Palestina en Al-Aqsa

Categorie: Artikelen

Door broeder Aboe Jouairiya.

Een korte toelichting op de heilige moskee en het gebied eromheen, met bewijzen uit de Qur’aan en de Sunnah.

 Palestina is een gezegende plek en één van de heiligste plaatsen op aarde. In de harten van de moslims neemt Palestina een belangrijke plek in. Sinds het jaar 1948 is dit land bezet door de joden die hun land in een deel van Palestina hebben gevestigd. Al-Quds (Jeruzalem) hebben zij als hoofdstad van Israel uitgeroepen, wat heeft geleidt tot grote ergernis van de moslims over de hele wereld. Sindsdien is er een oorlog aan de gang.

In deze korte lezing zal ik eerst bewijzen uit de Koran en de traditie van de Profeet, vrede zij met hem, naar voren brengen waar duidelijk wordt vermeldt hoe heilig deze plaats is. Daarna ga ik in op de geschiedenis van dit land en als laatste zal ik het hebben over het standpunt die de moslim in moet nemen met betrekking tot de huidige situatie.

Al-Aqsa moskee

Hierboven staat de Al-Aqsa moskee afgebeeld, die Allah heeft vermeld in sourah Isra, vers 1:

{ Heilig is Hij Die Zijn dienaar bij nacht voerde van de Heilige Moskee (masjied al-Haram, in Mekka) naar de Verre Moskee (masjied al-Aqsa, in Quds) welker omgeving Wij hebben gezegend, opdat Wij hem enkele Onzer tekenen zouden tonen. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alziende.}

In deze plaats heeft onze Profeet Mohammed, vrede zij met hem, met alle profeten gebeden. Dit verhaal staat vermeld in alle authentieke boeken, zoals Bukhari en Muslim. In het authentieke boek van Muslim staat een traditie overgeleverd door Anas dat de profeet zei dat hij tijdens zijn hemelse reis naar Bayt al-Maqdis (Al-Aqsa moskee) was geweest en hij zei:  “Vervolgens ben ik demoskee binnen gegaan en heb twee rakaat gebeden.”1 In een andere traditie staat dat Ibn Abbaas zei: “Toen de profeten de moskee binnentraden, stond hij (de Profeet Mohammed) op om te bidden waarna alle profeten met hem baden.”2 Hiernaast kunnen we uit de vers concluderen dat deze plek gezegend is.

Naast deze Koranvers staat in Bukhari en Muslim, overgeleverd door Abu Dhar al-Ghifari, moge Allah tevreden over hem zijn, dat hij zei: “Oh Boodschapper van Allah, welke moskee was als eerste op aarde?” Hij (de Profeet) zei: “De masjied al-haram (de moskee in Mekka).” Ik zei toen: “Welke is daarna gekomen?” Hij (de Profeet) zei: “De Al-Aqsa moskee.” Ik zei: “Hoeveel tijd zat er tussen?” Hij (de Profeet) zei: “Veertig jaar. En waar dan ook het tijd is om te bidden, daar moet je bidden, want het is een moskee.”

Uit al deze teksten blijkt duidelijk waarom deze moskee zo belangrijk is voor moslims. De Al-Aqsa is ook een van de drie moskeeën waar men speciaal voor op reis mag gaan met de intentie deze moskee te bezoeken. Dit blijkt uit de traditie die vermeld staat in Bukhari en Muslim en die overgeleverd is door Abu Huraira dat de Profeet zei: “Er mag geen reis worden ondernomen naar een moskee behalve naar drie moskeeën: mijn moskee (in Medina), de moskee Al-Haram (in Mekka) en de moskee al-Aqsa (in Quds).”

