Het vijfde vraagstuk: de voogdij van zijn opa en zijn liefde jegens hem salla-llaahu 3alayhi wa-sallam

Categorie: Kennis

Kindier ibn Sa3ied heeft overgeleverd van zijn vader die verhaald heeft, hij zei: “Toen ik in de tijd van al-djaahiliyyah de bedevaart verrichtte, zag ik een man die om het Huis[1] ging, en terwijl hij op zijn rijdier klom zei hij: “O mijn Heer laat mijn rijder Muhammed terugkeren, breng hem voor me terug en geef mij het goede.” Ik vroeg: “Wie bedoelt hij?” Er werd gezegd: “Dat is 3abdu-l-Muttalib ibn Haashim. Een aantal van zijn kamelen is weggelopen, waarop hij zijn kleinzoon erop afstuurde om ze te zoeken, maar hij bleef weg. Voorwaar, wanneer hij hem voor een behoefte stuurde, keerde hij altijd ermee terug. Voor dat ik opstond keerde de Profeet salla-llaahu 3alayhi wa-sallam terug, en kwam hij met de kamelen aan. Vervolgens zei hij (zijn opa) tegen hem: “Voorzeker, ik was wegens jou zo bedroefd als een vrouw, een droevigheid die me nooit zou verlaten.”[2]


1] “Het huis” hiermee wordt bedoeld: de Ka3bah (het Huis van Allaah subhaanahu wa-ta3aalaa).

[2] Deze hadieth is overgeleverd door imaam a-Ttabaraanie, imaam al-Bayhaqie, imaam ibn Sa3d, imaam al-Haakim, imaam ibn abie Haatim, imaam ibn 3adie, imaam al-Bukhaarie in zijn boek ‘a-Ttaariekh al-kabier’, imaam ibn Mandah en imaam aboe Na3iem.