Deel 3: De maatschappelijke situatie vóór de neerzending van de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam

Categorie: Kennis

Umm Salamah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald –in het verhaal van de emigratie naar al-Habashah, en het debat dat tussen Dja3far radiya-llaahu 3anhu en de Nadjaashie heeft plaats gevonden- dat Dja3far radiya-llaahu 3anhu gezegd heeft: “O koning, wij waren een volk van onwetendheid. Wij aanbaden beelden, aten kadavers, pleegden zedeloosheden, verbraken familiebanden, behandelden onze buren slecht. De sterken onder ons aten de zwakkeren. We bleven in die toestand totdat Allaah naar ons een Boodschapper uit ons midden zond waarvan wij zijn adel, zijn oprechtheid, zijn vertrouwelijkheid en kuisheid kenden. Hij riep ons op tot Allaah, opdat we slechts Hem aanbidden, en alles wat wij naast Hem aan stenen en beelden aanbaden te verlaten. Hij verplichtte (ons) om eerlijk te zijn in (onze) uitspraken, hetgeen dat toevertrouwd is terug te geven, het aanhouden van familiebanden, goedheid jegens de buren, het verlaten van het verbodene en het verlaten van het moorden. Ook heeft hij ons de zedeloosheden, het afleggen van een valse getuigenis, het eten van het bezit van de wees en het beschuldigen van een kuise vrouw verboden.”[1]
Maalik al-Ash3arie radiya-llaahu 3anhu heeft verhaald, hij zei: “De Boodschapper van Allaah Allaah’ s gebeden en vrede zij met hem heeft gezegd: “Vier (eigenschappen) bevinden zich in mijn gemeenschap, die (van de tijd) van al-djaahiliyyah zijn, en niet (door iedereen onder mijn gemeenschap) verlaten worden: verwatenheid[2] door middel van afkomst, de betwisting van (iemands) afkomst, de sterren om regen vragen en het rouwklagen.”[3]

3aa’ishah radiya-llaahu 3anhaa heeft verhaald, zij zei: “Voorzeker, het huwelijk in de tijd van de djaahiliyyah bestond uit vier soorten.

Eén daarvan is het huwelijk dat wij vandaag de dag kennen. Een man vraagt een andere man om met een vrouw -die onder zijn voogdij valt of zijn dochter is- te verloven. Vervolgens geeft hij haar een bruidsschat en huwt hij met haar.

Een ander (vorm van) huwelijk: De man zei tegen zijn vrouw, wanneer ze rein werd van haar menstruatie: “Ga naar die persoon en word zwanger van hem”, waarna haar man haar vermeed en haar niet meer aanraakte, totdat bleek dat zij zwanger was van de man met wie zij gemeenschap heeft gehad. En als de zwangerschap duidelijk was, (kon) haar man dan gemeenschap met haar hebben als hij dit wilde. Hij (de echtgenoot) deed dit slechts voor het verkrijgen van kinderen (van een bepaalde stam). Deze vorm van huwelijk werd ‘Istibdaa3’[4] genoemd.

Een ander (vorm van) huwelijk: een groep van minder dan tien mannen verzamelden zich bij één vrouw opdat zij allen geslachtsgemeenschap met haar hadden. Als zij zwanger raakte en beviel, riep zij de mannen na een aantal nachten bijeen. Niemand van de mannen kon weigeren om bij haar bijeen te komen. Zij zei dan tegen hen: “Jullie weten wat jullie hebben gedaan, en ik ben bevallen. Hij is jouw zoon, o die en die!” Zij noemde dan de naam van wie zij wilde dat hij de vader werd van het kind. Het kind werd dan aan hem toegeschreven en hij kon dit niet weigeren.

