanneer de Qur’aan in één keer neergezonden zou zijn;

3. De correctie en opvoeding, zoals in het verhaal van de gevangen van de slag Badr11

, en op de slag van Hunayn12

, en de slag van Uhud;

4. De sturing van de da3wah en de bepaling van haar stappen en fasen, zoals het overgaan van de geheime da3wah tot de openlijke da3wah middels de onthouding van de strijd, en vervolgens het bestrijden van de bestrijders, en daarop de bestrijding van alle polytheïsten.

5. De onthulling van de plannen van de hypocrieten en ongelovigen.

6. Middels de uiteenzetting van de neerzending van de Aayaat, krijgen ze hun recht van recitatie en verspreiding, en dat men over de inhoud ervan nadenkt, alvorens de neerzending van andere. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

﴿وَقُرْآَنًا فَرَقْنَاهُ لِتَقْرَأَهُ عَلَى النَّاسِ عَلَى مُكْثٍ وَنَزَّلْنَاهُ تَنْزِيلًا (الإسراء: 106)

“En (de openbaring van) de Qur’aan hebben Wij in gedeelten verdeeld, om hem aan de mensen met tussenpozen voor te dragen en Wij hebben hem als een (achtereenvolgend) neerzending neergezonden.” (Aayah: 17/106).

7. De aanhouding van de uitdaging en de onnavolgbaarheid, die de vernieuwing en continuering van de uitdaging van de polytheïsten inhoudt.

8. De geleidelijke belasting, die het voor de mensen gemakkelijk maakt om in de boodschap te geloven en aan haar wetgevingen gehoor te geven.

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft gezegd: “Voorwaar, hetgeen wat allereerst daarvan (de Qur’aan) neergezonden is, is een Soerah van al-Mufassal, waarin het paradijs en het hellevuur worden genoemd. Pas toen de mensen tot de Islaam terugkeerden, zijn het toegestane en het verbodene neergezonden. Voorwaar, als de eerste zaak die neergezonden was: “Drinkt geen alcohol” zou zijn, dan zeiden zij: “Wij zullen alcohol nooit verlaten.” En als er neergezonden was: “Pleegt geen ontucht.” Dan zeiden zij: “Wij zullen ontucht nooit verlaten.” Voorzeker, in Makkah werd naar Muhammed salla-llaahu 3alayhi wa-sallam neergezonden toen ik een spelend kind was: “Nee, het Uur is hun belofte, en het Uur is het verschrikkelijkst en het bitterst.” (Aayah: 54/46). Soerah al-Baqarah en Soerah a-Nnisaa’ zijn pas neergezonden toen ik bij hem was.”13

 


 


  1. Hiermee wordt bedoeld a-llawhu-l-mahfoedh, ofwel het welbewaarde paneel. []
  2. Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Haakim, en is door imaam al-Albaanie sahieh verklaard. []
  3. Dit is een citaat uit het boek van imaam ibn Hadjar al-3asqalaanie: “Fathu-l-Baarie”. []
  4. Hiermee bedoelt hij de geleerden onder de sahaabah: 3abdu-llaah ibn 3umar en 3abdu-llaah ibn Mas3oed en andere geleerden. []
  5. Deze athar is overgeleverd in het boek “Djaami3 al-bayaan” van imaam ibn Djarier a-Ttabarie. []
  6. Het boek “al-Itqaan fie 3uloemu-l-Qur’aan” van imaam a-Ssuyoetie. []
  7.  Sahieh, deze hadieth is overgeleverd door imaam aboe Daawoed, en sahieh verklaard door imaam al-Albaanie. []
  8. Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie. []

  9. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

    ﴿وَالَّذِينَ يَرْمُونَ أَزْوَاجَهُمْ وَلَمْ يَكُنْ لَهُمْ شُهَدَاءُ إِلَّا أَنْفُسُهُمْ فَشَهَادَةُ أَحَدِهِمْ أَرْبَعُ شَهَادَاتٍ بِاللَّهِ إِنَّهُ لَمِنَ الصَّادِقِينَ (6) وَالْخَامِسَةُ أَنَّ لَعْنَةَ اللَّهِ عَلَيْهِ إِنْ كَانَ مِنَ الْكَاذِبِينَ (7) وَيَدْرَأُ عَنْهَا الْعَذَابَ أَنْ تَشْهَدَ أَرْبَعَ شَهَادَاتٍ بِاللَّهِ إِنَّهُ لَمِنَ الْكَاذِبِينَ (8) وَالْخَامِسَةَ أَنَّ غَضَبَ اللَّهِ عَلَيْهَا إِنْ كَانَ مِنَ الصَّادِقِينَ (9) وَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ وَأَنَّ اللَّهَ تَوَّابٌ حَكِيمٌ (10) (النور: 6-10)