De gebedsrichting voor de moslims was vanaf het begin van de Islam richting al-Aqsa moskee geweest, maar later is het veranderd richting Mekka. De verzen die gaan over de verandering van de qiblah staan in soerah 2, vers 142 tot en met 144

De Rotskoepel (Qubat sagra)

 

De Rotskoepel, (Kubat al Sahr) is een islamitisch schrijn op de Haram-as-Sjarief (Tempelberg) in Jeruzalem. Hij is tussen 688 en 692 gebouwd. Het gebouw is, in tegenstelling tot wat veel niet-moslims denken, géén moskee maar een gedenkplaats. De Rotskoepel is gebouwd door kalief Abd al-Malik van de Omajjaden uit Damascus.De Rotskoepel is gebouwd op de plek waar  Abraham zijn zoon Ismail moest offeren van God. De rotsplaat in het centrum van het gebouw is volgens de traditie het natuurlijke altaar waarop Abrahams zoon geofferd moest worden. Vandaar de naam rotskoepel.Ook zou op dezelfde plek Mohammed volgens een islamitische overlevering op het hemelse dier Buraq de Nachtreis naar de hemel hebben gemaakt.Het hele gebied rondom de Rotskoepel en Al-Aqsa moskee is volgens de Islam heilig.
 

 

 

Een kijk in de geschiedenis

In het jaar 16 van de islamitische jaartelling veroverde de kalief Omar het gebied Palestina. Dit gebied bleef onder islamitisch gezag tot het jaar 492 van de islamitische jaartelling toen de christelijke kruisvaarders het veroverden. In 1 week hadden ze 70.000 moslims vermoord.  Deze bezetting duurde 91 jaar, waarna het weer in handen kwam van de moslims onder leiding van Salahdine Yousef ben Ayoub, bekend als Salahdine al-Ayoubi, in het jaar 583 van de islamitische jaartelling. Sindsdien is het in handen gebleven van de moslims tot na de Tweede Wereldoorlog. Voor de Tweede Wereldoorlog gebeurden er een aantal belangrijke zaken en die zou ik nu graag willen verduidelijken.

 

1897 – Een Europees-Joodse politieke beweging, de Zionistische beweging, probeerde al enige jaren een land te vinden waar Joden een stad kunnen stichten. Tijdens de Zionistische Conferentie van 1897 besluit dat men zo een staat in Palestina wil vestigen. Palestina hoort op dat moment, net als het grootste gedeelte van het Midden-Oosten, bij het Turkse Rijk. De Zionistische Beweging is een fanatieke Joodse beweging die streeft naar een Joodse staat waar alle Joden over de hele wereld naar moeten verhuizen.

 

1917 –  In de Balfour verklaring belooft de Britse regering aan de zionistische beweging dat Joden in Palestina een nationaal tehuis zullen krijgen, waarbij de politieke en religieuze rechten van de bestaande niet-Joodse bevolking behouden zouden moeten blijven. Op dat moment was maar 5% van de bevolking van Palestina van Joodse afkomst, de rest bestond uit Palestijnse Arabieren.

 

1918– Na de ondergang van het Turkse Rijk bezet Groot-Brittanië Palestina. Van 1918 tot 1948 bevordert het de immigratie van Joden vanuit Europa en de Verenigde Staten naar Palestina. Groot-Brittanië onderdrukt verscheidene Palestijnse opstanden tegen het Britse bewind.

 

1948– Na een groot aantal terroristische aanslagen die gepleegd worden door zionistische milities, verlaat Groot-Brittanië Palestina. De regering in Londen vraagt de Verenigde Naties een oploosing te zoeken. De VN stellen vervolgens voor om 55% van Palestina aan de op te richten staat Israel te geven. Op dat moment was maar één derde vn de Palestijnse bevolking Joods, en 6% van de grond in Joods bezit. Het plan wordt dan ook niet geaccepteerd door de Palestijnse bevolking. In  

 