En de vierde (vorm van) huwelijk: veel mannen verzamelden zich en hadden gemeenschap met een vrouw die niemand weigerde. Dit waren prostituees. Zij plaatsten vlaggen boven hun deuren als teken (van hun bezigheid). Wie hen wenste, trad bij hen binnen. Als één van hen zwanger raakte en beviel, kwam dan iedereen (die gemeenschap met haar heeft gehad) bij haar bijeen. Zij riepen dan ‘al-Qaafah’[5]. Daarna schreven zij het kind toe aan degene van wie zij van mening waren dat hij de vader is, waarna het kind hem gedwongen werd toegeschreven en het zijn kind werd genoemd; dit kon hij niet weigeren. Toen de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallamwerd gestuurd met de waarheid, verklaarde hij alle huwelijksvormen van de djaahiliyyah nietig, behalve het huwelijk dat de mensen vandaag de dag kennen.”[6]
Sa3ied ibn al-Musayyib heeft gezegd: “Al-bahierah[7] is degene waarvan haar melk door de Tawaaghiet[8] verboden wordt, en die door niemand gemolken (mag) worden. En de Saa’ibah[9] is degene die omwille van hun goden vrij wordt gelaten, en die niets mag dragen.
Hij zei: “Abu Hurayrah radiya-llaahu 3anhu heeft gezegd dat de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam gezegd heeft: «“Ik zag 3amr ibn 3aamir ibn Lahiey al-Khuzaa3iey zijn darmen in het hellevuur slepen. Hij is de eerste die de Sawaa’ib[10] heeft losgelaten.”»[11]
3abdu-llaah ibn 3abbaas radiya-llaahu 3anhumaa heeft verhaald, hij zei: “Als het je pleziert kennis te nemen van de onwetendheid van de Arabieren, lees dan in soeratu-l-‘An3aam[12] hetgeen wat na (vers) honderdendertig komt.”

(Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa zegt:)

﴿قَدْ خَسِرَ الَّذِينَ قَتَلُوا أَوْلادَهُمْ سَفَهاً بِغَيْرِ عِلْمٍ وَحَرَّمُوا مَا رَزَقَهُمُ اللَّهُ افْتِرَاءً عَلَى اللَّهِ قَدْ ضَلُّوا وَمَا كَانُوا مُهْتَدِينَ﴾ (الأنعام:140)

“Waarlijk, degenen die hun kinderen hebben gedood uit dwaasheid, zonder kennis, hebben een groot verlies geleden en zij verklaarden voor verboden wat Allaah hun aan voorzieningen heeft geschonken, als een verzinsel over Allaah. Waarlijk, zij dwaalden en zij plachten niet geleid te worden.” (Aayah: 6/140).”[13]

Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa heeft gezegd:

﴿وَجَعَلُوا لِلَّهِ مِمَّا ذَرَأَ مِنَ الْحَرْثِ وَالْأَنْعَامِ نَصِيبًا فَقَالُوا هَذَا لِلَّهِ بِزَعْمِهِمْ وَهَذَا لِشُرَكَائِنَا فَمَا كَانَ لِشُرَكَائِهِمْ فَلَا يَصِلُ إِلَى اللَّهِ وَمَا كَانَ لِلَّهِ فَهُوَ يَصِلُ إِلَى شُرَكَائِهِمْ سَاءَ مَا يَحْكُمُونَ (136) وَكَذَلِكَ زَيَّنَ لِكَثِيرٍ مِنَ الْمُشْرِكِينَ قَتْلَ أَوْلَادِهِمْ شُرَكَاؤُهُمْ لِيُرْدُوهُمْ وَلِيَلْبِسُوا عَلَيْهِمْ دِينَهُمْ وَلَوْ شَاءَ اللَّهُ مَا فَعَلُوهُ فَذَرْهُمْ وَمَا يَفْتَرُونَ (137) وَقَالُوا هَذِهِ أَنْعَامٌ وَحَرْثٌ حِجْرٌ لَا يَطْعَمُهَا إِلَّا مَنْ نَشَاءُ بِزَعْمِهِمْ وَأَنْعَامٌ حُرِّمَتْ ظُهُورُهَا وَأَنْعَامٌ لَا يَذْكُرُونَ اسْمَ اللَّهِ عَلَيْهَا افْتِرَاءً عَلَيْهِ سَيَجْزِيهِمْ بِمَا كَانُوا يَفْتَرُونَ (138) وَقَالُوا مَا فِي بُطُونِ هَذِهِ الْأَنْعَامِ خَالِصَةٌ لِذُكُورِنَا وَمُحَرَّمٌ عَلَى أَزْوَاجِنَا وَإِنْ يَكُنْ مَيْتَةً فَهُمْ فِيهِ شُرَكَاءُ سَيَجْزِيهِمْ وَصْفَهُمْ إِنَّهُ حَكِيمٌ عَلِيمٌ (139) ﴾ (الأنعام:136-139)