    -6- En degenen die hun echtgenotes beschuldigen terwijl zij er geen getuigen voor hebben, behalve zichzelf: de getuigenis van één van hen bestaat uit viermaal bij Allaah zweren dat hij tot de waarachtigen behoort. -7- En de vijfde (getuigenis) is dat de straf van Allaah over hem komt als hij tot de leugenaars behoort. -8- En de bestraffing zal van haar afgewend worden als zij viermaal bij Allaah zweert dat hij (haar man) zeker tot de leugenaars behoort. -9- En haar vijfde (getuigenis) is dat de toorn van Allaah haar treft als hij tot de waarachtigen behoort. -10- En als de gunst van Allaah en Zijn barmhartigheid er voor jullie niet was en als Hij niet de Vergever, de Alwijze was…(zouden jullie snel te onder gaan).” (Aayah: 24/6-10). []

  10. Allaah tabaaraka wa-ta3aalaa zegt:

    ﴿إِنَّ الَّذِينَ جَاءُوا بِالْإِفْكِ عُصْبَةٌ مِنْكُمْ لَا تَحْسَبُوهُ شَرًّا لَكُمْ بَلْ هُوَ خَيْرٌ لَكُمْ لِكُلِّ امْرِئٍ مِنْهُمْ مَا اكْتَسَبَ مِنَ الْإِثْمِ وَالَّذِي تَوَلَّى كِبْرَهُ مِنْهُمْ لَهُ عَذَابٌ عَظِيمٌ (11) لَوْلَا إِذْ سَمِعْتُمُوهُ ظَنَّ الْمُؤْمِنُونَ وَالْمُؤْمِنَاتُ بِأَنْفُسِهِمْ خَيْرًا وَقَالُوا هَذَا إِفْكٌ مُبِينٌ (12) لَوْلَا جَاءُوا عَلَيْهِ بِأَرْبَعَةِ شُهَدَاءَ فَإِذْ لَمْ يَأْتُوا بِالشُّهَدَاءِ فَأُولَئِكَ عِنْدَ اللَّهِ هُمُ الْكَاذِبُونَ (13) وَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ فِي الدُّنْيَا وَالْآَخِرَةِ لَمَسَّكُمْ فِي مَا أَفَضْتُمْ فِيهِ عَذَابٌ عَظِيمٌ (14) إِذْ تَلَقَّوْنَهُ بِأَلْسِنَتِكُمْ وَتَقُولُونَ بِأَفْوَاهِكُمْ مَا لَيْسَ لَكُمْ بِهِ عِلْمٌ وَتَحْسَبُونَهُ هَيِّنًا وَهُوَ عِنْدَ اللَّهِ عَظِيمٌ (15) وَلَوْلَا إِذْ سَمِعْتُمُوهُ قُلْتُمْ مَا يَكُونُ لَنَا أَنْ نَتَكَلَّمَ بِهَذَا سُبْحَانَكَ هَذَا بُهْتَانٌ عَظِيمٌ (16) يَعِظُكُمَ اللَّهُ أَنْ تَعُودُوا لِمِثْلِهِ أَبَدًا إِنْ كُنْتُمْ مُؤْمِنِينَ (17) وَيُبَيِّنُ اللَّهُ لَكُمُ الْآَيَاتِ وَاللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ (18) إِنَّ الَّذِينَ يُحِبُّونَ أَنْ تَشِيعَ الْفَاحِشَةُ فِي الَّذِينَ آَمَنُوا لَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ فِي الدُّنْيَا وَالْآَخِرَةِ وَاللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنْتُمْ لَا تَعْلَمُونَ (19) وَلَوْلَا فَضْلُ اللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُ وَأَنَّ اللَّهَ رَءُوفٌ رَحِيمٌ (20) ﴾ (النور:11-20)