1948 zelf doodt Israel tijdens de Nekba (de catastrofe) 13.000 Palestijnen en verjaagt 750.000 Palestijnen uit hun steden en dorpen. Israel verovert 78% van het oorspronkelijke Palestina. Afstammelingen van de mensen die toen verdreven werden wonen tot op de dag van vandaag in ongeveer 100 vluchtelingenkampen in Lebanon, Syrië, Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Anderen zijn tot op de dag van vandaag tweederangsburger in Israel. VN-resolutie 194 roept Israel op deze vluchtelingen te laten terugkeren. Israel geeft aan deze resolutie geen uitvoering. Meer dan 400 Palestijnse dorpen worden na de verdrijving van de oorspronkelijke bewoners door Israel met de grond gelijk gemaakt. Op veel van die dorpen worden bossen geplant.

De standpunten van moslims ten opzichte van de huidige situatie

Nadat we duidelijk hebben gemaakt hoe heilig dit gebied is voor moslims en kort hebben gepraat over de geschiedenis van het land, kom ik bij een heel belangrijk punt en dat is: Wat wordt van ons moslims verwacht? Het antwoord hierop is dat wij deze mensen moeten steunen. Maar deze steun kan op verschillende manieren tot stand komen:

 

1-    Wij moeten als gelovige moslims beseffen dat hetgeen wat nu gebeurt, voorbeschikt is door Allah de Verhevene en dat het een zware beproeving is voor de Palestijnen daar en voor alle moslims over de hele wereld. Allah wil weten hoe wij moslims op deze situatie zullen reageren; steunen wij onze moslims daar of keren wij ze de rug toe? We  moeten ook beseffen dat ook wij deel hebben genomen aan deze catastrofe, zoals Allah de Verhevene zegt:

{En er treft jullie geen ramp, of het is vanwege wat jullie handen hebben verricht, maar Hij vergeeft veel} [42:30]

        Onze zondes en fouten zijn de oorzaak van wat nu aan de gang is. Dit betekent dat wij onszelf moeten afvragen: wat hebben wij verkeerd gedaan? En dat we onszelf moeten verbeteren en terugkeren naar het juiste pad.

 

2-    Wij moeten de gebeurtenissen die nu aan de gang zijn totaal afkeuren. Wij moeten deze situatie beschouwen als de grootste terreur en de mensen die het uitvoeren en accepteren als de grootste terroristen. Het staat als een paal boven water dat al deze slachtoffers die tot nu toe zijn gedood en verwondt, waarvan meer dan de helft vrouwen en kinderen zijn, een grote onrechtvaardigheid jegens de mensheid is. Elke soort onrechtvaardigheid moeten wij afkeuren, al komt het van een moslim.

 

3-    Veel mensen denken dat het gaat om een Palestijnse kwestie en dat is verkeerd. Dit is geen Palestijnse kwestie, maar een islamitische kwestie. Men moet beseffen dat het gaat om de islamitische heilige plekken en om de moslims daar.

 

4-    Iedereen moet zijn best doen om deze mensen financieel te steunen, zowel met geld, kleren als medicijnen. Er zijn genoeg instanties die ervoor zorgen dat dit geld de mensen daar bereikt. Een ander soort financiële steun, is de steun waar al veel over gesproken is onder de geleerden, waaronder sheikh Al-Fawzaan, die hebben uitgesproken dat we afstand moeten nemen van produkten van zionistische bedrijven en bedrijven die de zionisten steunen. Als alleen maar de helft van de moslims dit zou doen, dan zou het een groot effect hebben.

 

5-    Last but not least, de du’a voor onze broeders en zusters daar. Deze du’a moet door alle imam’s in alle moskeeën tijdens alle gebeden verricht worden. Dit was een sunnah van onze Profeet die Qunut Annazila verrichtte als een ramp de moslims overkwam. Op individuele basis moeten de moslims proberen op alle momenten, tijdens gebeden, voor de adhaan, voor al-Fajr, etc. , du’a te verrichten voor de moslims in Palestina.


  1. Hadith Muslim, nummer 162. []
  2. Musnad van Imam Ahmad, eerste volume/257. []