“-136- En zij hebben Allaah een deel toebedacht van wat Hij heeft voortgebracht aan gewassen en vee en zij zeiden: “Dit is voor Allaah,” volgens hun bewering, “en dit is voor onze goden.” Wat dan voor hun goden is, dat bereikt niet Allaah; en wat voor Allaah is, dat bereikt wel hun afgoden. Slecht is het wat zij oordelen.-137- En zo deden hun leiders het doden van hun kinderen voor velen van de veelgodenaanbidders mooi toeschijnen, om hen te vernietigen en om hun godsdienst (met valsheid) te mengen. En als Allaah het gewild had, dan hadden zij het niet gedaan. Laat hen en wat zij verzinnen dus! -138- En zij zeiden: “Dit vee en (deze) gewassen zijn voorbehouden, niemand eet er van, behalve wie wij willen,” zo beweren zij, “en er is vee waarvan hun ruggen verboden zijn (om op te rijden), en vee waarover de naam van Allaah niet uitgesproken is,” als een verzinsel over Hem. Hij zal hen vergelden vanwege wat zij plachten te verzinnen. -139- En zij zeiden: “Wat zich in de buiken van dit vee bevindt is voorbehouden aan onze mannen en verboden voor onze vrouwen.” En wanneer het doodgeboren is, dan zijn zij (de mannen en de vrouwen) er deelgenoten in. Hij (Allaah) zal hun beschrijving vergelden. Voorwaar, Hij is Alwijs, Alwetend.” (Aayah: 6/136-139).


[1] Deze hadieth is overgeleverd door imaam Ahmad, imaam ibn Ishaaq, imaam aboe Na3iem en imaam al-Bayhaqie.

[2] ‘verwatenheid’ betekent: opgeblazen hoogmoed, trotsheid.

[3] Deze hadieth is overgeleverd door imaam Muslim, imaam Ahmad, imaam al-Bayhaqie, imaam a-Ttirmidhie, imaam al-Haakim en imaam al-Bazzaar.

[4] ‘Istibdaa3’ betekent letterlijk: het vragen om een product. In dit verband betekent het: het hebben van geslachtsgemeenschap met als doel zwanger te worden en een kind te krijgen.

[5] ‘Al-Qaafah’ is het mv. van ‘Qaa’if’: iemand die gespecialiseerd was in het bepalen van de afkomst van het kind door middel van bepaalde eigenschappen die zich bij het kind bevinden.

[6] Deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bukhaarie, imaam abu Daawoed en imaam al-Bayhaqie.

[7] ‘Al-Bahierah’ is een vrouwtjeskameel die in de tijd van de djaahiliyyah, als zij vijf nakomelingen had gekregen, en de laatste een mannetje was, in het oor werd gesneden, en waarvan alles–haar vacht, melk, vlees en het berijden- voor de vrouwen verboden werd verklaard. En als de laatste nakomeling een vrouwtjes was, werd het voor beide geslachten verboden verklaard en werd het losgelaten. Allaah de Heilige en Verhevene heeft dit in de Islaam nietig en verboden verklaard.

[8] ‘Tawaaghiet’ is het mv. van ‘Taaghoet’: alles wat naast Allaah aanbeden wordt. In deze hadieth worden de beelden ermee bedoeld.

[9] ‘A-ssaa’ibah’ is de vrouwtjeskameel die na een veilige reis of genezing van ziekte als inlossing van een belofte losgelaten werd. Allaah de Heilige en Verhevene heeft dit in de Islaam nietig en verboden verklaard.

[10] ‘Sawaa’ib’ is het mv. van ‘Saa’ibah’.

[11] Deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bukhaarie en imaam Muslim.

[12] ‘Soeratu-l-An3aam’ is Soerah 6 in de volgorde van de Qur’aan

[13] Deze hadieth is overgeleverd door imaam al-Bukhaarie.