    -11- Voorwaar, degenen die de laster naar voren brachten zijn een groep onder jullie. Denkt niet dat het slecht voor jullie is. Integendeel, het is goed voor jullie: een ieder van hen wordt belast voor de zonde die hij beging. En degene van hen die het grootste aandeel had: voor hem is er een geweldige bestraffing. -12- Hadden, toen jullie het hoorden, de gelovige mannen en de gelovige vrouwen maar het goede bij zichzelf gedacht, en hadden zij maar gezegd: “Deze (beschuldiging) is duidelijke laster.” -13- Hadden zij maar vier getuigen naar voren gebracht. Toen zij geen getuigen naar voren brachten, werden zij daarom degenen die bij Allaah de leugenaars zijn. -14- En als de gunst van Allaah voor jullie er niet geweest was en Zijn barmhartigheid in de wereld en het hiernamaals, dan zou een geweldige bestraffing jullie zeker treffen vanwege wat jullie gedaan hebben. -15- (En gedenkt) toen jullie de (laster) met jullie tongen overnamen en met jullie monden dat zeiden waarover jullie geen kennis hadden. En jullie dachten dat het iets kleins was, maar het is bij Allaah geweldig. -16- En hadden jullie maar, toen jullie het hoorden, gezegd:
    Het is niet aan ons om hierover te spreken, heilig bent U, dit is een geweldig verzinsel.” 
    -17- Allaah waarschuwt jullie zoiets nooit te herhalen, indien jullie gelovig zijn. -18- En Allaah verduidelijkt voor jullie de verzen. En Allaah is Alwetend, Alwijs. -19- Voorwaar, degenen die ervan houden dat de gruweldaad zich verspreidt onder degenen die geloven: voor hen is er een pijnlijke bestraffing op de wereld en in het hiernamaals. En Allaah weet, terwijl jullie niet weten. -20- En als de gunst van Allaah voor jullie er niet geweest was en Zijn barmhartigheid en Allaah niet erbarmelijk en meest barmhartig was…(zouden jullie snel ten ondergaan). (Aayah: 24/11-20). []

  11. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

    ﴿مَا كَانَ لِنَبِيٍّ أَنْ يَكُونَ لَهُ أَسْرَى حَتَّى يُثْخِنَ فِي الْأَرْضِ تُرِيدُونَ عَرَضَ الدُّنْيَا وَاللَّهُ يُرِيدُ الْآَخِرَةَ وَاللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ﴾ (الأنفال 67)

    “Het past een profeet niet dat hij krijgsgevangen heeft, totdat hij (de vijanden) op aarde heeft onderworpen. Jullie wensen de wereldse vergankelijkheden, maar Allaah wenst (voor jullie) het hiernamaals. En Allaah is Almachtig, Alwijs.” (Aayah: 24/6-10). []

  12. Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

    ﴿لَقَدْ نَصَرَكُمُ اللَّهُ فِي مَوَاطِنَ كَثِيرَةٍ وَيَوْمَ حُنَيْنٍ إِذْ أَعْجَبَتْكُمْ كَثْرَتُكُمْ فَلَمْ تُغْنِ عَنْكُمْ شَيْئًا وَضَاقَتْ عَلَيْكُمُ الْأَرْضُ بِمَا رَحُبَتْ ثُمَّ وَلَّيْتُمْ مُدْبِرِينَ (25) ثُمَّ أَنْزَلَ اللَّهُ سَكِينَتَهُ عَلَى رَسُولِهِ وَعَلَى الْمُؤْمِنِينَ وَأَنْزَلَ جُنُودًا لَمْ تَرَوْهَا وَعَذَّبَ الَّذِينَ كَفَرُوا وَذَلِكَ جَزَاءُ الْكَافِرِينَ (26) ﴾ (التوبة: 25-26)

    -25- Voorzeker, Allaah heeft jullie reeds in vele veldslagen geholpen, en op de dag van Hunayn, toen jullie grote aantallen (manschappen) jullie trots hadden gemaakt, maar dat baatte jullie niets en de aarde, met al haar wijdsheid, werd jullie nauw. Daarna wendden jullie vluchtend de rug toe. -26- Vervolgens deed Allaah Zijn rust over Zijn Boodschapper en over de gelovigen neerdalen en Hij zond een leger (van engelen) dat jullie niet zagen, en Hij bestrafte degenen die ongelovig waren. En dat is de vergelding voor de ongelovigen.” (Aayah: 29/25-26). []

  13. Sahieh, deze hadieth is overgeleverd en sahieh verklaard door imaam al-Bukhaarie. []