De meest edele onder jullie

Categorie: Artikelen

Vertaling van vrijdagspreek in Moskee Badr gemaakt door Said Amrani.

“De meest edele onder jullie is degene met de meeste godsvrees”

Allaah heeft de mens in de meest perfecte vorm geschapen en heeft hem begunstigd met het verstand waarmee hij onderscheid kan maken tussen het goede en het slechte. Hij heeft hem de twee wegen- het goede pad en het slechte pad- duidelijk gemaakt. Daarnaast heeft Hij ook een wetgeving bepaald  die dient als een lamp of een licht waarmee de mens de juiste weg kan volgen. Deze wetgeving is de enige weg die leidt naar de redding van alle problemen en rampspoed. Tevens is deze wetgeving de enige weg om geluk te verwezenlijken, geluk waar iedereen naar op zoek is. Ik weet zeker dat iedere moslim het hiermee eens is en dezelfde visie als ik deelt.
Het onderwerp van vandaag is het stilstaan bij een vers van de Koran waarbij ik een opvoedkundige, dogmatische en ethische kwestie zal behandelen.Dit vers staat in sura al-Hudjuraat, Allaah subhanahu wa ta’ala zegt:

”Oh mensheid, Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw eb Wij hebben jullie tot volken en stammen gemaakt opdat jullie elkaar leren kennen. Voorwaar, de meest edele van jullie is bij Allaah degene die het meest Allaah vreest. Voorwaar, Allaah is van alles op de hoogte, Alwetend.”

In dit vers wordt de fundering gelegd voor een gemeenschap waarin discriminatie wegens de herkomst van stam, stad of land er niks toedoet, maar waarin wordt gekeken naar wie het meest Allaah vreest. Ook speelt dit vers een belangrijke opvoedkundige rol bij het bouwen van een gemeenschap gebaseerd op liefde en barmhartigheid voor elkaar. Allaah heeft niet in de vers gezegd dat de meest edele bij Allaah degene is die het meeste geld bezit, want rijkdom zonder godsvrees is niks waard. Qarun was de meest rijke persoon in de tijd van Moesa, maar toch heeft Allaah hem vernietigd omdat hij geen godsvrees had. Ook het feit dat je behoort tot een belangrijke familie en dat je met eerbied wordt behandeld door je stam of omgeving, zonder imaan, zonder geloof, zonder godsvrees, heeft ook geen waarde. Kijk ook naar Abu Lahab die behoorde tot de familie van de profeet, de oom van de profeet, maar dat had geen waarde bij Allaah want hij had geen godsvrees. Wij moeten dus niet kijken naar de materiele zaken en het belangrijkste aspect vergeten, het geloof. De Profeet heeft gezegd: ”Laat het (discriminatie), want het is vies.” Overgeleverd in sahieh al-Bukharie dat een man van de Ansaar en een man van de Muhajirun met elkaar vochten. De Ansari riep de mensen van Medina. De Muhadjir riep de Muhadjirien. Toen de profeet dit hoorde, zei hij: ”Wenden jullie je naar de gewoontes van de tijd van onwetendheid, terwijl ik nog bij jullie ben? Laat het (discriminatie), want het is vies.”

Overgeleverd door ibn Mas’oud: de Profeet zei: ”Het wederzijds uitschelden van een moslim is fusuq en elkaar doden is kufr.” En overgeleverd door Abu Hurayrah dat de Profeet zei: ”Wie uithaalt naar een moslim met een stuk ijzer, voorwaar de Engelen vervloeken hem totdat hij het laat, ook al is het zijn broer van moeder en vader.” Overgeleverd door Al-Ahnaf ibn Qays, hij zei: ”Ik vertrok op zoek naar iemand en kwam Abu Bakra tegen en hij zei tegen mij: ”Waar ga je naartoe Ahnaf?” Ik zei: ”Ik wil de neef (Ali) van de Profeet steunen.” Hij zei tegen me: ”Oh Ahnaf, keer terug, ik heb de Boodschapper horen zeggen: ”Als twee moslims elkaar met hun zwaarden treffen, dan gaan de moordenaar en de vermoorde naar de Hel.” Er werd gezegd: ”Oh Boodschapper van Allaah, ik begrijp de kwestie van de moordenaar, maar hoe zit het met de vermoorde?” Hij zei: ”Hij kwam ook met de intentie zijn broeder te vermoorden.”

Beste broeders en zusters, als wij nu naar onze gemeenschap kijken en de plaatsen waar wij samen komen, zien we dat het zich wenden tot de onwetendheid zich heeft verspreid en dat de verdorvenheid zich in alle gebieden heeft verspreid. Een voorbeeld is het trots verwijzen naar zijn of haar afkomst,ras, stam, etc. Ook zien we dat mensen elkaar belasteren met bijnamen. Dit alles is in strijd met godsvrees en het verrichten van het gebed. Allaah subhanahu wa ta’ala zegt:

”Wendt jullie als berouwvollen tot Hem, en vreest Hem en onderhoudt de salaat en behoort niet tot de veelgodenaanbidders. Behorend tot degenen die hun godsdienst hebben opgesplitst en tot groepen zijn geworden. Iedere groep verheugd zich in wat zij hebben.”

Ook zegt Allaah over Firoun:

”Voorwaar, Firoun was hoogmoedig in het land en hij verdeelde haar mensen in partijen, hij onderdrukte een groep van hen: hij slachtte hun zonen en hij liet hun vrouwen leven. Voorwaar, hij behoorde tot de verderfzaaiers.”

Beste broeders en zusters, nadat we deze verzen en tradities uiteen hebben gezet, wordt ons duidelijk dat het zich wenden tot al-Jahiliyya, het trots zijn op de afkomst, het belasteren van elkaar, het fanatisme hebben voor de stam, geen enkele waarde heeft bij Allaah en dat de meest edele bij Allaah degene is die godsvrees. Allaah zegt:

”De meest edele onder jullie, is degene met de meeste godsvrees.”